Foto bij H62

Ik wens iedereen die in de examens zit veel succes!!!(flower)

Zodra de auto naar achteren rijdt om van de parking te gaan, kruipt de geest op de motorkap en klampt zich vast aan de ruitenwissers. Niet veel later horen we een donderslag en begint het te regenen met pijpenstelen. Ik kijk naar de doorweekte kleren van de geest en lach in mezelf. Komt ervan.

Alaïs Spiorad pov.

De regen was net gestopt. De hele rit naar huis, in Edwards auto, hebben we niets meer tegen elkaar gezegd. En de geest zat nog altijd op de motorkap, mijn zicht te belemmeren. Edward rijdt de oprit op van mijn huis en stopt op drie meter afstand van de voordeur. Hij zet de auto op handrem en draait zich naar me om, maar mijn aandacht was op iemand anders gericht. De witte gedaante glijdt van de motorkap af en blijft me strak aankijken als hij richting mijn kant van de auto stapt. Ik blijf hem met mijn ogen volgen en als hij pal voor mijn zijraam staat, glijdt zijn hand naar het handvat en trekt eraan, maar de auto zat nog steeds op slot. Ik grijns en kijk weer voor me uit. Als ik zie dat Edward me zit aan te kijken, kijk ik hem aan en als ik zijn frons zie, verdwijnt mijn grijns. “Sorry”, mompel ik ter verontschuldiging en wacht tot hij iets zegt. “Onthoud wat mijn vader heeft gezegd, Alaïs. Ik weet dat je een actieve persoon bent, maar je moet veel rusten als je wilt dat je schouder helemaal geneest”, zegt hij en ontgrendelt de auto. “Wat ga je doen?” vraag ik ietwat bezorgd en kijk naar de geest die nu zit te grijnzen. “Ik ga uitstappen om je naar je huis te begeleiden. Voor wat anders, gekkerd”, antwoord Edward hoofdschuddend en opent zijn deur. “Nee, Edward. Wacht”, zeg ik en hou hem tegen door mijn hand op zijn schouder te leggen. Hij stopt halverwege zijn actie: autodeur halfopen, voet al op de oprit, rechterhand op de deurklink en linkerhand op het stuur. Hij draait zijn hoofd naar mijn hand om dan vervolgens naar mijn gezicht te gaan. Ik laat zijn schouder los en we kijken elkaar een lange tijd aan in de ogen. Er valt een ongemakkelijke stilte waarbij we elkaar maar blijven aankijken en niet weten wat te zeggen.

“Euhm…”, begin ik en probeer de stilte te doorbreken, “kan je misschien de deur terug toedoen?” Hij glimlacht en schud zijn hoofd: ‘Alaïs, ik weet dat je mijn auto leuk vindt, maar we moeten echt uitstappen. Straks gaat het misschien terug regenen’ Ik zie hoe de geest rond de auto stapt, op weg naar de open deur van Edward. Ik klik snel mijn riem los en buig me over Edward, zodat ik snel zijn portier kan toe doen. Edward doet nog snel zijn voet terug in de auto en kijkt me verbaasd aan: “Je bent me er echt wel eentje” De geest stopt voor het portier en kijkt me vernietigend aan door de ruit. Ik glimlach en laat het handvat los. Ik voel de hand van Edward langs mijn gezicht gaan en hij legt zijn hand in mijn nek. Ik kijk hem met een frons aan en hij streelt een plukje haar achter mijn oren. We kijken elkaar voor een lange tijd in de ogen, zonder iets te zeggen. Als een magneet worden onze gezichten beetje bij beetje naar elkaar toegetrokken, al waren de verplaatsingen nauwelijks zichtbaar. Ik voel nog net de verplaatsing van een arm, voordat de toeter voor een lange tijd afgaat. “Ik doe niets, ik raak het stuur zelfs niet aan!”, zegt Edward terwijl hij zijn handen in de lucht houdt en zijn blik op het stuur vestigt. De geest kijkt me aan en laat uiteindelijk de toeter langzaam los. “Oppassen jij, jongedame”, zegt de geest nog en gaat terug naar de achterbank terwijl hij een teken doet dat hij mij in de gaten houdt. “Sorry Alaïs, ik weet niet wat er misging”, verontschuldigde Edward zich en ik wuif het weg. “Het maakt niet uit”, zeg ik en ga terug op mijn plaats zitten. Onze beide blikken gaan naar de voordeur die wordt geopend door mijn moeder. “Tijd om uit te stappen”, zucht ik dan en we stappen uit.

“Wat is er met je schouder gebeurd?” vraagt mijn moeder bezorgd en Edward doet zijn mond open, maar ik verzin zelf snel een excuus. “Ik stond geparkeerd op school en ging juist uitstappen toen er plots een auto met hoge snelheid rakelings langs mij reed. Een jongen heeft me net op tijd uit de auto kunnen trekken aan mijn arm. Vandaar mijn ontwrichte schouder en mijn auto die bij de garage is om te repareren. En Edward…” “… heeft je naar huis gebracht”, onderbreekt mijn moeder me en kijkt dan naar Edward. “Wat ben je toch een lieve jongen. Ik haal wel even 10 pond voor je hulpvaardigheid” Mijn moeder draait zich om en Edward kijkt mijn moeder ongelovig na. “Punt één: redelijk goed excuus. Punt twee: wat hebben jullie toch met geld?”, zegt Edward en ik glimlach dan. Als je dat eens wist.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Wel een vrome geest zeg...xD

    Jij ook veel succes met je examens!(flower)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen