Foto bij Scar 47

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik twijfel even. Het is nacht. Het is Parijs. Het is voor mij onbekend terrein. Maar het is ook Paige. De keuze is snel gemaakt.
Ik pak mijn jas en trek mijn schoenen aan.

‘Waar gaan we heen?’ zeur ik voor de zoveelste keer, maar ze antwoordt niet en trekt me aan mijn hand mee door de vaag verlichte straatjes van Parijs. Ik laat me maar gewoon gewillig meegesleurd worden.
Na een tijdje aarzelt ze en kijkt ze wat om zich heen.
‘Wat is er?’ vraag ik.
‘Niks ernstigs, hoor. Ik ben hier gewoon lang niet geweest. Geef me gewoon eventjes de tijd om me de weg te herinneren.’
‘Je bent verdwááld?’ stoot ik uit.
Ze kijkt me geërgerd aan. ‘Nee, natuurlijk niet.’
Ze pakt mijn hand steviger vast en trekt me opnieuw op een hoog tempo mee. Via een steegje komen we aan bij de oude, roestige brandtrap van een oud gebouw.
‘Kom,’ zegt ze. ‘Hier moeten we omhoog.’
Het is het kinderlijke enthousiasme dat ervoor zorgt dat ik doe wat ze zegt. Ze heeft er eigenlijk nog nooit zo licht uitgezien, alsof het gewicht van haar verleden haar niet meer zo naar beneden trekt.
In het donker rennen we via het wenteltrappetje omhoog en ondanks dat het heel onhandig is, zo achter elkaar een steile trap op lopend, laten we elkaars hand niet los. Wanneer we boven aangekomen zijn, lijkt ze even haar adem in te houden. Ze loopt verder het dakterras op en ik volg haar. Er breekt een glimlach door op haar gezicht.
‘Waar zijn we?’ vraag ik en ze kijkt me aan met een blik die ik het liefste in een potje zou willen stoppen om voor eeuwig te bewaren.
‘Toen ik in Parijs woonde, kwam ik hier ‘s avonds, vaak. Kijk, daar kun je de Eiffeltoren zien. En daar is het Louvre. En daar de Notre Dame,’ zegt ze terwijl ze één voor één de plekken aanwijst. ‘En hier heb je om de een of andere reden minder last van lichtvervuiling, dus kun je de sterren zien als het onbewolkt is.’
‘Zoals nu,’ merk ik op.
‘Zoals nu,’ beaamt ze.
Wanneer ze omhoog kijkt naar de sterren, doe ik met tegenzin mee, ook al zou ik veel liever naar haar willen kijken. Ze gaat op haar tenen staan alsof dat iets uitmaakt en wijst naar een bepaald punt in de lucht.
'Kijk,' zegt ze. 'Daar zit de poolster.'
Ik kom achter haar staan om beter te kunnen zien waar ze naar wijst - en om dichterbij haar te kunnen staan - en knik. Daarna steek ook ik mijn hand uit, naast de hare.
'En dan moet dat de grote beer zijn,' zeg ik. Blueberry was oprecht geobsedeerd met de ruimte en ik weet nog precies waar alle sterrenbeelden staan van toen ze het me keer op keer vertelde. Toen vond ik het vervelend. Nu zou ik goud geld betalen om die momenten terug te kijken.
Na een tijdje draait Paige zich naar me om. Even kijkt ze me aan en ik bezwijk haast onder het gevoel die haar stormgrijze ogen met zich meebrengen. Ze legt een hand in mijn nek en de andere tegen mijn wang. Ze gaat op haar tenen staan om er beter bij te kunnen en kust me. Ik laat mijn armen om haar heen glijden en trek haar dichter tegen me aan. Ik buig een klein beetje naar voren zodat ze gewoon weer voetzolen kan gaan staan. Ik voel haar adem door haar neus tegen mijn wang. We hebben geen haast. We kussen elkaar alsof we alle tijd van de wereld hebben, zodat ik al onze aanrakingen optimaal voel.
Na een tijdje trekt ze zich iets terug en ze legt met gesloten ogen haar voorhoofd tegen de mijne. En ik zou nergens liever willen zijn dan hier.
'Wat doen we hiermee?' vraagt ze na een tijdje, haar stem niet meer dan een fluistering. Ik buig iets naar achteren, mijn armen nog steeds om haar rug geslagen, en kijk haar vragend aan. 'Is dit... Wat... Wat zijn we nu? Hoe kan dit met werk? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat... dat niemand weet dat we...'
Even frons ik. En daarna wordt het me allemaal duidelijk.
'Paige, ze kunnen ons niet ontslaan als we een relatie krijgen. Het is niet tegen de regels.'
Eerst zie ik de verwarring in haar blik. En dan: verbazing. Haar ogen worden groot en de lippen die ik dolgraag nog eens zou willen kussen wijken iets van elkaar.
'Wát? Meen je dat?!' stoot ze uit en ik knik. 'Ik heb serieus gezegd dat ik het een slecht idee vond om iets met je te beginnen omdat ik bang was ontslagen te worden en je wist al die tijd dat dat niet zo was?!'
Ik laat haar los en sputter: 'Ik dacht dat je het wist. Ik dacht dat je bedoelde dat, als we iets zouden beginnen en daarna uit elkaar zouden gaan, het dan te ongemakkelijk zou zijn om samen te moeten werken. Ik dacht dat je, als dat zou gebeuren, je ontslag misschien niet in zou willen hoeven dienen. Ik dacht echt dat je het wist. Ze raden het af, maar ze kunnen ons er niet om ontslaan.'
'Serieus?!'
'Ja.'
Ze haalt een hand door haar haar.
'Als ik dat had geweten, had ik dit al veel eerder gedaan,' bekent ze en ze stapt weer naar me toe om me te kussen, waar ik maar al te graag in mee ga. Met mijn linkerarm om haar onderrug geslagen om haar tegen me aan te kunnen houden en met mijn rechterhand tegen haar wang, kus ik haar met meer tederheid dan ik ooit iemand gekust heb. En het is vreemd, want het voelt helemaal niet vreemd. En het maakt me doodsbang, want ik denk dat ik het geweldig vind.
Na een tijdje verbreekt ze onze kus, ook al trekt ze zich niet weg. Ik laat ook mijn rechterarm om haar heen glijden en ze leunt tegen me aan, haar voorhoofd tegen mijn wang.
'Weet je zeker dat je dit wilt?' vraag ik, nog voor dat ik het door heb. Ze kijkt met vragende blik naar me op. 'Ik bedoel... na alles wat er in je verleden gebeurd is, snap ik dat je er misschien nog niet aan toe bent. Je moet weten dat ik dat volledig zou begrijpen, oké? Ik vind het niet erg om te wachten. Echt niet.'
'Ik wil niet wachten,' zegt ze, maar dan zie ik toch iets van twijfel in haar blik en stamelt ze met een felle blos op haar wangen: 'Ik... Alleen... Ik ben niet... Ik denk niet dat ik er al aan toe ben om, zeg maar... je weet wel... seks te hebben.'
Ik knik meteen. Ik kan niet ontkennen dat het nooit in me op gekomen is, misschien zelfs wel vaker dan een paar keer, maar zeker na wat ze gisteravond heeft verteld, verwachtte ik het niet van haar. Ook niet toen ze me gekust had.
Ik strijk een lok haar achter haar oor en leg mijn hand tegen haar wang, mijn duim voorzichtig strijkend over de zachte huid.
'Dat snap ik. Echt, dat snap ik. Ik zal nooit opzettelijk over je grens heen gaan, oké? En als ik wel iets doe wat je niet wilt, dan moet je het me gewoon zeggen,' druk ik haar op het hart.
Ze slaat haar blik neer. 'Weet ik, maar ik... ik snap dat je ook gewoon... zeg maar... je eigen behoeftes heb. En ik ben gewoon bezorgd dat als ik er niet aan toe ben om... Ik snap dat je misschien...'
Ze komt niet meer uit haar woorden en laat haar stem gewoon wegsterven, haar blik stug neergeslagen.
Ik neem teder haar gezicht in mijn handen en druk een kus op haar voorhoofd.
'Paige?' zeg ik en ze kijkt bedeesd naar me op. 'Ik wil je. En dan bedoel ik niet het lichamelijke. Ik wil een relatie met je. En je moet gewoon alle tijd nemen die je nodig hebt. We kunnen het zo langzaamaan doen als je wilt. Ik ga heus niet vol zelfmedelijden tegen alles en iedereen lopen zeuren over dat ik droog sta. Dat maakt me echt niet uit. Paige, het is verschrikkelijk wat je is overkomen. En wat dat met je gedaan heeft, is niet jouw schuld, maar de schuld van de klootzak die je dat allemaal aangedaan heeft. En je hoeft je er niet voor te schamen.'
Met mijn handen nog steeds om haar gezicht, strijk ik met mijn duimen onder haar ogen, die ze sluit. Ze ziet er bijna ontspannen uit. Ze pakt mijn polsen vast, maar trekt mijn handen niet weg. Ik buig voorover en kus haar opnieuw op haar voorhoofd. Ik laat haar gezicht los en laat mijn armen om haar middel glijden. Ik trek haar voorzichtig tegen me aan en terwijl ze haar hoofd tegen mijn schouder rust, wieg ik haar zachtjes heen en weer.
'Je bent gek,' mompelt ze. 'Wist je dat?'
'Ja,' antwoord ik. 'Maar verliefd worden op jou is een van de weinige dingen die ik goed heb gedaan.'
Ze antwoordt niet, maar drukt zich gewoon dichter tegen me aan. Ik voel haar glimlachen. Heel lang staan we daar in stilte en ik laat mijn ogen dichtvallen, mijn kin op haar hoofd steunend. Nooit had ik gedacht dat deze plek, op het dakterras van een of ander oud gebouw in Parijs, de plek zou zijn waar ik het allerliefste wilde zijn, maar het is wel zo.
'Knettergek,' mompelt ze na een tijdje.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Ahhhhh Nathan is echt super lief!!!!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Dit verhaal is geweldig! Ik heb dit net gevonden en het in een ruk uitgelezen echt geweldig!

    1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik ben heel erg blij dat het in de smaak valt!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen