Foto bij OO1 • War of Kings

Er was eens een land dat Volcanica noemde. In dat land bevonden zich drie kastelen: het kasteel Redhill in het noorden, het kasteel Bluehill in het oosten en het kasteel Greenhill in het zuiden. De eigenaar van kasteel Redhill was koning Fredrick; hij was de huidige heerser van het land. Zijn goede vriend, heer Sigfried, was de eigenaar van het kasteel Bluehill en in het zuiden woonde de eigenaar van kasteel Greenhill, Rodrick.
En alle problemen begonnen met het laatstgenoemde kasteel.
Heer Rodrick was een man die gekend was voor zijn publiekelijke uitspraken in verband met koning Fredrick. Het was algemeen gekend dat hij het niet zo eens was met het feit dat Fredrick diegene was die de heerser was van het land. Hij wilde de macht liever voor zichzelf.
De kastelen hadden vroeger een samenwerkingsverbond, maar dat werd allemaal afgekapt toen koning Samuel, de vader van Rodrick, naar de macht greep. Een vergadering volgde en uiteindelijk werd besloten dat de eigenaar van kasteel Redhill, koning Fredrick’s vader, het meest geschikt was om te heersen over het land. Het kasteel was groter, had meer manschappen om zichzelf te kunnen verdedigen en het volk had op democratische wijze besloten dat zij de toenmalige heerser van Volcanica niet geschikt vonden om zijn positie te blijven behouden.
Die beslissing heeft inmiddels voor veel wrevel gezorgd tussen de eigenaren en de manschappen van Redhill, Bluehill en Greenhill. Zeker nu Greenhill een oorlogsverklaring had aangekondigd.
Omwille van het feit dat Rodrick soms wel eens vreemde uitspraken en bedreigingen kon uiten, gingen koning Fredrick en zijn beste vriend heer Sigfried vaak samen zitten om de kwestie te bespreken. Vandaag hadden zij één van die meetings. Koning Fredrick was samen met zijn dochter naar kasteel Bluehill vertrokken zodat hij het probleem kon bespreken met zijn beste vriend. Heer Rodrick had namelijk een oorlogsverklaring geuit en aangezien koning Fredrick zijn manschappen alleen niet wilde riskeren voor een gevecht tegen kasteel Greenhill had heer Sigfried aangeboden dat hij en zijn manschappen mee wilden vechten.
En dat was het moment waarop het verhaal begon.
Evelyn wierp een blik op de spiegel. Een zachte zucht verliet haar lippen terwijl ze haar haren uit haar gezicht veegde. Haar lange, rode haren kwamen in een golvende beweging tot op het midden van haar rug. Haar groene ogen observeerden haar eigen reflectie terwijl ze snel werk maakte van haar haren.
Gisteren waren zij en haar vader aangekomen in kasteel Bluehill. Evelyn wist dat haar vader naar dit soort meetings moest gaan omdat hij de koning was en omdat er van hem verwacht werd dat hij heerste over Volcaninca, maar soms kon ze het niet helpen dat ze zich afvroeg hoe het geweest zou zijn als zij en haar vader op waren gegroeid in een normale familie. Geen meetings, geen verplichtingen, geen oorlogsuitingen, geen levens die in gevaar verkeerden. Het leek allemaal een mooie droom. En misschien was dat ook wel zo.
Als enig kind zijnde en als troonopvolgster van haar vader zijnde, werden er grote verantwoordelijkheden van haar verwacht. Zo moest ze bijvoorbeeld verscheidene meetings en veroordelingen bijwonen zodat ze later, als ze het van haar vader over zou nemen, het land even goed kon begeleiden als haar vader dat deed. Toch was haar vader erg beschermend over haar; hij weerhield haar meestal van het bijwonen van ernstige meetings zoals deze. Hoewel ze bijna achttien was, vond hij het blijkbaar niet nodig dat ze betrokken raakte bij ernstige zaken zoals deze. Evelyn was best wel beschaamd over het feit dat ze blij was dat haar vader haar uit dit soort zaken hield.
“Is alles in orde, prinses?”
Evelyn draaide haar hoofd zodat ze naar de bewaker kon kijken die haar aankeek met een nieuwsgierige blik in zijn ogen. Hij had grote bruine ogen, een atletisch figuur net zoals de rest van de bewakers hier in kasteel Bluehill en het leek erop dat hij haar als een soort roofvogel aan het bestuderen was. Waarschijnlijk omdat haar vader hem had opgedragen haar niet uit het oog te verliezen. De gedachte alleen al zorgde ervoor dat ze de impuls moest onderdrukken om met haar ogen te gaan rollen.
“Natuurlijk,” antwoordde ze op een manier die zelfverzekerder klonk dan hoe zij zich voelde. “Het is niet de eerste keer dat heer Rodrick ons bedreigt. En het zal ook zeker niet de laatste keer zijn. Ik zou grijs haar krijgen als ik me zorgen zou moeten maken om elke bedreiging die hij uitte.”
Evelyn probeerde om naar hem te lachen, maar merkte dat dat nog niet zo gemakkelijk ging. Ja, het was waar dat heer Rodrick al vaker bedreigingen naar haar vader had geuit, maar hij had nog nooit zo direct de oorlog verklaard. Evelyn was bang voor de consequenties die zo’n oorlogsverklaring zou hebben. Haar vader was niet de jongste meer en als hij zou besluiten om naar het strijdveld te trekken, zou er een kans bestaan dat hij nooit meer zou terugkeren.
De bewaker opende zijn mond om waarschijnlijk commentaar te geven op wat ze zojuist had gezegd, maar voordat hij iets kon zeggen, werd de deur die naar de ruimte waar Evelyn en de bewaker zich bevonden geopend. Evelyn keek naar de nieuwkomer en fronste toen ze de commandant herkende van heer Sigfried.
“Je vader vereist je aanwezigheid,” was het enige wat de commandant zei, zijn handen op zijn heupen leunend en met een bijna ongeïnteresseerde blik in zijn ogen.
Evelyn had een gruwelijke hekel aan de man. Hij leek te denken dat hij de geweldigste man was van heel het kasteel van Bluehill en Redhill samen met de manier waarop hij zo naar haar stond te kijken. Ook leek het net alsof het hem allemaal niet zo veel kon schelen.
Aan de andere kant was hij best wel knap. Hij had donker, kort haar dat hij gestyled had in een soort van kuif. Hij had blauwe ogen en zelfs wanneer hij zijn harnas droeg, was het vrij duidelijk dat hij zeer gespierd was. Zijn huid was onbehaard; zijn volle lippen waren duidelijk zichtbaar vanwege het gebrek aan een snor. Ook was hij de jongste van de manschappen van heer Sigfried, wat maakte dat zijn rang wel iets was om onder de indruk van te zijn.
Evelyn beet op haar lip en probeerde zichzelf tot de orde te roepen. Er waren wel belangrijkere dingen dan het uiterlijk van een knappe commandant op dit moment. Ze gaf de bewaker die de scène nauwlettend had gevolgd een snel knikje en stond toen op zodat ze de commandant kon volgen.
Ze wist dat hij Matthew heette. En ze wist ook dat haar vader erg onder de indruk van hem was en hem in een hoog aanzien had.
“Zijn ze tot een conclusie gekomen?” vroeg Evelyn.
“Je weet dat ik geen toestemming heb om antwoord te geven op je vragen, Evelyn,” zei Matthew op een kalme manier. “Je vader zal je uitleg geven zodra we in de vergaderruimte zijn.”
Matthew was niet erg onder de indruk van het feit dat ze de dochter en troonopvolgster was van koning Fredrick; hij had er dan ook geen moeite mee om haar bij haar naam te noemen en niet bij haar titel. Misschien moest ze dat vervelend vinden, maar ze merkte op dat ze dat niet vond. Waarschijnlijk omdat ze op dit moment meer bezorgd was om haar vader dan om het feit dat iemand haar niet aansprak met de correcte titel.
Ze bereikten de vergaderruimte; Evelyn ging vlug naar binnen nadat Matthew de deur voor hun had geopend. Ze merkte de strakke houding op van haar vader en de manier waarop hij naar de kaart keek die zich voor hem uitspreidde; ze voelde haar hart sneller kloppen en een onrustig gevoel nam haar over. Heer Sigfried had dezelfde houding, iets wat haar nog meer van haar stuk bracht.
“Vader?” vroeg Evelyn toen het een tijdje stil was geweest. “U vroeg om mijn aanwezigheid?”
“Dat klopt, lieverd. Ga zitten,” zei haar vader uiteindelijk met een glimlach om zijn lippen die waarschijnlijk geruststellend bedoeld was, maar wat ervoor zorgde dat Evelyn zich nog meer zorgen ging maken.
Toch ging ze zitten en wachtte ze op wat komen ging. Haar vader zei eerst niks, zijn blik weer terug gericht op de kaart die zich voor hem op tafel bevond. Evelyn vroeg zich af waarom haar vader haar in deze meeting had geroepen. Tenzij…
“U bent toch niet aan het overwegen om het strijdveld in te trekken, vader?”
Haar hart begon al onrustig te kloppen bij dat idee.
“Eigenlijk wel ja,” antwoordde haar vader op een rustige toon. “Het zou fijn zijn als…”
“U bent de koning. U kunt niet zomaar je plicht achterlaten puur omdat u naar het strijdveld wil trekken om daar te gaan vechten. U hebt uw manschappen en u hebt een vriendschapsverbond met heer Sigried en zijn manschappen die voor u kunnen vechten. Trouwens, als u dood zou gaan, dan zou ik…”
“Dan zou je meer dan capabel zijn om te heersen over dit land. Dat zou je prima kunnen zonder mij,” onderbrak haar vader haar. “Je bent bijna achttien jaar en je hebt je training goed beëindigd. Al de hoge rangen binnen mijn manschappen zijn positief over je; je weet precies wat je zou moeten doen als je er alleen voor zou komen te staan. Je weet naar wie je je moet wenden wanneer je een probleem hebt en je weet ook dat heer Sigfried’s mannen altijd voor je klaarstaan om je te helpen als dat zou moeten.”
“Vader, als mij iets zou overkomen, dan zal Volcanica geen troonopvolger meer hebben. Dat is tenminste als kasteel Redhill en Bluehill zouden winnen tegen kasteel Greenhill.”
Evelyn wilde nog zo veel meer zeggen, maar ze merkte op dat haar vader en heer Sigfried snel een blik uitwisselden. Ze zag ook dat hun blikken even naar Matthew gingen; Matthew had dit niet in de gaten omdat hij naar Evelyn keek met een frons op zijn voorhoofd.
“Ik ga net doen alsof ik niet gehoord heb dat je de krachten van kasteel Redhill en Bluehill in twijfel hebt getrokken,” zei haar vader met een scherpe ondertoon in zijn stem. “En dat probleem van die troonopvolger kun je snel genoeg oplossen als je het een kans zou geven.”
Evelyn had geluk dat haar vader niemand aan haar op wilde dringen om mee te trouwen. Hij wilde haar misschien niet uithuwelijken, maar ze wist waar zijn voorkeur naar uit zou gaan als hij zou mogen kiezen. Ze wist dat hij dan voor Matthew zou gaan. En daar had ze een ontzettende hekel aan.
“Ik dacht dat we het over de oorlog hadden, niet over mijn toekomstige man,” snauwde ze zowat naar haar vader toe.
Evelyn hoorde hoe heer Sigfried zachtjes grinnikte om haar woorden en hoorde dat Matthew zachtjes snoof, maar besteedde daar geen aandacht aan terwijl ze boos naar haar vader keek. Het enige wat ze echter in zijn blik vond, was warmte.
“Evelyn, ik weet dat dit allemaal veel informatie is om in één keer te verwerken en we weten dat je bang bent wat de toekomst voor je zal brengen als je vader er opeens niet meer zou zijn, maar we kunnen dit niet zomaar aan ons voorbij laten gaan. Als je vader naar het strijdveld trekt, zal hij bij het volk juist in hoger aanzien komen omdat hij laat zien dat hij voor zijn standpunten wil vechten.”
Evelyn begreep er niet veel van, maar besloot om er niet meer verder op door te gaan. Ze wist immers toch dat ze haar vader niet van gedachten kon laten veranderen als hij zijn beslissing eenmaal had gemaakt.
“Oké dan,” mompelde ze. “Maar wees gewoon voorzichtig, ja?”
Net toen haar vader zijn mond opende om nog iets tegen haar te zeggen, werden de deuren van de vergaderruimte met een klap opengegooid. Evelyn fronste toen ze de commandant van haar vader herkende; een onrustig gevoel verspreidde zich in haar binnenste toen ze opmerkte hoe erg hij zijn best deed om zijn emoties niet de overhand te laten nemen.
“We hebben zojuist vernomen dat kasteel Greenhill geprobeerd heeft om ons kasteel aan te vallen, uwe majesteit,” zei de commandant zonder haar vader een kans te geven om iets te zeggen.
Zowel Evelyn als haar vader kwamen omhoog uit hun stoelen. Evelyn merkte op dat haar vader een bezorgde blik in zijn ogen had, maar zichzelf snel herpakte toen hij de blikken opmerkte die hij toegeworpen kreeg. Hij richtte zijn blik op heer Sigfried en gaf een knikje.
“Ik ga met mijn manschappen terug naar kasteel Redhill. Ik wil dat jij een oogje houdt op Evelyn totdat de dreiging weggezakt is.”
“Wat?” riep Evelyn uit. “Maar nee, vader, ik wil meegaan…”
“STILTE!” riep haar vader kwaad. “Je blijft hier totdat ik je de toestemming geef om terug te komen. Ik wil je niet in de buurt van het kasteel hebben als er zo veel gevaar dreigt.”
Hij richtte zijn blik op zijn commandant.
“Kom op, Ryan. We gaan.”
Voordat Evelyn ook nog maar iets kon zeggen, was haar vader al verdwenen met zijn commandant. Ze zonk terug in haar stoel en deed haar best om niet in tranen uit te barsten.
“Het komt wel goed, Evelyn,” zei heer Sigfriend op zachte toon, na een korte stilte. “Hij weet wat hij doet.”
Nadat hij dat had gezegd, stond hij op en vertrok ook uit de ruimte. Waarschijnlijk om zichzelf voor te bereiden voor een gevecht, als dat nodig mocht zijn. Evelyn en Matthew bleven alleen over in de ruimte. Matthew richtte zijn blik op Evelyn en overwoog om iets te zeggen, maar besloot uiteindelijk om dat niet te doen. Hij vond het sowieso ongemakkelijk om met emotionele vrouwen te moeten spreken; dat was niet echt zijn ding. En dus draaide hij zich om en verliet ook hij de ruimte, wachtend op de orders die hij waarschijnlijk ging krijgen.
Het was pas nadat de deur achter Matthew’s rug dichtviel dat Evelyn haar tranen liet gaan.

En het verhaal is begonnen!
Laat me zeker weten wat jullie van het eerste hoofdstuk vinden (: Er wordt steeds op maandag en op vrijdag geüpdatet!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen