Foto bij H69

“Je schouder… Hij is helemaal genezen”, zegt Carlisle verbaast en Edward kijkt me nu ook sceptisch aan. Carlisle mompelt dan zijn eigen gedachten hardop: “Ik vraag me echt af wat je bent…”

Alaïs Spiorad pov.

Ik glimlach geforceerd bij het zien van de twee heren hun vragende blik. “Edward, kunnen we naar jouw kamer gaan? De trailer gaat zichzelf niet maken”, probeer ik de gespannen stilte te onderbreken. “Oké dan, maar ik… wij beter, verwachten op een bepaald moment een antwoord van je”, zegt hij met een glimlach. “Dat beloof ik jullie, gaan we nu?”, zeg ik en Carlisle knikt: ‘Ga maar’ Edward loopt naar de trap en voor ik hem volg, knik ik nog beleefd naar zijn vader: “Carlisle.” Ik draai me dan om, Carlisle alleen achterlatend met mijn steunverband in zijn handen in de keuken. Ik beklim de authentieke treden en laat mijn hand over de leuning glijden, terwijl ik naar de groene stof die op de trap ligt kijk.

Als ik op de eerste verdieping ben, zie ik Alice op mij afkomen. “Dag Alaïs! Het is fijn je nog eens te zien, leuke kleren trouwens! Blijf jij hier eten?”, zegt ze opgewonden en ik glimlach: “Natuurlijk” Ze klapt in haar handen en stapt voorbij mij de trap af. Ik kijk haar nog na. Mijn God, wat een enthousiasme. Voor ik nog een stap kan zetten, komt Emmet een kamer uit. Wanneer hij mij ziet, stapt hij naar me toe en stopt voor mijn neus. “Dag Alaïs, je ziet er weer goed uit”, zegt hij en geeft me een speelse stomp tegen mijn schouder. “Dankje”, zeg ik maar beleefd, maar hij valt stil en wijst naar mij. “Je zei dat je me terug ging pakken bij onze eerste ontmoeting, toch?”, vraag hij en ik glimlach. Fijn dat hij het zich nog herinnerd. Ik zie hoe Edward half uit de deuropening van zijn kamer staat, zijn broer vervelend aankijkend. Emmet gaat wat verder van me staan en neemt een gevechtspositie aan. “Kom dan maar op, ik heb een lange tijd getraind voor dit moment”, zegt hij met een speelse glimlach. “Getraind voor je afgang? Ik wist niet dat je daar voor kon trainen”, grijns ik. “Kom Alaïs, laat je je niet beïnvloeden door hem”, zegt Edward geïrriteerd als hij naast me staat en slaat een arm om me heen, om me dan verder door de gang te loodsen. Edward laat me weer los als we voorbij zijn broer zijn en ik weet dat Emmet zich niet zomaar laat doen. Voor hij mij nog maar aanraakt, laat ik hem struikelen en door zijn snelheid valt hij voluit op de grond voor mij. Dat is voor Jacob. Hij staat meteen op met een lach. “Ik hou van jou”, zegt hij en ik glimlach, “Ik heb eindelijk een waardige tegenstander gevonden” Edward slaagt weer een arm om me heen en loods me verder door de gang, in zichzelf mopperend. Ik zie Jasper in zijn kamer met de deur open. Ik knik naar hem, maar ik krijg geen respons van hem.

Edward laat me terug los met een zucht als we in zijn kamer zijn en hij sluit de deur. “Ziezo, daar zijn we ook al van af”, zegt hij opgelucht en ik grinnik. “Zo erg was het nu toch ook weer niet?” Hij kijkt me met een meen-je-dit-nu-blik aan. Ik lach en kijk zijn kamer rond. Het is hier gezellig, net zoals het hele huis. Tegenover de deur stond een kast, gevuld met boeken over alles en nog wat en links van de deur stond aan de muur een bureau met een computer en een zwarte bureaustoel. Rechts van de deur was zijn bed, niet eens aangeraakt, en aan de zuidelijke muur stond nog een kast, waarschijnlijk voor zijn kleren. Edward zet zijn computer op en een gonzend geluid vult de kamer. Ik stap naar zijn boekenkast en hou mijn hoofd schuin om de titels te kunnen bekijken. ‘Volturi en hun macht’, lees ik en frons. Volturi? Ik ga met mijn vingers over de ruggen van de diverse boeken. “Alaïs, kom je?” vraagt Edward en ik laat de boeken achter me. Ik draai me om naar Edward en stap dan naar hem toe. “Je hebt interessante boeken, maar wie zijn de Volturi?”, vraag ik en ga op de stoel naast hem zitten. “Dat moet je beter aan mijn vader vragen, hij heeft zelfs een tijdje bij ze gewoond”, glimlacht hij. Hij opent dan een programma op de computer. Ik glimlach. Nog iets wat ik aan deze knappe man kan vragen. “Mag ik vragen waarom je een bed hebt als je nooit slaapt?” vraag ik om mijn gedachten ergens anders op te richten, wijzend op het bed. “Het zat inbegrepen bij de huur”, zegt hij nonchalant en ik kijk hem fronsend aan. “Huren jullie dit huis?” “Ja. We kunnen nooit ergens langer blijven dan tien jaar. Dan begint het op te vallen dat we ouder worden.” “… En hoe lang wonen jullie hier al?” “We wonen hier al negen jaar.” “Dus over één jaar ben je er niet meer”, concludeer ik en we kijken elkaar voor een korte tijd aan. “Inderdaad, maar we kunnen nog altijd vrienden met elkaar blijven”, zegt hij en glimlacht. Ik frons en mompel dan tegen mezelf: “Als ik niet eerder vertrek” “Laten we nu maar beginnen”, zegt hij, mij niet gehoord, en draait zich naar de computer. Dan nog, interessant om te weten dat hij over een jaar er niet meer is.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Alaïs is uiteindelijk toch nog aangekomen in Edward kamerxD

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen