Foto bij Scar 45

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Op een dag was ik achttien en was ik aan het plannen voor ooit. En op een gegeven moment was ooit vandaag. En op een gegeven moment was ooit gisteren. En op een gegeven moment was het te laat. En dat is mijn leven. En vandaag is vandaag en ik ben op weg naar een of ander gala waar ik totaal geen zin in heb, in een totaal onbekende stad in een land waar ik nog nooit heb geweest en de taal nauwelijks spreek. Maar om de een of andere reden is dat ook allemaal prima, want Paige draagt een blauwe jurk. En opeens is blauw mijn lievelingskleur, en is ooit weer vandaag.

Wanneer we het kleine stukje over straat lopen, vertelt Paige nog wat meer over haar tijd in Parijs. Opeens wordt ze ruw afgebroken door geschreeuw aan de overkant van de straat en meteen houdt ze haar pas in, van top tot teen verstijfd. Ik denk dat ik nog nooit zo snel het bloed uit iemands gezicht weg heb zien trekken. Ik kijk opzij naar de bron van geluid en zie een groepje Franse jongemannen aan de overkant van de straat, overduidelijk dronken en overduidelijk schreeuwend tegen haar. Een van hen roept haar nog iets toe en een ander doet alsof hij iemand vasthoudt. Paige herstelt zich vrijwel meteen weer en kijkt naar de grond. Ze begint weer te lopen, sneller dan eerst.
'Wat was dat?' vraag ik verbaasd, op gedempte toon, alsof ze me zouden kunnen horen.
Ze haalt haar schouders op. 'Gewoon... Een stelletje idioten. Die heb je overal. Ook in Frankrijk.'
'Wat zeiden ze dan?'
Ze schraapt haar keel en slikt moeizaam, stug voor zich uit kijkend. 'Ze gingen er vanuit dat wij een stel waren en een van hen riep dat, als ik jou ooit zat zou zijn, hij me wel zou willen vermaken. En... de rest begon vrij grafisch uit te leggen hoe dat dan precies in zijn werking zou gaan. Er was geen tekort aan details.'
Haar stem klinkt ijskoud en tegelijkertijd verschrikkelijk giftig.
'En dat... dat laat je gewoon gebeuren?' vraag ik en zodra de woorden mijn mond verlaten, duurt het nog geen seconde voordat het me maar al te duidelijk wordt dat dat niet een gewenste reactie was. Ze kijkt me kwaad aan.
'Wat anders? Moet ik naar ze toe gaan? Moet ik, elke keer dat zoiets gebeurt, proberen een redelijk gesprek met zulke mensen te hebben? Dat lijkt me niet verstandig. Bovendien is het te veel werk. Het is nou niet bepaald uitzonderlijk.'
Mijn verbazing wordt groter. Tijdens het uitgaan heb ik wel eens gezien dat er zulke dingen gebeurde en ondanks dat ik naderhand altijd even wilde weten of de vrouw in kwestie wel oké was, liep ik er nooit naartoe, ervan uitgaande dat dat haar angst alleen maar erger zou maken. Maar zó vaak gebeurt het nou niet. Toch?
'Niet uitzonderlijk?' vraag ik.
Heel lang antwoordt ze niet. Na een tijdje zegt ze: 'De wereld is een nare plek.'
Ik loop achter haar aan naar het afhaalpunt, nog steeds piekerend over hoe weinig ik blijkbaar weet, zelfs al ben ik een politieagent.
Wanneer we aankomen op de plek waar de taxi ons op zou halen, blijkt dat de chauffeur er al staat. Ik doe als een gentlemen de autodeur voor haar open, maar alleen omdat ik weet dat ze met haar ogen zal rollen, wat ze dus ook doet.
We rijden naar een of ander gebouw waar druk allemaal mensen in en uit lopen. Een beetje nerveus maken we onze entree. We geven bij aankomst onze jassen af en worden dan naar een grote, chique zaal gewezen, met een tafel met hapjes, statafels met witte kleden en in het midden een open ruimte om te dansen, begeleid door klassieke muziek.
Oh, denk ik, dit gaat dus écht een ramp worden.
Een beetje schaapachtig lopen we verder de zaal binnen en ik voel een verschrikkelijk grote afstand tot de andere gasten, die bijna allemaal ouder zijn en waarschijnlijk veel belangrijkere functies bekleden. Dit zijn het soort politieagenten die van zo'n hoog voetstuk over het politiewerk uitkijken, dat doden geen huilende familieleden meer zijn, maar statistieken.
Er komt een ober met glazen champagne naar ons toe en de gretige manier waarop Paige een glas pakt zorgt er bijna voor dat ik moet lachen. Ze drinkt in één slok de helft op, kijkt om zich heen naar de andere gasten en zegt net iets te luid: 'Jezus Christus, wat is het nut hiervan?'
Er loopt een man van rond de zestig langs en op spottende, pretentieuze toon hoor ik hem iets in het Frans zeggen. Ik kan er genoeg van verstaan om te horen dat hij "ugh, Amerikanen" zegt. Paige vangt zijn blik en loopt met een grote glimlach naar hem toe, ook al zijn haar ogen kil. In een rap tempo begint ze Frans tegen hem te praten, hem enthousiast begroetend en zich uitgebreid voorstellend. Hij geeft nerveus een paar stotterende antwoorden en wanneer het gesprek afgelopen is en ze net aanstalten maakt om zich tot mij te wenden, zegt ze "ugh, Fransen". Ik kan mijn grijns onmogelijk verbergen.
'Je maakt jezelf al populair, zie ik,' merk ik op.
'Ik wil er gewoon voor zorgen dat niemand het in hun hoofd haalt om me ten dans te vragen,' zegt ze en ze gebaart vaag naar de dansvloer, waar een aantal mensen al op formele muziek aan het dansen zijn. De meeste gasten zijn al wat ouder en hebben waarschijnlijk een belangrijkere functie dan wij, zoals hoofdinspecteur of commissaris. 'Ik ga absoluut níét met een vreemde dansen.'
'We moeten hier wel ongeveer één of twee uur blijven. Dit is namelijk het hele doel van deze reis, ook al snap ik absoluut niet wat hier het belang van is. Moeten we gewoon twee uur lang chagrijnig in een hoekje gaan staan?'
Ze maakt een zacht, gekweld geluid.
'Nee, dat kunnen we ook niet maken.' Ze kijkt om zich heen en gaat sarcastisch verder: 'Jezus, er zijn hier alleen maar mannen. Hoe zou dat toch komen?'
Ik kan het oprecht niet helpen. Ik begin haar met de seconde leuker te worden.
'Nou, ondanks dat je zei dat je niet met een vreemde wil dansen en ik toch wel vrij vreemd ben, zou ik je graag ten dans willen vragen, zodat het niet lijkt alsof we helemaal hier naartoe zijn gevlogen om alle champagne op te drinken,' zeg ik.
Ze laat een zacht lachje horen. 'Prima. Maar daarna moeten we wel echt alle champagne opdrinken.'
Ik knik en bied haar overdreven mijn arm aan, die ze aanneemt terwijl ze met haar ogen rolt. We lopen naar het midden van zaal, waar weg van wij tweeën nog allemaal oudere mensen aan het dansen zijn. Ik pak met mijn ene hand de hare vast en leg de andere op haar middel. Haar vrije hand legt ze op mijn schouder.
Het is geen hele drukke muziek, waarschijnlijk omdat dan alle botten van de andere gasten zullen gaan kraken en er minstens één een heup zal breken, maar aangezien mijn dansvaardigheden een beetje roestig zijn en ik nou ook niet bepaald behoefte heb aan de tango, vind ik dat niet heel erg.
'Wat een saaie muziek. Ze zouden eens wat pop moeten draaien. Dat zou pas grappig zijn,' merkt Paige na een tijdje op.
'Zou je dan dansen?' vraag ik en er speelt een trek van een glimlach om haar mond.
'Nee, ik zou toekijken hoe jij zou dansen en keihard lachen, waarschijnlijk.'
Ik kijk haar zogenaamd beledigd aan. 'Pas maar op. Ik heb echt verbazingwekkende dansmoves.'
'Verbazingwekkend goed of verbazingwekkend slecht?'
Ik ben even stil. 'Daar kan ik waarschijnlijk beter geen uitspraken over doen.'
'Nou, mocht het helpen, het formele dansen gaat je vrij goed af,' zegt ze.
'De laatste keer dat ik zo gedanst heb was Marco's bruiloft, waarschijnlijk. Dat was ook de laatste keer dat ik een pak heb gedragen. Ik ben ongeveer net zo'n grote fan van pakken als jij van galajurken.'
'Onmogelijk. Maar, mocht het helpen, het staat je goed,' belooft ze me plagend. 'Wanneer was die bruiloft eigenlijk?'
Ik verstijf bijna en knijp mijn ogen lichtjes samen. Ik zie hoe ze haar lach in probeert te houden.
'Oh God... Eh... Fuck. Hailey zou me dit nooit vergeven. Nee. Nee, ik weet dit,' ratel ik. Het duurt even voordat ik net iets te enthousiast antwoord: 'Vier en een half jaar geleden.'
Ze knikt. 'Dan waren ze op zich nog vrij jong.'
Ik denk terug aan hoe ze waren toen ze net begonnen te daten. Marco was zo zenuwachtig om het te verpesten, dat het op een gegeven moment gewoon echt zielig werd. Hij was zo smoorverliefd dat hij tijdens het werk de hele tijd met zijn hoofd in de wolken zat - een hele gevaarlijke bezigheid waar ik hem meerdere malen over uitgejouwd heb. Maar ondanks de haast tienerachtige klungeligheid, bleek het dat ze perfect voor elkaar waren. En al snel werden ze echt onafscheidelijk. Hailey liet altijd allemaal kleine briefjes voor hem achter. Overal. In zijn jaszakken, broekzakken, lunch, portemonnee, telefoonhoesje, noem maar op. Allemaal kleine stukjes van zichzelf die hem iedere keer lieten glunderen van trots. En hij heeft haar toen ze bijna een jaar samen waren een keer een gevideobeld toen hij dronken was, alleen maar om haar te laten zien dat hij een stuk pizza op de grond gooide om te bewijzen dat hij meer van haar hield dan van pizza, als blijk van zijn eindeloze liefde. Het was iets minder romantisch, maar Hailey praat er nog steeds over alsof hij zijn eigen arm afgehakt heeft omdat ze een nodig had voor het avondeten (haar woorden, niet de mijne). Ze zijn perfect voor elkaar. En dat wisten ze. En toen Hailey het verschrikkelijke nieuws kreeg over haar leukemie, heeft Marco geen moment gewacht om een ring te kopen. En zelfs toen hij het aanzoek aan het plannen was, was hij nog bang dat ze nee zou zeggen. Wat een druiloor.
'Ja,' zeg ik. 'Maar op een gegeven moment weet je het gewoon, denk ik.'
Er valt een geladen stilte en we worden gered doordat er een ander liedje begint, wat ons uit onze trance haalt.
'Zullen we even wat drinken?' vraagt ze en ik knik.
Terwijl we weglopen van de vrijgemaakte plek, bedenk ik me opeens dat ik een verraderlijke blos op mijn wangen heb.
De rest van de tijd staan we een beetje langs de rand van de zaal, samen met alle andere gasten die niet precies weten wat ze hier aan het doen zijn, maar het is niet eens saai, zoals ik verwacht had. En dat komt niet eens door het moment waarop de toupet van een van de wat oudere gasten op de grond viel, ook al was dat ook zeker een hoogtepunt. Het komt door Paige, die in geuren en kleuren vertelt over hoe ze in Parijs met de andere hotelmedewerkers er altijd een spelletje van maakte om een achtergrondverhaal te verzinnen voor de hotelgasten, en over hoe er een keer een man kwam die in het restaurant een banaan met mes en vork begon te eten. Ze vertelt over de hond die elke ochtend om half acht naar de achterkant van het hotel kwam omdat ze hem stiekem restjes voerde. En over twee van haar collega's die zo ontzettend verliefd op elkaar waren dat ze allebei elke dag dromerig tegen haar vertelde hoe leuk de ander was, zonder dat ze dachten dat het wederzijds was.
Op mijn beurt vertel ik over de hond die we hadden toen ik kind was, die de hele originele originele naam van Max had en door mishandelingen van zijn vorige baasje, die hem praktisch als asbak gebruikte, zo bang was voor sigaretten dat mijn ouders allebei gestopt zijn met roken. En met schaamrood op mijn wangen vertel ik over de kleine rockband die Marco, ik en een paar oude vrienden gestart hadden als tieners. We waren van plan helemaal beroemd en geweldig te worden, maar nadat we weer een beetje logisch na begonnen te denken, besloten we beiden politieagent te worden. Het verhaal over over hoe ik op mijn twaalfde ooit zo'n zware schooltas had dat ik omviel en niet meer overeind kon komen, blijft steken in mijn keel wanneer ik me opeens weer herinner dat ze psychologie heeft gestudeerd en ik uit het niets vraag: 'Waarom ben je geen psychologe geworden?'
Ze kijkt verbaasd op, alsof ze het niet begrijpt, maar ik zie een bekendheid in haar blik die me vertelt dat ze het heel goed doorheeft, maar gewoon niet zeker weet of ze dat wel wil zeggen. 'Wat bedoel je?'
'Je hoeft het niet te vertellen, als je dat niet wilt,' druk ik haar op het hart.
Even kijkt ze me onderzoekend aan. Dan antwoordt ze: 'Ik wilde het om de verkeerde redenen. Ik wilde anderen niet helpen, of kon dat in ieder geval niet. Ik wilde geen therapeut worden en in een kamertje andermans problemen oplossen terwijl ik mijn eigen problemen niet op kon lossen. Dat kan ik niet. Ik kwam erachter dat ik geen psychologe wilde worden, maar gewoon psychologie wilde studeren zodat ik misschien zou leren hoe ik ooit met mezelf zou moeten leven.'
Dat doet pijn. Ik weet niet waarom, want het gaat niet om mij en ik zou helemaal niet zo ontzettend veel om haar moeten geven als dat ik doe, maar het doet pijn.
‘En? Heeft het geholpen?’
‘Nee,’ antwoordt ze op vlakke toon en opeens doet het nog meer pijn. ‘Nadat ik een tijdje in de knoop zet met wat ik wilde worden, heb ik ervoor gekozen om me aan te melden bij de politieacademie. Ik ben niet zwak en in zekere zin ben ik ook niet heel laf, dus ik dacht een wel geschikt voor te zijn. Als ik toch niet gelukkig kon zijn, wilde ik in ieder geval iets nuttigs met mijn leven doen.’
Even weet ik niet precies wat ik moet antwoorden - want hoe antwoord je nou op zoiets? - maar dan zeg ik maar gewoon wat me al heel lang dwarszit.
‘Je verdient het om gelukkig te zijn, Paige.’
Heel even vertrekt haar gezicht. Heel even maar. Dan herstelt ze zich weer, ook al zie ik nog steeds het verdriet in haar blik, heel ver weggestopt. Ze drinkt het laatste beetje champagne in haar glas op.
‘Ik ben bang van niet,’ zegt ze. ‘En zelfs als je gelijk hebt, denk ik niet dat ik er goed in zal zijn.’
‘Je denkt niet dat je goed zal zijn ik gelukkig zijn?’ vraag ik, niet in staat mijn verbazing te onderdrukken.
Ze knikt met een grimas op haar gezicht. ‘Inderdaad.’
Ik heb geen idee hoe ik daar op moet reageren, dus ik besluit mijn mond maar te houden, ook al ben ik extreem geneigd om haar op mijn knieën te smeken om wat aardiger voor zichzelf te zijn. In plaats daarvan pakken we gewoon allebei nog een glas champagne en doen we alsof we al onze problemen weg kunnen drinken.

Hey! Ik ben een tijdje weg en kan dan geen hoofdstukken activeren, dus de eerstvolgende update zal pas op dinsdag 23 april zijn. Sorry daarvoor.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Ik hoop echt dat Paige een keertje bij zinnen komt...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen