Foto bij Balsemia ~ Deel I.II

Tegenover het grote meer bleef Geneviève aan de oever staan. Ze speurde haar omgeving af. Het was nog licht, maar niet voor lang. De avond zou weldra vallen en ze was er niet gerust op dan nog buiten de deuren van het veilige kasteel achter zich te zijn.
Geneviève hoorde schuin achter haar de gejaagde ademhaling van Sneep. Ze glimlachte, maar keek niet om. Hij had er kennelijk moeite mee gehad haar bij te houden. En dat terwijl hij haar eerder had toegesnauwd dat zij zich moest haasten.
Ze genoot in stilte van dit fijne gevoel en vervolgde haar weg. Ze volgde de oever, rechtsom. Ze passeerde de Beukwilg en hield haar blik strak gevestigd op de bosrand van het Verboden Bos. Uit één van de bomen voor haar was de zwerm vogels luid kwetterend opgestegen omdat er gevaar had gedreigd. Haar blik gleed naar haar voeten. Ze keek goed waar ze haar voeten neerzette, probeerde zo min mogelijk geluid te maken. Ze wilde het schepsel niet laten schrikken. Het klonk bijzonder gevaarlijk en ze wilde er niet aan denken wat het zou kunnen doen als het zich bedreigd zou voelen.
Voor haar klonk het geluid van brekende takken. Meteen hield Geneviève halt. Ze hief haar linkerarm, ten teken dat Sneep hetzelfde moest doen. Ze had niet gekeken of hij haar was gevolgd, ze was er vanuit gegaan dat hij dat had gedaan. Zoals hij dat had gedaan toen zij het bordes was afgelopen en zich hierheen had bewogen. Hij was haar zwijgend tot hier gevolgd.
Haar rechterarm hield ze voor zich uitgestrekt. De punt van haar toverstok priemde in de richting van het geluid dat ze had gehoord. Ze stond klaar om zichzelf te verdedigen.
“Kom maar op.”, fluisterde ze zacht, terwijl ze haar helderblauwe ogen tot spleetjes kneep en zich concentreerde op de bomen en de struiken aan de rand van het Verboden Bos.
Er braken nog meer takken. Bladeren ritselden luid. Gespannen wachtte Geneviève. Het zou nu niet lang meer duren.
Een oorverdovende brul, een ijzingwekkende kreet. Geneviève had de eerste letters van de spreuk die ze wilde opzeggen al over haar lippen laten rollen. Het puntje van haar toverstok lichtte rood op. Voor haar bewogen de takken hard, een kluwen gewaad viel schreeuwend en gillend op het gras vlak voor haar op het moment dat ze de laatste letters van de spreuk uitsprak. Voor de laatste klanken haar lippen verlieten, voelde ze een stevige, gespierde hand rond de hare. Sneep. Hij duwde haar hand naar beneden, zodat ze haar toverstok niet meer op het groepje studenten voor haar had gericht en om te voorkomen dat ze hen zou vervloeken.
Geschrokken keek Geneviève op, hij ving haar blik moeiteloos. Heel even, een fractie van een seconde maar, leek zijn blik niet ijzig kil en hard. Ze zag een emotie, maar het was te snel weer uit zijn ogen verdwenen om het een naam te kunnen geven.
“Madame Paisley!”, uit de kluwen gewaad was een vierdejaars studente van Griffoendor opgestaan. Ze trok haar vriendin, een vijfdejaars van Huffelpuf omhoog en rende Sneep zonder een blik waardig te gunnen voorbij. Het meisje bleef vlak voor Geneviève staan, terwijl het meisje van Huffelpuf de twee jongens die nog op de grond lagen omhoog hielp.
“Er is daar iets vreselijks!”, huilde het meisje. Ze was zichtbaar geschrokken van wat het ook was dat ze in het Verboden Bos waren tegengekomen. “Het is echt een enorm beest!”
“Wat voor een beest?”, vroeg Geneviève haar, terwijl ze haar handen op de schouders van het meisje legde en naar voren boog om het meisje goed aan te kunnen kijken. Het meisje schudde haar hoofd.
“Ik heb het niet gezien. We hebben het alleen maar gehoord. Heel dichtbij, dan weer verder weg.”, snikte ze.
“Madame Paisley, Lennox is niet hier. Hij was bij ons. We waren met z'n vijven toen we het Verboden Bos in gingen.”, het was één van de jongens die het vanaf de bosrand riep. Zijn stem trilde, de angst was duidelijk te horen, te zien en te voelen. Geneviève rechtte haar rug en wierp vlug een blik op het gezicht van Sneep. Onbewogen. Niets van wat hij dacht was van zijn gezicht af te lezen. Het was voor haar onmogelijk van hem af te lezen wat er in zijn hoofd speelde.
“Goed. Riv, jij bent de oudste.”, sprak Geneviève tot de jongen die had ontdekt dat ze niet allemaal het Verboden Bos uit waren gevlucht. De jongen knikte. Hij was een zesdejaars, en waarschijnlijk samen met de vermiste Lennox het meesterbrein achter het plan het Verboden Bos in te trekken. “Ik wil dat je hen met je mee naar het kasteel neemt. Als je professor Anderling ziet, wil ik dat je haar alles verteld. Alles wat jullie hebben gezien, alles wat jullie hebben gehoord. En zeg haar dat ik samen met professor Sneep op zoek ben naar Lennox.”
De jongen knikte. Hoewel hij zichtbaar geschrokken was van hetgeen er op hen had gejaagd, zette hij die angst resoluut van zich af. Nu hij een taak toebedeeld had gekregen en verantwoordelijk was voor de vrienden die met hem het Verboden Bos uit waren gevlucht, moest hij voor hen een rots in de branding zijn.
Geneviève had haar handen nog steeds op de schouders van het meisje liggen. Ze gaf haar een bemoedigend kneepje en schonk haar een kleine glimlach. Ze waren veilig. Zachtjes duwde ze het meisje in de richting van het kasteel. Het duurde niet lang voor de drie andere studenten zich bij haar voegden en samen terug naar het kasteel liepen.
Bezorgd wierp Geneviève een blik op de lucht boven haar. De laatste zonnestralen doofden en het schemerduister deed haar intrede. Een rilling gleed over haar rug, terwijl ze kippenvel over haar hele lijf voelde ontstaan. Ze had hier een hekel aan. Het Verboden Bos was toch al niet haar favoriete plaats, al helemaal niet als het donker was. Er woonden daar zoveel verschillende soorten schepsel, van slaapverwekkend tot levensgevaarlijk.
Sneep ging haar zwijgend voor, stapte tussen de bomen door het Verboden Bos in. Geneviève volgde hem stil en op de voet. Als ze haar arm zou strekken zou ze hem kunnen aanraken. Haar blik gleed om haar heen. Over de bomen, over de onderkant van de takken ver boven hun hoofden. De oorverdovende stilte deed haar huiveren. Het was ongewoon.
Op dit uur van de dag hoorden de vogels te kwetteren terwijl zij een slaapplaats in de bomen zochten, hoorden ze een aantal ongevaarlijke schepsels in de struiken te zien schieten omdat ze bang waren voor haar en niet gevonden wilden worden.
“Dit is niet oké, Severus.”, fluisterde Geneviève. Ze hield haar toverstok voor zich uit, klaar om een reeks verschrikkelijke vloeken uit te spreken in een poging zichzelf te verdedigen. Het brede zandpad dat zij volgden kronkelde dieper het Verboden Bos in. Hoe dieper ze het bos binnendrongen, hoe dichter begroeid het er werd.
Links van hen klonk het ritselen van bladeren. Sneep bleef plotseling staan. Geneviève merkte het te laat op en botste zacht tegen hem. Ze wankelde, zette een pas naar achteren en voelde hoe ze haar evenwicht verloor. Een geschrokken kreetje rolde over haar lippen terwijl ze op haar kont viel. Dat deed zeer. Ze veegde haar donkerbruine, grove krullen uit haar gezicht en keek op toen ze zijn uitgestrekte hand voor zich zag. Gelukkig was het hier in het bos te donker om zijn gezicht goed te kunnen zien. Ze kon zich voorstellen dat hij het niet echt kon waarderen dat ze zoveel geluid had geproduceerd in het Verboden Bos, terwijl ze op jacht waren naar één of ander onbekend, groot en vooral gevaarlijk schepsel.
Verontschuldigend keek ze vanonder haar lange wimpers naar hem op. Ze legde haar hand zacht in de zijne, voelde hoe zijn gespierde vingers zich krachtig en toch voorzichtig rond de hare sloten.
“Sorry.”, fluisterde ze naar hem, terwijl ze naar de boomstronk aan haar voeten knikte. “Ik struike -” Ze gilde luid toen ze schuin achter hem een enorm groot dier uit de bosjes zag springen. Met zoveel kracht als ze kon trok ze Sneep naar beneden. Hij viel naast haar op de grond, terwijl het beest grauwend op het pad voor hen landde.
Geneviève duwde zich op haar elleboog omhoog en staarde naar het immens grote schepsel dat voor hen op het pad stond. Het zag eruit als een luipaard, maar was stukken groter dan een luipaard. Het zwiepte met de staart, geïrriteerd door de aanwezigheid van nog meer tovenaars en heksen. Het grauwde, ontblootte de enorme tanden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen