Foto bij Scar 49

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ze glimlacht weer en laat haar armen om mijn middel glijden. Ik omhels haar terug, met mijn kin rustend op haar hoofd.
Oké, misschien is ze wel een puinhoop. Maar ik ben dat ook. Misschien zijn we gewoon allebei bang en misschien nemen we onszelf allebei dingen kwalijk die niet onze schuld zijn. En misschien zal onze relatie niet perfect zijn. Maar misschien maakt dat helemaal niks uit. Want, nu ik haar zo in mijn armen heb en ik haar warmte tegen mijn lijf voel en alles wat ze me over zichzelf verteld heeft door mijn hoofd tolt, is het enige wat ik wil haar gelukkig maken.

'Nu heb ik drie keer achter elkaar gehuild waar jij bij bent, als een of andere idioot. Nu moet je wel een heel verknipt beeld van me hebben. De volgende keer moet jij maar eens in tranen uitbarsten,' moppert Paige half-serieus terwijl we de restanten van ons ontbijt opruimen.
Ik laat een cynisch lachje horen. 'Nou, de volgende keer dat ik weer aan Blueberry moet denken, zal jij de eerste zijn die het te horen krijgt.'
'Het is je geraden.'
Nadat we een beetje onbeholpen geprobeerd hebben de vaatwasser aan de praat te krijgen, wat ongeveer een minuut of tien langer duurt dan ik trots op ben, opper ik: 'Nu we hier toch een dagje langer zijn, stel ik voor dat je me eens even op sleeptouw neemt en laat zien wat ik al die zevenentwintig jaar gemist heb door nooit naar Parijs te gaan.'
Er breekt een glimlach door op haar gezicht.
'Dat moet wel lukken,' zegt ze.

Zonder me te vertellen waar we heen gaan, neemt ze me mee naar een metrostation, waar ze twee dagkaarten voor het openbaar vervoer aanschaft. Vervolgens begint ze met een blik op haar horloge ergens naar toe te lopen, terwijl ik nog uitgebreid de kaarten aan het bestuderen ben, ondanks dat ik toch niet weet waar we heen gaan.
'Kom je nog? De metro vertrekt zo,' zegt ze ongeduldig.
‘Hoe weet je nou uit je hoofd naar je heen moet?!’ roep ik verbaasd uit, maar ik ren wel snel achter haar aan.
‘Tien jaar geleden hingen nog dezelfde kaarten, dus er is niks veranderd.’
Terwijl ze even zoekend om zich heen kijkt en dan vol overtuiging op een metro afstapt, vraag ik: ‘En toen wist je alle schema’s uit je hoofd?’
Ze knikt en loopt een halflege metro in. Ze gaat op een bankje zitten en ik neem naar haar plaats.
‘Toen ik hier woonde,’ antwoordt ze, ‘kocht ik een jaarkaart en ging ik soms gewoon de hele dag in de metro zitten lezen of muziek luisteren of wat dan ook. Op die manier leer je het wel allemaal.’ Wanneer ik haar verbaasd uitkijk, voegt ze er verontwaardigd aantoe: ‘Wat? Ik had nauwelijks andere hobby’s. En het hield me bezig. Bovendien is Parijs nu eenmaal een wereldstad. Saai is het niet. Kijk nou maar niet zo moeilijk.’
Hoewel het, zeker in vergelijking met de dingen die ik op mijn achttiende met mijn vrije tijd deed, vrij onnozel klink, haal ik het niet in mijn hoofd er gappen over te maken, want ineens zie ik de situatie haarscherp voor me. Aan de ene kant zie ik een jonge vrouw voor me die als kind is opgegroeid op het platteland van Rusland, zonder metro’s of echte multiculturaliteit. En aan de andere kant zie ik een jonge vrouw voor me die minder dan een jaar daarvoor bruut is ontvoerd en verkracht, waardoor het waarschijnlijk haast nog veiliger aanvoelt om op een openbare plek te zijn dan alleen in een krakkemikkig appartement.
‘Nee, zo bedoelde ik het niet. Ik vind het wel schattig, eigenlijk.’
Ze trekt een wenkbrauw op. ‘Ik ben níét schattig.’
‘Oh, jawel, hoor,’ houd ik stug vol en het bloed trekt naar haar wangen. ‘Zeker wanneer je bloost.’
‘Nou,’ zegt ze. ‘Jij bent anders ook heel schattig.’
‘Ik ben níét schattig,’ stoot ik automatisch uit, waarna ik me realiseer wat ze bedoelde. ‘Oké, touché. Ik snap je punt.’
Een beetje tegen elkaar aan gezakt wachten we in stilte verder tot we bij onze bestemming aangekomen zijn, maar het is geen verstikkende, ongemakkelijke stilte. Na een paar minuten zijn alsof het automatisch is gegaan onze handen tussen ons in verstrengeld en ondanks dat ik niet helemaal zeker weet hoe ver ze wil dat ik ga, kan ik het niet laten om een kus tegen de zijkant van haar hoofd te drukken en te zeggen: ‘Je bent toch wel een beetje schattig.’
Ze antwoordt alleen met een tevergeefs onderdrukte glimlach en een klein aaitje van haar duim over de rug van mijn hand.
‘Ik wil je er even aan helpen herinneren dat we midden in Parijs zitten en alleen ik de weg weet.’
'En ik wil je er even aan helpen herinneren dat ik de sleutel voor de hotelkamer heb,' zeg ik en ze vloekt zachtjes, gevolgd door een brede glimlach die me vertelt dat ze het niet meent.
Na een korte stilte kan ik het niet laten om te vragen: 'Weet je zeker dat je dit wilt?'
Er ontstaat een zekere behoedzaamheid in haar blik, alsof ze net weer een scherm omhooggetrokken heeft en zich opsluit in haar eigen eenzaamheid.
'Hoe bedoel je?' vraagt ze, achterdochtig en haast gekwetst.
'Ik bedoel gewoon... Ik snap dat je veel meegemaakt hebt. En ik snap ook dat je er niet altijd over zal willen praten. Maar ik wil gewoon dat je weet dat ik het ook snap als je gewoon vrienden wilt zijn. Echt, ik vind je leuk, maar ik wil niet dat je je verplicht voelt om een relatie met me te hebben. Ik zou het begrijpen als het te snel gaat, of als je er niet klaar voor bent. Je-'
'Ik ben niet van glas gemaakt, Nathan. Ik kan wel een stootje hebben. En ik kan ook prima zelf beslissen wat ik wil,' snauwt ze me bijna toe en ik vraag me af of ze boos is op mij of zichzelf.
'Paige, ik weet dat je niet van glas bent. Integendeel, zelfs. Maar je bent wel iemand die echt verschrikkelijke dingen heeft meegemaakt en ook zeker op het gebied van... nou ja... seksualiteit. En dat is helemaal niet erg... ik bedoel... het is wél erg - verschrikkelijk zelfs - maar het is niet jouw schuld en ik ga al helemaal niet weg omdat het te ingewikkeld is of te moeilijk wordt, maar je kunt me niet kwalijk nemen dat ik bezorgd ben. Ik wil gewoon dat je de keuze maakt die het beste voor je is. Als het het beste is, vind ik het zelfs niet erg als je ervoor kiest om überhaupt nooit een relatie met me te beginnen. Ik wil bij je zijn, op welke manier dan ook. Ook als dat niet op een romantische manier is.'
Haar blik lijkt iets te verzachten en ze draait zich iets naar me toe. Voorzichtig neemt ze mijn handen in de hare en ze kijkt me intens aan, bijna smekend, alsof ze toch bang is dat ik wegga.
'Nathan, ik heb hier lang genoeg over nagedacht. Een paar maanden, zelfs. Echt, ik weet niet of dit voor altijd zal zijn, maar ik wil het in ieder geval proberen. Het is al tien jaar geleden. Tien jaar. En ik heb er nog steeds moeite mee, daar heb je gelijk in, en ik ben bang dat we het helaas heel rustig aan moeten gaan doen, maar wanneer ik bij jou ben, denk ik niet aan... aan hém. Ik weet nog hoe hij me aanraakte, maar ik zou blind het verschil kunnen voelen tussen jouw aanrakingen en de zijne. Maak je maar niet te veel zorgen. Ik heb al lang genoeg voor mezelf gezorgd. En dat kan ik prima blijven doen.'
'Maar het hóéft niet alleen.' Haar blik geeft me bijna het idee dat dat nog nooit in haar opgekomen is, of dat dat in ieder geval niet iets is wat ze ooit in overweging heeft genomen. Misschien, besef ik, is dat ook wel zo. 'Ik wil dat je dat weet. Inderdaad: je hebt al lang genoeg voor jezelf gezorgd. Ik wil er voor je zijn, op welke manier dan ook.'
Ze glimlacht zwakjes. 'Oké. Ik... Ik zal proberen je iets meer naar binnen te laten. Maar ik... ik kan niks beloven.'
Ook ik glimlach en ik breng onze verstrengelde handen omhoog en kus zachtjes haar knokkels. 'Daar ben ik blij mee. En dat meen ik. Als je je maar nooit onder druk gezet of gedwongen voelt.'
'Jij ook niet,' zegt ze. 'Ik mag dan misschien wel getraumatiseerder zijn, maar jij moet ook iets egoïstischer worden, hoor. Je bent pittig goed in jezelf de schuld geven en kapotmaken. Oké?'
Ik zucht. Ik weet dat als ik nu niet een beetje meegeef, ze waarschijnlijk weer helemaal in zichzelf zal keren. 'Oké.'
Ze knikt, alsof ze zo een handtekening onder ons informele, denkbeeldige verdrag zet. Daarmee is het gesprek blijkbaar afgelopen en komt ze gewoon iets dichter tegen me aan zitten, waardoor ik mijn armen om haar heen sla en ze haar hoofd tegen mijn schouder leunt. In de weerspiegeling van het raam zie ik dat haar ogen dichtgevallen zijn en er een kleine glimlach om haar lippen speelt.
Opeens klinkt er een Franse, voorgeprogrammeerde vrouwenstem en ze kijkt een beetje op, waarna ze weer ontspant.
'Over twee haltes moeten we overstappen. Dat duurt nog een minuutje of zes,' zegt ze.
'Waar gaan we nou hee-een?' zeur ik.
Ik voel haar glimlachen en ze kantelt haar hoofd iets om een zacht kusje tegen mijn schouder te drukken. 'Niet zo ongeduldig, jij.'
En hoewel geduld juist een van mijn zwakste kanten is, klaag ik niet meer, want van alle plekken op aarde zou ik toch nog veruit het liefste hier zijn, naast Paige in een of andere plakkerige metro naar waar dan ook.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen