Foto bij Scar 50

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Waar gaan we nou hee-een?' zeur ik.
Ik voel haar glimlachen en ze kantelt haar hoofd iets om een zacht kusje tegen mijn schouder te drukken. 'Niet zo ongeduldig, jij.'
En hoewel geduld juist een van mijn zwakste kanten is, klaag ik niet meer, want van alle plekken op aarde zou ik toch nog veruit het liefste hier zijn, naast Paige op een of andere plakkerige metro naar waar dan ook.

Nadat we zes minuten later overgestapt zijn naar een andere metro (waardoor ik nog steeds niet weet waar we naartoe gaan), is het doodstil. De metro is nagenoeg verlaten. Alleen twee wagons verderop zit iemand, half slapend en met een koptelefoon op zijn hoofd.
Uiteindelijk verbreek ik de stilte door de vraag te stellen die al aan me knaagt sinds gisteravond.
‘Toen je nog bij je vader woonde... In Rusland... Heb je ooit iemand moeten vermoorden, Paige?’ vraag ik rechtdoorzee, want ik zou niet weten hoe ik hier een subtiel suikerlaagje aan toe zou moeten voegen.
En ze verstijft.
'Je... Je moet weten dat ik het je niet kwalijk zou nemen. Ik weet dat, als je vader je tot zoiets zou dwingen, je er niets aan zou kunnen doen,' druk ik haar snel op het hart. 'Wat jou is aangedaan toen je nog maar een kind was, is niet jouw schuld, oké? Dat moet-'
'Ik heb nog nooit iemand vermoord. Ook niet als politieagente,' antwoordt ze met een glasharde stem, bijna ijzig. Dan lijkt de onzekerheid zijn entree te maken en slikt ze. 'Alleen... toen ik negen was is er wel een situatie geweest waarin het bijna gebeurde, zeg maar.'
Ze kijkt stug naar beneden, alsof haar blik te zwaar is om op te tillen.
Ik raak voorzichtig haar arm aan en probeer mijn stem zo zachtjes mogelijk te laten klinken wanneer ik vraag: 'Wil je erover vertellen?'
Even is ze stil. 'Mijn vader was op de begane grond iemand aan het... elimineren. In die tussentijd lag ik op de verdieping daarboven te slapen. Nou ja, ik was aan het doen alsof ik sliep, in ieder geval, want ik wist dondersgoed waar hij mee bezig was. Ik wist dat hij me waarschijnlijk na een tijdje naar beneden zou roepen om zijn rotzooi op te ruimen, zoals hij bijna altijd wel deed. Maar het ging mis, die keer. De man die hij om wilde brengen, begon terug te vechten. Hij had zich vrijgeworsteld en omdat de weg naar de deur versperd werd, rende hij omhoog, op zoek naar een andere uitweg of misschien iets - of iemand - om mijn vader mee te kunnen chanteren.' Ze slikt. 'Iemand zoals ik. Zodra ik doorhad dat er iets misging, kwam ik meteen overeind en wilde ik vluchten. Ik wilde mijn slaapkamerraam opendoen, maar het vroor en het klemde, dus tegen de tijd dat hij mijn slaapkamer had gevonden, had ik nog maar net het raam open weten te trekken. En ik kan goed vechten. Ik kan heel goed vechten. Ik wil je niet beledigen, maar in een één-op-ééngevecht zou ik het hoogstwaarschijnlijk van je winnen, ook al ben je sterker.'
'Daar twijfel ik niet aan,' stel ik haar gerust wanneer ik iets van zenuwen in haar blik zie, alsof ze bang is dat ze me echt heeft beledigd.
'Nu wel, maar toen... Ik was nog maar negen. Mijn vader was me al wel aan het trainen en zeker de technieken had ik al vrij aardig onder de knie, maar dat was echt een boom van een vent en ik was een klein, licht meisje dat nauwelijks sliep omdat ze 's nachts luisterde naar hoe haar vader mensen zoals hij vermoordde. Hij slaagde erin me te overmeesteren en net toen ik onder mijn bed probeerde te reiken naar het pistool dat ik daar zonder mijn vaders toestemming verstopt had, kwam Vadìm de kamer binnengerend. Hij heeft hem doodgeslagen met het fotolijstje van mijn nachtkastje. Als hij niet op tijd binnen was komen vallen, was ik nu dood of een moordenaar geweest.'
Ik ben even zo vol van afschuw dat het een tijdje duurt voordat ik me realiseer dat ze waarschijnlijk gespannen aan het wachten is op mijn reactie. Het ziet er bijna uit alsof ze verwacht een soort verkrampte afkeer zal zien, of misschien zelfs dat ik zal beweren dat het haar schuld is, maar ik neem voorzichtig haar hoofd in mijn handen, mijn duimen strijkend onder haar ogen, en kijk haar gekrenkt aan.
'Oh Paige,' verzucht ik. 'Ik... Ik weet dat ik het al veel vaker gezegd heb en ik zal het ook zeker vaker gaan doen, maar ik vind het zo verschrikkelijk. Ik... Ik vind het zó erg wat je allemaal is overkomen. En... En je was nog zo jong, zelfs. Jezus. Ik... Als het kon, zou ik al je pijn van je overnemen.'
Ze glimlacht triest. 'Ik wens het je niet toe.'
Het gesprek valt weer stil, maar dat is helemaal niet erg. Wonderbaarlijk gemakkelijk weten we precies hoe we op elkaar in moeten spelen. We schuiven steeds iets dichter naar elkaar toe en ik strijk voorzichtig mijn mijn vingertoppen over haar haar, langs haar wang, langs haar sleutelbeen, haast als een balletvoorstelling. En haar vingers glijden over mijn armen, naar mijn polsen, bijna alsof we geboren zijn om gewoon bij elkaar in een verlaten metro te zitten zonder ons te vervelen, als een duet. Haar gezicht komt steeds iets dichterbij de mijne en na een tijdje vraagt ze ademloos: 'Mag ik je kussen?'
Ik antwoord niet eens. Ik buig meteen naar voren en laat mijn lippen de hare raken en ondanks dat ik mijn lichaam voel branden van verlangen, kus ik haar juist heel zachtjes, want ik wil geen moment van dit gevoel verloren laten gaan aan iets onzinnigs als haast. Ze kantelt haar hoofd iets om de kus te verdiepen en net wanneer ik mijn armen om haar onderrug laat glijden om haar dichter tegen me aan te trekken, klinkt die bloed irritante, mechanische stem weer over de intercom en met een zucht trekt Paige zich ietsje terug, maar zo'n klein beetje dat ik haar adem nog tegen mijn lippen voel.
'We moeten er bij deze halte uit,' zegt ze.
Ik zucht en we staan op. Ik had niet eens echt door dat ze eigenlijk al bijna op mijn schoot zat en ondanks dat ik niet bepaald preuts ben, stroomt het bloed toch naar mijn wangen. We pakken elkaars hand vast alsof we al eeuwen samenzijn en wanneer ze aanstalten maakt om alvast naar de deuren te lopen, houd ik haar even tegen.
'Nog één,' smeek ik en ze stapt ogenrollend naar me toe.
'Nog één,' geeft ze toe en ze drukt een zacht maar o zo verslavend kusje op mijn lippen.
'Nog twee,' ga ik verder. 'Drie. Zestien. Een miljoen.'
Ze rolt opnieuw met haar ogen en begint me mee te trekken naar de deuren. Net tijdens het lopen besluit de metro heel onverwachts stil te gaan staan - wat mogelijk veroorzaakt wordt door het feit dat we bij de halte zijn aangekomen, maar dat had ik natuurlijk nooit aan kunnen zien komen - en we struikelen, waardoor ik Paige een beetje bijna fijnplet tussen een paal en mezelf.
Tussen alle excuses en "Nathan, het maakt niet uit"s door, lopen we de metro uit.
'Weet je zeker dat je je niet bezeerd hebt?'
'Nathan.'
'Het klonk best wel hard.'
'Natha-'
'Het was je schouder, toch?'
'Nathan!' Ze probeert overduidelijk boos te klinken, maar dat mislukt jammerlijk, want ze barst in lachen uit. 'Nathan, het gaat prima. Het was geen val van twaalf meter hoogte, hoor.'
'Weet je het zeker?'
'Ja. Ja, echt.' Ze draait zich naar me toe, waardoor we even stil gaan staan. Ze gaat op haar tenen staan en drukt een klein kusje op mijn lippen. 'En dan zit jij gewoon nog steeds te ontkennen dat je schattig ben.'
Ik wil automatisch een "Ik ben helemaal niet schattig" in de strijd gooien, maar ik besluit het spelletje even hard mee te spelen en kaats terug: 'En dat zegt degene die op haar tenen moet gaan staan om me te kunnen kussen.'
'Mensen in de houtgreep nemen wordt meestal niet als romantisch gezien,' vertelt ze en we lopen haast kinderachtig grinnikend verder.
Net wanneer we het metrostation uitlopen en ik wil vragen of ze nu wél wil vertellen waar we heen gaan, hoor ik haar zachtjes in zichzelf mompelen: 'Ik ben niet eens zo klein. Ik en gewoon gemiddeld. Jij ben achterlijk lang.'
'Dat hoorde ik,' zeg ik me een scheve grijns.
'Oh, ik wist niet zeker of je me helemaal daar boven wel kon horen, langnek.'
'Zie je nou wel, dat je best scha-'
'Als je me nog een keer schattig noemt, vertel ik al helemaal niet waar we heengaan.'
Ik kan tien verschillende protesten bedenken, maar de nieuwsgierigheid overwint en na een gedempte zucht, bijt ik maar op mijn tong.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Haha:9~dat laatste stukje vooral(hoera)

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Zo schattigggg, allebei haha!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen