Foto bij 017 Harry

Het landschap raast aan me voorbij. Alle bomen lijken hetzelfde te zijn. De herfst maakt langzaam zijn intrede. Al schijnt de zon nog wel licht en voel hoe de stralen mijn gezicht verwarmen. Wanneer ik mijn ogen sluit, verschijnen de flitsen van de tientallen camera's op mijn netvlies. Het drama van zonet lijkt al weer uren geleden. Het ziekenhuis verlaten bleek dus lastiger dan gedacht. Meer fans, meer paparazzi en meer interviewers als gedacht. Iedereen die een stuk van mijn leed wilde hebben. Niet dat ze dat hebben gekregen, waarschijnlijk zal ik morgen wel beschreven worden als 'onverschillig' 'depressief' of de ergste van allemaal 'arrogant'. "James, you missed the exit. We had to go left here to go to my house, you know that by now, right? Mijn stem klinkt licht geïrriteerd. Voordat James - mijn chauffeur- antwoord schud hij zijn hoofd zacht en laat ook een geïrriteerde zucht ontsnappen. "Yeah, I know were you live, but your mom has rented a house miles away from yours. So that paparazzi or fans or whoever can't disturb you. It's a house near a beautiful forest. So yeah that's why I missed the exit." Verklaard James nu ontspannender.
"Hmm.. Fine. Always my mom." Mompel ik terug, al zal James het wel niet verstaan hebben vanwege mijn zachte uitspraak en de afstand die de woorden moeten afleggen.
De radio staat aan. Ik hoor het wel, maar de liederen, interviews en nieuwsberichten lijken niet door te dringen. We zijn nu al een minuut of tien uit het centrum van Londen. Waar de huizen eerst dicht op elkaar stonden, hebben ze nu plaats gemaakt voor huizen met een voor -en achtertuin, spelende kinderen en mensen die elkaar vriendelijk begroetten tijdens het uitlaten van hun favoriete huisdier.
De enkele bomen die in het centrum te zien waren, hebben zich uitgebreid in de buitenwijken.
De bladeren van de bomen zijn langzaam de zoveel verschillende kleuren groen aan het verliezen, deze worden vervangen door een pallet aan bruin, rood, oranje en geel. Ik probeer ze in me op te nemen, maar het zijn er gewoonweg te veel.

Niet veel later rijden we ook deze buitenwijk uit. Weides vol met schapen en koeien bezaaien nu het landschap. "We're close, just about five minutes I guess." Roept James naar achter, naar mij.
"I thought something like that, seeing those farm animals." Roep ik lacherig terug naar James.
In de achteruitkijkspiegel zie ik hoe zijn mondhoeken wat omhoog gaan. Wat me verbaast is dat hier veel mensen nog aan het sporten zijn, de meesten rennen of joggen en de andere dertig procent is aan het fietsen. Ik benijd deze mensen maar een beetje, ik haat sporten en zou er dus ook nooit aan beginnen.
Inderdaad na een kleine vijf minuten nog genoten te hebben van de waterige zonnestralen komt de auto langzaam tot stilstand. James stapt eerst uit en ik wacht totdat hij mijn deur open maakt.
Ik heb geen idee wat ik moet verwachten van dit huis, wel weet ik dat het omringd wordt door naaldbomen en dat we aan de rand van een gigantisch bos zijn. Het huis van mijn 'buren' heb ik net wel gezien, maar is niet te zien vanaf deze afstand.
James opent de portier en rustig stap ik uit. Ik kijk iet wat omhoog naar het zwarte stenen huis dat aan het eind van de oprit ligt. Normaal gesproken kent mijn moeder mijn smaakt niet, maar deze keer overtreft ze mijn verwachtingen.
Op het kleine terras staat ze te zwaaien. "What do you think about it?" Roept ze van een afstand.
Ondertussen dat ik naar haar loop bewoner ik het huis nog eens goed. Het is donker en echter toch licht. Modern met een vleugje antiek. Het meubilair past precies bij het huis en met een gemeende glimlach omhels ik mijn moeder. "I really like it." Zeg ik na onze omhelzing. "Zayn helpt me pick it, he knew you would like it." "Thanks Zayn." Zeg ik hardop en mijn moeder begint te lachen. "Come I'll show you the house." "I would like to."

Het huis is precies mijn stijl en stuur Zayn een bedankt appje. Van de donkere leren bekleding op de bank tot de ultramoderne keuken. Bovendien zal ik genoeg tijd doorbrengen in mijn slaapkamer, mijn bed en bureau geven beide uitzicht op het bos, ook de HD tv van een redelijke breedte zal de komende weken veel gebruikt gaan worden.
De ringtone van mijn moeders telefoon gaat. "Oh hi." even blijft het stil. "I will be there as soon as possible." Weer stil. Haar voetstappen komen de trap op. Ze klopt op mijn deur en draai me om. "There is an emergency at work in Belfast, at the headoffice. They need me there for the next two or three days." Haar gezicht spreekt boekdelen en ze vind het klote. "I don't want to leave you here like this, but I need to go." "Don't worry about me mom, the fridge is full and everything what I need is here. So you go and save the world." Waarbij ik haar een knipoog geef. "Oh darling you're the best." Ze loopt naar me toe en geeft me een dikke knuffel. "Mo-om, can't breathe." Zeg ik voor de grap, de grap die ik al sinds ik zes jaar gebruik als ik een knuffel van mijn moeder wil vermijden. "Sorry, darling." Een zachte kus beland op mijn voorhoofd. "I will call, I promise." Zeg ik, hopend dat ik het niet ga vergeten.
Snel loopt ze naar onder, pakt haar tas en loopt de voordeur uit. Op de oprit staat James al klaar op haar weg te brengen en al telefonerend stapt ze de auto in.
Alleen blijf ik achter. Bedenkelijk kijk ik eens rond om te zien wat ik wil gaan doen. Ik haal mijn telefoon uit mijn broekzak en laat me vallen op het gigantische bed en bel Brandon. Brandon mijn held in donkere tijden en al leek het zo goed te gaan vandaag, ik weet dat het morgen of overmorgen anders zal zijn.

Als ze had geweten wat ik in de komende dagen zou gaan doen, zou ze nooit weg zijn gegaan. Nu zal ze denken dat het haar schuld is. Nu zal ze hopen op antwoord, en antwoord dat krijgt ze niet.
Ze zal hoop houden, totdat er iets veranderd. Maar of er iets gaat veranderen weet niemand.




Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen