Foto bij Waar het einde begint (2)

Even een betere titel voor het verhaal gekozen, niet schrikken!

Na de trap kwamen nog enkele stalen deuren, onkraakbare sloten en een lift. Het glazen ding gleed makkelijk op en neer, met een deuntje op de achtergrond dat niet bij de omgeving paste.
      Amelia liet aan de laatste deur met een knikje haar pasje zien, voor ze naar buiten stapte. De wind op de toren was hevig geweest, maar hier voelde ze het pas echt. Het rukte aan haar haren en haar jas. Enkele meters verder spatte het water in een angstaanjagende schoonheid uiteen tegen de kliffen. Ze kon de zee op haar lippen proeven. Het zout prikte in haar ogen.
      De steiger lag in een baai, die slechts enkele meters breed was. Meer dan een blok beton kon je het niet noemen, maar het hield dapper stand in weer en wind. Bij vloed was het niet eens bereikbaar, maar nu stond het water laag genoeg om de drie reizigers een min of meer veilige weg naar het gebouw te bieden. Achter hen was de boot alweer vertrokken. Lang aanmeren was niet aan te raden hier.
      "Amelia!" De grootste gestalte van de drie stak uitnodigend haar hand in de lucht. Amelia glimlachte beleefd, maar hield haar armen om haar heen geslagen. Ze kneep haar ogen dicht om meer trekken te kunnen onderscheiden, maar dat lukte niet. De zon stond nog achter haar, achter de kliffen en het fort erbovenop.
      "Wat fijn dat je er al bent!" vervolgde de vrouw. Haar toon was kalm, maar ze moest roepen om boven het gebulder en geraas heen te komen. "Laten we snel naar binnen gaan, hier buiten heeft het geen zin om ons met al die formaliteiten bezig te houden. Niet met dit weer." De vrouw, Sara, leidde het viertal met een handgebaar naar binnen. Zelf ging ze voorop, rug en schouders kaarsrecht, haar tred gracieus als altijd. Perfect, zoals altijd.
      Eenmaal binnen overviel de stilte hen. Het deuntje van de lift speelde verder in de kleine inkomhal. Er stond geen meubilair, er was geen receptie. Het fort kreeg geen bezoekers. Niemand kwam alleen aan. Ondanks dat het nogal een kale bedoening was, was de ruimte wel geschikt genoeg voor formaliteiten.
      "Dokter," zei de bewaker die mee op de boot had gezeten. Hij tikte als wijze van afscheid tegen zijn pet, keek Sara even aan en blikte vervolgens ook even naar de twintigers. Daarna draaide hij zich om en liep de stalen deur door die uitkwam op een gang richting de lift. De bewaker aan de deur bleef onbewogen staan, zijn wapen rustig naast hem.
      "Zo," zei Sara. Ze knoopte haar lange jas los en onthulde daarmee haar statige blouse en rok, en het grootste deel van haar lange benen. Zelfs zonder de hakken stak de vrouw nog bijna een heel hoofd boven Amelia uit. Ook de jongeman naast haar trok zijn jas uit, zij het iets minder elegant. Onder zijn kap kwam een bos blonde krullen vandaan. Zijn ogen schoten van links naar rechts, van de kale muren naar het wapen van de bewaker, van Amelia naar Sara en weer naar Amelia. Zijn vingers trokken houterig de knopen los, al leek hij verder niet gespannen te zijn. Eerder opgewonden en misschien wat koud.
      "Welkom, Jonathan," lachte Sara naar de jongeman. Amelia wierp een snelle blik op de vrouw. Ze vond haar mond te groot. Haar tanden te wit. Het gaf haar soms de kriebels. Soms wenste ze dat er ook glas tussen haar en Sara zat wanneer ze een gesprek hadden. Ze was alleen niet zeker aan welke kant ze dan zou staan.
      "Ik laat maar meteen de achternamen en de 'dokters' achterwege, gezien jullie twee veel zullen samenwerken. Professionaliteit is mooi en goed, maar op dit eiland hou je dat maar voor de nummers." De glimlach werd nog breder, spleet haar gezicht bijna in twee.
      "Dus, Jonathan, dit is Amelia. Amelia, Jonathan."
      "Noem me maar Jonah," glimlachte de krullenbol. Amelia glimlachte terug, al ging het niet helemaal ter harte. Hij zag er jong uit, onervaren. Haar schaamte en haar teleurstelling brandden een groot gat in haar keel en haar stem.
      "Aangenaam," raspte ze. Ze schudde zijn hand, die nog koud was van de tocht, en liet snel weer los. Ze kuchte eens en strekte haar rug.
      "Oh, goed. Een band scheppen is geen slecht idee. Tenslotte delen jullie heel wat nummers. Jonathan," Sara richtte zich naar Jonah, die een nerveus lachje liet vallen. "Juist, sorry, Jonah," verbeterde Sara zichzelf. "Je hebt het grootste deel van de dossiers al doorgestuurd gekregen, dus ik neem aan dat je wel weet welke nummers je toegewezen hebt gekregen?"
      Jonah knikte, haalde zijn gsm uit zijn broekzak en tikte enkele keren op het scherm. Ondertussen wreef hij met zijn linkerduim en wijsvinger over zijn kin. Hij speelde met het baardje dat hij niet had. Amelia bedacht zich dat hij niet slecht zou staan met een brilletje. Ze schaamde zich ervoor. Stereoptypes, niet cool. Niet professioneel. Niet goed genoeg.
      "Nummers twee, elf en zestien. Ik heb heel wat informatie over hen meegekregen. Alleen nummer..." Hij scrolde door zijn telefoon. "Vijf niet. Ik heb hem doorgestuurd gekregen, maar verder niets. Zelfs geen naam," glimlachte hij flauwtjes. Zijn wijsvinger tikte tegen de zijkant van zijn telefoon.
      "Ah, nummer vijf, dat klopt. Hij is..." Sara leek even het goede woord te vinden, maar Amelia had lang genoeg met haar gewerkt om te weten dat ze het woord allang gevonden had. "Een geval apart."
      "Zijn ze dat allemaal niet?" grijnsde Jonah. Amelia kneep haar ogen wat dichter. Als er één ding was waar ze niet tegen kon, dan was het mannelijke arrogantie. Domme grapjes maken, stoer doen, het beter weten. Neen. Sara lachte.
      "Ha, daar heb je een punt. Maar vijf is nog iets anders. Zijn dossiers komen onder geen enkele voorwaarde van het eiland af. Je zult het wel merken waarom. Tenslotte is hij degene waarvoor we jou nodig hebben."
      Jonah trok verbaasd een wenkbrauw op, maar Amelia keek vooral naar zijn mondhoek. Er waren twee hoogmoedige rimpeltjes verschenen. Zijn schouders stonden rechter, zijn borstkas ietwat vooruit. Ze mocht hem niet, verdomme.
      "En hij is meteen ook jullie belangrijkste zaak waarbij jullie gaan moeten samenwerken. Nummer elf eveneens, maar Amelia zal je vast al kunnen vertellen dat dat een wat minder harde noot is om te kraken." Sara's glimlach was niet arrogant, maar ook niet hartelijk. Amelia zag er het ijslaagje in dat al maanden haar ruggengraat kwelde. Ze strekte haar rug nog wat verder, sloeg haar armen zelfverzekerd voor haar borst en knikte rustig. Ze kon dit. Ze zou niet falen, niet nog eens. Sara knikte bijna onopmerkbaar terug. Haar glimlach ontdooide, Amelia ademde uit.
      "Goed. Dan is dit al achter de rug. Tijd voor de eerste deur, Jonah." Sara draaide zich om naar de bewaker, die het stalen geval al opendraaide. Het geklik van de sloten weergalmde in de lege kamer, en al snel ook in de gang erachter. Het deuntje klonk hol, totdat het stopte. In de verte zag je de glazen lift en de scherpe rotsen van de kliffen. Het drietal kwam in beweging, Sara voorop, Amelia als laatste.
      De deur viel met een definitieve klap achter hen dicht. De sloten klikten weer op hun plaats. Het deuntje begon opnieuw, toen de lift met een ping de deuren opende.

Reacties (2)

  • Ferdinand

    Amaaaazing!

    1 week geleden
  • NicoleStyles

    Omg je schrijfstijl is echt heerlijk!
    En dat begin(H)
    Snel verder ^^

    1 week geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen