Foto bij 171 - Emmeline

Natuurlijk was Lucien's reactie niet die waar ik op hoopte, maar gelukkig wist ik dat die reactie sowieso uit zou blijven.
De reactie die ik wel kreeg was voldoende om er voor te zorgen dat ik niet kan stoppen met glimlachen. We gaan dit samen doen.
Het gehele diner gaat als een waas langs me heen. Ik converseer met mijn tafelgenoten, maar kan me geen enkel gesprek voor de geest halen zodra we de eetzaal verlaten.
Ik ben vermoeid, uiteraard, na de lange reis, maar ik ben vooral toe aan tijd met Lucien. Nog meer tijd, even helemaal met zijn tweeën. Drieën, eigenlijk.
Hij drinkt wijn en spreekt over onderwerpen die me ontschieten, het enige dat ik opmerk is zijn constante aanraking - een hand op mijn knie, of op mijn arm. Een been tegen het mijne. Het ontsteekt een vlam diep in me, en elke keer dat ik hem aankijk lijk ik weer helemaal opnieuw verliefd te worden.
Ik dacht dat de liefde die ik voor Lucien voelde al zijn hoogtepunt bereikt had, maar het lijkt wel alsof die verdubbeld is - alsof ons kind nu al zijn of haar liefde voor hun vader wil laten zien.
      Als we eindelijk vertrekken moet ik een gaap onderdrukken, maar ben ik voldaan. Lucien heeft zijn arm om mijn middel geslagen, en de warmte van zijn lichaam tegen het mijne voelt zo vertrouwd dat ik even vergeet waar ik ben,
We brengen Eschieve, wiens ogen al bijna dichtvallen, naar haar vertrekken. Ze sputtert tegen, dat ze nog helemaal niet moe is en nog bij ons wil zijn, maar Lucien leest haar - rechtvaardig maar liefdevol - de les. Een van mijn dames houdt de wacht, zodat ze niet alleen hoeft te zijn.
We verblijven in een andere vleugel van het kasteel dan de vorige keer dat we hier verbleven, daar is specifiek voor gezorgd. We hoeven de verdoemde gangen en ruimtes niet meer te zien.

"Wil je me even helpen?" Lucien is inmiddels al bezig aan zijn eigen blouse, maar komt meteen naar me toe gelopen als ik de koorden van mijn korset loslaat. De knoop is te strak, mijn handen zijn te moe.
Ik voel zijn adem in mijn nek, ruik zijn onmisbare geur, en er ontstaat onmiddellijk kippenvel op mijn huid.
De jurk is losser door een aantal goed geplaatste handelingen van Lucien, die zich daarna weer op zijn eigen kleding richt. Ik laat ook de onderjurk op de grond zakken en draai me om naar mijn echtgenoot.
"Lucien...," de man kijkt op van het rijgwerk in zijn broek, en staat oog in oog met mijn naakte lichaam.
Ik ben bleek, en de eerste tekenen van het dragen van een kind zijn zichtbaar, maar ik hoop dat geen van dit alles hem afschrikt.
"Ik snap dat je moeite hebt met het verwerken," ik doe een aantal stappen in zijn richting. "En ik wil er graag alles aan doen om dat zo soepel mogelijk te laten verlopen."
Mijn handen nemen over waar de zijne net mee bezig waren, en zorgen er voor dat de zware stof van zijn broek, speciaal voor de winter, van zijn benen zakt.
"Volgens de arts is er niets mis met vrijen, zolang we geen rare dingen doen..." mijn vingers glijden over de huid van zijn blote borst, teken kleine figuurtjes rond zijn littekens, kriebelen rond zijn navel. "En je hebt zoveel over me gedroomd... en ik over jou... dat ik nergens anders meer aan kan denken."

De volgende morgen ontwaak ik door het geluid van getik op de ruiten.
Lucien slaapt nog diep, zijn armen om me heen en zijn mond wagenwijd open.
Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, en stap uit het bed. De vloer voelt ijskoud aan, het vuur in de open haard is uitgegaan en er is nog niemand geweest om het weer te ontsteken.
Nadat ik de onderjurk van de avond ervoor aantrek loop ik richting de ramen. Als ik één van de gordijnen open, zie ik dat het opnieuw sneeuwt. Slecht nieuws voor een reis, maar geweldig nieuws voor een dag waarop er geen verplichtingen zijn. Ik laat het gordijn open, daglicht schijnt naar binnen, en loop terug naar het bed. De jurk belandt opnieuw op de grond en ik kruip naast Lucien, die de eerste tekenen van wakker worden vertoont.
Ik kus zijn schouder, zijn arm, zijn wang, zijn hand, en alle andere plekken met ontblote huid die ik kan vinden. Een lichte glimlach verschijnt op zijn gezicht, maar hij probeert hem te verbloemen en te doen alsof hij nog slaapt.
Ik kruip dichter tegen hem aan, vouw mijn benen tussen de zijne en laat mijn vingers door zijn langer wordende haar glijden.
De ochtend voelt zo vredig dat ik vergeet wat er om ons heen gebeurt, en het liefst zou ik de rest van mijn leven zo blijven liggen. Lucien en ik, ik en Lucien. Geen mensen, enkel wij twee.
"Goedemorgen...," fluister ik uiteindelijk, na een minuut of tien enkel naar hem gekeken te hebben. Ik kan nog steeds niet geloven dat mijn leven zo gelopen is.
Twee jaar geleden dacht ik nog dat ik de rest van mijn leven met Aleran getrouwd zou zijn, en met hem kinderen zou krijgen. Etterbakken van kinderen, narcistisch en egoïstisch.
En nu lig ik hier naast diens broer, getrouwd, in verwachting. In Portugal, een land waar zoveel nare herinneringen liggen. Maar die herinneringen worden nu vervangen door goede.
"Vandaag..," ik teken patroontjes op zijn arm, "gaan we een wandeling maken in de sneeuw. Net zoals toen we kinderen waren, weet je dat nog?"
Ik krijg geen reactie, hij houdt zijn 'doen alsof ik slaap' act nog even op.
"Alleen mag je deze keer geen sneeuwballen naar me gooien, want nu ben ik je vrouw."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen