Foto bij H52

Dag lieve lezertjes,
Ik heb een trailer gemaakt voor dit verhaal, ik zou het fijn vinden als jullie er eens naar kunnen kijken.(H)
Ik weet dat het wat slechte kwaliteit is, maar het is de eerste keer dat ik een filmpje heb gemaakt.(flower)
Hier is de link: 'Sunlight through Darkness'
Veel plezier nog met lezen!

“Hoor je dan niet blij te zijn?”, vraagt hij als hij mijn bezorgd gezicht ziet. ‘Integendeel. Ik ben er juist bang voor, ik weet al dat het nooit aanvaardt gaat worden door mijn moeder… of door jou.’, zeg ik en slaag mijn hoofd neer. “Ik ga je niet vragen wie het is, ik wil gewoon dat je gelukkig bent.”, zegt hij en hij trekt me plots in een knuffel.

Alaïs Spiorad pov.

Ik zit op mijn bed in kleermakerszit, met mijn wiskundeboek op mijn schoot. De avond was al gevallen en een heldere maan scheen. Er waren geen wolken te bespeuren, dus kon je de sterren hoog aan de hemel zien schitteren. Ik lees vluchtig de definities en de voorbeelden, om dan het boek weg te leggen op mijn bureau. ‘Alaïs, mag ik binnenkomen?’, hoor ik mijn moeder achter mijn deur vragen en ik glimlach. “Ja, kom er maar in.” De deur wordt zachtjes geopend en mijn moeder komt tevoorschijn. Ik steek mijn kaften voor de volgende dag al in mijn boekentas en rits hem toe. Ik draai me om en zie mijn moeder met twee mokken: ‘Ik heb warme chocomelk gemaakt en ik dacht dat we het misschien samen konden opdrinken.’ Ze stapt dan naar mijn bed en gaat er op zitten terwijl ze me een mok aangeeft. Ik glimlach en pak de mok dankbaar aan. ‘Bij jou heb ik er nog iets extra in gedaan. Weet je nog dat je vroeg naar een drankje dat er voor zou zorgen dat de gevoeligheid van de zon zou verdwijnen?’ Ik knik en neem een klein slokje van de chocomelk. ‘Ik heb het toverdrankje erin gedaan, hopelijk is het voldoende.’, zegt ze en ze drinkt nu ook van haar mok. Ik pak mijn bureaustoel en rol hem voor mijn moeder, zodat ik erop kan zitten. Ik wind mijn vingers rond de mok zodat ze lekker warm worden. Ik neem dan nog een slokje. ‘Alaïs, waarom heb je niets verteld over die vampier die je was tegengekomen?’, vraagt mijn moeder plots en ik laat de mok op mijn schoot rusten. “Sinds wanneer maak je je daar zorgen over? Het scheelde je vroeger nooit als ik een vreemde op straat tegen kwam en nu plots wel?” ‘Een vreemde tegenkomen is niet hetzelfde als een vampier, Alaïs.’ “Een vreemde is iemand die je nog nooit eerder hebt ontmoet, dat geld dus ook voor vampiers die ik niet ken.” ‘Tijden zijn nu eenmaal veranderd. Je bent kwetsbaarder geworden!’ Snauwt ze naar me en ik kijk haar niet begrijpend aan: “Waar slaat dat nu weer op! Jij hebt altijd al gezegd dat ik stevig in mijn schoenen stond en dat-” ‘Ja, dat KLOPTE, Alaïs. Maar kijk nu eens naar je. Bij elk gevecht met een monster of demon kom je gewond terug, het moet er eens gedaan mee zijn!’ Mijn mond valt open bij haar laatste woorden. “JIJ hebt me in deze richting geduwd. JIJ hebt ervoor gezorgd dat ik deze job moest overnemen van mijn vader en JIJ hebt er voor gezorgd dat hij er nu niet meer is.”, sis ik tegen haar en ze kijkt me dodelijk aan. ‘Breng je vader niet in dit gesprek, je doet hem enkel schande aan. Hij zou teleurgesteld zijn in jou.’, zegt ze en ik pers mijn lippen op elkaar om me in te houden voor ik haar dingen begin te verwijten. Ze staat met een bruuske beweging op en verlaat mijn kamer zonder een woord te zeggen. Met een klap sluit ze mijn kamerdeur en ik laat me naar achteren vallen op de bureaustoel.

Ik zucht en zet de lege mok op mijn bureau en sta op. Terwijl ik mijn bureaustoel onder mijn bureau schuif, hoor ik geluiden uit mijn kast komen, kort daarna gevolgd door gevloek. Ik blijf geschokt stilstaan. Een indringer? Een monster? “Wie is daar?”, vraag ik in lichte paniek en ik hoor dan een lage mannenstem: ‘Niemand.’ Dan hoor ik gepets van een hand die tegen een voorhoofd slaat. Ik frons, maar de frons verdwijnt al snel wanneer ik besef dat mijn Athame nergens te bespeuren is. Haastig kijk ik in het rond, maar nergens zie ik hem liggen. Ik buk om onder mijn bed te kijken, maar dan besef ik iets. Hij ligt in de kast. Ik draai me met een ruk om en zie hoe de deur van de kast langzaam, piepend opengaat. “Hé, wat is dat?”, hoor ik uit de kast komen en dan zwaait plots de kast helemaal open en een kleine, gedempte gil verlaat mijn mond. Een witte gedaante valt uit de kast en komt met een klap neer op de houten vloer, maar ik kan me niet lang op hem richten, want ik zie hoe de Athame op me af komt gevlogen. Ik ontwijk hem net op tijd en hij beland recht in de muur achter me. Het is een geest. Geesten kunnen niet tegen het zilver van mijn Athame. Ik sta op en kijk weer naar de gedaante, die zich ook omhoog duwt. Een milliseconde kijken we elkaar recht aan, maar lang genoeg voor een blik van herkenning. Hij rent naar de deur, maar deze keer ben ik niet van plan om hem te laten ontsnappen. “Blijven staan!”, roep ik en hij doet de deur open. Ik loop naar hem toe, maar wanneer ik één voet heb gezet op mijn tapijt, trekt hij het dikke stof onder mij vandaan. Onder de plotse verschuiving val ik op de vloer en bots met mijn hoofd tegen de grond en alles wordt zwart…

Reacties (2)

  • VampireMichelle

    mooi stukje en ik ben het met Allmilla eens ik heb het gevoel dat ik van die geest ga houden

    1 jaar geleden
  • Allmilla

    Oeh, ik heb het gevoel dat ik van die geest ga houden...:D

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here