Foto bij Arrested

Als hij had geweten wat er in de komende minuten zou gaan gebeuren had hij zijn grappen net wat leuker verteld, had hij zijn handschrift op het bord net wat netter gemaakt, had hij in de ochtend net wat langer de tijd genomen om zich in de spiegel te bekijken, om de enkele bijna grijs wordende baardstoppeltjes ook te scheren en om zich beter te kleden dan een losse spijkerbroek die al zo’n zes jaar oud is, waar je de gaten niet meer op een hand te tellen zijn en zijn t-shirt net iet wat minder kinderlijk zou kunnen zijn. In plaats daarvan had hij beter in zijn kledingkast kunnen kijken en een van zijn marine kleur pakken kunnen dragen. Deze draagt hij alleen op kantoor – als hij dat niet deed zou hij waarschijnlijk niet eens door de beveiliging komen, terwijl hij de zoon van de grote baas daar is -, maar voor deze situatie was een pak ook zeker op z’n plek geweest.

Zijn les was nog maar net begonnen of er stonden al, een keurige rij van vier, politiewagens op het schoolplein. Uit iedere auto stapten twee agenten, zowel mannelijk als vrouwelijk. Het leek wel of ze elkaars bewegingen kenden. Alle agenten liepen strak op hetzelfde tempo naar de deuren van het schoolgebouw, terwijl de leerlingen die geen les hadden – en ook die wel les hadden – foto’s van de agenten maakten en op Instagram en twitter zetten. De agenten leken zich daar minder druk om te maken. Elke agent had dezelfde raaf zwarte uitrusting, met zowel voor als achter op hun uitrusting stond groot het woord POLICE, alle agenten waren gewapend en hadden een duidelijk kogelvrij vest aan. Een van de agenten sprak in zijn portofoon die op zijn rechterschouder bevond. “Tot verdere informatie, stand by.” Een agent die op het hoofdbureau zat en ook onderdeel van deze missie was had de informatie overgenomen en wat leek op wat gemompel voor de niet politieagenten, kwam uit de portofoon van de agent. Terwijl ze met vier agenten door de ingang van de school liepen, liet duidelijk een van de teamleiders naar de receptie om te laten zien dat ze een huiszoekingsbevel hadden en daarbij ook de werkplek van de gezochte persoon.
Twee aan twee liepen de agenten door het gebouw heen. “Volgens de blauwdrukken en de plattegrond moeten jullie op de tweede etage zijn en dan is het de derde deur links.” Dit kwam bij iedere agent binnen via een oortje waarmee ze niet alleen met elkaar communiceerden, maar ook met de agenten die de inval op het bureau mee luisterden.

Wanneer ze op de tweede etage aankwamen was zijn les al volop bezig, hij had net voor de zoveelste keer het berekenen van mol uitgelegd aan een van zijn vierdejaars klassen, iets wat ze eigenlijk zouden moeten kennen na het derde jaar. Maar voor deze klas had hij altijd net wat meer geduld, in feite had hij maar oog voor een leerlinge in deze klas. Echter als ze daar achter zoude komen dan zou hij wel kunnen fluiten naar zijn baan.
Hij stond denkend bij het whiteboard met een zwarte whiteboard marker in zijn hand en een blauwe lag op zijn bureau. Op het moment dat hij deze wilde pakken om op wéér een andere manier het bereken van mol uit te leggen, hoorde en zag iedereen die in het lokaal op dat moment aanwezig was hoe de deur uit zijn voegen knalde. Een actiefilm was er niks bij. “Handen om hoog, Handen omhoog!” Werd er herhaaldelijk geschreeuwd door de politieagenten die het lokaal binnen stormden.
Hij werd hardhandig door een van de vrouwelijke agenten tegen de muur gewerkt. “handen op je rug en benen gespreid.”
De agente pakte de handboeien en deed deze bij hem om. “ Meneer Splijt u wordt aangehouden op verdenking van het ombrengen van drie vrouwen. Je hebt het recht om te zijgen, alles wat je zegt kan en word tegen je gebruikt, je hebt recht op een advocaat kun je deze niet veroorloven dan krijg je er een van ons toegewezen. Heb je zojuist begrepen wat ik je hebt verteld?” vertelde de agente stoïcijns. Hij knikte met zijn hoofd. “Wilt u ook voor het recht antwoord geven met ja of nee.” “Ja.” Antwoordde hij kort.

Alles rond hem leek stil te staan, levenloos misschien ook wel achteloos. Zijn ogen vlogen naar de grond. Schuldig ja ,dat was hij wel. Maar hoe hadden ze hem kunnen vinden. Elke plaats delict had hij schoon geboend alsof er niks was gebeurd – op het lijk na dan- .
Fuck, wat moest Lisa wel niet denken?!. Lisa… Haastig kijkt hij met zijn blauwe ogen naar Lisa. Het enige wat hij zag was een porseleinen popje dat langzaam uit elkaar leek te vallen op de grond in duidende kleine splinters. Maar Lisa hield zich staande voor de buitenwereld, niet wetende dat iedere vezel in haar lichaam moest reageren op dit schouwspel.
“ Waarvan wordt hij verdacht? “ Schreeuwt Lisa door het lokaal heen, net voordat de agenten hem mee nemen. “Nee, ik wil niet dat jullie dat zeggen.” Zegt Aiden geërgerd. Het blijft stil, wachtend en hopend op een antwoord. Helaas, geen woord, zelfs geen goedkeurende hum van een van de agenten. Onder begeleiding van twee agenten loopt hij het lokaal uit. Het lokaal blijft leeg achter de leerlingen die verbouwereerd zijn , niet wetend wat er eigenlijk net voor hun eigen ogen gebeurd was.

Aan iedere arm liep een agent, een van de vrouwelijke agenten loopt voor hen. De bel van de pauze klinkt als een echo door de lege schoolgangen. Binnen enkele seconden lopen de gangen vol met leerlingen en collega’s. Beschaamd loopt hij de trap af naar de aula. De horde aan politie agenten die her en der in school wandelden waren de leerlingen niet ontgaan. Er wordt gekeken, gefluisterd, grappen gemaakt en ook serieus gepraat. Allemaal voor hem. De spotlights zouden op een dag van hem zijn. Maar deze spotlights waren geen spotlights het waren donkeren kringen die om hem heen zweefden.
Hij had dit nooit op deze manier willen bekend maken, hij was nog niet eens klaar met waaraan hij begonnen was.
Zijn wangen liepen langzaam rood aan, rood van schaamte. Niet de schaamte van alle ogen die op zijn rug branden die hem van iets verwijten, maar hij schaamde zich dat hij onvoorzichtig was geweest. Dat hij slordig was omgegaan met het laatste slachtoffer, dat hij nu op deze manier zijn daden moest gaan bekennen en dat het niet op zijn termijnen ging.

Hij had nooit gedacht dat hij door deze grote rode deuren zou lopen met licht metalen handboeien om zijn polsen. Handboeien die tevens iet wat te strak zitten, waar hij van verzekerd was dat hij later een striem aan over zou houden. Het waren precies honderd tweeëndertig stappen naar waar hij altijd zijn fiets neerzetten. De stappen die gezet werden telde hij dan ook nauwkeurig. Zesennegentig. Zoveel stappen tot aan de wit met blauw rode logo’s van de politieauto’s Die (tevens) nog steeds in een rij opgesteld stonden. Een deur werd voor hem opengedaan. “Voorzichtig met je hoofd.” Hij voelde hoe een agent zijn hoofd vastpakte en zorgde dat hij op minder dan een millimeter zijn hoofd niet stootte aan de net te lage deuropening. De deur werd daarna met een doffe klap dichtgemaakt.
Voor een tijd lang was er geen geluid te bekennen, alleen het lichte gezoem van de politieradio.
Hij sloot zijn ogen en liet zijn gedachten los, elk hersenspinseltje dat hij zich herinnerde begin hij tot in detail te onderzoeken in zijn overvolle hoofd.
Wat had hij fout gedaan, had iemand hem gezien? had Lisa hiermee iets te maken? hoe nu verder met Lisa? Damn it. gromde hij in zichzelf. Zijn vader zou direct ingeschakeld worden, alweer een probleem erbij. Zo veel gedachtes en zo weinig tijd. Hij leunde met zijn hoofd tegen de al wat verouderde stoffen hoofdsteun. Het enige wat hij wilde op dit moment was een koud biertje en een mooie vrouw in zijn slaapkamer. Alleen dàt (die gedachte) kon hij wel vergeten.

Het ene moment leek de tijd stil te staan terwijl andere momenten voorbij zijn netvlies vlogen.
Lex van Kollwijk, een man van nog geen vijfentwintig, in een overprijsd blauw geruit pak waar uit het borstzakje een klein gebroken wit zakdoekje uitstak, de slangenleren schoenen die hij droeg hadden amper wat kilometers gemaakt te zien aan de nog bijna intacte neuzen. Daarbij maakte de autosleutel de puzzel compleet, een advocaat zonder een BMW was natuurlijk niks. Ook zijn congac leren latoptas verraadde hem. Deze jongeman zou hem moeten bijstaan, iemand die net pas kwam kijken in de grote mensen wereld, natuurlijk moest uitgerekend hij zijn advocaat worden. Welgeteld drie zaken had Lex aangevochten, deze had hij dan wel gewonnen, puur geluk dacht aiden. Echter deerde hem dat verder niks. maar het deerde Aiden niks. Zijn vader had Lex natuurlijk betaald. Voor dat geld dat Lex zou krijgen had zijn vader zich de topadvocaten van het land kunnen veroorloven. Echter als het niet om zijn vader ging dan kon de rest van de wereld creperen (ergens in een donker hoekje op de uitstek van de wereld)
Samen met z’n advocaat zat hij in een kamertje van vier bij vier. Hij aan de ene kant van de tafel en Lex aan de andere kant. Het bleef stil. Aiden had geen zin om te praten. Lex schraapte zijn keel zacht en begon vervolgens met praten.” Zodra dadelijk de agenten binnen komen hoef je niks te zeggen. Ik raad je ook aan om nog niks te zeggen. Ik zal ervoor zorgen dat je zo snel mogelijk weer op vrije voeten bent.” De deur van de piepkleine kamer vloog zowat open en twee agenten kwamen de ruimte ingelopen. Lex ging direct -zowat als een reflex- naast Aiden zitten. De al wat ouder uitziende man zou waarschijnlijk baas van de twee zijn. Zijn haar was strak naar achter gewerkt met een dikke klont wax, zijn stoppelbaard was zo’n drie dagen oud, de zwarte kringen rond zijn ogen gaven aan dat hij al een tijd geen nachtrust had gehad. Hij zette de dampende koffie die hij in zijn rechterhand vasthad op de tafel neer en roerde met een houten milieuvriendelijke lepel door. De vrouw die achter hem aanliep de kamer in leek een stuk jonger. Een rode blos op haar wangen, de bloedrode lipstick zat perfect op haar lippen wat een mooi contrast gaf met haar bijna porselein witte huid. De warrige bos krullen die Aiden al eerder had gezien waren nu in een strakke paardenstaart naar achter gedwongen. Ze had een geel kleurig documentpakket in handen. Ze hield het stevig vast alsof het een schat was die niemand anders mocht hebben. De twee agenten verschilden veel van elkaar. Zij had een uniform aan, hij niet. Zij zag er verzorgd uit, hij niet. Hij wist wat hij deed, zij nog niet. De oudere agent nam plaats tegenover hen. Hij nam een nip van zijn nog steeds hete koffie en roerde er nog eens bedenkelijk door. De jonge vrouw bleef staan. Ze leunde met een deel van haar lichaam tegen de muur terwijl ze Aiden eens goed bekeek. “Ik eis dat mijn client direct van zijn handboeien wordt ontdaan.” Eiste Lex met een stramme toon. “Zozo, wat een eisen op de late ochtend.” Bracht de oudere agent uit terwijl hij de sleutel uit zijn jaszak pakte. Aiden brachten zijn handen naar de man toe en met een kleine moeite kwamen de boeien van zijn polsen af. Ze voelden koud aan van het metaal en een kleine rode afdruk was te zien waar de boeien gezeten hadden. Hij wreef over zijn polsen heen om de doorbloeding te stimuleren. “Ik ben detective John Carter en dit is mijn partner Sharon de Klein.” John wees even kort naar Sharon terwijl hij haar naam noemde. “De aanklacht tegen uw client luid als volgt.” Vervolgde John zijn verhaal en opende het documenten pakket dat hij zojuist van Sharon had gekregen. “Het opzettelijk ombrengen van drie vrouwen, door middel van messteken, brandwonden en bruut geweld.” Aiden werd verdacht van precies het gene wat hij gedaan had. Drie – in hun ogen onschuldige - vrouwen vermoord. Wat de agenten natuurlijk niet wisten is de alom bekende waarom vraag. Iets wat hij nog lang niet van plan was om bekend te maken.
Ondertussen praatte de agent verder. “Op een van de plaats delicten is er een DNA-patroon gevonden wat niet van het slachtoffer of haar familie was. Deze informatie is vanwege het lopende onderzoek niet naar buiten gebracht. Hierdoor zijn we een buurtonderzoek gaan uitvoeren. Een grote operatie kan ik je vertellen, maar dat was het waard.” Lachte de agent schamper. “Het vrijwillig afstaan van DNA werd ons niet in dank afgenomen, dat kan ik je wel zeggen. Maar uiteindelijk naar maanden van machten bracht jouw DNA een match met het DNA wat gevonden was op het plaats delict.” Fuck. Gromde Aiden tegen zichzelf. Alle neuronen in zijn brein draaide op volle toeren en moesten dit verwerken. Zou dit betekenen dat hij écht de bak in zou gaan? Vrijwillig DNA afstaan? Politieonderzoek? Een politieagent in zijn buurt, nee echt niet. Laat staan aan zijn deur. Iets klopte niet. Dat kon gewoon niet. Zou hij er ingeluisd worden door iemand? Of erger nog de politie?
“Beken en we kunnen nog een regeling treffen met de OvJ. Zeg je niks, dat is ook goed. Maar onthoud over twaalf uur is deze deal van tafel. Om klokslag twaalf uur vannacht verloopt deze deal en sta je er alleen voor.” De agent sloeg het pakket dicht, stond op en liep de kamer uit. Met agente de Klein achter hem aan. “Goedemiddag heren.” Zei de agent voordat hij de deur uit wandelde. Agente De Klein gaf een knikje als afscheidsgebaar.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen