Foto bij 16

Trevor


Net als ik de handboeien van de man onder me stevig vastdraai hoor ik een schot en geschrokken draai ik me om.
Zodra ik zie wat er aan de hand is sta ik op en ren ik naar de twee mensen die, nadat de vrouw de man een harde klap tegen zijn kaak heeft gegeven, allebei op de grond liggen. Ik keur de man geen blik waardig en richt meteen mijn aandacht op haar. Wacht, dit kan niet kloppen. Verbaasd knipper ik, terwijl de vrouw haar ogen een paar keer opent en dan weer sluit, alsof ze moeite heeft om iets te zien.
‘Sari?’ Ik zie nu aan haar gelaatstrekken dat het Sari is en een enorm schuldgevoel bekruipt me. Wat doet zij hier?
Sari kreunt en meteen is mijn aandacht weer terug bij de realiteit.
Ik hurk naast haar en krimp even ineen als er een pijnscheut door mijn rib schiet, maar focus me snel op de vrouw die voor me ligt. Ik plaats mijn wijs- en middelvinger tegen de linkerkant van haar hals en constateer opgelucht dat haar hartslag niet zwakker dan normaal is. ‘Trevor?’
‘Ja, ik ben hier. Hoe voel je je?’ Domme vraag, ik weet het. Maar ik moet haar aan het praten houden en op dit moment is dit het enige wat ik kan bedenken, dus moet het voor nu maar genoeg zijn.
Een kleine glimlach vormt zich om Sari’s lippen. ‘Geweldig, maar ik denk dat Thor zijn hamer op mijn hoofd heeft laten vallen.’
Ik schudt mijn hoofd, verbaasd over haar bijna nonchalante houding. Met haar rechterarm richt ze zich heel langzaam op en vervolgens plaatst ze haar hoofd zuchtend op mijn knieën.
‘Comfortabel. Heb je er ooit over nagedacht om kussen te worden?’
‘Sorry?’ ‘Je benen zijn comfortabel, Trev,’ mompelt ze onduidelijk en ik besef me dat haar hersenschudding erger is dan ik had gedacht.
‘Oké, uhm, bedankt,’ zeg ik ongemakkelijk terwijl ik een lok haar uit haar gezicht strijk. ‘Sari, de dokters komen zo, maar tot die tijd moet je wakker blijven, oké?’
Ze gromt ontevreden maar zegt uiteindelijk wel dat ze wakker zal blijven. Ik besluit haar af te leiden van alles door haar simpele vragen te stellen zoals haar lievelingskleur, eerste baan, haar leeftijd enzovoorts.
Na 5 lange minuten komen er verplegers binnenrennen, geflankeerd door Rachel en Ben. Ik instrueer mijn collega’s kort om de overvallers weg te voeren en vertel ze dat ik meega met de patiënten, om een overzicht te proberen te vormen van wie er gewond zijn geraakt en om hun families in te lichten.
Als ik me omdraai zie ik dat Sari op een brancard weg wordt getild en ik snel me naar ze toe, en niet lang daarna zit ik voor de tweede keer in amper een week met dezelfde vrouw in een ambulance. Ik zucht en leun met mijn hoofd tegen de wand van de ambulance, waardoor ik elke hobbel in de weg alleen maar sterker voel. Dit wordt een lange dag.

Sari

Vage stemmen en een piepend geluid vullen mijn oren. Fel licht zorgt dat pas na een paar minuten normaal mijn ogen open kan doen en mijn hele lichaam voelt slap aan.. Voorzichtig kijk ik om me heen, een steriele, lichte kamer in. De stemmen komen van een paar mensen die bij de deur staan en op gedempte toon staan te praten.
Ik probeer te luisteren, maar de stemmen zijn te ver weg en te zacht om te horen, dus geef ik het al snel op en probeer ik te kijken wie er aan het praten zijn.
Ik zie twee in het wit geklede mensen, die waarschijnlijk medewerkers van het ziekenhuis zijn en een ander persoon waarvan ik vaag het gevoel heb dat ik hem ken, maar omdat hij met zijn rug naar me toe staat kan ik niet zien wie hij is. Helemaal links, tegen de muur leunend, staat Veronique.
Ze luistert maar half naar het gesprek terwijl haar ogen gefocust zijn op mij, en zodra ze ziet dat ik wakker ben loopt ze snel naar me toe, achtervolgd door de anderen.
Als ze naast mijn bed aankomt aarzelt ze even, maar met mijn rechterhand klop ik uitnodigend op het bed en voor ik het weet lig ik in een verstikkende omhelzing. Veronique staat onhandig over mijn bed heen gebogen en doet duidelijk haar best om me geen pijn te doen terwijl ze me stevig vasthoudt.
‘Sari, ik ben zo blij dat je wakker bent.’
Ik wil antwoorden maar er komt niets meer dan een raspend geluid uit mijn mond en verward probeer ik opnieuw om iets te zeggen, zonder resultaat.
Een verpleegster duwt Veronique zachtjes opzij en buigt zich over me heen.
‘Mevrouw Dallas, het is goed om te zien dat u wakker bent.’ Terwijl ze praat begint ze me voorzichtig te onderzoeken met snelle, precieze bewegingen.
‘We hebben u zes dagen in een kunstmatig coma gehouden zodat u goed kon herstellen en het is een klein wonder te noemen dat we u vandaag al wakker konden maken. Tijdens de overval heeft u een niet al te zwaar, maar toch serieus hoofdletsel opgelopen en u heeft uw linkerarm gebroken. Daarnaast heeft u een paar gekneusde ribben, maar, met goede verzorging kan alles goed genezen en zult u uiteindelijk weer zo goed als nieuw zijn.’
Ik luister maar half naar de rest van haar verhaal. Ik heb moeite om te geloven dat ik inderdaad zes dagen weg ben geweest, of in coma heb gelegen, hoe je het ook wil noemen. Voor mijn gevoel is alles gisteren gebeurd, en toch voelt het zo ver weg. Ik probeer me te herinneren wat er precies is gebeurd, maar ik hoor alleen maar geschreeuw en herinner me pijn. Ik kan me niet herinneren wat er is gebeurd, of hoe ik hier ben beland en dat maakt me bang, en ineens ben ik me heel erg bewust van het infuus waar ik aan lig en van de apparaten die om me heen staan, om mijn lichaam, mijn gezondheid in de gaten te houden.
Ik dwing mezelf rustig adem te halen tot het angstige gevoel langzaam verdwijnt en kijk dan weer om me heen. De politieagent is naar voren gestapt en nu ik hem goed kan zien, herken ik zijn gezicht als dat van Trevor.
Het deel van mij dat rationeel kan nadenken vraagt zich af wat Trevor hier doet, maar als ik hem zie voel ik vooral veiligheid, zoals ik niet meer heb gevoeld sinds Tess.
Ik zie dat zijn lippen op en neer bewegen en realiseer me dat hij waarschijnlijk tegen mij praat, terwijl ik geen flauw idee heb wat hij allemaal zegt.
Zo verontschuldigend als mogelijk is in mijn toestand kijk ik hem aan en dan open ik mijn mond en beweeg ik met moeite mijn zware tong om één woord uit te kunnen spreken. ‘Water.’
Het komt eruit als nauwelijks meer dan gefluister, maar Trevor lijkt me toch te horen, want na een paar woorden uit te wisselen met een van de verplegers knikt hij en verdwijnt hij uit mijn kamer, terwijl Trevor een stoel naast mijn bed schuift en erop gaat zitten. ‘Er wordt water voor je gehaald, Sari.’ Na een korte pauze zegt hij, meer als een constatering dan als een vraag, ‘Je hebt geen idee wat ik net allemaal heb gezegd, zeker.’ Heel zachtjes schudt ik mijn hoofd.
Trevor glimlacht, een kleine, oprechte glimlach. ‘Oké,’ zegt hij dan, ‘dat maakt niet uit, ik begin zo wel opnieuw.’

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    ‘Geweldig, maar ik denk dat Thor zijn hamer op mijn hoofd heeft laten vallen.’

    Als een trouwe Marvelfan maakte mijn hart een sprongetje.

    Ik ship Trevor en Sari trouwens ontzettend. Ff dat je het weet. Ik probeer totaal niet te suggereren dat ze een stelletje moeten worden of zo. Echt, totaal niet. Dat zou ik nooit soon.

    1 jaar geleden
    • ThinkingFox

      Gelukkig ben je niet de enige die Sari en Trevor shipt:)

      1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Yessssssssss!!!!!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen