Foto bij Scar 48

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Nooit had ik gedacht dat deze plek, op het dakterras van een of ander oud gebouw in Parijs, de plek zou zijn waar ik het allerliefste wilde zijn, maar het is wel zo.
'Knettergek,' mompelt ze na een tijdje.

De volgende morgen, word ik een minuut of tien voor mijn wekker wakker. Wanneer ik mijn mobiel check voor berichtjes, zie ik dat ik een mailtje binnen heb gekregen. Ik lees het even snel door en laat me dan met een zucht weer op mijn rug op het bed vallen. In plaats van om elf uur 's ochtends, vertrekt ons vliegtuig vanwege stakingen pas om acht uur in de avond. Fijn, ik had dus eigenlijk gewoon uit kunnen slapen. Ik laat mijn onderarm over mijn ogen liggen tegen het felle zonlicht en laat nog een zucht ontsnappen.
En opeens komt alles wat gisteravond is gebeurd weer terug. Niet alleen het dansen met Paige, of onze eerste kus, of onze onafscheidelijkheid op dat dakterras onder de sterrenhemel, maar ook wat ze me verteld heeft over haar vader. En het besef van hoe verschrikkelijk haar jeugd is geweest raakt me opeens weer als een mokerslag.
Wetend dat het me niet meer zal lukken om de slaap te vatten, sta ik op en kleed ik me aan. Net wanneer ik mijn kamer uitkom en langs Paiges deur loop om koffie te zetten, hoor ik dat haar wekker afgaat. Heel zachtjes hoor ik een klaaglijk geluid vanuit haar kamer oprijzen en om de een of andere reden kan ik een glimlach niet tegenhouden. Dat het alarm ophoudt, vertelt me dat ze hem afgezet heeft, maar er schiet me iets te binnen en ik klop voorzichtig op de deur, waarna ik naar binnen loop.
'Paige?' vraag ik voorzichtig.
'Ik ben wakker. Ik ben wakker,' klinkt het ergens klaaglijk van onder de hoop dekens waar alleen een voet onder uitsteekt.
'Ik... eh... Ik kwam dus eigenlijk zeggen dat dat niet hoeft, zeg maar. Ons vliegtuig heeft vertraging. We vertrekken vanavond pas. Ga nog maar even slapen.'
Ze slaat de dekens een beetje van zich af en komt dan een stukje overeind. Haar haar zit door de war en er zit een afdruk van het kussen op haar wang, maar ik kan er alleen maar aan denken hoe schattig ze er uitziet en hoe ik maar niet kan wachten tot ze ooit weer naast mij wakker zal worden.
'Echt?' vraagt ze hoopvol en ik knik.
'Ja. Ga maar gewoon slapen.'
Ze knikt dankbaar en laat trekt de dekens weer over zich heen. Ik kan een zacht gegrinnik niet inhouden en doe de deur weer achter me dicht wanneer ik wegloop.
Een kwartier en twee kopjes koffie later gaat toch haar slaapkamerdeur open. Gekleed in een donkerblauwe spijkerbroek met een wijdvallend, donkergrijs shirt met daaronder witte sokken komt Paige naar buiten gestrompeld, nog steeds overduidelijk half in slaap.
'Kon je toch niet meer in slaap vallen?' vraag ik en ze knikt, waarna ze zich neer laat vallen op de stoel tegenover me. Ik kijk haar vermoeide gezicht even aan en voeg er dan aan toe: 'Koffie?'
Ze schudt haar hoofd en maakt aanstalten om op te staan. 'Ik kan heus wel zelf koffie zetten, hoor.'
'Weet ik,' zeg ik en ik begin al naar het koffiezetapparaat toe te lopen, voordat zij dat kan. 'Maar het hóéft niet.'
Ze rolt haar ogen en gaat weer zitten. Ik zet twee bakjes koffie en zet er een voor haar neer, waarna ik weer tegenover haar ga zitten.
'Heb je spijt van gisteravond?' vraag ik en ik was eigenlijk van plan om het wat subtieler te doen, of in ieder geval te wachten tot ze in ieder geval één slok koffie op had, maar ik kan het niet meer binnenhouden.
Ze kijkt een beetje overvallen op en schudt dan haar hoofd.
'Nee,' zegt ze. 'Nee, echt niet.'
'Maar... Wat zijn we nu van elkaar? Hoe... Hoe moeten we het noemen? Is dit...? Hebben we nu een relatie?' Ik kom overduidelijk niet helemaal goed uit mijn woorden, maar ze begrijpt wat ik bedoel.
‘Ja. Ja, dat wil ik. Echt.’ Opeens neemt onzekerheid haar gezicht over en ik zie dat ze zich terugtrekt. ‘Ik bedoel, tenzij jij...’
‘Ik wil het ook,’ zeg ik snel en ik voel het bloed naar mijn wangen trekken. Ik heb zoiets nog nooit gevoeld. En al helemaal niet hardop gezegd. ‘Heel graag.’
Ze glimlacht, maar na een tijdje betrekt haar gezicht en ze slaat haar blik neer: ‘Ik ben niet een makkelijk persoon om mee samen te zijn, Nathan. En, echt, ik wil dit. Met jou. Een relatie. Maar ik... ik denk niet... ik wéét dat ik er niet goed ik ga zijn.’
Ik kijk haar gekrenkt aan.
‘Ik denk dat dat echt stukken minder erg is dan je zelf denkt. Je blijft maar van die verschrikkelijke dingen over jezelf zeggen en ik begrijp waarom, maar het is allemaal onzin. Je denkt dat je een soort landmijn met stekels eraan bent, iets waar niemand bij in de buurt kan komen of om kan geven, maar je zou jezelf eens moeten zien zoals ik je zie. Paige, je-‘
‘Ik heb PTSS, Nathan,’ onderbreekt ze me en haar blik en stem zijn allebei even koel en emotieloos. Er is geen ruimte voor twijfel. En het is al helemaal geen vraag. Het klinkt alsof ze zich er al lang bij neer heeft gelegd en het geen pijn meer doet, maar ik weet dat de woorden waarschijnlijk branden in haar keel. ‘Ik ben nooit naar een psychiater geweest voor een diagnose, maar het is overduidelijk. En het zijn niet alleen de slechte herinneringen. Op sommige dagen weet ik haast niet meer wie ik ben, of erger ik me aan alles en iedereen. Ik heb angstaanvallen en paniekaanvallen en nachtmerries. Soms doet alles pijn en soms voel ik gewoon helemaal niks meer. En ik weet zeker dat ik op sommige momenten waarschijnlijk veel te aanhankelijk zal zijn en me op sommige momenten juist af zal zonderen. Soms eet ik een hele dag niet, gewoon omdat ik niet inzie waarom. Dit is geen film waarin je mijn handje vasthoudt en ik de weg weer terugvind en je zegt dat ik het waard ben en dat ik dan plotseling genezen zal zijn. Ik ben geen sprookjesprinses die klaar is om weer ik elkaar gezet te worden en onze relatie zal verre van perfect zijn en ik wil dat je dat weet. Nathan, ik ben één grote rotzooi.’
Ik sta op en loop om de tafel heen naar haar toe. Ze komt automatisch ook overeind en ik zie dat ze in vechtmodus staat. Ik zie dat ze één en al gespannen spieren is. Ik zie dat ze hard probeert te zijn, dat ze het liefste een kogelvrijvest als huid zou willen hebben. En ik zie de tranen in haar ogen doen verraden dat het pijn doet.
Ik steek voorzichtig mijn hand naar haar gezicht uit en even krimpt ze ineen, maar dan laat ze me haar gezicht in mijn handen nemen.
‘Paige, ik wil geen perfectie. Ik wil jou.’
Ik vouw mijn armen om haar heen en trek haar zachtjes tegen me aan. Ze drukt haar gezicht tegen mijn schouder en ik voel hoe gespannen ze nog altijd is, bijna alsof ze zich samentrekt, bijna als een te strak gebalde vuist. Waarschijnlijk, weet ik uit persoonlijke ervaring, voelt het alsof ze uit elkaar zal vallen als ze ontspant.
‘Ik ga niet weer huilen,’ zeg ze, zo zachtjes dat ik het maar net hoor. ‘Niet voor de derde dag op rij.’
‘Het is niet erg, hoor,’ druk ik haar op het hart, maar ik voel dat ze koppig haar hoofd schudt.
Dan ontsnapt de eerste snik.
Ze probeert het wanhopig binnen te houden, maar de tranen glippen stug tussen haar wimpers door en langzaamaan verliest ze de strijd die ze niet eens zou hoeven voeren. Ik pak haar alleen maar steviger vast, deels omdat het voelt alsof ik zelf kapotga als ik niet eens probeer om iets aan haar pijn te doen.
‘Ik probeer oké te zijn,’ zegt ze, bijna als een verontschuldiging. De wanhoop in haar stem is haast ondraaglijk. Er gaat weer een snik door haar heen. ‘Ik probeer het echt.’
'Je hoeft niet oké te zijn,' mompel ik schor en haar ontkenning blijft in haar keel steken door een nieuwe golf tranen. Ik wacht zonder ook maar een moment ongeduldig te worden tot ze het huilen weer onder controle heeft, haar gezicht dicht tegen mijn shirt gedrukt.
Ik laat haar los en neem haar gezicht in mijn handen. Voorzichtig kus ik een laatste traan op haar wang weg, waarna ik een tedere kus op haar voorhoofd druk.
‘Ik weet al dat je sterk bent, Paige. Waarschijnlijk weet ik dat nog beter dan jijzelf. En wat je overkomen is, is niet jouw schuld. En je verdient het niet om zo’n verschrikkelijk verleden te hebben en je verdient het al helemaal niet om daar zelfs nu nog zoveel last van te hebben, maar je moet weten dat ik niet wegga omdat je problemen hebt. Ik heb geen kwetsbare illusies over wie je bent. En ik ken je misschien nog niet bepaald door en door, maar ik weet genoeg over je om te weten dat je een goed hart hebt. Je mag het moeilijk hebben, Paige. Ik neem het je niet kwalijk. Echt niet. Je moet... je moet gewoon proberen het jezélf niet meer kwalijke te nemen.’
Met haar gezicht nog steeds in mijn handen strijk ik met mijn duimen over de huid onder haar ogen. Ze kijkt beneden en slikt iets weg.
'Het is gewoon... Ik... Het voelt alsof ik van de een op de andere dag opeens een heel ander persoon kan zijn. Een hele andere versie van mezelf. En ik...' Ze is heel lang stil, maar ik onderbreek haar niet en wacht tot ze weer verdergaat. 'En ik ben gewoon bang dat er momenten zullen zijn waarop ik een versie van mezelf ben waar je niet verliefd op kan zijn.'
Met de rug van mijn wijsvinger strijk ik een nieuwe traan van haar jukbeen en ze kijkt bedeesd naar me op.
'Ik betwijfel oprecht of dat mogelijk is,' beloof ik haar en ik leg teder mijn hand op haar wang. Ze sluit haar ogen en leunt haar gezicht tegen mijn handpalm.
'Je bent echt een idioot als het op mij aankomt, wist je dat?'
'Nou, zeg. Gisteren was ik knettergek. Nu een idioot. Je kan wel iets aardiger zijn tegen je vriend,' mopper ik gekscherend en tot mijn grote genoegen slaagt dat erin een glimlach op haar gezicht te toveren, hoe droef ze er ook nog steeds uitziet.
Ik buig een stukje naar voren en kus haar zachtjes.
‘Het komt wel goed. Je hoeft het niet alleen te doen,’ beloof ik haar.
Ze slikt.
‘Ik ben gewoon zo bang dat ik je pijn doe. Of mezelf. Ik... Ik ben er niet aan gewend om gelukkig te zijn,’ verontschuldigd ze zich.
Ik haal mijn schouders op alsof het niks is.
‘Nou, dan moeten we daar misschien maar verandering in brengen.’
Ze glimlacht weer en laat haar armen om mijn middel glijden. Ik omhels haar terug, met mijn kin rustend op haar hoofd.
Oké, misschien is ze wel een puinhoop. Maar ik ben dat ook. Misschien zijn we gewoon allebei bang en misschien nemen we onszelf allebei dingen kwalijk die niet onze schuld zijn. En misschien zal onze relatie niet perfect zijn. Maar misschien maakt dat helemaal niks uit. Want, nu ik haar zo in mijn armen heb en ik haar warmte tegen mijn lijf voel en alles wat ze me over zichzelf verteld heeft door mijn hoofd tolt, is het enige wat ik wil haar gelukkig maken.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen