Foto bij Hoofdstuk 5  ||2002||

Ik hoop dat jullie het iets vinden!


2002
Carlisle Cullen

Zo snel als ik kan ren ik door het dicht begroeide bos. Al mijn zintuigen heb ik op scherp staan voor mensen, dieren en mijn familie. Al deze wezens mogen me niet zo zien. Grommend ontwijk ik op het nippertje een boom en kijk boos om me heen. Zodra mijn oog valt op een dikke, oude, dode boom ren ik er op af, grijp hem stevig vast en trek hem zonder enige moeite uit de grond. Ik kijk naar de gigantische, dode boom in mijn handen en gooi hem zonder enige moeite een stuk veder het bos in. Hij word met veel kabaal stopgezet door een andere boom en valt dan in twee stukken met een harde klap op de mossige grond. Ik klop mijn vieze handen aan mijn spijkerbroek af en zucht dan even. Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Opnieuw zucht ik als ik het antwoord op die vraag weet. Ik ga met mijn hand door mijn haar en haak het daar even in vast. Wat moet ik doen? Mijn familie mag me zo niet zien!
‘Carlisle?’ hoor ik de bekende stem van mijn oudste zoon roepen. Ben ik dan zo erg ver weg dat ik zelf mijn familie niet hoor? Zodra Edward bij de doormidden gebroken boom staat blijft hij er even naar kijken, maar kijkt dan al vlug mijn richting in. Een gefrustreerde grom verlaat mijn mond en meteen draai ik me van de jongen weg. Waarom moet hij me komen opzoeken? En waarom gedraag ik me zo? ‘Dat vraag ik me de laatste tijd ook af.’ Hoor ik de jongen zachtjes mompelen en meteen draai ik me woedend naar hem toe.
‘Wat kom je hier doen!’ grom ik boos naar de jongen. Verbaast zet de jongen een stap van me vandaan. ‘Heb je iets nodig? Kan ik je ergens mee helpen?’ Grom ik nu iets rustiger door zijn kalmerende houding.
‘Nee je kunt niks voor me doen. Ik vroeg me alleen af wat er met je aan de hand is. Ik vroeg me af of ik iets voor jouw kon doen.’ zegt de jongen waarop ik mijn hoofd zuchtend schut. Als hij het kon had ik het hem graag laten doen maar hij kan haar niet naar me terug brengen. Edward zijn gezicht staat verbaast en vlug zet ik een stap achteruit en beging ik al mijn gestorven patiënte in mijn hoofd op te noemen. Hij mag het niet weten! Ik hoor de jongen geërgerd naar me grommen en meteen komt hij op me af gerend. ‘Waarom mag ik het niet weten? Wie die haar? Waarom sluit jij je af? Wat is er aan de hand Carlisle?’ gromt de jongen woedend naar me waarop ik zucht en veder ga met opsommen. ‘Je hebt geheimen voor je eigen familie! We hadden toch afgesproken dat we geen geheimen hadden?’ Vraagt hij me waarop ik verslagen zucht en knik. Dat hadden we inderdaad. Ik hoor een takje knakken en verbaast kijk ik om me heen en zie ik dat heel mijn gezin zich om ons heen heeft verzamelt.
‘Carlisle?’ hoor ik Emmett zachtjes mijn naam zeggen. Ik kijk in zijn richting en zie zijn verdrietige houding. ‘Heb je geheimen voor ons?’ vraagt Hij me met een lichtelijk gekwetste toon in zijn stem. Zijn honingkleurige ogen staren me onderzoekend aan. Zuchtend schut ik zwak mijn hoofd.
‘Het is niks. Het is iets van voor jullie tijd.’ Zeg ik zachtjes. Ze knikken en de meeste verdwijnen weer tussen de bomen. Ik zie Edward naar me kijken en een voorzichtige stap in mijn richting zetten. ‘Het spijt me Edward. Ik heb gewoon even tijd nodig.’ Zeg ik waarop de jongen knikt en tussen de bomen schiet. Ik draai me langzaam om en kijk naar de laatste persoon die nog bij me is. Een glimlach siert automatisch mijn gezicht als ik haar zie. Ze zet wat stappen in mijn richting en twee meter van me vandaan blijft ze stilstaan.
‘Wat is er met je aan de hand lieverd?’ Vraagt ze me zachtjes. Haar bezorgde ogen scannen heel mijn lichaam. Ik zucht nogmaals en overbrug de laatste twee meter. Ik leg mijn handen op haar schouders en trek haar voorzichtig tegen me aan. ‘Houd je niet meer van me?’ vraagt ze me onzeker. Verbaast duw ik haar iets van me af en schut ik mijn hoofd.
‘Ik mis iemand.’ Zeg ik waarop ze knikt.
‘Wil je het me vertellen?’ vraagt ze me met een zwakke glimlach. Ik glimlach naar haar en knik dan.
‘Ik kende vroeger iemand en ze betekende alles voor me. We hebben wat jaren samen geleefd maar toen besloot ze om te verteken. Ze beloofde me om terug te komen maar ze heeft het nooit gedaan. Ik maak me gewoon zorgen om haar. Ik mis haar vrolijkheid in mijn leven. Ik mis haar.’ Fluister ik zachtjes waarop Esme glimlacht en knikt.
‘Was ze je vriendin?’ vraagt ze me waarop ik begin te lachen en mijn hoofd schut.
‘Ze was mijn dochter.’ Zeg ik waarop de ogen van mijn vrouw groot worden. ‘Ik had haar geadopteerd omdat ze niemand anders had.’ Vertel ik haar waarop ze knikt.
‘Was het een menselijk kind?’ vraagt mijn vrouw me waarop ik opnieuw mijn hoofdschut.
‘Ze was net zoals ons. Ze was alleen iets unieker.’ Vertel ik mijn vrouw waarop ze knikt en mijn hand vastpakt.
‘Dan hoop ik dat ze snel langskomt. Zodat ik haar kan ontmoeten. Ik zou haar graag willen leren kennen.’ Zegt ze waarop ik knik. Ik zou ook graag willen dat ze snel langs zou komen. ‘Kun je haar anders niet gaan zoeken? De kinderen begrijpen het vast wel als je er een tijdje niet bent.’ Vraagt Esme me waarop ik zachtjes moet grinniken en mijn hoofd schut.
‘Ik denk niet dat ik haar zal kunnen vinden. ten eerste heb ik geen idee van waar ze zich zou kunnen bevinden en ten tweede ze houd graag van nieuwe dingen.’ Zeg ik waarop Esme me verbaast aan kijkt ‘Ze verandert haar uiterlijk nogal graag.’ Verduidelijk ik mezelf waarop ze knikt. ‘Ze is trouwens erg op haar privacy gesteld.’ Zeg ik waarop ze knikt. Misschien is ze me vergeten of wilt ze me helemaal niet zien!
‘Zullen we dan maar naar huis gaan?’ vraagt Esme me waarop ik knik en met haar mee loop. We lopen terug naar ons huis waar onze vijf adoptie kinderen zicht nu ergens bevinden en toch mis ik er nog steeds een. Ooit zal ze thuis komen. Ooit zal zich weer bij me voegen en tot die tijd zal ik op haar wachten. En zodra ze er dan weer is zal ik haar in mijn armen trekken. Ik zal haar dan weer beschermen zoals ik vroeger deed. Zoals een echte vader dat hoort te doen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen