Foto bij H4: Werken en gehoorzamen ~ Halatir

Met stille passen haastte ik mij door de duistere gang. Het grijze gewaad dat ik droeg, wapperde door mijn snelheid en ik zag enkele rode ogen in het duister naar mij kijken. Af en toe klonk het geluid van rammelende kettingen, maar voor de rest bleef het muisstil. Ik negeerde ze en liep door, aangezien die wezens mij zouden vermoorden als ik hen uitdaagde. Het waren barguests, slechts een paar van de wezens die deze duistere elfen kweekten voor hun gevechten. In de verte hoorde ik al gekibbel en eng gelach en ik kon een korte zucht niet onderdrukken. Morchiant had me de opdracht gegeven om naast mijn studies ook zijn leidinggevenden te dienen. Als ik hiervan had geweten…

“Halatir, je bent er eindelijk”, zei een mierzoete stem toen ik de zaal inwandelde en eerbiedig knielde. “Sta op”, zei een andere schelle stem en ik deed wat mij werd bevolen. Voor mij zaten vijf zwarte vrouwelijke elfen op verhoogde tronen. Ik had nog altijd wat moeite met het zien in het donker, maar ik kon wel duidelijk zien dat vier van hen spinachtige onderlijven hadden. Bij zwarte elfen waren vrouwen blijkbaar de baas, terwijl de mannen hun blindelings moesten gehoorzamen. Daar moest ik dus nog wat op oefenen. “Zo, Halatir. Morchiant had ons al verteld dat jij de nieuweling bent?” vroeg één van hen en kort boog ik mijn hoofd. “Dat klopt, jabbress”, antwoordde ik met moeite. De taal van de zwarte elfen was ik nog niet gewoon en aangezien Morchiant dan weer de algemene taal van de elfen gebruikte, werd dit vrij lastig voor me.

“Mooi zo, je kent je plaats. Zoals Morchiant al zeker zal hebben verteld, verwachten wij dat jij je bezig houdt met enkele taken in onze gemeenschap. Jij zult voor onze beestjes zorgen, begrepen? Je begint vandaag al, Kaivokalma zal je naar hun afdeling brengen”, zei een krassende stem en vanuit de schaduwen kwam een jonge vrouwelijke zwarte elf tevoorschijn. “Anasque, jabbress”, zei ik met een nieuw buiging en met een minachtend handgebaar stuurden ze me met de andere elf weg. Ik volgde haar en weer doorkruisten we de gang met de barguests.

“Dus…”, begon ik toen we voorbij die wezens waren. Mijn stem galde doorheen heel de gang en kaatste terug. “… jij bent Kaivokalma? Woon je hier al lang?” vraag ik om de stilte te doorbreken. Ik was dit niet gewoon meer. Ze snoof en antwoordde vijandig: “Maakt dat uit? Vooruit, doorlopen!” Ik fronste. Ze zag er liefelijk uit, maar haar karakter was dat absoluut niet. Ze versnelde haar pas en ik deed dat dan maar ook. Het was maar al te duidelijk dat mannen hier niets te zeggen hadden, wat fijn zeg… Na heel wat gangen, trappen en deuren kwamen we aan bij een stevige zwarte poort en Kaivokalma klopte er 4 keer stevig op. Met een onheilspellend gepiep ging de poort traag open en we stapten door de opening, waarna mijn mond open zakte van verbazing.

Een grote ondergrondse zaal lag voor mij uitgestrekt. Enkele trappen leidden naar een verdieping lager, waar ik een gigantisch meer zag liggen. Op de verdieping waar ik was, stonden vele vuurkorven en ik zag ook bepaalde wezens vuurspuwen vanuit hun hokken. Aan mijn rechter kant zaten verderop 4 reuzen een oven te bedienen en ik zag ook enkele mannelijke zwarte elfen heen en weer lopen om de bevelen op te volgen van de vrouw die stond te roepen. Met de zweep sloeg ze in het rond als de trollen niet snel genoeg waren en het duurde een tijdje voordat ze ons opmerkte. Ze schreeuwde nog kort iets, waarna ze van de stapel vaten afsprong en naar ons toe kwam gewandeld.

Ik boog kort en hoorde haar zeggen: “Ah, het groentje? Niet slecht, niet slecht… Naam?” “Halatir”, zei ik en ze knikte. “Jij mag de basilisken voeren, dat is het makkelijkste werk voor een groentje”, zei ze grijnzend en wees naar de andere kant van de zaal. “Ik doe het één keer voor, want we kunnen ons niet veroorloven dat de basilisken ontsnappen of stress krijgen”, zei ze toen nog en gebaarde dat ik moest volgen. “Kaivokalma, zeg maar tegen de Vijf dat de chimera’s klaar zijn voor hun eerste gevecht”, zei de zwarte elfin nog en Kaivokalma antwoordde: “Komt voor elkaar, Lirva”, waarna ze weer weg ging. “En jij, meekomen! We hebben niet alle tijd van de wereld!” schreeuwde Lirva toen tegen mij en ik kon me met moeite inhouden. Pffff, ik wou haar zo graag de nek omwringen…

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Waarom mogen de basilisken geen stress krijgen? Gaan ze dan een ei leggen.

    1 jaar geleden
    • Allmilla

      Nee, omdat ze dan gaan uitademen en hun adem is ook giftig...

      1 jaar geleden
    • Kaffaljidhmah

      ... geen ei dus? Waarom zijn die trollen dan met de oven bezig?

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen