Foto bij Amina [1]

Amina [1]

Het was feest in het Kristallenrijk. Iedere burger die door het Zoete Woud liep, kon de vrolijk klingelende klokken al van ver horen. De klokken kondigde de zestiende verjaardag van de geliefde Suikerprinses aan.
De prinses zelf stond op haar balkon en probeerde haar zenuwen weg te slikken. Het voelde alsof er duizenden vlinders rondvlogen in haar buik, maar het was geen prettig gevoel, zoals haar vader altijd beweerde. Ze werd er zelfs een beetje misselijk van.
Prinses Anima keek hoe de slappe takken van de zoethoutbomen zachtjes heen en weer wiegden in de wind. Ga niet naar binnen prinses, leken ze haar toe te fluisteren. Blijf hier bij ons, in de vrijheid van de buitenlucht. Amina wilde niets liever dan dat, ze wilde geen feest vieren en al helemaal niet omdat ze zestien was geworden. Zestien zijn betekende dat ze oud genoeg was om de kroon van haar vader over te nemen, ze was oud genoeg om te trouwen…
Amina voelde een nerveuze lachkriebel opkomen. Ze wist niet wat ze erger vond: koningin worden van een rijk waarvan ze al jaren niet meer had gezien dan de bomen vanaf haar balkon of trouwen met iemand die zij nauwelijks kende.
Opeens leken de zoethoutbomen rond te tollen en maakten de vlinders een scherpe bocht in haar buik. Amina sloot haar ogen en probeerde aan mooie, geruststellende dingen te denken. Dingen zoals het Zoete Woud in de zomer, wanneer alle zoethoutbomen fier overeind stonden en het bos een en al kleur was. Het werkte, ze voelde de zachte aarde tussen haar tenen en de ruwe boombast onder haar vingertoppen. Net zoals vroeger, voordat de regen alles verpestte.
Een dreigend gerommel verbrak de betovering. Amina opende haar ogen en keek omhoog. Donkere wolken pakten zich samen boven haar hoofd en een regendruppel viel naar beneden. Precies op haar witte, glinsterende hand. De regendruppel was niet heet, maar toch warm genoeg om van te schrikken.
Haastig deed Amina twee stappen naar achter, zodat ze veilig onder de beschermende glazen koepel stond.
Net op tijd, want er vielen meer druppels naar beneden. Ze zag hoe het gladde oppervlak boven haar begon te beslaan. Dit klopt niet, dacht ze nerveus, het is nog veel te vroeg.
De donder klonk opnieuw, nog dreigender, nog dichterbij. Onder het balkon klonken haastige voetstappen. De soldaten die haar hoorden te bewaken, waren naar binnen gevlucht,
‘Prinses?’
Geschrokken draaide Amina zich om. Het dienstmeisje Kim was in haar slaapkamer verschenen. Daar stond ze nu, starend naar haar voeten. Hoeveel had ze gezien?
Alsof ze de onuitgesproken vraag had gehoord, wierp Kim een vluchtige blik in haar richting. ‘U zou niet alleen buiten moeten zijn, prinses. Het is veel te gevaarlijk.’
Amina stak haar kin in de lucht, stapte haar kamer binnen en sloot de balkondeuren achter zich. ‘Ik had even wat frisse lucht nodig, of is dat nu ook al verboden?’
Het meisje keek weer naar beneden en Amina had meteen spijt van haar snauw. Kim was haar vriendin, een van de weinigen die ze had en ze wilde haar alleen maar beschermen.
‘Ik ben hier om u klaar te maken voor het feest,’ zei Kim, nog steeds starend naar haar voeten. ‘Iedereen wacht beneden op u.’
Het feest. Amina slikte moeizaam, de vlinders waren weer terug en maakte nu een misselijknakende duikvlucht.
Kim pakte haar bij de arm en leidde haar voorzichtig naar de grote kaptafel. ‘Het komt allemaal wel goed,’ zei ze zacht.
Hm-mm.’ Amina wierp een blik over haar schouder, naar de glazendeuren van het balkon. Het was gestopt met regenen, zo plotseling alsof iemand met zijn vingers had geknipt.
Kim gaf een zacht duwtje tegen haar schouder en Amina begreep dat ze in de stoel moest gaan zitten. Ze keek naar haar spiegelbeeld: glinsterend wit, net zoals de rest van de koninklijke familie. Maar in haar gezicht waren ook kleine, bruine puntjes te zien.
Kleur hebben was niet vreemd in het Kristallenrijk, veel van haar onderdanen waren lichtgroen, blauw, roze, zilver of goudbruin, maar geen een van hen had meer dan één kleur in zijn gezicht.
Amina raakte haar wang aan. Onzuiver, dacht ze onwillekeurig. Niemand zei het hardop, maar ze zag ze wel kijken.
Kim keek naar haar in de spiegel. ‘U ziet er prachtig uit, prinses.’
‘Hmm-mm.’ Meer leek ze niet te kunnen zeggen.
Amina merkte niet dat Kim haar een nachtblauwe jurk aantrok, merkte niet dat er oorbellen in haar oren werden gehangen en ze stapte als in een droom in de schoenen met die bizar hoge hakken.
‘Prinses?’
Amina schrok op uit haar verdoofde toestand en zag Kim voor haar staan met een glinsterend gouden tiara in haar handen. ‘Mag ik?’
Amina knikte en Kim zette de tiara voorzichtig op haar hoofd. Even stonden de meisjes zwijgend tegenover elkaar, toen legde Kim haar hand op de deurklink. ‘Bent u er klaar voor?’
‘Nee.’
Kim glimlachte opnieuw en pakte haar hand. Kim was meestal haar dienstmeisje, maar voor nu was zij haar vriendin, daar was Amina haar heel dankbaar voor.
Zodra Kim de deurklink van haar veilige slaapkamer omlaagdrukte en Amina de lachende gasten kon horen, liep er een rilling langs haar rug. ‘Vader heeft het feest niet klein gehouden, of wel?’
Kim sloeg haar ogen neer. ‘Nee, prinses.’
Amina voelde de haast onbedwingbare drang om de deur dicht te smijten en zich onder haar bed te verstoppen, zoals ze als klein meisje zo vaak had gedaan.
Het was Kim’s hand die haar zachtjes over de drempel trok ‘Het komt goed prinses, echt.’
Maar toen ze samen bovenaan de hoge trap stonden, liet Kim haar hand los en was Amina alleen, kijkend naar alle gasten die naar haar omhoog staarden. Het leek wel alsof haar vader het hele Kristallenrijk had uitgenodigd. Een gouden gestalte maakte zich los uit de menigte en stak glimlachend een hand naar haar uit. ‘Prinses, u schittert helderder dan alle sterren die aan de hemel staan.’
Amina dwong zichzelf de jongen aan te kijken en haar hand in de zijne te leggen. ‘Hallo, Leon.’
Leon Caster was de zoon van de Boswachter, de beschermer van het Zoete Woud. Ieder meisje in het Kristallenrijk keek naar hem, hun ogen smachtend en vol bewondering. Amina moest toegeven dat Leon knap was, maar steeds als ze naar hem keek, zag haar irritante speelkameraadje voor zich. De jongen die altijd de spelletjes uitkoos en overal de beste in wilde zijn. Zelfs nu Leon haar glimlachend door de zaal sleurde, kon hij het niet laten om iedereen zijn nieuwste heldenverhalen te vertellen. ‘Daar stond ik dan, oog in oog met de Likurenvlieger. Hij was groot, gigantisch! Mijn mannen deinsden achteruit, gegrepen door angst, maar ik spande mijn boog en schoot. Pang! Recht in het hart van het beest.’
Amina giechelende. Ze kon er niets aan doen, het idee dat Leon een Likurenvlieger te lijf was gegaan, werkte op haar lachspieren. Leon was goed in het bedenken van sterkte verhalen, maar hij was ook een angsthaas. Ze herinnerde zich de keren dat vader haar samen met Leon het bos in had laten gaan. Hij vertrouwde Leon, zag hem als de beschermer van zijn dochter, maar het tegendeel was waar: het was Amina die voorop had gelopen, de paden had geïnspecteerd op spinnen en andere enge wezens. Leon was een held op sokken en alleen Amina en de vertrouwelingen van de zoon van de Boswachter wisten dat.
‘Een Likurenvlieger in het Kristallenrijk? Afschuwelijk!,’ brieste de bakker. ‘Het is vast het werk van dat afschuwelijke Bittere Volk om ons angst aan te jagen. Nou, dat zal hen nooit lukken, niet zolang de zoon van de Boswachter ons beschermt!’
‘Het Bittere Volk.’ Amina voelde een vreemd soort opwinding, zoals wanneer ze een spannend boek las. ‘Heb jij ooit wel eens een van hen ontmoet, Leon?’
‘Ik? Nee, gelukkig niet, maar ik heb ze wel geroken en ze stínken!’
‘En dan zijn er nog hun huisspinnen.’ De kleedmaakster van het Kristallenrijk rilde zichtbaar. ‘Sommigen zijn zo groot als waakhonden en ze steken iedereen die in hun buurt durven komen dood!’
‘Mij niet,’ riep Leon luid. ‘Laat ze maar komen, ik vertrap ze,’ hij deed een grote stap naar voren, ‘één voor één.’
Iedereen lachte en Amina’s mondhoeken trokken als vanzelf omhoog. Ze zag weer voor zich hoe Leon zich achter haar verschool, toen een kleine spin aan een dunne draad naar beneden kwam.
Leon zag haar glimlach en grijnsde. 'Eindelijk, mijn prinses lacht.’
Amina voelde hoe ze langzaam begon te ontspannen. Ze keek naar haar vader, stralend op zijn troon en zag zijn vertrouwde knipoog. Misschien viel het allemaal wel mee, misschien had ze zich druk gemaakt om niets.
De gasten kwamen naar haar toe, schudden haar de hand en wensten haar alle geluk en gezondheid toe. Als laatste schuifelde Sam, de bakkerszoon naar voren. ‘Ik hoop dat u een fijne verjaardag hebt, prinses.’ Hevig blozend stak hij een roos naar haar uit.
‘Wat lief, Sam.’ Amina nam de roos van hem aan en rook eraan. ‘Wat leuk dat je ook bent geko…’
‘Ja, heel leuk.’ Leon pakte de roos van haar af én verpulverde hem in zijn hand. ‘Wegwezen, dikzak. Dit is mijn verloofde!’
Sam deinsde achteruit en Amina keek Leon geschrokken aan. ‘Wat?’
Alle gasten waren stilgevallen en keken met grote ogen hun kant op. Amina had het gevoel alsof ze geen lucht meer kreeg. Dit kon niet waar zijn, ze moest het verkeerd verstaan hebben. Maar Leon pakte haar hand nog steviger vast. ‘Het is waar,’ riep hij luid, ‘ik heb de Kristallenkoning om de hand van zijn dochter gevraagd en hij heeft ja gezegd!’
De hele zaal barstte los in een explosie van blijdschap: de gasten juichten, haar vader wipte opgetogen op en neer op zijn troon en Amina zocht de ogen van haar vriendin. Ze zag Kim vlakbij de grote trap, met ogen groot van schrik.
‘Nee,’ zei Amina zacht. ‘Nee!’
Opnieuw werd de zaal stil. Iedereen keek naar haar, dit keer met ongeloof in hun ogen. Maar de blik van haar vader was het ergste: zijn grote ogen, zijn lichtjes trillende onderlip.
Amina wilde niet naar hem kijken of de woedende blik in Leon’s ogen zien, maar er was geen ontkomen aan. ‘Ik…,’ hakkelde ze. Voordat ze nog iets kon zeggen, werd ze onderbroken door een luid geklater. Het regende.
De gasten keken angstig naar buiten. ‘Dit kan niet,’ zei een vrouw nerveus. ‘Het is veel te vroeg, het is nog geen vier uur!’
Toch regende het, Amina zag hoe de druppels razendsnel naar beneden vielen en hoe de donkere aarde dampte van de hitte. Toen kwam de donder, zo luid dat de vloer leek te trillen.
De gasten raakten in paniek en zetten het op een rennen, roepend om bescherming.
Dat was het moment waarop de Kristallenkoning opstond. ‘Rustig!,’ riep hij. ‘Ik vraag jullie allemaal om rustig te blijven en de heer Caster naar de schuilkelders te volgen.’
Leon, die tot dat moment als versteend had toegekeken, knikte. ‘Natuurlijk, mijn koning.’
Niet lang daarna was de zaal leeg en waren Amina en haar vader alleen. Het feest was voorbij. Langzaam werd het geklater minder, totdat het uiteindelijk helemaal stopte.
Amina zuchtte. ‘Ik wilde het niet, ik wilde dit hele feest niet.’
‘Suikertje,’ haar vader kwam van zijn troon en streelde haar wang, ‘ik wilde je alleen gelukkig zien, ik wilde…’
‘…mij koppelen? U wilt dat ik met Leon ga trouwen!’
‘Liefje,’ de Kristallenkoning glimlachte, maar de glimlach bereikt zijn ogen niet, ‘ons volk heeft behoefte aan iets positiefs. We hebben allemaal behoefte aan een feest en je houdt toch van Leon?’
‘Ik hou helemaal niet van hem!,’ Amina kon haar woede niet langer tegenhouden. ‘Ons volk is bang en u denkt aan een trouwerij?!’
Amina wilde zich omdraaien en weglopen, maar toen lag de hand van haar vader op haar schouder. Zijn grijze, glinsterende gezicht een en al bezorgdheid. ‘Denk aan je moeder.’
Amina schudde zijn hand van zich af en ging terug naar haar balkon.
Zodra ze de glazen deuren opende, sloeg de warmte van de afgelopen regenbui haar in het gezicht. Het Zoete Woud zag er triest uit, zoals altijd wanneer de hete regen was gevallen.
Amina keek naar de druppels die aan het afdak kleefden en dacht aan haar moeder.
Haar moeder die was gesmolten door de hete regen.
Amina voelde hoe haar ogen begonnen te prikken en haar keel dichtslibde. Ze wilde niet aan haar moeder denken en toch deed ze het. Dit was zonder twijfel de ergste verjaardag ooit.
Toen hoorde Amina het, een geluid dat ze al lang niet meer in het Woud gehoord had: gefluit, zacht en lieflijk en speciaal voor haar. Nieuwsgierig kwam ze onder de beschermende koepel vandaan en keek naar beneden.
Onder het balkon was een vreemdeling in een witte mantel verschenen.

Reacties (1)

  • Incidium

    Dit is best interessant, ik wil meer lezen^^:D

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen