Foto bij 7


Trevor

Ik ben sprakeloos. Dit is een van de eerste keren in mijn leven dat ik gewoon geen flauw idee heb wat ik moet zeggen, hoe ik het beter moet maken. Normaal ben ik hier zo goed in: ik ben sociaal en goedgehumeurd, maar hier weet ik geen raad mee.
Moet ik haar een knuffel geven? Nee, ik ken haar nauwelijks! Zeggen dat alles goed komt? Dan zou ik liegen, want ik weet niet of alles goed komt met haar.
Sari kijkt me een beetje apart aan en ik merk dat ik staar. Oh god, Trevor, wat doe je? Waarom probeer je hier in het bos een onbekende vrouw te troosten? Misschien wil ze helemaal geen geruststellende woorden; misschien moest ze gewoon haar verhaal kwijt. Nu ik het op die manier bekijk, zie ik dat ze rechter staat dan gisteren, toen ik haar voor het eerst tegenkwam. Ook kijkt ze nu wat opgeluchter, alsof er een last van haar schouders is gevallen.
Uiteindelijk zeg ik: ‘Het spijt me voor wat er is gebeurd. Het kan niet makkelijk zijn om zo jong een alleenstaande moeder te zijn.’ Ze schudt haar hoofd.
‘Nee, dat was het niet. Toch zou ik voor geen goud willen dat de vader van Tess haar had opgevoed, zelfs niet als mijn leven daar makkelijker van zou worden. Ze was van mij en samen konden we alles overkomen. Ze was zo sterk en volwassen, ze had een geweldig leven moeten leiden en ze ouder moeten worden dan ik. Maar nu is ze er niet meer, en ik wel. Zo is het leven, denk ik.’
Alle woorden van de afgelopen paar minuten zijn als een waterval over haar lippen gestort en ik weet niet of dat helemaal haar bedoeling was, want ineens lijkt ze zich opgelaten te voelen en ze kijkt me half beschaamd aan. Dan zegt ze met zachte stem: ‘Ik heb jou alles verteld, nu wil ik jou verhaal horen, Trevor.’
Ik kijk haar onwillig aan, maar ik weet dat het eerlijk is. Sari is open tegen mij geweest, nu is het mijn beurt. Ik zie hoe ze steeds opnieuw naar het litteken op mijn wang kijkt en besluit uit te leggen waarom die daar zit.
‘Als kind ben ik geadopteerd door meneer en mevrouw Canove, ik heb ook hun achternaam. Als kind wilde ik altijd al mensen helpen en toen 14 jaar was zag ik dat een jongen van 8 werd lastiggevallen door kinderen van mijn leeftijd. Ik wilde altijd al een held zijn en dit leek mijn kans, dus zonder na te denken rende ik eropaf. Wat ik niet zag, was dat een van de kinderen een scherpe steen vasthad. Toen ik bij ze kwam draaide het kind zich om en ze begon me te slaan met de steen. Ze was gelukkig niet heel sterk en het enige wat ik eraan over heb gehouden is dit litteken.’
Sari kijkt me aan en probeert zich voor te stellen hoe ik eruit zag toen ik 14 was. Ik wil haar net een foto laten zien uit mijn jeugd als mijn telefoon begint te zoemen. Op het display zie ik dat het Dave is en ik neem op. ‘Dit is Trevor.’
‘Trevor, het is handig als je even terug zou willen komen naar het plaats delict. Er is iets gebeurd.’

Na het telefoontje heb ik me snel verontschuldigd tegenover Sari en ben ik teruggelopen naar anderen. Als ik terugloop vraag ik mezelf af wat er aan de hand is, waarom ze me zo snel nodig hebben. Misschien hebben ze iets ontdekt, of misschien heeft Hannah iets gevonden, een aanwijzing, maakt niet uit wat het is.
Vanochtend is er weer een dood koppel hangend aan een boom gevonden met dezelfde tekenen van wurging als de moorden van gisteren. Ook is er weer een steen in de modder gevonden, met daarop hetzelfde woord: Onverdiend. Omdat de afgelopen moorden dezelfde kenmerken hadden gaan we er nu van uit dat we met een seriemoordenaar te maken hebben, wat een persoonlijke wraakactie vrijwel geheel uitsluit aangezien de twee koppels niets met elkaar te maken hebben, behalve dat ze op achtereenvolgende dagen aan de rand van het bos zijn vermoord.
Ik zucht. Dit is precies zo’n zaak waarvan je hoopt dat je er nooit een tegenkomt, want deze zaken blijven je achtervolgen. De harteloze moorden en de sadistische wijze waarop de lijken worden achtergelaten met een onbegrijpelijke boodschap zorgen ervoor dat je uren slaap verliest terwijl je nadenkt over mogelijkheden, motieven en de families van de slachtoffers.
Dat is dan ook de reden dat, nadat er een paar weken aan een heftige zaak is gewerkt, iedereen rondloopt als halfdode met ingevallen ogen en enorme wallen. Ook als ik terugkom bij de plaats delict zie ik overal gezichten vol vermoeidheid en tegenzin naar de komende weken. Maar ik zie ook iets anders, en als Dave met een treurige blik naar me toe loopt en me zijn mobiel overhandigt, baant een ijzige kou zich een weg naar mijn hart.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen