Foto bij Hoofdstuk 3  ||1918||

alsjeblieft hier is het tweede deel van de dag!! 🎉


1918
Cara Victoria Lagos Cullen

Met moeite slik ik de brok in mijn keel weg en begin ik zachtjes op mijn onderlip te bijten. Ik breng mijn hand naar het gezicht van de vrouw en langzaam sluit ik de vrouw haar ogen. Wat triest dat er opnieuw iemand heeft moeten sterven. Ik zucht zachtjes terwijl ik het witte laken over de vrouw haar lichaam trek en ook over het gezicht heen leg. Ik trek mijn handschoentjes uit en gooit ze in de prullenbak langs het bed van de net overleden vrouw. Ik pak mijn klembord met de vrouw haar gegevens en begin op het blaadje te schrijven. Ik laat mijn blik voor een laatste keer over het witten laken glijden en draai me dan van de patiënt weg en stap de dood stille kamer uit. Met het klembord tegen mijn borst aangedrukt stap ik langzaam door de gang. De zoveelste patiënte die is gestorven in een vreselijk korte tijd. En allemaal zijn ze gestoven aan de Spaans griep. Op zulke momenten haat ik het oneindige leven. Ik haat het om te onthouden hoe iedereen is gestorven en waaraan. Op dit moment haat ik mijn baan als dokter. Ik laat nog een zucht mijn lippen ontsnappen en ga aan de balie staan. De vrouw lacht naar me met een waterige glimlach en zwak glimlach ik terug. Ik rijk de vrouw mijn klembord aan en vlug neemt ze hem van me aan. Misschien word het tijd voor verandering. Misschien word het tijd dat ik weer veder ga met mijn eigen leven. Ik zucht een keer zacht en snuif dan de lucht op. Tussen alle menselijke geuren die er in het ziekenhuis rondhangen ruik ik de zoete geur van mijn beste vriend. Ik begin spontaan te glimlachen bij de gedachten. Het idee dat mijn beste vriend na al die tijd nog bij me is maakt me gelukkig, maar nu moet ik hem echt weer achterlaten. Ik draai me vlug van de balie af en stap de gangen door. Mijn voeten volgen automatisch de geur van de man die ik moet vinden. Zodra ik de man in het oog krijg merkt hij me ook op en draait hij zich naar me toe. Hij blijft nog steeds even oplettend als toen ik hem ontmoeten. De glimlach die hij op zijn gezicht heeft staan verdwijnt zodra hij me eens goed bekijkt.
‘Gestorven.’ Mompel ik zachtjes tegen de man als ik voor hem tot stilstand kom. De man glimlacht zwak en knikt begrijpend naar me.
‘Het is een vreselijke tijd, de Spaanse griep heeft vele mensen getroffen. Het zal nog wel even zo door gaan.’ zegt de man waarop ik zwak knik. De man kijkt me onderzoekend aan en kort slik ik de brok die zich in mijn keel heeft gevormd weg. De man kent mij door en door. Hij weet wanneer er iets met me is en waarschijnlijk weet hij dat nu ook. Hij is er altijd voor me geweest en heeft me uit eindelijk geadopteerd als zijn dochter. Het is grappig als je weet dat ik wel wat jaartjes ouder ben als hem, maar zo voelt het niet. ‘Cara, wat is er?’ vraagt de Carlisle me terwijl hij voorzichtig zijn hand op mijn schouder legt. Waarom kent hij me toch zo goed?
‘Ik kan dit niet meer.’ fluister ik waarop de man begrijpend naar me knikt. ‘Het doet me pijn om mensen steeds weer te zien sterven. Ik doe dit werk al zo lang en ik kan het gewoon niet meer aan om dit werk te doen.’ zeg ik waarop de man begrijpend knikt. ‘Het is tijd voor weer iets nieuws. Ik denk dat het weer tijd word dat ik er in mijn eentje weer op uitga. Ik vind het echt geweldig met je, maar ik wil nieuwe mensen leren kennen. Ik wil avonturen gaan beleven en op ontdekking gaan. Ik wil fouten maken en er van kunnen leren. Ik wil iets nieuws. Ik wil een menselijk leven gaan lijden.’ Vertel ik de man waarop hij lief naar me glimlacht en knikt. Ik voel hoe de eerste tranen uit mijn oog hoeken ontsnappen en over mijn wangen glijden. Waarom begrijpt die man me zo goed?
‘Lieverd, je zit echt niet aan me vast. Ik snap wat je wilt. Je wilt niet weten hoe vaak ik dat niet gewild heb, maar jij hebt ook echt de gaven om het ook echt te kunnen. Ik zal je niet tegen houden om te gaan. Natuurlijk zal ik het jammer vinden, maar het is jou leven en het zijn jouw keuzes. Ik zal me altijd zorgen om je blijven maken en ik zal zeker dolgelukkig zijn als jij je weer bij me zal voegen. Ik weet hoe graag je dit wilt en daarom zal ik je steunen in elke beslissing die jij je in je leven zal maken.’ Zegt de man me waardoor ik hem dankbaar in de arme vlieg en mijn gezicht in zijn koude vertrouwde hals druk. Ik voel hoe de man zijn sterke marmeren armen om mijn menselijke lichaam heen slaat en me dicht tegen zijn lichaam aan drukt. Zijn greep is vertrouwd en tegelijkertijd beschermend. ‘Beloof me te schijven als je weet waar ik verblijf.’ Fluistert de man met zijn zijde zachte stem in mijn oor waarop ik vlug knik en hem langzaam los laat. ‘Beloof me ook te bezoeken als je weet waar ik me bevind.’ Zegt hij waarop ik opnieuw knik. De man legt zijn hand opnieuw op mijn schouder en bekijkt me van top tot teen. Hij krijgt een trotse uitdrukking op zijn gezicht en vlug drukt hij zijn zachte koude lippen op mijn voorhoofd. Dit moment voelt als een vader die zijn dochter uit huis ziet vertrekken. ‘Ik zal er altijd voor je zijn en je zult altijd bij me terecht kunnen wat er ook gebeurd.’ Verteld hij me zodra hij me weer los laat.
‘Bedankt Carlisle. Je bent mijn beste vriend en tegelijkertijd ook mijn vader. Ik hou van je en ooit zal ik me weer bij je voegen, dat beloof ik je.’ zeg ik waarop de man breed glimlacht en knikt.
‘Dat weet ik, mijn lieve Cara.’ Zegt hij zachtjes. Door zijn woorden voel ik een glimlach op mijn gezicht ontstaan.
‘Dokter Cullen geacht te komen helpen in kamer honderddertien.’ Word er door de gang geroepen. De man glimlacht nog een keer naar me en draait zich dan van me af. Ik blijf de man aan staren tot hij de hoek om slaat en voor voorlopig uit mijn leven stapt. En hoelang dat gaat duren? Geen idee. Zwak glimlachend keer ik terug naar de balie waar ik vlug mijn spullen in lever en dan naar de uitgang van het ziekenhuis loop. Zodra ik buiten sta en de koele wint tegen mijn gezicht aan voel begin ik te glimlachen. Ik adem een keer diep in en uit en voel de frisse lucht mijn longen vullen. Ik voel me rustig nu ik me buiten bevind wetend dat ik weer overal heen kan. Op een menselijk tempo loop ik in de richting van het dichte begroeide bos. Zodra ik diep in het bos tussen het groen van de bomen sta en de omgeving met mijn ogen heb gecontroleerd of er niemand loopt laat ik mezelf veranderen in mijn waren zelf. Voor even neem ik nog een teug lucht en voel de zuurstof door mijn niet werkende longen gaan. Ik open mijn ogen en neem de perfecte natuur goed in me op en zet dan mijn eerste stap naar de vrijheid. Vlug volgen er meerdere en binnen een minuut heb ik Chicago verlaten en ben ik een nieuwe wereld binnen gestapt. Ik zal opnieuw dingen leren, ik zal opnieuw leren leven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen