Foto bij • Hoofdstuk 3 • Total Obedience •


Ik droomde van Parijs. Ik was er nooit geweest, maar het deel van mijn brein dat droomde had daar lak aan. Het vulde de stad in alsof het er tientallen keren eerder was geweest. De kunstmarkten, de Seine, de café's, de kerken. In het bordeel van mijn moeder hing al sinds ik me kon herinneren een kleine schilderijtje van de Notre Dame achter de bar. Het witte van de twee reusachtige torens stak in dat schilderijtje af tegen het paarse op de voorgrond, de jurk van een jonge vrouw die het bouwwerk bekeek. Ze stond aan de arm van een man met een stok en een hoge hoed, maar zij trok alle aandacht.
Daar in Sainte-Foy-de-Peyrolières, beeldde ik me dan in dat ik dat was. Dat er een man met een stok en een hoge hoed op dat moment binnen zou lopen, mijn hand zou pakken en mij mee zou nemen naar Parijs. De man was onbelangrijk, en had geen gezicht. Hij pakte slechts mijn hand, bracht mij daarheen, en liet me niet meer terugkeren naar Sainte-Foy. Daar droomde ik jaren van, wegkwijnende bij die gedachte, turende naar dat schilderijtje, terwijl ik geen aandacht meer had voor alle mannen in de bar die mij probeerden te benaderen met hun geld in de hand.
      Nu droomde ik daarvan in een verenzacht bed, in een diepe slaap. De diepe slaap werd echter ruw verstoord. Het felle zonlicht licht dat plotseling door het raam naar binnen kwam scheen direct op mijn oogleden, en het geluid van de luiken die met luid gekraak werden geopend liet me ook wakker schrikken. Ik legde mijn hand over mijn gezicht. Het was Louane, al in vol uniform, klaar om de dag te starten. En dat begon voor haar bij mij.
      'Tijd om op te staan, sorry.' Ze verontschuldigde zich, maar erg oprecht leken de excuses niet. Ik kreunde.
      'Hoe laat is het?'
      'Zes uur.'
      'Ben je gek?' Het floepte er direct uit. Welke idioot maakte mij om godverdomme zes uur wakker?
      'Wees blij, ik ben een uur geleden al opgestaan,' grijnsde ze.
      'Ja, maar jij werkt hier.' Ze bleef stil, terwijl ze verder ging met het openen van de luiken, en vervolgens achter de deur naar de badkamer verdween.
      'Heer de Sade had mij specifiek de opdracht te geven om je om zes uur te wekken.' Het was de eerste keer dat ik zijn naam hoorde, al was het duidelijk slechts zijn achternaam. Het enige wat ik eerder van hem wist, was zijn titel: Heer Dourgne, hertog van Haut Languedoc, wat het gebied betrof dat zich uitstrekte van Castres tot Carcassonne. De officiële titel had hij vast overgedragen gekregen van een over-over-overgrootvader die ooit in Dourgne was geboren, en vervolgens het hertogdom had gesticht danwel veroverd. Daarvoor kende ik de geschiedenis niet goed genoeg, laat staan de manier waarop adellijke titels werken.
      'Oh, oké,' antwoordde ik terwijl ik de slaap uit mijn ogen wreef en overeind in bed ging zitten. Louane stak haar hoofd om de deur van de badkamer heen.
      'Kom, ik heb een bad voor je klaar.' Ik had gedroomd van Parijs, maar dacht door die uitspraak dat ik nog steeds droomde. Ik werd wakker, en er stond een warm bad voor me klaar. Dat maakte het moeiteloos om direct mijn nachthemd uit te trekken en op te staan.
      Ze goot nog net de laatste emmer heet water in de kuip toen ik binnenkwam. Ik voelde dat de witte, marmeren vloer ijskoud was toen ik mijn blote voeten erop zette, maar veel aandacht ging er niet naar. Tegenover de deur, aan de andere kant van de muur, hing een reusachtige spiegel in een gouden lijst, en ik zag mezelf erin. Mijn huid, waar zich al kippenvel op gevormd had, leek extra blank als decor in deze grotendeels witte kamer. De vloeren waren van marmer, de schoorsteen waaronder een net aangestoken, klein haardvuurtje brandde was van marmer, en de rest van de muren hadden crème-kleurig behang. Ik was nog blanker dan het behang. Voor even bekeek ik mezelf. Thuis had ik dat nooit graag gedaan. Dan zag ik mezelf in een schunnig bordeel, in een afgeragde jurk waarvan het decolleté veel te diep uitgesneden was, en een vermoeid gezicht. Nu stond ik hier. Voor een met goud omlijstte spiegel, in een kamer met een marmeren vloer. Naakt. Schoon. Mijn heupbotten staken nog steeds een beetje uit aan de voorkant, en mijn ribben waren slechts te zien door het feit dat mijn kippenvel me liet bibberen.
      'Entrez-vous.' Louane gebaarde dat ik in het bad kon gaan zitten nadat ze de wasbenodigdheden bij elkaar had gepakt en naast het bad had gezet. Het hete water deed pijn aan mijn koude voeten, maar het wende snel. Langzaam liet ik me volledig wegzakken in het water, kopje onder. Toen ik weer bovenkwam liet ik een diepe zucht. Louane lachte, terwijl ze op het krukje naast de kuip ging zitten.
      'Kom.' Ze pakte mijn hand vast die ik op de rand van het bad had gelegd, en liet me mijn arm uitstrekken, waarna ze me begon schoon te schrobben. Veel viel er echter niet weg te schrobben, niet zo veel als wanneer ik na een paar klanten mezelf zou wassen. Maar dit was rustgevend, en eerder een massage dan een wasbeurt. Ik ontspande me, leunde achterover, en sloot mijn ogen.
      Na het bad hielp Louane mij ook met al het andere dat er moest gebeuren. Het drogen van mijn haren, het uitleggen van mijn kleding, en vervolgens het aantrekken van een korset. Mijn haren stak ze uiteindelijk op in een sierlijk vlechtwerk, achterop mijn hoofd. Om precies half acht was ik klaar voor de dag, al vroeg ik me af wat ik met al die tijd aanmoest.
      'Kom mee.' Ik volgde haar de gang op, en een andere vleugel in, terwijl ik onderweg mijn ogen uitkeek naar de behangen, de kunstwerken, en door de ramen, waar ik uitgestrekte velden met daarachter bossen kon zien. Uiteindelijk kwam ze tot stilstand in de brede gang die uitliep op een dubbele deur naar een andere zaal. Rechts bevonden zich grote ramen, met voor ieder raam een klein zitbankje. Links aan de muur hingen schilderijen.
      'Ga hier zitten.' Ik was verbaasd, maar ging op een van de bankjes zitten, met mijn rug naar het raam.
      'Heer de Sade heeft me de opdracht gegeven om je hier te laten zitten totdat hij iets anders besluit dus... ik moet weer aan het werk... Blijf hier zitten en sta vooral niet op.' Ik begreep het niet, en mijn blik kon ook niet anders eruit zien dan vol met vraagtekens, maar dat was het laatste dat Louane zei voordat ze verder liep door de dubbele deuren de andere zaal in. Ze sloot de deur achter zich, en het was stil.
      Daar zat ik dan. Voor de eerste 10 minuten had ik nog met de gedachte in mijn achterhoofd gezeten dat Louane snel weer terug zou komen, maar dat idee zette ik daarna uit mijn hoofd. Ik vermaakte me met het schilderij dat tegenover me aan de muur hing. Een schilderij van de Seine. Het bevatte zo veel details, dat ik er zeker een kwartier mee zoet was, maar daarna begon ik me weer te vervelen. De gang bleef al die tijd volledig leeg. Niemand liep voorbij, en niemand kwam of ging de deur door. Als ik me omdraaide om door het raam te kijken, dan zag ik daar ook slechts het binnenhof. Daar zag ik hoe een paar jongens van de keuken en bestelling van de kruidenier uit het dorp aannamen. Beneden, bij de bedienden, was het leven al in volle gang. Maar hier, in het huis, was het stil. Doodstil. Zo verschrikkelijk breindodend stil. Ik moet zeker een drie kwartier voor me uit gestaard hebben voordat ik besloot dat als er toch niemand langs kwam, ik net zo goed eventjes op kon staan om de rest van de schilderijen in de gang te bekijken. Voorzichtig, alsof ik niet betrapt wilde worden, stond ik op van het bankje, en zette ik een paar stappen naar rechts, waardoor het schilderij in dat deel van de hal beter te bekijken viel. Dit schilderij was van een berglandschap, en in de bergen waren kleine opgelichte dorpjes te zien. De rest van de schilderijen in de hal waren ook van de natuur, danwel Parijs of Toulouse. Mooi en realistisch waren ze in ieder geval allemaal.
      Ik bekeek net het laatste schilderij, helemaal aan het rechter uiteinde van de gang, vlak bij de deur, toen ik me realiseerde dat aankomende voetstappen op het vloerkleed dat er door de hele gang lag moeilijk te horen waren. Ik had hem niet horen aankomen. Hij stond plots in de gang, en liep mijn richting uit, toen ik merkte dat ik betrapt was. Ik zweeg, maar sprong direct in de houding, of waar het ook op moest lijken. Ik nam niet eens de moeite meer om terug naar het bankje te lopen waar ik op had moeten blijven zitten. Ik hield slechts mijn schouders recht en mijn hoofd laag. Het duurde niet lang voordat hij vlak voor me stond.
      Hij zei niets, en ik durfde hem niet aan te kijken. In plaats van mijn naam te noemen om me daartoe te dwingen, strekte hij zijn arm uit, en duwde hij met zijn vingers langzaam mijn kin omhoog. Ik keek hem aan. Zijn blik was nors.
      'Wat was je verteld?' vroeg hij me.
      'Om te blijven zitten op dat bankje,' antwoordde ik zachtjes. Hij knikte. Hij liet me weer los, maar niet voordat hij een kleine tik tegen mijn wang aangaf. Pijn deed het niet, maar corrigerend was het wel. Om de een of andere reden meende ik echter te voelen dat dit niet de volledig consequentie was geweest. Dit bevestigde hij.
      'Hier kom ik vanavond op terug, kom mee,' beviel hij, waarna hij de door opende waar Louane eerder ook door verdwenen was. Toen ik hem volgde kwam ik erachter dat dit de deur naar een kleine eetzaal was. Het ontbijt werd geserveerd door Meneer Clement en twee andere dienaren.
      'Ga daar zitten.' Hij wees me een stoel in de hoek van de kamer. Ik ging zitten, en hij ging aan tafel zitten. Hij at zijn volledige ontbijt, las de krant, en opende de brieven die Meneer Clement hem presenteerde. Dat alles terwijl ik daar zat. Te wachten. Hij deed hier ook zeker een half uur over, voordat hij besloot zijn krant weer neer te leggen, en op te staan.
      Ditmaal was er slechts een gebaar nodig om ervoor te zorgen dat ik opstond en hem weer volgde. Hij vervolgde zijn weg naar de bibliotheek, waar ik nogmaals op een stoel moest gaan zitten, terwijl hij aan zijn bureau de brieven beantwoordde die hij tijdens het ontbijt had gelezen.
      Het werd me al snel duidelijk dat dit mijn hele dag zou worden, en ik hoefde ook niet erg diep na te denken over de reden waarvoor hij mij dit liet doen. Discipline. Ieder moment van de dag wijden aan zijn persoon en aanwezigheid, en niets anders doen. Totale gehoorzaamheid.





Oef, ik liet even op me wachten, maar hier ben ik dan toch!
Keep up the comments(fish)

Reacties (2)

  • Luckey

    oh dat word nog wat
    ben benieuwd heo dit verder gaat!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Heel interessant ben benieuwd waar het heen gaat!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen