Foto bij Balsemia ~ Deel I.I

DEEL I.
Het rustgevende geluid van het tikken van de klok aan de wand van haar kantoor hoorde ze niet meer zodra ze achter haar bureau plaats had genomen en het boek dat op de hoek had gelegen naar zich toe had getrokken.
Geneviève bladerde naar het hoofdstuk waar ze eerder vandaag was geëindigd en las aandachtig verder. Het boek was haar gisteren gebracht door de uil van haar dochter. Ze had het in een boekenwinkel in de buurt van Beauxbatons gevonden en voor haar gekocht. In het boek werd het leven van de allereerste vrouwelijke Heler beschreven. Het was intrigerend te lezen wat haar allemaal op het pad was gekomen toen ze eenmaal besloten had Heler te worden. Het was ergens ook pijnlijk te lezen hoe groot de strijd was die zij had moeten leveren om haar studie als Heler te kunnen beginnen.
Een zucht rolde over haar lippen terwijl ze de pagina omdraaide en het boek van het bureau nam. Ze draaide haar bureaustoel een kwart, maakte het zich gemakkelijk en las onafgebroken verder. Zichzelf kennende zou ze hier de rest van de nacht blijven zitten. Ze was in staat het boek in één ruk uit te lezen.
Haar studenten hadden weekend. Dit weekend mochten ze het terrein van Zweinstein verlaten en een bezoek brengen aan Zweinsveld. Omdat ze geen lessen hadden te volgen nu, verwachtte ze dat ze als schoolverpleegster weinig werk te verrichten had. Dat zou wel gedurende het begin van de komende week wel veranderen, bedacht ze zich kort. Als de lessen weer zouden beginnen en de studenten zouden proberen er onderuit te komen.
Geneviève schudde haar hoofd, een kleine glimlach lag rond haar lippen. Ze herkende inmiddels heel wat van de snoepjes die de studenten bij 'Tovertweelings Topfopshop' aan de Wegisweg hadden gekocht.
De stilte waarin ze het boek had zitten lezen werd ruw verstoord door het geluid van een harde, diepe en intens woedend gebrul. Geschrokken keek ze op, terwijl ze een rilling over haar hele lichaam voelde trekken. Ze wierp een blik over haar schouder, naar het raam achter haar. Vlug sloeg ze het boek dicht, stond ze op en liep ze erheen om naar buiten te kunnen kijken. Haar blik gleed over de rand van het Verboden Bos, naar het grote meer daar vlakbij. Die ontzettend woedende brul weerklonk nog eens luid door de lucht, werd ditmaal gevolgd door een heleboel angstige kreten.
Resoluut draaide ze zich op haar hakken om. Ze haastte zich het kantoor uit, de ziekenzaal door. Ze rende tussen de rijen bedden door naar de deur toen de deur met een luide knal open werd gesmeten. Geschrokken bleef ze halverwege de ziekenzaal staan, staarde ze in de gitzwarte ogen van haar minst favoriete collega. Hij was gehuld in een gewaad dat net zo diepzwart was als zijn ogen. Zijn halflange, zwarte haar omlijste zijn gezicht. Professor Severus Sneep.
“Severus.”, wist Geneviève verbaasd uit te brengen. Haar hart klopte in haar keel toen ze zich bedacht dat hij – Hij zou toch niet?
“Haast je.”, beet hij haar toe, alsof hij wist dat ze hem verdacht van wat het ook was wat zich buiten op het terrein van Zweinstein bevond. “Minerva heeft je ontboden.”
Hij was door het schoolhoofd gestuurd om haar te halen. Geneviève wist haar glimlach te onderdrukken. Het verklaarde in ieder geval waarom hij naar haar had staan snauwen. Meer dan anders.
Ze nam haar toverstok uit haar broekzak en zwiepte ermee. Als Minerva haar had gesommeerd ter plaatse te komen moest ze er rekening mee houden dat hetgeen ze aan zou treffen heftig zou kunnen zijn. Op haar commando zweefde een klein, donkerbruin leren koffertje achter haar het kantoor uit. Ze had allerhande toverdranken en andere benodigdheden in dat koffertje zitten en als ze haar onderbuikgevoel moest geloven kon ze daar best nog eens een hoop van nodig hebben.
Sneep had zich omgedraaid zodra hij zag dat ze hem de ziekenzaal uit volgde. Hij beende met grote, woeste passen voor haar uit. Zijn gewaad ruiste. Op gepaste afstand volgde Geneviève hem door de ellenlange, brede gangen van het kasteel. Hij leidde haar naar de hoofdingang. Buiten op het bordes stond professor Minerva Anderling. Ze keek bezorgd op toen Geneviève naast haar kwam staan.
“Wat is er gebeurd?”, vroeg Geneviève haar, terwijl ze vanuit haar ooghoeken haar koffertje achter zich in de lucht zag zweven. Sneep stond op gepaste afstand van hen, speurde de horizon af.
Anderling opende haar mond om te antwoorden toen die gruwelijk kwade grauwen en grommen weer door de lucht schalden. Aan de rand van het bos, vlak bij het grote meer, vlogen een aantal vogels luid kwetterend op. Er bevond zich daar iets waar zij voor op de vlucht sloegen. Geneviève voelde het. Haar onderbuikgevoel had het eigenlijk nooit mis.
Met haar toverstok in de aanslag daalde ze de trappen van het bordes af. Ze hoorde dat iemand haar op de voet volgde.
“Wees voorzichtig!”, hoorde ze Minerva roepen. Waarschijnlijk zou zij de wacht bij de ingang van het kasteel houden, om ervoor te zorgen dat de studenten die het luide gebrul van het dier ook hadden gehoord en nieuwsgierig kwamen kijken binnen te houden. Voor hun veiligheid. Per slot van rekening wisten ze niet waar ze mee te maken hadden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen