Moeizaam open ik mijn ogen. Het is donker. Ik lig...In een slaapzak? Dat is vreemd. Mijn ogen vallen weer dicht. Ik kreun even. De wereld lijkt te draaien. 'Rustig. Blijf maar even liggen.' Wie is dat? Die stem ken ik niet. Ik hoor iets ruisen. 'We kunnen voorlopig sowieso niet weg. Die zandstorm is nog wel even bezig.' Zandstorm? Waar ben ik? Wie is bij me? Langzaam doe ik mijn ogen weer open. Ik zie het silhouet van een man. Wie is dat? 'Hallo?' zeg ik zachtjes. Hij kijkt op. Hij komt dichterbij. In het licht van het vuur kan ik zijn gezicht zien. Het is een Dunmer. Mijn ogen voelen zo zwaar aan. Ze vallen weer dicht en ik zucht. 'Sst,' zegt hij. Hij voelt aan mijn voorhoofd. 'Je hebt een flinke smak gemaakt. Door een zandstorm reizen is spannend genoeg. Van een rots afvallen is iets anders. Je hebt geluk gehad dat ik je nog net kon zien vallen.' Mijn hoofd bonst. 'Ik heb je proberen te helen, zo goed als ik kan. Ben zelf meer van het omgekeerde, als je snapt wat ik bedoel. Wil je wat drinken?' Langzaam knik ik. Ik hoor hem grinniken. 'Oké dan. Ik help je even met rechtzitten. Is dat goed?' Ik open mijn ogen weer. 'Ja...Ja dat is goed.' Hij trekt me langzaam overeind. Ik wrijf even door mijn ogen. 'Wat is er gebeurd?' vraag ik hem. Hij zucht en haalt een veldfles tevoorschijn. 'Dat vraag je mij. Ik was net op weg naar die doorgedraaide Neloth toen die storm goed doorzette. Ik zag bijna niks. Op een gegeven moment zag ik jou staan, boven op de rots. En van wat ik kon zien, had je dat niet door. Voordat ik je kon waarschuwen, viel je naar beneden. Ik ben naar je toe gesneld. Je leefde gelukkig nog, maar je was bewusteloos. Dus ik heb deze grot gevonden. En hier zijn we dan.' Ik wrijf even door mijn gezicht..En realiseer me dat ik heel schaars gekleed ben! Meteen trek ik me terug in de slaapzak. 'Oh ja..' zegt hij. 'Luister, ik heb je wel moeten nakijken. Je hebt gewoon je onderkleding nog aan. Je uitrusting ligt naast je.' Ik draai me om. Hij heeft gelijk. 'Je bent niet van hier,' zegt hij. 'Er wonen hier geen Bretons.' Ik zie dat hij vlees klaarmaakt. 'Nou ja, er is er een. In het dorp van de Skaal. Maar dat is het dan ook.' Ik bekijk hem even. Zo te zien is hij al wat ouder. 'Ik kom uit High Rock. Maar ik heb een aantal jaren in Skyrim gewoond.' Hij kijkt me verbaasd aan. 'Skyrim? Hoe ben je daar beland? Niet echt een politiek hoogstandje daar. Is dat niet wat jullie Bretons doen? Regeren en discussiëren?' Ik zucht. 'Niet allemaal. Ik ben naar Skyrim gereisd met de bedoeling om naar Markarth te gaan. Naar Calcelmo.' 'Die magiër met zijn Dwemer obsessie? Oh jee.' Hij grinnikt. 'Die man is gestoord. Bijna nog erger dan Neloth. Maar wat is je naam?' Ik wrijf een haarlok uit mijn gezicht. 'Arwen. Arwen Stenav.' Hij knikt. 'Aangenaam. Teldryn Sero. Huurling. Heb je het geld, heb je mijn service.' Ik knik. 'Hoor je bij de Companions?' Hij begint te lachen. Verbaasd kijk ik hem aan. 'Wat is daar zo grappig aan?' Hij gaat verzitten. 'De Companions zijn krijgers.' 'Jij toch ook?' 'In zekere zin. De Companions hechten waarde aan eer en Ysgramor en dat circus. Ik, hecht echter alleen waarde aan goud. Dat is het enige waar je overal mee terecht kunt. In de herberg accepteren ze geen gewauwel over een oude Nord als betaalmiddel. Vooral Geldys niet.' Hij zucht even. 'Mocht je het vergeten, maakt hij je dat wel duidelijk. Smerig ventje...' Hij gaat verder met het eten te bereiden. Ik bekijk hem nog eens goed. Hij heeft tatoeages in zijn gezicht en een baard. Hij heeft een klein litteken bij zijn oog. Zijn haar is opgeschoren en in het model van een...Hanenkam? Dat is het enige wat ik me kan bedenken. Hij kijkt me aan. 'Bevalt het?' vraagt hij glimlachend. Ik begin te blozen en kijk weg. Ik ga snel liggen en draai op mijn zij. 'Ik weet niet waar je het over hebt.' Ik hoor hem lachen. 'Oké dan. Wat jij wilt. Ik moet zeggen dat je me verrast. Niet verwacht dat een jong welpje als jij interesse had in een oude hond als ik.' Ik draai me weer om en kijk hem aan. 'Oude hond? Hoe oud?' Hij grinnikt. 'Laten we dat houden op een mysterie. Daar ben jij niet klaar voor, schatje. Ik ben misschien oud, maar ik ben een handvol.' Ik snuif even. 'Ik kan heus wel wat hebben. Ik heb voor hetere vuren gestaan. Ik denk dat ik ook wel oudere mannen heb ontmoet.' Hij kijkt me aan. 'Oh? Laat horen, kitten.' Ik ga recht zitten. 'Ik weet niet hoe oud je bent. Tenzij je ouder bent dan 3000 jaar...' Verbaasd kijkt hij me aan. 'Sorry? Met wie heb je liggen neuken? Azura?' 'Een sneeuwelf,' antwoord ik. Hij grinnikt. 'Wat is daar grappig aan?' vraag ik hem. 'Je hebt liggen neuken met een falmer?' vraagt hij. 'Hoe is je dat gelukt? Probeerde hij je hoofd eraf te rukken tijdens de daad, kitten?' Ik zucht. 'Het was geen gewone Falmer. Zoals ik zei, het was een sneeuwelf. En zijn naam was Gelebor. De laatste van zijn soort. Het maakt ook niet uit. Hij is in Skyrim, en ik ben hier.' Ik peuter wat aan de deken. Ik hoor iets verschuiven. 'Luister schoonheid.' Voorzichtig kijk ik op. Hij is een stuk dichterbij geschoven. 'Wat zeg je ervan dat we het rustig aan doen vanavond?' Ik kijk in zijn donkerrode ogen. Ik voel een bekend gevoel opkomen, maar ik probeer het te negeren. Ik wil het niet, niet weer. Niet na alles wat is gebeurd. 'Waar zijn we eigenlijk?' vraag ik met gesmoorde stem. Hij gaat rechter zitten. 'Vlakbij Tel Mithryn. Het idee was om naar de herberg te gaan. Maar wat blijkt nu? Overgenomen door rieklings. Dus dat was geen optie, tenzij je opgegeten wil worden.' Verbaasd kijk ik hem aan. Hij grinnikt. 'Geen zorgen. Normaal eten ze ons niet. Normaal gooien ze alleen van die kleine rotsperen naar je hoofd. Of proberen je enkels open te slaan met een oude dolk. Maar je was bewusteloos. Je zou kunnen zeggen dat je op een offer leek. Je weet het maar nooit met die enkelbijters.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen