Foto bij H79

Plots wordt het voor mijn gesloten ogen donker en ik open ze langzaam. “Wat doe jij hier?”, vraag ik noch blij, noch verbaasd.

Alaïs Spiorad pov.

“Ik kom over je waken natuurlijk”, zegt de geest en komt naast me op de tuinstoel zitten. ‘Ik heb geen beschermer nodig’, spot ik en kijk naar de roze lucht. “Nu nog niet’, verzekert hij me en ik glimlach kort. Inderdaad, nu nog niet… Ik frons en kijk weer naar hem: “Hoe ben je hier geraakt?” ‘Taxi’, zegt hij en wijst met zijn duim over zijn schouder. Ik schud mijn hoofd en er blijft dan een korte stilte hangen in de lucht.

“Ik ga naar binnen”, verzucht ik en sta op van de houten tuinstoel, de woorden meer tegen mezelf gezegd te hebben dan tegen de gedaante. Ik pak mijn notitieboekje en gsm en stap het huis weer in. “Ik volg je”, hoor ik de geest zeggen en hij staat ook op om me te volgen. Pff… precies een vlieg waar je niet vanaf kan geraken. Als ik net de trap op wil gaan, wordt de voordeur geopend en wordt het stille huis weer gevuld met geluiden. Ronald en Melina komen binnen met drie grote zakken. “Ah, Alaïs! Ga je al naar boven?”, vraagt Ronald en zet de zakken in de keuken. “Ja, ik ben al wat moe aan het worden, vooral na die lange autorit” ‘Oké dan, slaapwel!’, zegt hij met een brede glimlach en ik ga de trappen op met de geest nog steeds achter me aan.

Eenmaal boven sluit ik de deur, van mijn voorlopige kamer, achter me en ga op bed zitten naast mijn rugzak. Ik rits hem open en pak er een kleine bijbel uit, tensamen met twee lange kaarsen en een beeldje van Jezus. Ik sta op met de spullen en duw de geest opzij, zodat ik aan mijn bureau kan. Ik zet ze allemaal op het houten bureau, de verwijten van de geest negerend. Jezus in het midden, achter hem de twee kaarsen en voor de voeten van de heilige man de kleine bijbel. God, dat is lang geleden dat ik nog eens heb gebeden. Ik steek de kaarsen aan met een aansteker, rol de bureaustoel aan de kant en ga dan op mijn knieën zitten voor alle spullen. Ik vouw mijn handen in elkaar en leg ze op het kleine boekje. Ik laat mijn hoofd zakken en sluit mijn ogen: “Wat-” Voor ik ook maar de eerste zin kan uitspreken, komt de geest naast me op de grond zitten en neemt dezelfde houding aan. “Waarom zou een geest meebidden?” ‘Ik ben geen geest, ik ben een Wight. God heeft me aangesteld om jou en je huis te beschermen’, zegt hij met gesloten ogen en legt zijn gevouwde handen mee op de bijbel. Ik kijk hem niet begrijpend aan. Ik zal later wel uitzoeken wat een Wight nu juist is. “Kom op, doe je ogen toe en bid met me mee. Met twee is de kans groter dan God meeluistert en onze gebeden aanhoort”, zegt hij en ik gehoorzaam hem dan en we beginnen ons gebed: “Wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen. Uit de benauwdheid heb ik tot de HEERE geroepen, de Heere…”

“… Help ons om nooit tegen u te kiezen. En bescherm ons tegen de macht van het Kwaad, want u bent koning en regeert met grote macht, voor altijd. Amen.” Tensamen sluiten we ons gebed af: “In de naam van de Vader, de Zoon, de heilige Geest, Amen.” We openen onze ogen en blazen de kaarsen uit. “Ziezo”, zegt de Wight en staat op. Ik volg hem en ruim alles op. “God heeft ons gehoord”, zegt hij plots en ik kijk hem vreemd aan. “Hoe weet je dat?”, vraag ik en hij stapt naar me toe. ‘Je voelt het hier’, en hij legt zijn hand op mijn borstbeentje. Hij laat me dan los en gaat op de bureaustoel zitten. Fronsend ga ik op het bed zitten en pak mijn laptop terwijl ik hem opstart. Ik laat mijn vingers over het toetsenbord glijden en bekijk meteen alle zoekresultaten voor ‘Wight’. “Wights zijn ellendige omhulsels van hun vroegere levende zelven. Ze hebben een krijtwitte huid en zijn geneigd haat en geweld te plegen jegens de levenden. Ze worden meestal gevonden onder de macht van een krachtige Necromancer, die dienst doet als lijfwachten of handhavers. Wights kunnen woest zijn in de strijd en zijn in staat om anderen te doden door hen van hun levenskracht af te voeren door aanraking.”, lees ik hardop voor en kijk over mijn scherm naar de Wight. “Wat is dat voor en flut site, zie ik er soms uit alsof ik een slaaf ben van een Necromancer? Tss, ongelofelijk”, protesteert de Wight. “Zij beschermen ook heilige plaatsen of personen”, vervolg ik, zonder van hem weg te kijken. “Waarom ben ik en het huis heilig?”, vraag ik aan hem en hij glimlacht enkel: “Daar kom je zelf wel achter” Ik slik. Er blijft een ongemakkelijke stilte in de lucht hangen. Ik besluit dan maar om mijn laptop uit te zetten en ik maak me klaar op te gaan slapen, terwijl ik de Wight beveel om weg te kijken. Ik ga in bed liggen met alle lichten gedimd. Ik kijk naar links en zie de Wight vanop de stoel naar me kijken, zonder te knipperen. Ik draai me om met mijn rug naar hem toe en sluit mijn ogen, terwijl hij bijna geluidloos mompelt: “Eén enkele aanraking en de levenskracht is weg…”

Reacties (2)

  • Allmilla

    Ik zou niet meer slapen als ik die laatste zin hoorde...:S

    1 jaar geleden
  • IkOpDeWereld

    Mijn rug en schouders zijn gekneusd en ik was dus echt in een rot humeur vandaag tot ik dit stukje las!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen