Foto bij Another Place & Time

When the lights are up and the walls come down / Tell me where do we go now
Can we take a circle, make a sphere / From the old force that holds us here

• • •


De wereld eindigde op 21 december 2012.
      Er was geen plotselinge klap. Geen bom die viel. Het ging geleidelijk, maar dat maakte het nog veel erger. Er was niets dat de mensheid nog kon redden en het was afwachten totdat jij aan de beurt was.
      Het begon in New York City, zoals de meeste dingen ooit beginnen. Begin november viel iemand op Manhattan op dat zijn laptop raar deed. Hij verweet het aan de nieuwe software die hij had gedownload. Geïrriteerd, maar niet bezorgd, ging hij naar bed.
      De volgende dag werd hij dood gevonden.
      De politie concludeerde dat het zelfmoord was. Het slachtoffer had zichzelf opgehangen met de oplaadkabel van de laptop. Er was geen teken van inbraak of geweld en ze hadden geen idee wat ze er anders van moesten maken. Ze hadden beter moeten weten.
      De volgende dagen gebeurden er steeds meer vreemde dingen. In Brooklyn werd een vrouw door haar smartphone geëlektrocuteerd. In Queens werd een flat oververhit en vatte bijna vlam. In de Bronx beweerde een man dat al zijn elektrische keukengerei het op hem gemunt had.
      Toen de metro uitviel er dodelijke ongelukken gebeurden door stoplichten die in de war gingen, had men door dat er echt iets ernstigs aan de hand was.
      De volgende stad was Washington D.C., maar daarna ging alles zo snel dat men niet meer zeker wist welke Amerikaanse stad eerder was. San Francisco, New Orleans, Boston.
      Het duurde niet lang meer voordat de chaos zich naar de rest van de wereld verspreidde. Aan het begin van december was West-Europa één complete gekte geworden. Noord-Afrika ontving duizenden mensen die weg waren gevlucht en verhalen vertelden over nachtmerrieachtige monsters. Aanvankelijk wist Canada wonderbaarlijk genoeg het hoofd boven water te houden, ondanks dat ze buren van het originele land waren. Aan de andere kant van de wereld, in Japan, waren ze al druk bezig met een oplossing, al wist men niet echt goed wat daadwerkelijk de aanstichter was.
      Op 15 december waren alle straten verlaten.
      Op 16 december meldde het enige land ter wereld dat nog geen last had gehad, Groenland, dat ze de eerste tekenen hadden gezien. Computers gingen in de war, begonnen toen uit zichzelf te bewegen en vielen mensen aan.
      Op 17 december hadden de Japanse wetenschappers een doorbraak gemaakt en een oplossing, een soort computervirus, bedacht die alle doorgeslaagde apparaten weer normaal moesten maken. Ze werden allemaal vermoord door diezelfde apparaten, die eindelijk hun schuilkelder binnen wisten te dringen. Het tegengif zou nooit worden ingezet.
      Uiteindelijk, op vrijdag 21 december 2012, de dag van de gevreesde Maya-voorspelling, werd alles nog eens een stukje erger. Alle apparaten voegden zich bij elkaar samen, samengesmolten door een substantie die zwarter dan zwart was, en vormden monsterlijke wezens die elk mens die ze zagen vermorzelden. Militaire kampen waren al opgezet om mensen op te vangen en een veilige haven te dienen, maar die hielden amper stand.
      Als je al niet werd opgegeten, dan werd je vrij zeker wel ziek door de mysterieuze substantie die de monsters leven gaf. Het leek op olie, maar dan dikker en had een donkerblauwe glans. Zelfs maar een klein beetje zorgde ervoor dat je cellen afstierven, je organen uitvielen en je niet meer te redden was.
      Langzaamaan verviel de wereld in niets meer dan een grijze waas, met ruïnes waar ooit wolkenkrabbers stonden en verlaten straten die bijna ongebruikt bleven. Alle hoop was verloren.
      Dat was hoe het toen was.
      Dit is hoe het nu is:
      Een verloren held stond in het midden van een groen veld. Ondanks alles had de natuur al snel de beschaving overgroeid en ze werd omringd door leven. Haar kapsel was een stuk ingekort toen ze een geroeste schaar tegen was gekomen in haar zoektocht naar nieuwe kleding. Een gestolen boog, een souvenir van een andere wereld, hing op haar rug.
      Het was bijna een week geleden dat Lynn terug was gekeerd uit een beschaving die nog stand hield. Het leek bijna een droom, of een hallucinatie zoals ze die zo vaak had. Ze had haar groep weer gevonden, maar er ook weer haastig afscheid van genomen toen die besloot om in het veilige militaire kamp te blijven.
      Ze had nog steeds last van haar schouder. De donkere smurrie was van haar gezicht verdwenen, maar haar linkeroog zou waarschijnlijk voor altijd zwart blijven. Een snel gemaakte ooglapje bedekte het, al maakte het niet erg veel uit. Ze kwam amper mensen tegen, alleen monsters.
      Lynn draaide zich om toen ze een dreun achter zich hoorde. Ze had weg weten te komen van de monsters die haar hadden opgewacht toen ze terug in haar dimensie kwam, maar eentje bleef haar heel koppig volgen. Het was niet heel groot, het ding kwam tot ongeveer haar knie, en het had drie tentakels waarmee het zich voortsleepte. Op dit moment keek het nieuwsgierig met wat ooit een cameralens was naar een stel vlinders.
      Zuchtend liep Lynn verder over het veld en het monstertje hobbelde achter haar aan. Ze had het maar Bob genoemd, wat de eerste en enige naam was waar ze op kon komen.
      Ze liet haar handen door het lange gras gaan en vroeg zich af wat er met haar hooikoorts was gebeurd. Ze besefte dat ze gauw voedsel en iets te drinken moest vinden. En misschien een accu? Waar haalden die monsters eigenlijk hun energie vandaan, als het niet van mensen opeten komt?
      Achter zich hoorde ze een paniekerig gepiep. Ze draaide zich om en zag dat Bob vast aan een boomstam was komen te zitten. Zijn tentakels bewogen alle kanten op, maar het leek niet veel uit te halen.
      ‘Ik zei toch dat je op moest letten waar je loopt?’ snauwde Lynn. Ze beende naar hem toe en maakte hem los. Bob maakte een blij geluidje en liep weer met haar mee.
      ‘Je weet toch dat ik er niet lang meer ben om je te helpen?’ Ze had geen idee hoe lang ze nog te leven had voordat de ziekte haar overnam en ze in een monster veranderde. Tenminste, als ze niet door een ander monster vermoord werd of omkwam van de honger.
      Ze wandelden nog een paar honderd meter door en het landschap veranderde. Een uitgebrande boerderij. Wat verlaten huizen. Het begin van een dorp.
      Ze kwamen een gescheurde poster tegen waar THE END IS NIGH op stond. Met een schuin hoofd keek Lynn ernaar. Ze had het maar al te graag gefotografeerd en op Instagram gezet.
      Op dat moment maakte Bob opnieuw een paniekerig geluid, alleen was het dit keer hoger. Het betekende dat een ander, groter monster in de buurt was.
      Ze verscholen zich achter een muur en Lynn keek voorzichtig de hoek om. Op het dorpsplein stond een enkel monster. Dat had makkelijk moeten klinken, als dit monster niet net zo hoog en breed als een huis was. Het leek met zijn tentakels een afvalcontainer door te zoeken.
      Lynn slikte. Ze had nog nooit eerder met zo’n groot wezen gevochten. Voorzichtig haalde ze haar ooglapje weg en stopte het in haar broekzak. Nu kon ze zien waar de vitale organen zaten, die licht gaven en blauwig pulseerden. Ze zaten te diep om vanaf buitenaf te kunnen vernietigen.
      Net op het moment dat Lynn besloot dat ze dit gevecht beter kon laten gaan, draaide het monster zich abrupt om. Het tastte met zijn kabels de grond af. Een laag, mechanisch gegrom vulde de lucht.
      Dat kon maar één ding betekenen. Het wist dat er iets te eten was.
      Lynn vloekte in het Nederlands. Ze haalde haar phasmageweer van haar rug af en probeerde de pijn in haar schouder te negeren. ‘Blijf hier,’ zei ze tegen Bob. Toen stapte ze het plein op.
      Het monster liet een hoog gekrijs horen. Het bracht Lynn zo van haar stuk dat ze verstijfd bleef staan. Nog net op tijd dook ze opzij toen het monster op haar af denderde.
      Voordat het zich om kon draaien had ze een paar schoten gelost. Ze kaatsten af op zijn buitenkant, wat uit losse computeronderdelen bestond. Het monster leek alleen nog maar bozer te zijn geworden.
      Het kwam weer op haar af en Lynn realiseerde zich dat ze heel snel met een nieuw idee moest komen, wilde ze dit overleven. Ondertussen speelde haar kloppende hoofdpijn weer op.
      Ze schoot weer op het monster om hem op afstand te houden en opeens werd ze pisnijdig. Waarom moest zíj nou weer degene zijn die drie jaar lang monsters versloeg? Waarom kon ze niet in het begin gestorven zijn, zoals alle anderen? Het zou haar een hoop littekens bespaard hebben.
      En waarom kon die fucking hoofdpijn haar niet eindelijk met rust laten?
      Woedend hing ze haar geweer op haar rug. ‘Nou, klootzak?’ snauwde ze, en ergens had ze door dat ze nu echt getikt was. ‘Komt er nog wat van?’
      Het monster grauwde en stormde op haar af. Lynn balde haar vuisten en probeerde de explosie in haar hoofd te negeren. Ze beeldde zich in dat ze de pulserende organen in haar handen had.
      En ze één voor één uit elkaar rukte.
      Het licht doofde. Het monsterde deinsde achteruit, wankelde even en viel toen neer op zijn zij. Het bleef stil liggen.
      Lynn liet zich op haar knieën vallen. In haar blikveld dansten zwarte vlekken en vaag hoorde ze een angstig geluid van Bob. Haar hoofdpijn was verdwenen.
      De wereld om haar heen kantelde en ze verloor het bewustzijn.

• • •


Toen Lynn weer wakker werd, was ze er vaag van bewust dat ze op een plaat lag die over de grond werd gesleept.
      Voor haar trok een lang, wazig figuur aan een touw en ze ging weer een meter vooruit. Achter haar hoorde ze het kenmerkende, mechanische geluid van Bob die mee liep.
      Ze staarde naar de grijze lucht boven haar en voelde hoe het donker weer op haar afkwam.

• • •


Toen Lynn weer wakker werd, kon ze de lucht niet meer zien. Ze zag een platfond gemaakt van golfplaten. Ze lag op een matras en een kriebelige deken was over haar heen gelegd.
      Ze probeerde overeind te zitten en kreunde toen ze duizelig werd.
      ‘Je bent wakker! Blijven liggen, alsjeblieft.’ In haar blikveld verscheen een jongeman. Hij probeerde een hand op haar schouder te leggen, maar voordat hij haar aanraakte greep Lynn zijn pols.
      ‘Wie ben jij?’ siste ze wantrouwig.
      De jongen kromp ineen. ‘Eh, ik ben dokter Salvador Pérez. Je mag me Sal noemen. Mag ik mijn hand terug?’
      Lynn haalde een wenkbrauw op. ‘Salvador’ betekende ‘redder’. Hoe ironisch.
      Ze liet zijn pols los en hij zette een paar stappen naar achter. Hij zag er niet bepaald uit als een dokter, met zijn te grote wollen trui, warrige donkerblonde haar en spijkerbroek met gaten. Ze schatte dat hij ergens in de twintig was. De combinatie van sokken in crocs had Lynn in een ander leven vast vreselijk gevonden, maar nu boeide het haar niet veel.
      Haar blik ging de ruimte rond. Zo te zien bevond ze zich in een soort schuur dat omgetoverd was tot leefruimte. Het was nogal een rommeltje. Op elke muur hingen planken vol met blikken en gereedschap. Ze zag wat petrischaaltjes en reageerbuizen. Uit een gebarsten ruitje kon ze zien dat het buiten nog steeds licht was.
      Toen viel haar blik op een spiegel. Haar krullen stonden alle kanten op, maar dat was niet datgene waar ze zich het meeste zorgen over maakte. Een normaal oog en een inktzwart oog staarden terug. Ze wilde dat stomme oog verbergen, maar ze besefte zich dat die dokter het toch al had gezien en het dus niet veel uitmaakte.
      De dokter schraapte zijn keel. ‘Hoe voel je je?’
      ‘Wat maakt jou dat uit?’ Lynn probeerde op te staan, merkte dat haar benen amper werkten en was omgevallen als de dokter haar niet had opgevangen.
      ‘Je moet rusten. Je hebt nogal…’ Hij liet de zin in de lucht hangen en zette haar terug op het bed.
      Ze duwde hem van zich af. ‘Wat wil je van me?’
      Hij knipperde verbaasd met zijn ogen. ‘Je helpen?’
      ‘Ik heb je hulp niet nodig,’ snoof ze. Ze hoorde opeens een gepiep van de grond af komen. Opgelucht zag ze Bob in een hoekje zitten, die zich vermaakte door een klein wiel heen en weer te rollen.
      ‘Ik was toevallig in de buurt,’ zei de dokter. ‘Ik heb je gevonden dankzij zijn gejank. Is hij je huisdier?’
      Lynn aarzelde. ‘Ik denk het.’
      ‘Ik heb wat olie in zijn scharnieren gedaan. Als het goed is, doet hij het nu weer helemaal.’
      Ze fronste en wist niet precies waar hij het over had. ‘Uh, bedankt.’
      ‘Ik heb ook wat bloed van je afgenomen en geanalyseerd. Ik hoop dat je dat niet erg vond. Ik was gewoon nieuwsgierig.’
      Lynn verstrakte. Zo onopvallend mogelijk keek ze waar de uitweg was. Als hij haar iets aan wilde doen, was ze zo weg hier.
      De dokter keek naar haar houding, draaide zich om en pakte iets van een plank. ‘Hier.’ Hij gaf haar vertrouwde phasmageweer terug. ‘Als ik iets doe wat je niet aanstaat, mag je me neer schieten. Hoe heet je, trouwens?’
      ‘Ik heet Lynn.’ Ze klemde het geweer in haar armen. ‘Wat heb je in mijn bloed gevonden?’
      De dokter klaarde op. ‘Het is fascinerend. Ik ben nog nooit iemand zoals jou tegengekomen.’ Hij maakte een gebaar naar haar. ‘Ik bedoel, normaal gesproken gaan mensen meteen dood als ze zo veel Regenivus in zich hebben als jij.’
      Dat klonk haar deels bekend in de oren, al herkende ze dat woord niet. ‘Regenivus?’
      ‘Dat zwarte spul. Bij jou lijkt het er alleen op dat je er juist door in leven gehouden wordt.’
      Lynn snoof. ‘Omdat het me in een monster verandert.’
      ‘Niet precies. Klopt het dat je een wond op je schouder had? Er zit nog steeds verband op.’
      Ze wilde antwoorden dat die wond er ook nog steeds zat. Ze bewoog haar arm, maar het deed geen pijn meer. Fronsend probeerde ze een hand op het verband te leggen.
      De dokter schoof ongemakkelijk heen en weer. ‘Zal ik anders even kijken?’
      Wantrouwend keek Lynn hem aan. Uiteindelijk deed ze haar nieuwe jack uit en draaide zich om. Aangezien ze nog steeds haar oude shirt met het gat erin droeg, was ze niet bereid om nog iets anders uit te doen. Ze hield nog wel haar geweer op zo’n manier vast dat de dokter het kon zien.
      Hij schuifelde dichterbij en ze voelde hoe hij het oude verband weghaalde. Na een paar tellen stilte zei hij: ‘Het is compleet genezen. Er is alleen nog een litteken. Hoe zit het met je andere verwondingen?’
      Lynn fronste weer. ‘Die heb ik niet.’ Ze draaide zich om zodat ze de dokters opgetogen gezicht kon zien. ‘Wat?’
      ‘Mijn theorie klopt! Heb je vroeger nog ergens last van gehad? Allergieën?’
      ‘Hooikoorts, maar dat is weg.’
      Hij knikte opgewonden. ‘Dat komt door Regenivus. Het verbetert je lichaam. Allergieën, verwondingen, afwijkingen. Het laat ze verdwijnen.’
      Lynn deed haar jack weer aan en probeerde niet al te ongemakkelijk te voelen door dat nieuws. ‘Hoe kan dat? Hoe kan het dat het monsters creëert die mensen doden, maar dat het mij juist helpt?’
      ‘Ik weet het niet.’ De dokter wrong zijn handen. ‘Ik bedoel, het was aanvankelijk ook bedoeld om dingen te repareren. Het zou virussen moeten opsporen en die omvormen zodat die ongevaarlijk waren. Zo heb ik het gemaakt. Ik weet niet hoe dit ervan gekomen is.’
      Lynn staarde hem verbijsterd aan, maar hij bleef doorpraten.
      ‘Je bent trouwens niet de enige. Ik ben zo vaak ermee in aanraking gekomen dat ik er ook wat van in mijn bloed heb. Maar ik leef ook nog steeds! En dat terwijl ik eigenlijk een hartafwijking heb en mijn medicijnen allang op zijn. Regenivus zou dat allemaal kunnen verklaren. Ik moet alleen nog…’
      Hij werd onderbroken toen Lynn van het bed afsprong en het geweer op hem richtte. ‘Jíj hebt dat spul gemaakt?’
      De dokter slikte. ‘Ja, als een computerprogramma.’
      Lynn probeerde niet te trillen van de woede. ‘Drie jaar,’ zei ze. ‘Drie jaar heb ik zo moeten rondlopen, dankzij jou. De wereld is ten onder gegaan, dankzij jou.’ Ze zou hem moeten vermoorden. Ze zou hem moeten neerschieten.
      Hij zou de eerste mens zijn die ze doodde, maar het zou het waard zijn.
      ‘Luister, ik-’ probeerde de dokter.
      ‘Houd je mond! Ik heb dit oog door jou gekregen!’ Ze haalde beverig adem. ‘Jij hebt me in een monster verandert.’
      De dokter schudde zijn hoofd. ‘Het was niet mijn bedoeling! Het spijt me, echt waar. Schiet me alsjeblieft niet neer.’
      Lynn haalde de trekker over. Er gebeurde niets. Het lichtje dat aangaf dat de batterij leeg was begon te knipperen.
      Ze liet het wapen zakken en de dokter begon al opgelucht te kijken. ‘Oh, godzijdank.’
      ‘Er is geen God in dit land,’ snauwde ze. En toen, iets killer: ‘Wil je weten hoe ik dat monster verslagen heb?’
      De dokter haalde een hand over zijn bezwete voorhoofd. ‘Dat vroeg ik me al af. Er waren geen zichtbare verwondingen.’
      Lynn concentreerde zich. Daar, net onder de kraag van zijn trui en op de plek waar zijn hart zat, kon ze een vaag lichtje zien. Ze kromde haar vingers en stelde zich voor dat ze erin kneep.
      De dokter zette verschrikt een stap achteruit en greep naar zijn borst. ‘Nee,’ zei hij ongelovig.
      ‘Geef me één reden waarom ik je zou moeten laten leven.’
      ‘Er is- ik-’ stamelde hij. Hij haalde diep adem. ‘Ik ben bezig met een tegengif. Er is iets dat de monsters aanvalt en in staat is ze te doden.’
      ‘Laat het me zien.’
      ‘Maar-’
      Ze kneep nog iets meer in zijn hart. ‘Ik zei, laat het me zien.’
      Gehaast liep de dokter naar de deur toe en struikelde bijna over een doos. Lynn en Bob, de laatste zich van geen kwaad bewust, volgden hem naar buiten toe.
      Zo te zien waren ze nog steeds in de buurt van het dorp, alleen dan in een andere hoek. In de verte hing een dichte mist. De schuur stond bij een vervallen huis en toen ze eromheen liepen, kwamen ze terecht op een weiland.
      Lynn bleef staan toen ze besefte waar ze naar keek. Verspreid over het veld lagen meer dan twintig monsters van verschillende maten. Ze waren dood, of nog stervende.
      En ze zaten allemaal onder de glitches die de monsters in de andere dimensie ook hadden gehad.
      ‘Ik weet niet precies wat het is,’ zei de dokter zenuwachtig. ‘Het lijkt net alsof ze weer terug veranderen in data, zoals van mijn programma. Maar ze sterven eraan.’
      Lynn wilde net vragen of hij dacht dat ze dat tegen de andere monsters konden gebruiken, toen uit het niets een gezond monster op hen af stoof. Ze duwde de dokter achter zich en begon te letten op de zwakke plekken van het monster.
      Bob sprong echter voor hen en ging op het monster af.
      ‘Nee! Bob!’ Schreeuwend wilde Lynn hem tegengehouden, maar de dokter greep haar vast. ‘Laat me los!’
      ‘Kijk dan wat hij doet!’ riep de dokter terug.
      Ze keek en… dat was onmogelijk.
      Bob was gegroeid totdat hij net zo groot als het monster was. Zijn kleine, rommelige lichaam was veranderd in een verzameling staven en heel wat ruimte dat ertussen zat. Het leek net een kooi.
      Lynns enige metgezel tijdens haar reis sprong op het monster, zodat het vastzat in zijn lijf. Hij begon weer te krimpen en drukte het monster plat. Het stootte een laatste jammerkreet uit voordat het stilviel.
      Bob ging van het karkas af en kromp weer tot zijn normale formaat. Nogal trots keek hij op naar Lynn en de dokter, die verbijsterd waren.
      ‘Goh,’ zei de dokter uiteindelijk. ‘Ik ben blij dat hij het weer doet.’
      Lynn draaide zich naar hem om. ‘Jij wist dat hij dit kon?’
      ‘Jij niet dan?’
      Ze zuchtte, keek van Bob naar de monsters om heen en haalde een hand door haar krullen. ‘Goed dan. Ik laat je leven, dokter. Voor nu.’
      ‘Het is Sal. En dit is niet het enige dat je moet zien.’ Hij liep voor hen uit.
      Lynn tilde Bob op, zodat hij op haar rug kon klimmen, en volgde Sal. De mist die in de verte had gehangen kwam steeds dichterbij en hoe langer ze ernaar keek, hoe meer de mist niet meer echt op mist leek.
      Ze bleven zo’n tien meter voor de plek waar het begon staan. De mist was veranderd in een dichte muur aan glitches, alsof ze voor een computerscherm stonden dat het niet meer deed. Zo ver Lynn kon zien, had de muur een oneindige hoogte, maar het leek wel alsof ze eromheen kon lopen.
      ‘Waar kijken we precies naar?’ Ze wilde een stap naar voren zette, maar Sal hield haar tegen.
      ‘Het lijkt uit hetzelfde te bestaan als wat de monsters hebben, maar verder…’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Het is een paar honderd vierkante meter groot en het groeit heel langzaam.’
      ‘Wat gebeurt er als je het aanraakt?’
      Sal pakte een lange, dode tak van de grond af. Voorzichtig stak hij het uiteinde in de mist. Toen hij het eruit haalde, was het verdwenen.
      Lynn slikte. ‘Het lost op?’
      Hij keek naar waar de tak was gespleten. ‘Het lijkt erop. Alleen… kan jij dat ook horen?’
      ‘Wat?’
      ‘Stemmen.’
      Ze luisterde aandachtig. Inderdaad, vaag hoorde ze gesprekken en verkeersgeluiden. Het leek uit de mist te komen en opeens realiseerde ze waar ze naar keek.
      ‘Dit is een grens,’ zei ze.
      Sal fronste. ‘Hoe bedoel je?’
      Lynn haalde diep adem. ‘Een paar dagen geleden ben ik heen en weer gegaan naar een andere dimensie.’
      ‘Wát?’ Hij liet de tak vallen.
      ‘Het is een lang verhaal. In ieder geval, toen ik heen en weer ging zag ik steeds een korte flits van iets… onbegrijpelijks. Dat was dit.’
      Met hernieuwde interesse staarde hij naar de mist. ‘Dus je denkt dat als we hierdoorheen stappen…’
      ‘We in een andere dimensie komen? Het zou kunnen. Dat of we gaan dood.’ Opeens herinnerde Lynn zich iets. Ze haalde het apparaatje dat ze uit de andere wereld mee had genomen uit haar zak. Er zat een lichtje op dat was gedoofd toen het gat tussen de dimensies werd gesloten. Nu hield ze het voorzichtig dichtbij de mist.
      Het lichtje sprong weer aan.
      Sal staarde naar het apparaatje. ‘Ik neem aan dat je die hebt meegenomen uit die dimensie?’
      Lynn knikte. ‘Ik denk dat het weer verbinding heeft. En dat zou zomaar kunnen betekenen…’
      ‘Dat die dimensie hierachter zit?’ Hij keek twijfelend. ‘Ik weet het niet. Ik schat de kans heel groot in dat we gaan sterven als we iets proberen.’
      Vanaf Lynns rug vandaan maakte Bob heel misplaatst een opgewekt geluidje.
      ‘We moeten het proberen,’ zei Lynn. ‘Ik heb nog iets dat afgemaakt moet worden. Je hoeft niet mee.’
      Sal keek achterom, naar de monsters die stil op het gras lagen. ‘Als dit kan verklaren wat er met hen gebeurt, of als het ons helpt om erachter te komen hoe we voorgoed van de monsters af kunnen komen…’ Hij leek een beslissing gemaakt te hebben. ‘Ik ga mee.’
      ‘Goed. Ik garandeer alleen niet dat de andere kant veilig is, of dat ik je kan beschermen.’
      Sal grinnikte. ‘Alsof deze kant wel veilig is.’
      Ze hielden elkaars hand vast terwijl ze keken in een mist van angst en fouten en leegte.
      Lynn herhaalde haar wazige voorspelling in haar gedachten. Het had eerst nog een hallucinatie gebleken, maar het was echt.
      Ray Holemen zou drie keer sterven. Dit was hoe het ging gebeuren.
      ‘Houd je vast, Bob,’ zei Lynn.
      Ze stapten de mist in.


• • •

Reacties (1)

  • Snakey_Crowley

    Oké, allereerst mijn excuses dat deze analyse (zoals gewoonlijk) weer veels te laat gepost word. (ik heb een reputatie hoog te houden, you know)

    Er was geen plotselinge klap. Geen bom die viel. Het ging geleidelijk, maar dat maakte het nog veel erger. Er was niets dat de mensheid nog kon redden en het was afwachten totdat jij aan de beurt was.

    So it's basically just like a lottery? Niet wetend of je het wint, of in dit geval wanneer je dood gaat.

    In de Bronx beweerde een man dat al zijn elektrische keukengerei het op hem gemunt had.

    Weet je zeker dat dit niet gewoon Clint was die klunzig bezig was? Hold on never mind, dat zou beteken dat Clint dood is, Which he better not be.

    Aan het begin van december was West-Europa één complete gekte geworden.

    Waren we dat dan nog niet?

    Op 16 december meldde het enige land ter wereld dat nog geen last had gehad, Groenland, dat ze de eerste tekenen hadden gezien.

    F*cking Groenland

    Op 17 december hadden de Japanse wetenschappers een doorbraak gemaakt en een oplossing, een soort computervirus, bedacht die alle doorgeslaagde apparaten weer normaal moesten maken. Ze werden allemaal vermoord door diezelfde apparaten, die eindelijk hun schuilkelder binnen wisten te dringen. Het tegengif zou nooit worden ingezet.

    Dit en eigenlijk dit hele stuk dat verteld wat er allemaal is gebeurd is echt verdomd mooi en goed geschreven.

    Zelfs maar een klein beetje zorgde ervoor dat je cellen afstierven, je organen
    uitvielen en je niet meer te redden was.

    Erg gezellig dit allemaal.

    Een gestolen boog, een souvenir van een andere wereld, hing op haar rug.[/quote]
    Beter is dit niet van Clint.

    Lynn draaide zich om toen ze een dreun achter zich hoorde. Ze had weg weten te komen van de monsters die haar hadden opgewacht toen ze terug in haar dimensie kwam, maar eentje bleef haar heel koppig volgen. Het was niet heel groot, het ding kwam tot ongeveer haar knie, en het had drie tentakels waarmee het zich voortsleepte. Op dit moment keek het nieuwsgierig met wat ooit een cameralens was naar een stel vlinders.
    Zuchtend liep Lynn verder over het veld en het monstertje hobbelde achter haar aan. Ze had het maar Bob genoemd, wat de eerste en enige naam was waar ze op kon komen.

    1: Cute
    2: Waarom heet iedereen ineens Bob???

    Achter zich hoorde ze een paniekerig gepiep. Ze draaide zich om en zag dat Bob vast aan een boomstam was komen te zitten. Zijn tentakels bewogen alle kanten op, maar het leek niet veel uit te halen.
    ‘Ik zei toch dat je op moest letten waar je loopt?’ snauwde Lynn. Ze beende naar hem toe en maakte hem los. Bob maakte een blij geluidje en liep weer met haar mee.

    Again very cute. I will protect him with my life! Also don't be so rude, he has feelings too.

    Ze kwamen een gescheurde poster tegen waar THE END IS NIGH op stond. Met een schuin hoofd keek Lynn ernaar. Ze had het maar al te graag gefotografeerd en op Instagram gezet.

    Good Omens. Does that mean, no I won't think about this option cause the outcome will most certainly hurt.

    Lynn vloekte in het Nederlands.

    Om dit in het Nederlands te lezen voelt altijd heel raar en ongewoon.

    Het monster grauwde en stormde op haar af. Lynn balde haar vuisten en probeerde de explosie in haar hoofd te negeren. Ze beeldde zich in dat ze de pulserende organen in haar handen had.
    En ze één voor één uit elkaar rukte.
    Het licht doofde. Het monsterde deinsde achteruit, wankelde even en viel toen neer op zijn zij. Het bleef stil liggen.

    PG-18
    Also very bad-ass

    ‘Je bent wakker! Blijven liggen, alsjeblieft.’ In haar blikveld verscheen een jongeman. Hij probeerde een hand op haar schouder te leggen, maar voordat hij haar aanraakte greep Lynn zijn pols.
    ‘Wie ben jij?’ siste ze wantrouwig.
    De jongen kromp ineen. ‘Eh, ik ben dokter Salvador Pérez. Je mag me Sal noemen. Mag ik mijn hand terug?’

    Guy saves your life, and what do you do? You hurt the guy.

    Lynn haalde een wenkbrauw op. ‘Salvador’ betekende ‘redder’. Hoe ironisch.

    Deze zin is ironisch.

    De combinatie van sokken in crocs had Lynn in een ander leven vast vreselijk gevonden, maar nu boeide het haar niet veel.

    BURN!!! HIM!!!

    Hij liet de zin in de lucht hangen en zette haar terug op het bed.

    Hoe moet ik dit voor me zien? Lynn als een plank dit hij op tild? Lynn die heb probeert te vermoorden terwijl hij d'r terug zet? Lynn. alsof ze een baby is hoe hij dr vast houdt en terug zet? Many option.

    Ze hoorde opeens een gepiep van de grond af komen. Opgelucht zag ze Bob in een hoekje zitten, die zich vermaakte door een klein wiel heen en weer te rollen.

    You're killing me with this cuteness. Also heb het voorgevoel dat je Bob gaat vermoorden, maar als je wilt blijven leven doe je dat beter nietxD

    ‘Ik was toevallig in de buurt,’ zei de dokter.

    Nooit, maar ook echt nooit in het gebruik van deze zin was iemand toevallig in de buurt.

    De dokter klaarde op. ‘Het is fascinerend. Ik ben nog nooit iemand zoals jou tegengekomen.’ Hij maakte een gebaar naar haar. ‘Ik bedoel, normaal gesproken gaan mensen meteen dood als ze zo veel Regenivus in zich hebben als jij.’
    Dat klonk haar deels bekend in de oren, al herkende ze dat woord niet. ‘Regenivus?’
    ‘Dat zwarte spul. Bij jou lijkt het er alleen op dat je er juist door in leven gehouden wordt.’

    Iemand die opklaart wanneer het over virussen en dood gaan gaat. Dat zijn de leuke mensen.

    ‘Mijn theorie klopt! Heb je vroeger nog ergens last van gehad? Allergieën?’
    ‘Hooikoorts, maar dat is weg.’

    Lucky bastard, ik sterf nog altijd af aan de verdomde hooikoorts. Much jealous.

    Lynn deed haar jack weer aan en probeerde niet al te ongemakkelijk te voelen door dat nieuws. ‘Hoe kan dat? Hoe kan het dat het monsters creëert die mensen doden, maar dat het mij juist helpt?’
    ‘Ik weet het niet.’ De dokter wrong zijn handen. ‘Ik bedoel, het was aanvankelijk ook bedoeld om dingen te repareren. Het zou virussen moeten opsporen en die omvormen zodat die ongevaarlijk waren. Zo heb ik het gemaakt. Ik weet niet hoe dit ervan gekomen is.’

    Lynn is gewoon half een robot ofzo. Hoe noem je die dingen ook alweer.
    Na het opzoeken op het internet blijkt het word dat ik zoek een Cyborg te zijn. Dus bij deze Lynn is een cyborg omdat het dr beter maakt, net zoals sort of bij de machines? Random theorie hier, waar ik nog niet volledig achter sta in verband met tekort aan bewijs om deze theorie bij te staan.

    Hij werd onderbroken toen Lynn van het bed afsprong en het geweer op hem richtte. ‘Jíj hebt dat spul gemaakt?’
    De dokter slikte. ‘Ja, als een computerprogramma.’
    Lynn probeerde niet te trillen van de woede. ‘Drie jaar,’ zei ze. ‘Drie jaar heb ik zo moeten rondlopen, dankzij jou. De wereld is ten onder gegaan, dankzij jou.’ Ze zou hem moeten vermoorden. Ze zou hem moeten neerschieten.
    Hij zou de eerste mens zijn die ze doodde, maar het zou het waard zijn.

    Welp that escalated quickly. Also Lynn, wat je ook besluit te doen, ik sta achter je!

    Lynn concentreerde zich. Daar, net onder de kraag van zijn trui en op de plek waar zijn hart zat, kon ze een vaag lichtje zien. Ze kromde haar vingers en stelde zich voor dat ze erin kneep.
    De dokter zette verschrikt een stap achteruit en greep naar zijn borst. ‘Nee,’ zei hij ongelovig.
    ‘Geef me één reden waarom ik je zou moeten laten leven.’
    ‘Er is- ik-’ stamelde hij. Hij haalde diep adem. ‘Ik ben bezig met een tegengif. Er is iets dat de monsters aanvalt en in staat is ze te doden.’
    ‘Laat het me zien.’
    ‘Maar-’
    Ze kneep nog iets meer in zijn hart. ‘Ik zei, laat het me zien.’

    It escalated even more wow.

    Bob sprong echter voor hen en ging op het monster af.
    ‘Nee! Bob!’ Schreeuwend wilde Lynn hem tegengehouden, maar de dokter greep haar vast. ‘Laat me los!’
    ‘Kijk dan wat hij doet!’ riep de dokter terug.
    Ze keek en… dat was onmogelijk.
    Bob was gegroeid totdat hij net zo groot als het monster was. Zijn kleine, rommelige lichaam was veranderd in een verzameling staven en heel wat ruimte dat ertussen zat. Het leek net een kooi.
    Lynns enige metgezel tijdens haar reis sprong op het monster, zodat het vastzat in zijn lijf. Hij begon weer te krimpen en drukte het monster plat. Het stootte een laatste jammerkreet uit voordat het stilviel.
    Bob ging van het karkas af en kromp weer tot zijn normale formaat. Nogal trots keek hij op naar Lynn en de dokter, die verbijsterd waren.

    I
    LOVE
    BOB
    OMG, I totally adore him. Can I get him irl?

    Hij keek naar waar de tak was gespleten. ‘Het lijkt erop. Alleen… kan jij dat ook horen?’
    ‘Wat?’
    ‘Stemmen.’

    Eerste sein dat je gek wordt. Sorry guys.

    ‘Goed. Ik garandeer alleen niet dat de andere kant veilig is, of dat ik je kan beschermen.’
    Sal grinnikte. ‘Alsof deze kant wel veilig is.’

    Sal, you sarcastic son of a bitch.

    Ze hielden elkaars hand vast terwijl ze keken in een mist van angst en fouten en leegte.

    Cute?

    Rae Holemen zou drie keer sterven. Dit was hoe het ging gebeuren.

    Wat een fijne voorspelling is dit toch. (also thanks for changing my name. Love you!)


    Opnieuw een fantastisch nieuw hoofdstuk. Well done!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen