. . .


Verwilderd staarde Alex naar de bloedende stomp.
      Fuck. Fuck fuck fuck!
      Ze gaf zichzelf een mentale klap; als ze zijn leven wilde redden moest ze dat nú doen. Zij was de enige die bij hem was, de enige die kon voorkomen dat hij doodbloedde. Haastig wierp ze een blik op haar eigen been, die gestaag bloedde. De metalen scherf stak uit haar vlees. Hij moest eruit, maar het was een schrammetje bij Koziks verwonding.
      De man was bewusteloos – of was hij dood? Nee, zijn borst ging nog op en neer, de plotse pijn en shock moesten hem te veel zijn geworden. Alex stroopte haar shirt op, met een mes sneed ze haar chestbinder stuk. Daarna hurkte ze bij Kozik neer en trok de rafels van zijn rechterbroekspijp omhoog.
      ‘Niet kijken,’ fluisterde ze. ‘Niet kijken.’
      Het hielp niet, als magneten werden haar ogen naar de stomp net onder zijn knie getrokken. Bot stak uit, vlees bungelde naar beneden. Bloed gutste op de grond. Een golf van misselijkheid overspoelde haar, hitte trok naar haar gezicht en het volgende moment gaf ze over.
      ‘Fuck off, Alex,’ gromde ze tegen zichzelf. ‘Je kan dit. Je hebt dit vaker gezien.’
      En hoewel ze geleerd had wat ze moest doen, had ze het nog nooit gedáán.
      Ze pakte de elastische stof van haar chestbinder, knoopte het op de juiste plek vast en trok hem zo stevig aan als ze kon. Daarna haalde ze haar riem van haar middel en legde die er strak omheen. Meer kon ze niet doen. De wond dichtbranden was een optie, maar dat kostte te veel tijd en ze had er niet de juiste spullen voor. Ze keek om zich heen, op zoek naar hulp. Kozik kon ze nooit in haar eentje verplaatsen, maar de rest was verder gehold en bevond zich in een vuurgevecht. Wanhopig klemde ze haar kiezen op elkaar, tranen sprongen in haar ogen. Fuck. Wat een grote teringzoon was dit. Haastig veegde ze haar ogen af aan haar schouder. Haar blik viel op haar eigen bloedende been. De pijn was scherp, maar het hield haar alert. Het bloeden verontrustte haar echter, zeker zolang ze zich ernstig moest inspannen. Ze dekte de wond af met een stuk van haar chestbinder, rukte haar veters uit haar kisten vandaan en bond het provisorische verband vast.
      Ze stapte uit haar veterloze kisten vandaan, greep Kozik onder zijn oksels vast en begon hem achteruit te slepen. Hij was langer dan zij, een centimeter of vijf, en hij had een beste spiermassa. Zij had echter veel krachttrainingen gedaan, had geleerd om door te gaan tot het einde en dus trok ze hem steeds verder naar achteren.
      Na een meter of tien brandden haar spieren echter al heftig, begonnen haar armen te trillen. ‘Fuck Kozik!’ grauwde ze. ‘Kom bij man.’
      Gefrustreerd liet ze hem vallen en veegde langs haar ogen. Met een kreun klapte hij tegen de grond. Een kreun.
      Direct knielde Alex weer bij hem neer en sloeg hem in het gezicht. ‘Hé! Blijf bij!’
      Langzaam gingen Koziks ogen open. Glazig staarde hij haar aan, daarna werd zijn blik scherper, werden zijn ogen groter. De pijn, hij voelde de afschuwelijke pijn weer.
      ‘Laat me… laat me gaan knul,’ mompelde hij moeizaam. ‘Ik ga… ik ga dood.’
      ‘Hou je bek,’ snauwde ze. ‘We hebben drie uur om je in een ziekenhuis te krijgen en tot die tijd vecht je als een malle tegen dat verlokkende duister, heb je dat begrepen!’ Ze greep met bloederige vingers zijn kin vast en keek hem aan. ‘Heb je dat begrepen? Je bent een Son, je gaat niet opgeven. Ik weet dat het fucking pijn doet, maar je moet hiervandaan hinken tot iemand me kan helpen. Ga zitten.’
      Met verdwaasde ogen staarde hij haar aan.
      ‘Herman Kozik! Ga op die fucking reet van je zitten!’ Ze trok aan zijn schouder totdat hij deed wat ze zei. Toen zijn gezicht op het punt stond om naar zijn been te draaien, greep ze zijn kin weer vast. ‘Kijk me aan. Nu, opstaan. Leun op mijn schouder.’
      Hij jammerde, zijn vingertoppen klauwden in haar schouder. Met steeds meer gewicht leunde hij op haar en ze trok hem overeind en sloeg een arm om hem heen. Ze zette een paar wankele stappen.
      ‘Ja, goed zo,’ zei ze op een mildere toon. ‘We gaan terug naar de anderen, pakken een van die zwarte busjes en dan breng ik je naar het ziekenhuis.’
      Beetje bij beetje schuifelden ze terug in de richting waar ze vandaan gekomen waren. Hoelang had ze? Normaal gesproken een uur of drie, maar dat was wanneer de patiënt stil lag en dat was nu niet het geval. Haar ogen flitsten opzij, naar Koziks doodsbleke gezicht. Hij huilde niet, schreeuwde evenmin en ze was bang dat hij opnieuw zijn bewustzijn zou verliezen. Of gewoon zou sterven.
      Een paar stappen verder stortte hij door zijn been en bleef liggen. Ze probeerde hem weer op te tillen, haatte het feit dat ze niet echt een man was, maar ze kon te weinig gewicht op haar been zetten. Hoe ver was het nog naar de anderen? Het kon nooit ver zijn.
      ‘Ik ga hulp halen.’ Ze streek door zijn klamme, blonde haar en drukte een kus tegen zijn slaap – bij wijze van afscheid als hij het niet zou redden. Daarna stond ze op en strompelde ze zo snel ze kon terug naar waar de hinderlaag van Galindo’s mannen moest liggen.

Eerder dan verwacht liep ze Jax tegen het lijf. Hij droeg nog zwaarder geschut dan zij – blijkbaar hadden ze besloten de wapens die voor de handel gebruikt moesten worden, zelf te gebruiken om hen te hulp te schieten.
      ‘Shane?’ Zijn toon werd donker. ‘Waarom ben je niet bij de anderen?’
      ‘Ik ben ‘m niet gesmeerd als een of andere lafaard,’ gromde ze. ‘Koziks voet heeft een mijn geraakt, zijn halve been is opgeblazen. Hij moet naar het ziekenhuis maar ik kan ‘m niet alleen verslepen.’ Ze gebaarde naar haar afgebonden been.
      Jax aarzelde en wierp een blik naar voren.
      ‘Galindo heeft zat mannen,’ drong ze aan. ‘We hebben niet lang, hooguit twee uur. Kom op, help me in elk geval hem uit het mijnenveld te halen. Hij is je broeder man.’
      Zijn gezicht betrok. ‘Dat weet ik man. Het is alleen niet de enige die mijn hulp nodig heeft.’
      ‘Het is wel de enige die onvermijdelijk gaat sterven zónder je hulp.’
      De man klemde zijn kaken op elkaar, maar knikte toen. Alex vertelde welke richting hij op moest lopen, daarna volgde ze hem zo snel ze kon.
      Opluchting schoot door haar heen toen ze Jax even later zag, met Kozik in zijn armen. Zijn gezicht was bezorgd, iets gaf haar zelfs al het gevoel dat hij zeker wist dat zijn vriend het niet ging redden. Maar Alex weigerde dat geloven. Ze had meer van zulke wonderen verricht zien worden.
      Ze was uitgeput toen ze bij de busjes aankwamen. Alex sloeg een ruitje in en opende de deur vanaf de binnenkant.
      ‘Wat de fuck denk je te gaan doen?’ gromde Jax.
      ‘Hem naar het ziekenhuis brengen.’
      ‘Die achterbak ligt vol illegale wapens!’
      ‘Wat wil je dan? Dat hij doodgaat vanwege een stomme deal? Is geld belangrijker dan mensenlevens? Dan de levens van je eigen broeders?’
      ‘Je hebt geen idee waar je over praat, knul,’ zei Jax op een dreigende toon. ‘Over wie je praat.’
      Alex kneep haar ogen tot spleetjes. ‘Ik heb het over je maatje die doodgaat als we nu níét naar het ziekenhuis gaan.’ Haar ademhaling werd zwaarder. Dit was kostbare tijd die ze verspilde en zonder na te denken, greep ze haar geweer en richtte die op Jax. ‘Leg hem op de bijrijdersstoel.’
      ‘Serieus? Ga je – ’
      ‘Doe het!’ gilde ze. ‘Ik meen het serieus, eikel. Als jij bereid bent Kozik op te offeren ben ik al
helemaal bereid om jou op te offeren.’
      Jax’ gezichtsuitdrukking werd strakker. Zijn blik gleed echter van haar weg toen Kozik jammerend bijkwam. Daarna zei de vicepresident niets meer en tilde hem naar de andere kant van de wagen. Alex trok het dashboard open en prutste met de draadjes tot de motor startte.
      ‘Denk maar niet dat je hier zomaar mee wegkomt, prospect.’ Met een klap sloeg de portier dicht.
      Alex snoof en drukte het gaspedaal in. Met scheurende banden reed ze het bospaadje op, terwijl ze haar telefoon uit haar broekzak haalde, Mila belde en haar opdroeg ervoor te zorgen dat Kozik geopereerd kon worden op het moment dat ze bij St. Thomas aankwam.

. . .


Juice lag in een greppel, de stenen sneden dwars door zijn cut heen in zijn rug. Zijn hartslag resoneerde door zijn hele lijf. Clay bevond zich vlak naast hem, verder had hij geen idee wat er van de anderen terecht was gekomen. Over de rand kijken durfde hij niet; iedereen hield zich toch laag en zodra hij zich liet zien diende hij als schietschijf.
      Maar Alex…
      Zijn borst verkrampte. Hij had drie mijnen horen afgaan. Wat als zij daarbij was geweest? De stress vrat zijn concentratie weg, zorgde ervoor dat hij het liefst wilde opspringen om haar te gaan zoeken.
      Ver weg hoorde hij Romeo iets roepen, maar de woorden drongen niet tot hem door. Hij zat te dicht tegen een paniekaanval aan.
      ‘Hé, Juicy.’ Clay kroop dichter naar hem toe. ‘Doe rustig. De rest is onderweg, ze gaan hen uitroken met het spul voor de I.R.A.’
      Hij haalde diep adem, maar nog steeds was het alsof de lucht zuurstofloos was. De wetenschap hielp helemaal niets als Alex al opgeblazen was. Toen de tranen zich in zijn ogen ophoopten, kneep hij ze stevig dicht. Achter zich hoorde hij nieuwe schoten, hardere explosies. Ineengedoken bleef hij liggen, totdat Clay hem aan zijn schouder schudde en hem indringend aankeek.
      ‘Wat de hel is er met jou aan de hand man?’
      Juice haalde oppervlakkig adem, niet in staat om wat te zeggen.
      ‘Ze zijn allemaal de pijp uit. Kom op, weg hier.’
      Hij stond op.
      ‘Eén tegelijk terug!’ riep Chibs. ‘Loop langzaam en kijk waar je je voeten neerzet.’
      Juice kwam ook overeind. Hij dacht niet langer aan de mijnen en klom op de hoogste rots naast hem zodat hij het gebied kon overzien. Hij zag Happy, hij zag al Romeo en Galindo’s mannen… maar Kozik en Alex waren nergens te zien.
      ‘Oh God…’ Hij zakte door zijn knieën. ‘O God…’
      ‘Hé, kom op jongen.’ Clay hurkte bij hem neer en gaf een duwtje met zijn knie. ‘Het is voorbij.’
      ‘Alex…’ stamelde hij. ‘Alex is…’
      ‘Wie?’
      Juice voelde zich zo verrot dat hij niet helder meer kon nadenken. En wat maakte het nog uit? Hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht. ‘Ze… ze is dood.’

Reacties (4)

  • Sunnyrainbow

    Juice sukkel..

    1 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Herman Kozik

    Om de een of andere reden moest ik opeens keihard lachen. Ik was echt niet voorbereid op de Herman. Mijn gedachten waren echt: ‘Niet doodgaan. OMG, Kozik, niet doodgaan. Ga alsjeblieft niet dood. Waag het niet om dood te gaan.
    .....
    ..........
    ................
    .........................
    ....................................
    HAHAHAHAHAHHAHAHA”

    Ik ben echt een slecht persoon.

    1 jaar geleden
    • VampireMouse

      Dan zijn we samen..... Ik had het zelfde.

      1 jaar geleden
    • VampireMouse

      Dan zijn we samen..... Ik had het zelfde.

      1 jaar geleden
  • NicoleStyles

    Neee neee en nog eens nee
    #dramalamaxD

    1 jaar geleden
  • SPECS

    Oh boy, here we go.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen