Foto bij H83 - 28 sept

“Ik hoop het. Ik wil ook gepromoveerd worden als dat kan.” Ik start de auto: “Nee.”

Alaïs Spiorad pov.

Het is zeven uur in de ochtend wanneer de Wight en ik aankomen bij het gastgezin. Ik parkeer de auto op de oprit en we stappen uit. Met het bloed aan mijn handen lijkt het wel of ik op één of ander slagveld ben geweest. Voor ik de gekregen sleutel van Ronald in het sleutelgat kan steken, wordt de deur al geopend. “Potverjandorie! Waar heb jij in gezeten?!”, brengt Ronald meteen uit en ik buig naar hem toe en glimlach. “Om verhalen te vertellen, moet je er eerst een maken”, fluister ik met een knipoog en Ronald leeft weer helemaal op. “En nieuw verhaal? Yes! Kom gauw naar binnen Alaïs, ik zal aan Melina vragen om een bad klaar te maken met lavendel en daarna kunnen we alles bespreken aan de ontbijttafel”, en weg is hij. Ik stap naar binnen en sluit de deur. “Geef je kleren maar, dan kan ik ze wassen”, zeg ik en steek een hand uit naar de Wight. “Hier uitkleden? Ben je gek ofzo mens, ik ben wel geen stripper hé”, protesteert hij. “Niemand kan je zien, buiten ik.” “Dat is één persoon te veel.” “Fijn, je weet de wasmachine staan? Het is daar links, de-” “Hier”, zegt hij enkel en hij geeft zijn vuile gewaad aan mij. Ik pak het aan en kijk dan hoe hij in zijn linnen onderbroek staat. “Is het weer grappig?” Ik haal mijn schouders omhoog, maar kan een glimlach niet onderdrukken.

“Bedankt voor alles en ik wens jullie beiden nog veel geluk in de toekomst”, zeg ik tegen Melina en Ronald. “Jij wordt bedankt, Alaïs. Hopelijk wordt deze wereld beter met jou erin”, zegt hij en trekt me in een omhelzing. Hij laat me weer los en hij pinkt snel een traantje weg. Dan trekt Melina me in een knuffel: “Hopelijk tot gauw” Ze laat me los en ik probeer mijn frons te verbergen. In betere omstandigheden dan. Ik pak mijn rugzak van de grond en slaag die over mijn schouder. Ik stap naar de auto en stap in. De twee bewoners die me onderdak hebben aangeboden, zwaaien me uit en ik zwaai terug. God, wat zal ik ze missen. Ik rijd van de oprit en vertrek naar huis.

“Moet jij ook iets hebben om te eten of te drinken?”, vraag ik aan de Wight wanneer we de shop van het benzinestation inwandelen. “Ik eet en drinks niets, dus wrijf het er nog maar eens in”, zegt hij en ik draai met mijn ogen. “Ik wou gewoon vriendelijk zijn”, mompel ik. “Wel, niet meer doen.” Ik pak dan een flesje water en een broodje tonijn. Ik stap ermee naar de kassierster en geef haar de spullen. “Wilt u het kassaticketje?” “Nee, dank u.” “Oké, nog een fijne dag voor u.” “Voor u ook”, zeg ik en pak de spullen van haar aan. Ik ga dan samen met de Wight naar buiten die een chocoladereep zit op te eten. Ik zucht overdreven en kijk hem verveeld aan. Achter mij gaat het alarm af en de vrouw van de kassa kijkt verbaasd naar de detectoren waar niemand door is gelopen. “Je weet toch dat het geen moeite was om voor dat ook te betalen.” De Wight loopt onverstoord verder en negeert mij volledig. Ik grinnik en stap dan naar mijn auto die wat verderop geparkeerd staat.

Leunend tegen de motorkap, eet ik het laatste stukje van mijn boordje op. Ik gooi het servetje dat er rond zat in de vuilbak en keer terug naar mijn auto waar ik het flesje water van de motorkap pak. Ik draai het open en drink ervan. “Is mevrouw de treuzelaar nu klaar of hoe zit het”, zegt de Wight die klaar staat om in te stappen. “Weet je nog dat ik zei dat ik je nek ging omwringen?” Hij knikt bevestigend. “Dat was dom, want je bent al dood. Maar nu besef ik dat ik je nog steeds kan terugpakken” “O ja? En hoe dan? Ik ben onoverwinnelijk”, zegt hij triomfantelijk. Het resterende water dat nog in mijn flesje zit, leeg ik boven zijn hoofd. “Onoverwinnelijk zei je?”, grijns ik terug en hij kijkt me woest aan terwijl hij een deel van zijn gewaad uitwringt. “Nu is het mijn beurt om jou terug te pakken en ik kan wel je nek omwringen”, zegt hij woest. Ik wijs met mijn vinger naar boven en zeg: “Zou ik niet doen, God kijkt mee” “Geloof me. De eerste beste kans dat ik krijg doe ik het.” Ik haal mijn schouders op en stap in de auto. Hij stapt ook in en zegt dan: “Mag ik eens autorijden? In mijn tijd waren er nog geen metalen omhulsels op wielen en het lijkt me wel leuk om het te doen-” “Nope, ik wil niet opgepakt worden voor spookrijden.”

Reacties (2)

  • Allmilla

    Wauw, die Wight is ongeduldig zeg... Die laatste zin was goed hahaxD

    1 jaar geleden
  • IkOpDeWereld

    “Nope, ik wil niet opgepakt worden voor spookrijden.”


    Beste manier om een spook af te troeven

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen