Foto bij H61

“Hier”, zegt Alaïs en reikt het geldbriefje naar mijn vaders kant. Hij schud zijn hoofd: “Het was een vriendendienst, hou het geld maar bij” Alaïs pakt zijn hand beet, legt het briefje in zijn handpalm en vouwt zijn hand toe: “U weet dat ik daar niet aan mee doe” Ze laat zijn hand los en ze stapt naar de deur.

Alaïs Spiorad pov.

Ik stap het kantoor van dokter Cullen uit, maar wanneer ik niemand achter me hoor aankomen, blijf ik in de deuropening stilstaan en zucht geïrriteerd. “Edward, geef die 50 pond terug aan je vader”, zeg ik om me daarna op mijn hielen om te draaien en Edward te zien met de 50 pond in zijn handen. De twee heren kijken me allebei betrapt aan. “Edward, geef terug”, herhaal ik mezelf en ik zie hoe Edward het geldbriefje twijfelend terug in de handen van zijn vader legt. “En nu meekomen”, zeg ik en hij komt naar me toe gestapt.

“Hoe wist je dat ik het geld aan je wou teruggeven?” fluistert Edward in mijn oor als we door de drukke wachtkamer stappen, die voor onze aankomst nog leeg was. “Je bent gewoon voorspelbaar, net zoals je vader. Het zit hem dus in de genen”, antwoord ik en we lopen dan naar de lift en ik druk op het knopje om naar beneden te gaan. “Ik ben echt niet voorspelbaar hoor”, mompelt hij en ik glimlach. “Ja, tuurlijk. Dat zeggen ze allemaal” “Voel je je al wat beter?”, vraagt Edward en knikt richting mijn schouder. ‘Het valt wel mee, enkel doet het nog wat pijn op sommige plaatsen, maar ik ben er nu zeker van dat ik niet meer doodbloed’, zeg ik met een knipoog en de deuren van de lift gaan open. We stappen beiden in en ik druk op 0. De deuren gaan weer toe en de lift treed in beweging. “En hoe zit het met de waanbeelden”, vraagt hij met een grijns en ik kijk hem aan met een hou-er-toch-over-op blik. Pas na enkele tellen beseft hij wat hij zojuist had gezegd: ‘Alaïs, ik bedoelde niet-’ Maar voor hij zijn zin kan afmaken trap ik hard op zijn tenen. “Godverdomme, Alaïs!”, roept hij en ik lach. ‘Ik had je nog zo gewaarschuwd Edward. En weet je nog wat je vader zei? Altijd naar de vrouw luisteren’, gier ik en hij brengt er toch nog een glimlach vanaf.

Zonder nog iets te zeggen verlaten we de lift en stappen door de schuifdeuren om dan het ziekenhuis uit te wandelen. We gaan richting zijn auto die een paar meter verder staat van de ingang. Ik zie hoe de witte gedaante, die al eerder muziek zat te luisteren in de auto, op de motorkap ligt op zijn rug met zijn armen en benen opengesperd. Ik blijf stilstaan voor de motorkap en kijk onderzoekend naar de geest. Zou hij nog leven? Edward komt naast me staan en volgt mijn blik. “Alaïs, komen de waanbe- euhm, de gekke beelden weer opzetten ?” vraagt Edward en ik kijk hem boos aan. Meteen doet hij zijn handen omhoog en stapt achteruit: ‘Ik heb mezelf nog verbeterd’. Ik schud geïrriteerd mijn hoofd en kijk het één keer door de vingers. Ik richt me weer op de geest en ga langzaam met mijn vinger naar de gedaante zijn onderbeen en por hem er dan in. Als de witte gedaante plots overeind schiet, gil ik en strompel naar achteren. “Jezus, Alaïs!”, schrikt Edward. Ik struikel over een drempel van het parkeerterrein, maar voor ik naar achteren val, voel ik Edwards arm om mijn middel slaan. “Ik heb je”, zegt hij nog wat in paniek van mijn gil. Hij helpt me weer overeind en ik zie hoe de witte gedaante zit te brullen van het lachen op de motorkap. “Verrassing!” schreeuwt hij nog tegen mij en ligt dan weer te lachen op de motorkap: “Oh mijn God! Je had je gezicht moeten zien!” Ik schud ongelovig mijn hoofd, mijn hart nog steeds zwaar aan het kloppen. “Gaat het weer?” vraagt Edward en kijkt me bezorgd aan. “Ja, ja… het gaat wel weer, dank je”, mompel ik en dan pas voel ik zijn arm die nog om me heen was geslagen. Het lijkt wel of we dat op hetzelfde moment beseffen en hij laat meteen los.

We stappen allebei in de auto en voor de geest ook kan instappen doe ik de deur op slot. Ik doe mijn riem aan en kijk dan naar buiten door het raampje om de boze gedaante te zien. “Waarom doe je de auto op slot?” vraagt Edward terwijl ook hij zijn riem aandoet. “Gewoon rijden Edward, voor alles is een goede reden, ook al zijn ze voor niet iedereen even duidelijk…”, antwoord ik en Edward grijnst dan. O wee als hij weer aan de ‘waanbeelden’ aan het denken is. Ik doorbreek de staarwedstrijd met de geest en Edward start de auto. Zodra de auto naar achteren rijdt om van de parking te gaan, kruipt de geest op de motorkap en klampt zich vast aan de ruitenwissers. Niet veel later horen we een donderslag en begint het te regenen met pijpenstelen. Ik kijk naar de doorweekte kleren van de geest en lach in mezelf. Komt ervan.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Ik blijf stilstaan voor de motorkap en kijk onderzoekend naar de geest. Zou hij nog leven?

    Hmmm, zou een geest van een dode nog leven...? 🤔;)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen