Foto bij 166. - Lucien

Ik vertel mezelf dat ik me de klop op de deur inbeeld; ik negeer hem. Bij de tweede poging begint Emma in mijn armen te bewegen, wakker te worden. Ik doe harder mijn best om het kloppen te negeren.
'Luce...' mompelt Emma slaperig. Ik kus haar warrige haar om te beloven dat er niks aan de hand is.
De deur gaat open - Emma kreunt en drukt zich dichter tegen mij aan, terwijl ik een giftige blik werp op wie er zojuist is binnengekomen. De arme jongen kan niet ouder zijn dan vijftien. Het schaamrood staat hem op de kaken. Een nieuweling, dat lijkt me overduidelijk.
Ik haal de hand die niet onder Emma ligt over mijn gezicht. 'Het is hoogst ongebruikelijk om gewoon binnen te komen lopen. Geen gehoor betekent meestal "hoepel op".'
De jongen wordt zo mogelijk nog roder. 'D-de koning zei dat het dringend was, hoogheid, dat ik u onder geen beding mocht laten weigeren...'
'Is dat zo? En waarom stuurt hij dan iemand die amper een zwaard kan vasthouden in plaats van zijn gebruikelijke lakei?'
Emma slaat me op mijn borst ten teken dat ik die arme jongen niet zo moet pesten, maar we hebben een fantastische nacht achter de rug en voor het eerst in weken lijken we allebei goed te hebben geslapen, dus ik wil nog niet dat het voorbij is.
'De l-lakei van Zijne Majesteit is g-gisteren overleden, hoogheid...'
Oh ja. Dat wist ik wel; ergens in alles wat me naar het hoofd geslingerd werd, is dat blijven haken. Ik wuif de jongen weg. 'Vertel mijn vader dat ik over een uur bij hem zal zijn.'
'Maar Zijne Majesteit...'
'Nu.' Ik wijs hem de deur. De jongen schuifelt weg met hangend hoofd en even ben ik bang dat ik hem aan het huilen heb gemaakt. Dan voel ik Emma naast me bewegen en ben ik dat weer vergeten. Ik begraaf mijn gezicht in haar hals en adem haar geur in.
'Die arme jongen wist niet wat hem overkwam...' mompelt ze.
'Het is zijn eigen schuld dat hij binnen is komen lopen.' Ik rol ons over zodat ik bovenop haar lig. Ze grijnst naar me en strijkt me de krullen uit mijn ogen.
'Moet jij je niet klaar maken voor een afspraak?'
Ik kus haar nog eens diep. 'Ik sla het ontbijt wel over.'

Uiteindelijk ben ik zo laat dat we nogmaals worden gestoord. Godzijdank ben ik aangekleed en heeft Pascalle me net geschoren, maar de wacht kijkt niet blij. Eigenlijk zegt het feit dat het een wacht is en niet de lakei al voldoende.
'Ik kom, ik kom.' Ik buk me over Emma heen en kus haar. Alles is weer goed, en als het had gekund hadden we de hele dag in bed doorgebracht. Mijn vader mag niet klagen - er moet toch iets gebeuren voor die kleinkinderen komen. Ik druk de gedachte snel weg. Zolang Emma niet zwanger is, ga ik me daar niet druk over maken. 'Ik ben zo snel mogelijk weer terug.'
'Laat me niet te lang wachten.'
Achter ons maakt Pascalle kokhals geluiden, waardoor ik in de lach schiet. 'Alsof wij nooit de verhalen horen.' Ze haalt haar schouders op, maar haar wangen kleuren zachtroze. Ik kus haar wang alvorens de wacht ongeduldig zijn keel schraapt en ik hem vluchtig achterna loop.

Mijn vader werpt één blik op me, rolt met zijn ogen en gebaard me te gaan zitten. Ik grijns.
'Alles voor de kleinkinderen, vader.'
Hij trekt zijn neus op. 'Gebruik de volgende keer in ieder geval rozenwater. Je neemt een geur aan.'
'Dat is simpelweg -'
'Genoeg.' besluit hij. 'Ik wil het met je hebben over de zaken in Portugal.' Hij hoest; een droog hoestje dat diep vanuit zijn longen lijkt te komen. Met waterige ogen neemt hij een slok wijn. 'Heb je al nagedacht over het vonnis?'
'Ik heb Eschieve en Emma gisteren pas verteld wat je van me verwacht. Ze zijn de schok nog aan het verwerken, maar ik wilde...'
'Zij maken de keuze niet, Lucien.' Hij kijkt me indringend aan. 'Jij hebt hier de leiding en je kan niet eindeloos uitstellen.'
'Ik moet hier beslissen over de toekomst van een land!' protesteer ik. 'Eschieve en Emma hebben hier ook onder geleden. Ze verdienen een stem.'
'Jij geeft ze een stem. Je geeft ze ook weinig stem omdat je het zo lang voor je hebt gehouden. Je vertrekt over drie dagen naar Portugal om alles te regelen voor het vonnis voltrokken wordt.'
Ik staar hem aan. 'Drie dagen?'
'Drie dagen. Koning Sancho wil voor midwinter het vonnis voltrokken hebben.'
De kamer draait om me heen. Zo snel al. Zo weinig tijd voor een bizar grote beslissing. Ondertussen praat mijn vader door, en ik hoor hem pas als hij vraagt: 'Heb je enig idee wat je wil doen?'
'Ballingschap.' zeg ik schor. 'Naar een eiland.'
Mijn vader fronst. 'Je wil haar laten leven?'
'Het is nogal wat om over te beslissen, vader. Als ik haar laat ombrengen heeft dat effect op de hele Portugeese koningsfamilie en hun relatie met ons.' Onverholpen haal ik mijn handen door mijn haar; het moet gewassen worden, er zitten tientallen klitten in.
'Ze heeft je er praktisch toegebracht je jongere zus in het been te schieten!' Zijn bovenlip trekt, zoals altijd als hij boos is. Ik krijg er de rillingen van, en ineens besef ik me waarom ik juist deze beslissing moet maken. Als het aan mijn vader had gelegen, had hij het hele koningshuis afgemaakt.
'Drie dagen, Lucien. Je neemt de beslissing mee in een verzegelde brief zodat je onderweg niet van gedachten kan veranderen.'
Ik knik verslagen, bedank hem voor zijn tijd en verlaat de ruimte.

In mijn vertrekken wacht Emma nog steeds op me. Ze staat met een half doorzichtige japon bij het raam naar buiten te kijken, met haar rug naar me toe. 'Je hebt me nogal laten wachten.' zegt ze speels, spelend met haar haren. Als ik niet snel genoeg antwoord geef draait ze zich om, en de blik in haar ogen schiet onmiddellijk naar bezorgdheid. 'Geen goed gesprek?' vraagt ze zachtjes.
Ik schud mijn hoofd en laat me op het bed vallen. 'Ik vertrek over drie dagen naar Portugal. Met een verzegeld vonnis.'
Ze komt bij me liggen. Ik verstop mezelf in de rondingen van haar lichaam en focus me op het gevoel van haar vingers door mijn haar en haar zachte geneurie van Engelse liefdesliedjes die ik niet ken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen