Foto bij H82

zonder er over na te denken, pak ik een zwarte vuilniszak en gooi het met al mijn kracht tegen de kop van de Barguest, die door de klap tegen de grond valt.

Alaïs Spiorad pov.

“Een vuilniszak?!”, zegt de Wight gefrustreerd. “Wat moest ik anders gooien! We zitten in een steeg vol met afval!”, werp ik tegen en zie de Wight met zijn hand tegen zijn voorhoofd slaan. “En die hark daar dan, was die weer niet goed genoeg?”, zegt hij en nu pas zie ik de verroeste hark die naast de vuilniszak tegen de muur stond. “Ow”, zeg ik en kijk meteen weer naar de Barguest die langzaam overeind komt. “Bravo, je hebt hem nog bozer gemaakt”, zegt de Wight en ik kijk hem dodelijk aan. Meteen kijk ik weer om als ik zie dat de Barguest de aanval heeft ingezet. Ik pak de puntige hark en wanneer het monster binnen bereik is, hou ik de hark bij het uiteinde van de steel vast en slaag met de punten in zijn gezicht, waardoor hij tegen de muur aansmakt. Ik laat meteen de hark los en kijk naar de pijnlijke splinters in mijn handen.

“Ja, kijk gerust naar je handen, want daar heeft mevrouw weer tijd voor”, zegt de Wight op sarcastische toon. “Als ik hiermee klaar ben, draai ik je nek om!”, roep ik terug en we horen van ergens een bewoner roepen: “Kan het wat stiller daar!” Voor ik iets kan terug roepen, hoor ik hoe de hark tegen de grond klettert wanneer de Barguest terug opstaat. Dit kan je nu toch niet menen. Hij rent weer op me af en deze keer beslis ik om mijn Athame te gebruiken. Ik pak hem stevig vast en wanneer hij aanstalten maakt om te springen, kan ik nog net op tijd wegduiken en ik voel hoe zijn klauwen me op een haar na missen. Ik rol over de grond en kom achter het monster weer recht. Ik hou deze keer mijn Athame met een ijzeren greep vast en ik kijk het monster recht aan. Hij komt weer op me af, met zijn gloeiende ogen om mij gericht, en als in een stierenvechten spring ik op het laatste moment weg en maak een diepe snee in zijn flank. Een luid gebrul stijgt op uit de steeg en ik maak mijn schouders los. Oké, nu de finale slag. Klaar om het beest af te maken, zet ik me stevig op de grond. Zodra hij binnen bereik is, maak ik een zijwaartse beweging, in de verwachting dat ik mijn Athame in de zijkant van zijn hoofd kan boren, maar tot mijn grote verbazing ontwijkt hij die door te bukken. Met zijn grote kop duwt hij met een onverstelbare kracht tegen mijn buik, waardoor ik naar achter wordt gegooid. Met een doffe klap kom ik tegen de stenen muur terecht dat de steeg afsluit en ik beland op de grond, happend naar adem. Ik richt me weer op en zie het monster op me afkomen. Voor ik mijn Athame van de grond heb gepakt, zie ik voor mijn ogen hoe de Wight de Barguest een harde klap in de flank verkoopt. Het monster komt tegen de zijmuur terecht en ik zie mijn kans mooi liggen. De Barguest komt op de Wight af. “Alaïs, nu is het jouw beurt!”, roept hij. “Hé!”, begin ik en sta recht, “Je bent nog lelijker dan je eigen moeder!” Zowel de Barguest als de Wight kijken me dodelijk aan. Het heeft effect en de Barguest komt ziedend op me af en ik hou mijn Athame klaar. Wanneer hij dicht genoeg is, laat ik mijn wapen neerkomen en doorboor zo zijn schedel. Hij jankt nog luid als ik mijn wapen omdraai in zijn kop en hij valt dan voor mijn voeten neer. Ik zucht opgelucht en leg mijn hoofd tegen de koele muur. “Dat was gemeen wat je tegen hem zei. Zelfs een monster als hij verdient dat niet te horen”, zegt de Wight en komt naar me toe en kijkt verafschuwend naar het karkas voor mijn voeten. Ik glimlach: “Het had wel effect. Op jullie beide.” Hij kijkt me met toegeknepen ogen aan. “Kom, we smeren ‘em”, zegt hij en ik pak mijn Athame vast, maar hij zit muurvast. “Dit kun je toch niet menen”, kreun ik en trek zo hard ik kan aan het wapen. Ik geef nog een laatste harde ruk en hij komt los, tensamen met een bloederig hoopje hersenen.

“Je hebt behoorlijk wat kuiswerk”, zegt de Wight en ik stap achter hem aan, het steegje uit. “Wat bedoel je daarmee?”, vraag ik en zwier mijn Athame, waardoor de hersenen met een smak op de grond terecht komen. “Zie je die rode spettertjes op mijn mooie, witte gewaad? Die moeten eraf” “Ach, die kleine vlekjes stellen niets voor. Kijk naar mij!” De onderkant van mijn jas en mijn schoenen zaten onder het bloed en mijn handen waren ook helemaal bebloed, nog zwijgend van spetters. “Pff, aansteller”, zegt hij en ik draai met mijn ogen: “Maar het is wel het minste wat ik voor je kan doen nadat je me hebt geholpen”, zeg ik en stap de auto in, net zoals hem. “Ik hoop het. Ik wil ook gepromoveerd worden als dat kan.” Ik start de auto: “Nee.”

Reacties (2)

  • Allmilla

    “Ik hoop het. Ik wil ook gepromoveerd worden als dat kan.” Ik start de auto: “Nee.”

    Gepromoveerd worden?:8Goed dat dat niet doorgaat, dat zou nogal wat worden anders...

    1 jaar geleden
  • IkOpDeWereld

    Leuk stukje je schrijft echt heel goed

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen