Foto bij Scar 46

Hi! Ik ben een tijdje weggeweest omdat ik in het buitenland zat. Ik ben nu weer terug en zal weer in het normale tempo doorgaan met activeren. Bedankt voor het geduld.

Het laatste stuk van het laatste hoofdstuk:
Ik heb geen idee hoe ik daar op moet reageren, dus ik besluit mijn mond maar te houden, ook al ben ik extreem geneigd om haar op mijn knieën te smeken om wat aardiger voor zichzelf te zijn. In plaats daarvan pakken we gewoon allebei nog een glas champagne en doen we alsof we al onze problemen weg kunnen drinken.

Om twee uur 's nachts zijn we weer terug bij het hotel en staan we bij de deur onze jassen weer op te hangen.
‘Mag ik even op je steunen?’ vraagt Paige en ik snap even niet wat ze bedoelt.
‘Wat?’ Dan pas valt het kwartje. ‘Oh, natuurlijk.’
Ze zet haar hand op mijn schouder en trekt dan haar hakken uit.
‘Sorry. Ik ben niet heel stabiel, op het moment,’ verontschuldigt ze zich. ‘Het zijn echt rotdingen.’
'Ik heb er oprecht respect voor dat het je gelukt is ze zo lang te dragen zonder huilend ineen te storten. Het lijkt me heel pijnlijk.'
'Het verbaast mezelf ook. Echt, ik kan haast geen stap meer zetten,' klaagt ze en ze trapt achteloos haar hakken opzij, die ergens onder de kapstok tot stilstand komen.
'Wil je gelijk gaan slapen of wil je nog wat drinken?' vraag ik.
Ze denkt even na en knikt dan, wat vrij onhandig is, aangezien het geen ja/nee-vraag is. Voordat ik erover kan beginnen, gaat ze verder.
'Ik lust nog wel wat,' zegt ze. 'Maar geen alcohol of zo. Thee. Maar ik kleed me eerst even om.'
Ik knik. 'Ja, dat zal ik ook wel even doen.'
Ze verdwijnt haar kamer in en nadat ik snel de waterkoker aangezet heb, doe ik hetzelfde. Net nadat ik gewoon een joggingbroek en een shirt aangetrokken heb, komt zij in een soortgelijke outfit naar buiten.
Terwijl ik de kopjes en theezakjes pakt, gaat ze met een klein sprongetje op de eettafel zitten, haar knieën bungelend over de rand. Ze haalt een paar keer haar hand door haar haar en rekt zich dan uit.
Wanneer de thee klaar is, zet ik haar mok naast haar neer en ze bedankt me er zachtjes voor. Ik ga op het aanrecht zitten, tegenover haar. Even staart ze met hangende schouders voor zich uit, haar blik dof. Dan kijkt ze me aan.
'Ben... Ben ik een slecht persoon?' vraagt ze.
Even ben ik uit het veld geslagen door haar vraag. Dan antwoord ik: 'Nee. Nee, absoluut niet. Waarom zou je dat denken?'
Ze slikt. 'Ik... Mijn vader is dat wel. Een slecht persoon. Een heel, heel slecht persoon.'
Ze staat op en begint te ijsberen. Even laat ik haar haar gang gaan, maar dan sta ook ik stil en vraag ik voorzichtig: 'Wat heeft hij gedaan, dan?'
Ze kijkt me aan, haar blik gevuld met zo veel angst dat ik het er koud van krijg. Het doet me denken aan hoe ze gisteren was, toen ze met tranen op haar wangen en schokkende stem uitlegde wat haar op haar zeventiende was overkomen.
‘Als ik het je zou vertellen, zou je me nooit meer normaal aan kunnen kijken,’ zegt ze, haar stem heel monotoon, maar haar ogen vol tranen.
Ik zet een stapje naar haar toe. Ik wil haar aanraken, in mijn armen nemen, troosten maar doe het niet.
‘Is het zo erg?’ vraag ik met zachte stem. Ze heeft gisteravond verteld over hoe ze bruut ontvoerd en verkracht is. Dat verhaal al leek rechtstreeks uit een horrorfilm te komen. Het idee dat dit misschien wel erger is, zorgt voor een benauwdheid die ik maar niet wegkrijg.
Ze knikt. ‘Het... Het is vrij erg, ja. Erger dan je je voor kunt stellen, waarschijnlijk.’
Ik voel een steen op mijn maag drukken en moet opnieuw de neiging onderdrukken om haar aan te raken.
‘Sloeg je vader je?’ opper ik voorzichtig.
Ik heb geen idee hoe haar vader eruitziet, maar dat heb ik helemaal niet nodig om me voor te kunnen stellen hoe een jongere Paige zich wanhopig af probeert te schermen, een jongere Paige die iemand smeekt haar met rust te laten, een jongere Paige met krassen op haar armen en blauwe plekken in haar gezicht.
Ze lacht schamper. ‘Was dat maar zo.’
Ik dacht dat hij haar, in het ergste geval, als kind mishandeld had, maar de afkeer in haar stem vertelt me dat het erger - zo, zo veel erger - is dan ik had gedacht.
Ze draait zich om en kijkt uit het raam. Aan haar weerspiegeling kan ik vaag zien dat ze zichzelf wanhopig bijeen probeert te houden.
‘Als je bereid bent om het te vertellen, wil ik graag luisteren,’ zeg ik en ik probeer mijn stem zo zacht mogelijk te laten klinken, als een verzoek, niet een bevel.
Ze draait zich weer naar me om en kijkt me even aan, maar dan laat ze haar blik naar de muur over mijn schouder glijden en laat die daar rusten. Ze heeft haar rug gerecht en haar kin in de lucht. Haar kaken heeft ze stijf op elkaar geklemd. Ze laat haar armen voor haar lichaam hangen en met haar linkerhand houdt ze haar rechterpols vast. Het ziet eruit alsof ze een getuigenis af gaat leggen in de rechtbank. Misschien voelt dat voor haar wel zo. Ik twijfel er niet eens aan of ze dit überhaupt ooit met iemand gedeeld heeft.
Heel even overweegt ze al haar opties nog. Dan begint ze te praten.
‘De eerste keer dat ik mijn vader iemand hoorde vermoorden, was ik zeven,’ begint ze en opnieuw werpt ze een blik op mij. Door de onverwachtheid van haar woorden, vertrekt mijn gezicht even. Ik voel ineens mijn hart kloppen, in mijn borst, hals, polsen, buik. Maar ik zeg niks.
Even bestudeert ze mijn houding en dan kijkt ze weer naar de muur achter mij, alsof het makkelijker is om het aan het witte pleisterwerk te vertellen dan aan mij.
‘Ik lag in mijn bed, in mijn kamer. Ik werd wakker van het geluid. Ik weet niet wie het was die hij vermoorde, maar het was een man. Hij vertelde over zijn vrouw, die zwanger was, en hij vertelde over zijn zieke moeder en zijn kinderen en daarna smeekte hij voor zijn leven.’ Ze bijt even haar tanden op elkaar, maar ze heeft geen tranen in haar ogen, geen andere blijk van emotie. Misschien denkt ze dat als ze zichzelf iets laat voelen, dat ze zich dan weer zal voelen als het zevenjarige meisje dat in haar bed lag te luisteren naar haar vaders misdaden. Pas na een paar seconden gaat ze verder. ‘Hij begon te schreeuwen. En na een paar minuten klonk er een knal en hield het op. De ochtend daarna deed ik alsof er niets gebeurd was, alsof ik van niets wist. Ik wist wel degelijk wat hij gedaan had, maar ik zei er niets van. Ook niet toen ik op de vloer bij de deurpost nog een vlekje bloed zag liggen wat mijn moeder vergeten was om weg te poetsen. Tijdens het ontbijt begon hij er zelf over. Hij zei dat hij wist dat ik het gehoord had en dat dat erbij hoorde, bij het leven, bij ons leven. Op een dag, zei hij, zou hij bij mijn zijde staan terwijl ik hetzelfde deed. En hij zei dat hij trots op me zou zijn. Mijn moeder heeft me daar weggehaald voordat het zover kon komen.’
Haar gezicht betrekt terwijl ze eraan terugdenkt.
‘Paige?’ vraag ik voorzichtig na een paar minuten van stilte en wanneer ze me aankijkt, zie ik tranen in haar ogen. Ik zet een stapje naar haar toe, maar raak haar niet aan.
‘Ik denk dat hij deel uitmaakt van de Bratva. Dat... dat is zeg maar de Russische maffia,’ zegt ze en het klinkt alsof haar stem elk moment kan breken. Ze laat haar stijve houding vieren en kijkt naar de vloer. Er rolt een traan over haar wang, maar ze veegt hem niet weg, staart gewoon levenloos voor zich uit. 'Nathan... Hij... Hij heeft zo veel mensen vermoord. En tot nu toe heeft hij me nooit opgezocht en... en misschien weet hij helemaal niet waar ik ben, maar ik... ik betwijfel het. En ik... Ik... Nathan, ik wil hem nooit meer zien.'
Ik overbrug de laatste afstand en leg een hand aan de zijkant van haar gezicht. Ze sluit haar ogen en bijna lijkt ze ontspannen. Met mijn duim strijk ik teder de traan weg. Ik sla zacht mijn armen om haar heen en ze laat zich in mijn omhelzing glijden. Het duurt niet lang voordat ik de eerste snik door haar lichaam voel gaan en ze verbergt haar gezicht tegen schouder. Haar vingers zijn verstrengeld met mijn shirt, klauwend en knijpend, alsof ze niet weet waar ze zal eindigen als ze zich niet ergens aan vasthoudt.
Door het huilen heen komt er een schampere lach over haar lippen. ‘Twee avonden achter elkaar jeugdtrauma’s vertellen en huilend ineen storten. Ik maak zo niet echt een goede indruk, hé?’
Ik strijk zacht met mijn hand over haar haar. ‘Jawel, hoor.’
Ik leun met mijn wang tegen haar hoofd en sluit mijn ogen. Ik kan niet ontkennen dat ook ik een brok in mijn keel heb. Maar hoe kan ik ook anders? Ik ben verliefd op Paige. Ik geef om haar. Ik ben onomkeerbaar voor haar gevallen en het laatste wat ik wil is dat ze pijn heeft, maar daar kan ik niks aan veranderen. Ik kan alleen maar proberen ervoor te zorgen dat er geen nieuwe pijn bijkomt. Wat de herinneringen uit haar verleden met haar doen, kan ik echter niet op laten houden.
Ze slikt en maakt zich na een tijdje van me los. Met haar mouw veegt ze de tranen van haar gezicht en ze bijt op haar lip. Ondanks de tranen en het trillen van haar lippen en haar ineengedoken houding, ziet ze er niet zwak uit.
‘Nate?’ zegt ze dan. En verder niets.
‘Ja?’ vraag ik.
Ze kijkt me aan met een blik in haar ogen die ik niet eerder heb gezien. Dan stapt ze naar me toe en kust ze me, hard en bijna wanhopig. Haar handen liggen in mijn nek, glijden door mijn haren, grijpen zich vast aan mijn shirt. Ik laat mijn ene hand op haar middel liggen en met de andere houd ik de zijkant van haar hoofd vast. Het gevoel van haar zachte lippen op de mijne werkt bedwelmend.
Dan trekt ze zich met grote ogen terug, haast geschrokken van haar actie. Ik buig automatisch iets naar voren, wanhopig naar die ene seconde van langer contact.
‘Ik... Sorry. Ik wilde je niet overvallen... Ik...’ begint ze, naar adem happend en haar stem een beetje hees, maar ik stap naar haar toe en druk mijn lippen weer op de hare.
En ze kust me terug, ondanks dat ze me een tijdje geleden in paniek zou hebben geslagen, overspoeld zou zijn geworden door een golf van angst en achterdocht die ik maar al te goed kan begrijpen. Maar dat doet ze nu niet.
Zij was een andere vrouw.
Ik was een andere man.
Ik heb me vaker dan eens voorgesteld hoe het zou zijn om haar te kussen. Elke keer heb ik het onderschat, blijkbaar, want haar zachte lippen op de mijne brengen een gevoel met zich mee waar ik niet eens van heb kunnen dromen en ervoor zorgt dat ik alleen maar meer en meer wil.
Langzaam begin ik te vermoeden dat ze hier net zo erg naar verlangd heeft als ik, want ze legt haar handen op mijn heupen en trekt me naar zich toe. Een beetje doelloos strompelen we door de kamer, onze lippen nog steeds op elkaar. We komen tot stilstand wanneer ze met haar rug tegen het aanrecht komt te staan.
Ik besef me dat ik waarschijnlijk iets voorzichtiger moet doen, bang dat haar verleden ervoor zal zorgen dat ze in paniek raakt, dus ik kus haar zachter en zachter, waarna ik een paar centimeter naar achteren buig.
Ze opent langzaam haar ogen en ik voel haar zware ademhaling tegen mijn lippen strijken. We kijken elkaar even aan en dan geeft ze me nog een korte, zachte kus.
Ze lacht een beetje zenuwachtig. ‘En?’ vraagt ze een beetje gekscherend. ‘Was dat een beetje goed voor mijn eerste keer?’
Ik frons mijn wenkbrauwen. ‘Eerste keer?’ stoot ik uit.
‘Toen ik in Rusland woonde, was ik nog erg jong en had ik vier superenge broers. Toen ik in Frankrijk woonde, had ik een eng Russisch accent en was ik eigenlijk gewoon in staat iemand bewusteloos te slaan zonder ook maar één druppel te zweten. En sinds ik naar Amerika verhuisd ben, ben ik eigenlijk jarenlang bezig geweest met bang zijn voor alles en iedereen. Mijn liefdesleven is eigenlijk zo’n beetje het saaiste ooit,’ legt ze uit.
Ik kan een glimlach niet tegenhouden en laat mijn armen om haar middel glijden.
‘Misschien moeten we daar maar eens verandering in brengen,’ opper ik en ook op haar gezicht breekt een glimlach door.
‘Ja. Misschien wel, ja,’ zegt ze, waarna ze op haar tegen gaat staan en me weer kust, met haar armen om mijn nek geslagen. Ik vouw mijn handen om haar middel en kantel mijn hoofd een beetje om haar dieper te kunnen kussen. En ik kan alleen maar denken aan haar. Aan hoe ik haar door haar neus adem kan voelen halen. Aan hoe ze zich tegen me aan drukt. Aan hoe haar lippen over de mijne bewegen.
Uiteindelijk is zij degene die de kus verbreekt en ze kijkt me met glinsterende ogen aan, een onuitwisbare glimlach op haar gezicht.
‘Kom mee. Ik wil je iets laten zien,’ zegt ze dan.
‘Wat, precies?’ vraag ik.
‘Vertrouw je me?’ vraagt ze terug.
‘Ja.’
‘Kom dan mee,’ herhaalt ze, met een speelse blik in haar ogen, ze pakt mijn hand in de hare en verstrengeld onze vingers. Bijna als een kind dat een ijsje wil begint ze me mee te trekken naar de deur. Het bevalt me een stuk beter dan de verschrikkelijke pijn die een paar minuten geleden nog in haar blik te lezen was.
Ik twijfel even. Het is nacht. Het is Parijs. Het is voor mij onbekend terrein. Maar het is ook Paige. De keuze is snel gemaakt.
Ik pak mijn jas en trek mijn schoenen aan.

Reacties (1)

  • BethGoes

    YES! EINDELIJK! YES! YES! YES! WOEHOEEEEE!!!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen