Vandaag is de dag dat Ilmar het stadje van Rodderdorp bereikt. Zonnestralen strelen de satijnblauwe daken van de stad en de inwoners lijken zonder slag of stoot de dag door te komen. Ilmar besluit om naar een van de timmermensen te huppelen. "Goedemiddag timmermens, verloopt hier alles naar wens?" Ilmar kijkt de man aan met een glimlach. "Uh, joa." Zegt de man een beetje verward. Wat moet deze raar uitziende kerel nu weer? Ilmar zet zijn punthoed even recht. "Echt? Is het heus? Of neemt u me nou bij de neus?" De man frons even. "Ik moet weer verder aan het werk knul." De man draait zich om en laat Ilmar achter met laaghangende wenkbrauwen. Kunnen mensen nou niet gewoon meteen aan hem zien dat hij goede bedoelingen heeft? Het zou zo veel makkelijker gaan als anderen gewoon zouden opletten.
"Achja, doe wat je wilt. Zie maar of dat je honger naar vreugde stilt." Het deed hem wel degelijk pijn, maar hij liet niks merken. Merken zou hij zelf gaan doen, besloot hij. Specifiek op-merken. Wat hij namelijk kon opmerken was een huilend kind bij de put. Ilmar kwam meteen in actie en holde erop af. Met een hand op zijn hoed, en de andere hand die maar wat wapperde, vanwege zijn dunne armpjes. "Mijn kleine vriend, zo fragiel. Je kijkt zo sip, niet eens subtiel." Het meisje groef haar gezicht nog dieper in haar armen. Dit deed onze vriendelijke vreemdeling schrikken. "Maar kindje toch, zo petit en lief. Ik zou graag willen dat ze haar hoofd hief." Ze bleef maar snikken, met af en toe een pauze om naar adem te snakken.
Snakken, dat moest het zijn. Ze wilde iets. "Zeg luister eens hier, ik ken de magie van het plezier. Ilmar is hoe ik heet, wees maar blij dat je dat nu weet. Want tranen gaan nu heen, spoedig ben je niet meer alleen." Ilmar stond rap op, waardoor zijn gele leggings bijna scheurden. Hij maakte een zwaai met zijn arm en een zwier met zijn been. Zijn hoed werd scheef gezet op zijn teen. Hopla. "Wens niet voor een elf, wees vriendjes met jezelf." Hij was berentrots en gooide wat glitters over het meisje heen. Ze keek op met een vragende blik in haar ogen. Ilmar was er maar van uit gegaan dat ze zich alleen voelde. Snel droogde ze haar tranen met de rug van haar hand, waardoor er nu glitters rond haar ogen plakten.
Iets veranderde in haar blik. Haar staar keerde naar binnen. Ze knikte en rende snel weg. Ilmar keek haar na en plaatste zijn hand op zijn borst. "Wat is het prettig om te bestaan, dan kun je mooie dingen zien ontstaan." Hij keerde zich om en keerde zich naar de volgende 'hulphoever', zoals hij dat zelf noemde.

"Tra la la laa.
Mensen helpen doe ik graa,
maar teksten schrijven valt niet mee,
want van schrijven heb ik geen idee"

De eerstvolgende plek waar hij naartoe getrokken wordt is een taverne. De Krakende Kraanvogel, zogeheten.
De deur werd opengeslagen. "Mooie mensen, lelijke mensen en mensen met bagage. Laat mij u verblijden met een barrage. Niet van pijlen of van pijn, maar van vrolijkheid, zal deze barrage gemaakt zijn." Een aantal reizigers zaten aan hun lunch, en niet eens iedereen keek op. "Ga zitten, en houd je rustig." Zei de tavernehouder met een strenge stem. Meteen vouwde Ilmar ineen door deze krachtige aanwezigheid. "Het spijt me mevrouw, ik beloof dat ik me van de chaos behou." Snel huppelde hij naar een tafeltje waar een uitermate ontevreden kijkende man aan zat. Harig was zijn hoofd, en groot was zijn kin. Vies was zijn kleding, en de storm waaide binnenin. "Vertel het eens mijn vriend, waaraan heb je deze droevigheid verdient?" De ogen van de man hadden niet sneller kunnen bewegen, en niet dodelijker kunnen zijn dan een slang. "Zo fragiel." Ilmar's wenkbrauwen schoten omhoog, en zijn bips naar achteren. Daar zat hij dan op de grond. Magie. Deze man bezat het ook. Natuurlijk, woorden worden bij iedere spreuk gebruikt. Hij had nog nooit een andere tovenaar ontmoet! Wat een vreugde!
De man stond op en liep naar de toonbank waar hij zijn centen afgaf om te betalen. Ilmar volgde hem met zijn blik, totdat hij de deur uit liep. Zijn mond stond zo ver open dat een draak er zijn huis van kon maken.
Echter, naast de verbazing was er ook een zekerheid. Deze man móét geholpen worden. Een mede tovenaar kan Ilmar niet in de steek laten. Zeker niet als de man niet weet dat hij een tovenaar is. Dat had Ilmar maar even aangenomen als een waarheid. Hoe kon het ook anders?

De volgende dag zal hij naar de man op zoek gaan en hem laten zien hoe mooi hij de wereld kan maken. Let maar op! Ilmar komt eraan! Maak je klaar voor mooiheid, liederen en plezier!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen