Foto bij H85 - 30 sept (epiloog)

“Hetzelfde kan ik van jouw zeggen”, mompelt hij en kruist zijn armen. Ik draai met mijn ogen en rijd de weg op, richting huis.

Leatherface pov.

Ik nip van mijn wijnglas dat gevuld is met het bloed van een dertien jarige jongen, komend uit Berlijn. Rustig zet ik het wijnglas weer neer op de lange, zwarte tafel van steen die in het midden van de grote troonzaal staat. Ik lik met mijn tong langs mijn gevoelloze lippen. “Dus”, begin ik en laat mijn handen over de armleuning van mijn troon glijden, “jij wilt beweren dat de drie wezens die ik heb gestuurd naar dat… meisje-” “Alaïs, mijn Heer”, onderbreekt de gehavende kobold me en ik sta met een ruk recht waardoor hij ineenkrimpt. “ONDERBREEK MIJ NIET!”, roep ik woest en slaag het wijnglas van de tafel die kletterend op de marmeren vloer valt. De kobold, die een generaal is van mijn leger en mijn bediende, doet bang een stapje achteruit, terwijl hij zit te wriemelen aan zijn gescheurde kleren die volhangen met bloed. Zijn bloed, komend van vroegere martelingen. “Dus, de drie wezens die ik op verkenning heb gestuurd om… Alaïs te vermoorden, zijn omgekomen?”, vervolg ik en stap rond de lange tafel, recht naar de bediende toe. “J-ja, mijn Heer”, zegt hij met een trillerige stem. “Dus ook die Barguest?” “Ja, mijn Heer.” Ik pak hem vast bij zijn kraag en til hem anderhalve meter hoog op zodat ik hem recht in de ogen kan kijken. “Je bent een nietsnut”, sis ik en pak hem bij zijn hoofd vast en trek hem van de romp, net zoals een kurk uit een wijnfles wordt getrokken. Ik laat zijn lichaam op de koude vloer vallen, terwijl zijn zwarte bloed over de tegels loopt, en zijn hoofd gooi ik nonchalant over mijn schouder. Ik klap dan twee keer in mijn handen en meteen komen er bedienden van alle kanten: ze ruimen het lijk op, ruimen het gevallen wijnglas op en poetsen meteen de vloer, zodat die weer blinkt. “Mijn heer?”, hoor ik iemand nederig zeggen en ik pak het nieuwe wijnglas uit zijn handen. Ik neem een slokje en alle bedienden zijn weer weg.

Ik zet het halfvolle wijnglas weer neer op de tafel en er wordt op de grote, zwarte eikenhouten poort geklopt die daarna opengaat, piepend in zijn verroestte scharnieren. Ik recht mijn rug en vouw mijn handen achter mijn rug in elkaar. Een grote trol verschijnt in de opening en het gekling van zijn zwaard tegen zijn harnas klinkt door de zaal. “Mijn Heer, uw zoon wilt U spreken”, zegt de forse bewaker en ik knik: “Laat hem er maar in.” De wachter gaat terug uit de deuropening en niet veel later galmen de stappen van mijn zoon door de zaal. De poort wordt achter hem weer gesloten. “Als daar de gevreesde Obeah-man niet is”, grijns ik en hij kijkt me aan, zover hij kan. Met zijn toegenaaide ogen komt hij dichter en stopt voor me om dan een knieling te maken. “Vader”, zegt hij enkel en staat weer op om me dan aan te kijken. “Jilaiya, wat fijn om je nog eens te zien”, zeg ik en aai hem over zijn verrotte dreadlocks, waaronder zijn asgrijze gezicht zit met de versleten draden die zijn ogen toehouden. “Ik moet iets met je bespreken”, zegt hij serieus en gaat op één van de stoelen rond de grote tafel zitten. Ik knik en zet me op mijn troon van puur obsidiaan. “Vader, ik kan Alaïs aan. Laat me haar observeren, laat me haar achtervolgen. Geef me een kans om haar te doden, zodat ze ons volk geen pijn meer kan doen.” “NEE! Ze is te gevaarlijk. Ik wil niet mijn enige zoon dood hebben, daar is ook het einde mee van dit gesprek”, sis ik en steek mijn kin omhoog. “Maar-” “Nee, Jilaiya!” “Vader! Luister nu eens naar me. Ik wil ons volk bevrijden”, begint hij en staat op, “Ik wil niet meer onder schuilen in dit gekrocht! Ik wil weer leven in ons paleis, ik wil laten zien dat WIJ de machtigste zijn! De wezens die in het donker moeten leven door hen. Wij verdienen terug de macht over de aarde!” Ik zucht. “Wij zijn de rechtmatige heersers over de wereld en dat hebben ZIJ GODVERDOMME van ons afgepakt! Wij verdienen eer, wij verdienen macht, wij verdienen de wereld”, sist hij en slaat met zijn vuist op de tafel. “Laat me met Alaïs afrekenen voor eens en voor altijd, vader. Zodra ze dood is, volgt de rest van haar groep en dan grijpen we zo de macht!” Ik denk na en het blijft even stil, waarin zijn laatste woorden nog nagalmen in de zaal. Ik wrijf over mijn kin. “Vader, heb vertrouwen in mij. Laat me zien hoe ze te werk gaat, laat me haar zwakke plekken zoeken zodat we die kunnen elimineren.” “… Goed,” begin ik en sta op van mijn troon, “maar je zet enkel de aanval in als ik het zeg, niet eerder. Heb je dat begrepen.” Er verschijnt een grijns op zijn gezicht en hij maakt een zachte buiging. “Beloofd, vader.’ Hij draait zich om en verlaat de zaal. Ik pak terug mijn wijnglas en drink hem nu in één teug leeg.

Unravelling truths - Carlisle Cullen (Twilight) Deel II

Veel leesplezier!(flower)

Reacties (2)

  • IkOpDeWereld

    Om nog ff op Allmilla in te gaan, Een wijnsuggestie voor mr leatherface zou ook bloed van een kind uit frankrijk kunnen zijn zoeter

    1 jaar geleden
  • Allmilla

    Hmmm, misschien een wijnsuggrstie voor mr. leatherface: pak bloed van een jongen uit een kustgemeente, die heeft meer zuurstof en dus een betere smaak...;)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen