Foto bij 1

VOORAF!!!: Ah, zo leuk dat er animo is voor dit verhaal! Ik wilde het al tijden publiceren, maar wist niet zo goed of dat leuk was. De eerste hoofdstukken zijn wat lang, maar dat komt omdat ik het begin niet wil afraffelen. Beschouw het maar als extra veel leesvoer! Liefs! EINDE BERICHT!!

Op mijn slaapkamer lees ik een artikel over mezelf. Iets wat ik eigenlijk niet moet doen. Ik had het mezelf afgeleerd, omdat de media vaak dingen verzint. Nu moet ik een uitzondering maken, omdat dit een interview met een paar eerstejaars van het Media College Amsterdam is. Ze hadden zo hun best gedaan om met mij in contact te komen. Via het management hebben zij een mail gestuurd, die geweigerd werd. Ik zou het te druk hebben, terwijl ik op dat moment alleen bezig was met mijn stage en laatste schoolopdracht. In eerste instantie wist ik niet eens dat ze een mail gestuurd hadden. Ik moest het horen van mijn studiebegeleider. Blijkbaar zie ik er onbereikbaar uit. Daarom wilde ik het interview wel doen. Juist om te laten zien dat ik, ondanks de roem, nog steeds normaal kan zijn. Ik zit immers bij ze op school.
‘Rowan, heb jij je koffer al gewogen?’ Ik kijk op van mijn laptop en zie dat Corry in de deuropening staat. Ze komt binnen en gaat op mijn bed zitten.
‘Nee, hoezo?’ vraag ik.
‘Ik denk dat ik te veel bagage heb,’ zegt ze. Ze wiebelt van de ene kant naar de andere. Ik trek mijn wenkbrauwen op en zucht. ‘Ja, sorry, oké? Ik weet dat we niet te veel mee mogen nemen, maar ik weet niet wat ik wél mee moet nemen.’
‘Wat dacht je van alleen het hoog nodige?’
‘Wat heb jij dan mee?’ vraagt Corry. Ik wijs naar mijn lichtblauwe koffer, die rechts van het bed staat. Hij is klein, maar fijn. Genoeg om de heenreis en eerste drie dagen mee te overleven. ‘Alleen dat?’
‘Ja.’ zeg ik. ‘Een beetje kleding, m’n make-up, iets om in te slapen, twee paar schoenen, ondergoed en als ik klaar ben, gaat mijn laptop er ook in.’
‘Jeetje.’ Corry kijkt naar mijn koffer en zucht. Ze weet nooit wat ze mee moet nemen als we op reis gaan en we hebben er al heel wat op zitten. Zijn het geen werkreizen, dan zijn het wel vakanties.
Corry is mijn beste vriendin. Dat was ze nog niet toen we aan het reality-programma begonnen. We waren collega’s en konden het goed vinden. Meer was er niet. Toch merkten we beiden dat we veel gemeen hadden. We waren beide onzeker, verlegen, stonden niet graag op de voorgrond en we hielden ontzettend veel van films. Dankzij haar nam ik een bioscoopabonnement, zodat we naar drie films op een dag konden gaan. Het was een lange zit, maar ontzettend leuk. En daar begon de vriendschap.
De vriendschap bereikte een toppunt toen we samen een poging deden tot afvallen. Samen stonden we sterk en het ging goed. Corry was zwaarder dan ik, net als nu, maar dat is anders geweest. In 2015 waren we ontzettend goed bezig. We motiveerden elkaar, kookten samen en gingen zelfs sporten. Maar op een gegeven moment zat ik minder goed in mijn fel. Ik had veel tegenslagen. Het ging uit met mijn eerste vriendje en daardoor ging ik eten. Ik ben een goed voorbeeld van de emotie-eter. Corry ging stug door en toen zij de 99 kilo behaalde, steeg ik alweer uit naar de 122 kilo. En dan baal je. Toch hebben we elkaar altijd gesteund. Zij mij met iedere nieuwe poging en ik toen zij ver vooruit streefde.
‘Wat ben je aan het doen?’
‘Ik lees het interview dat ik laatst gedaan heb’, zeg ik. Ik draai mijn laptop om en Corry leest globaal.
‘Oh, dit was met die eerstejaars’, zegt ze en ik knik. ‘Is het wat?’
‘Jawel.’
‘Maar?’
‘Ik zie te veel fouten.’ Corry begint te lachen. ‘Wat?’
‘Het zijn eerstejaars, Rowan. Niet iedereen is net als jij een talent in schrijven.’ Ik irriteer me altijd mateloos aan fouten in een interview. Ik krijg de kriebels van een verkeerde zinsopbouw. Het is een tik van me.
‘Als het een talent was, was ik nu wel schrijfster geweest’, antwoord ik en ik sla mijn laptop dicht. Ooit wilde ik graag schrijven. Mijn fantasie op papier zetten en de vrije loop laten gaan. Niet nadenken over wat wel of niet realistisch was. Gewoon schrijven. Goed schrijven. Met de hoop dat mijn boeken als warme broodjes over de toonbank zouden vliegen.
‘Ach. Er kwam wat anders op je pad.’ Corry staat op en loopt richting de deur. ‘Iets waar menig schrijver nog jaloers op kan zijn. Eigenlijk iedereen die ooit met een weekendbaan begonnen is. Een droom!’
‘Je weet dat radio maken nog altijd mijn droom is?’ vraag ik. Corry rolt met haar ogen en ik glimlach. Ze verklaart me voor gek dat ik nog altijd liever radio maak dan dat ik blijf acteren of zingen. Maar ik zie mezelf dat laatste niet nog jaren doen. Dat zijn dingen, die ik per toeval ben gaan doen. Ik werd op zangles gezet en opeens geboekt voor een film. En toen ging het balletje rollen. Er werd muziek gemaakt en de rollen werden me aangeboden. Vooral Amerikaanse films. Ondanks dat gaat er niets boven mijn liefde voor radio. En gelukkig heb ik dat een aantal keer mogen doen.
‘Ieder z’n ding, he,’ zegt Corry en ze loopt mijn slaapkamer uit. Ik sta op van mijn bed en pak mijn koffer. Ik stop mijn laptop er nu al in, voor het geval ik het morgen in alle hectiek ga vergeten. Ik ben weer klaar voor Amerika.

‘Tom! Schiet op!’ Ik sta beneden aan de trap met mijn schooltas. Vandaag kan ik mijn diploma ophalen. Ook is het de dag om op reis te gaan. Dat betekent dat ik nog genoeg te doen heb. We vliegen om half negen vanavond.
‘Ja ja. Ik kom.’ Tom stormt de trap af en rent richting de woonkamer.
‘Wat ga je doen?’ roep ik.
‘Mijn ov-chipkaart pakken!’ Ik rol met mijn ogen en open de voordeur. Misschien dat Tom dan een stapje harder gaat. We kunnen de trein niet missen. Zo gewoon als we zijn gebleven, gaan we met de trein naar school. Tom en ik pakken altijd dezelfde trein. Ik stap uit in Amsterdam en hij reist door naar Utrecht. Toen we bekend werden, kregen we de mogelijkheid om met een privé chauffeur overal naartoe gebracht te worden. Daar hebben we allemaal voor gepast. Zoiets zou ons een te groot ego gehalte geven voor de buitenwereld. Daarom pakken we gewoon de trein en moeten we tijdens de spits net als iedere gewone Nederlander staan. Ook al is dat irritant.
Tom komt de woonkamer uitgerend en rent langs mij heen. Hij pakt mijn hand, waardoor ik meegesleurd word. Ik roep nog snel gedag en sla de deur achter me dicht.
We halen de trein net. Al hijgend staan we in de coupé als de deuren achter ons dicht gaan.
‘We hebben het gered!’ juicht Tom. Ik moet overeind komen om hem geïrriteerd aan te kijken.
‘Ik was niet helemaal klaar voor deze onverwachte work-out,’ hijg ik.
‘Daar word je hard van,’ zegt Tom. Hij zet zijn tas op de grond en gaat tegen de muur aan staan. Ik bekijk hem van top tot teen. Hij is enorm veranderd. Ik ken Tom sinds mijn vijftiende. We zaten bij elkaar op de middelbare school en hebben al genoeg meegemaakt met elkaar. We hebben zelfs een tijdje radio gemaakt bij de lokale omroep van Zaandam. Daar werden we pas echt een team en dat zijn we nog steeds. We zijn de beste vrienden en ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn om Tom niet in mijn leven te hebben. Iedereen heeft een Tom nodig.
Via de intercom wordt omgeroepen dat we bijna arriveren bij Station Amsterdam Sloterdijk. Tom kijkt me aan en pakt zijn tas. Omdat het ochtendspits is en ik zeker niet de enige ben die uit moet stappen, blijft Tom tot de eerste halte altijd staan. Hij laat iedereen uitstappen en als er ruimte is, gaat hij opzoek naar een plek waar hij kan zitten tot aan Utrecht.
‘Hoe laat ben jij vanavond op Schiphol?’ vraag ik.
‘Rond vijf uur. We moeten voor half zes inchecken,’ antwoordt hij. ‘Ik ben benieuwd of ik het red.’
‘Natuurlijk wel. Je hebt je ouders al gedag gezegd en je koffer wordt door Maurice meegenomen. Maak je niet druk.’ Ik glimlach naar Tom en hij knikt. Dan gaan de deuren van de trein open en stap ik snel uit. Bij de bussen staat een grote menigte met scholieren. Ik besluit te gaan lopen en kom onderweg Marieke tegen. Ik heb drie jaar bij haar in de klas gezeten en we zijn echt vriendinnen geworden. Iets wat vanuit mijn perspectief best lastig is de laatste jaren.
Op school ontmoeten we Fleur, een andere vriendin. Zij zit onderuitgezakt aan een tafel in de aula.
‘Niet te geloven!’ roept ze uit als ze mij ziet. ‘Je bent er gewoon!’
‘Ik moet toch ooit mijn diploma ophalen,’ lach ik.
‘Ja, over twee weken,’ zegt Marieke. ‘Als wij hem ook in ontvangst mogen nemen.’ Ze benadrukt de laatste zinnen optimaal. Ik kijk weg en glimlach flauw. Over twee weken is de officiële diploma-uitreiking. Doordat we vanavond met de groep vertrekken, kan ik daar niet bij zijn. Even heen en weer vliegen, zit er niet in. Daar duurt de vliegreis iets te lang voor.
‘Sorry,’ zeg ik. ‘Ik had er echt bij willen zijn.’
‘In plaats daarvan woon je straks gewoon in Amerika!’ zegt Fleur enthousiast.
‘Nou ja, wonen..,’ zeg ik twijfelend. Ik weet niet precies of ik het wonen kan noemen. We gaan met z’n allen naar Los Angeles om daar meer uit onze carrière te halen. Corry gaat zich richten op een solo carrière in de zang en Tom op acteren. Daarnaast hebben we nog Chanel, die ongelofelijk graag verder wil met dansen. Maurice gaat timmeren aan zijn dj-carrière, net als Rutger. Stan en Bob willen een gooi doen naar de cabaret. Ze vinden zichzelf ongelofelijk grappig en daar moeten ze meer mee doen, vinden zij. Ik zie ze eerder iets anders doen. Bob is erg muzikaal en Stan heeft ambitie als regisseur. Toch doen ze er beiden niks mee. Merel gaat zich focussen op een carrière in de film-business. Niet voor de camera, maar erachter. Ze wil graag op kantoor werken. Ik mag bij aankomst direct teksten oefenen. In Augustus beginnen ze namelijk te draaien voor een nieuwe film. Een romantische komedie. Mijn focus ligt dus op acteren.
‘Je blijft er acht maanden,’ zegt Marieke. ‘Dan woon je er.’
‘Maar daarna kom ik weer terug.’
‘Dan zitten we hier niet meer op school,’ zegt Fleur. Ze trekt een pruillip en Marieke zucht hoorbaar. Ik knik bedachtzaam. Het is gewoon voorbij. Het laatste jaar is klaar. Zo meteen heb ik nog twee lesuren en dan kan ik mijn diploma definitief ophalen. Ik hoef dan nooit meer om te kijken naar deze school. Ik kan er een punt achter zetten en aan een nieuw hoofdstuk beginnen.
’Weet Jelle eigenlijk dat je weggaat?’ Bij het horen van die naam slaat mijn hart een slag over. Jelle was mijn grote liefde. Althans, dat dacht ik. We hebben twee hele schooljaren om elkaar heen gedraaid. Af en toe spraken we wat met elkaar, totdat we voor het eindproject samen moesten werken. De vonk sloeg over bij het eerste overleg. Het duurde even, maar we vonden toch de liefde bij elkaar. Helaas maar voor korte duur.
‘Ja. Hij weet het al maanden,’ zeg ik.
‘Ah, je had hem voorbereid?’ vraagt Marieke. Ik knik en zucht.
‘Zoiets ja.’

Reacties (1)

  • 1DbabeGirl

    Ik voel drama! Leuk leuk!

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen