Ik zal proberen om elke maandag en vrijdag een hoofdstuk te posten, op die manier kom ik tenminste optijd bij voordat het eind november is. :'D

Sinds dien kon ik mijn gedachte niet van de draak afhouden, het deed mij iets wat ik niet kon begrijpen. Ieder geval op dat moment kon ik het nog niet begrijpen wat er precies was gebeurd.
Ik was een draak, ieder geval dat zei mijn soortgenoot, maar wat houdt een draak precies in.
Ik kan niet geloven dat draken slechte wezens waren, daarbij die draak scheen de dinosauriërs, hoe die draak hen noemende, ook niet te mogen.
Ik kon begrijpen dat niet iedere dinosaurus zich goed konden gedragen, daarbij vertelde die draak ook over het feit dat ze genoeg geduld hadden voor mij, ik had geen idee wat dat betekende.
Het was al voor mij duidelijk dat ik langer leefde dan de rest waarbij ik leefde, ik was niet zeker hoelang ik hier eigenlijk al was, maar wie weet… Misschien was dat al voor jaren.
“Heb je wel geslapen, Bijter?” Ze keek mij aan, en ik gaf haar geen blik terug, het enige wat ik kon doen was naar de bovenkant van deze slaapplek kijken. Een soort plafond. Uiteindelijk gaf ik antwoord door mijn kop te schudden.
“Ik kan het maar niet uit mijn hoofd zetten wat die draak tegen mij zei, als ik echt een draak was, waarom heb ik er nooit eerder een gezien? Waarom weet ik niet wat ik ben.” Jay’la begon te zuchten en keek mij nog steeds aan.
“We weten niet wat er precies gebeurd is, maar je zou wel geboren moeten worden net zoals ieder ander hier. Zelfs draken hebben een begin, en niemand kan herinneren wanneer hun begin is…”
“Alleen het eind.” Ik maakte haar zin af op een manier die ze mogelijk niet bedoeld had.
Het was even stil, zelfs Jay’la wist even niet wat ze moest zeggen, dus ik vertelde maar dat ik even naar buiten ging, om een rondje te lopen.
Eenmaal buiten keek ik opnieuw naar het plateau, opnieuw verschenen er flitsen als ik ernaar keek, het had misschien te maken met emoties. Nu ik al zoveel emoties had gevoeld van die plek begon het mij constant beelden te brengen, en veel ook.
Het leek even alsof dingen weer voor mij alsof de beelden steeds echter begonnen te worden, elke keer weer een nieuwe dino, elke keer een nieuw seizoen, elke keer opnieuw hetzelfde ritueel voor zolang ik de flitsen kon zien.
Ik keek om mij heen en de hele stad leek anders, het leek groter, maar ook ouder.
Wat is er gebeurd?
“Hallo?” Ik wandelde naar het verblijfplaats waar ik zojuist nog naar buiten was gelopen.
Een dino die ik niet kende keek mij vragend aan, alsof het iets bijzonders was, iets wat die dino nog nooit had gezien.
“Je ontwaakte…” Ik draaide mijn kop scheef,
“wat?” Ik leek niet te begrepen wat er eigenlijk was gebeurd.
“Er was eens een verhaal, dat het standbeeld voor het plateau ooit een levend wezen was, zoals ieder ander, een verhaal dat alleen bekend is door de stamhoofden zoals mijzelf.” Ik was heel verward, aangezien ik niet precies wist waar hij het over had, een standbeeld? Zover ik weet heb ik daar maar een paar minuten gestaan.
“Het verhaal is al generaties oud, al sinds het begin van ons bestaan, onze derde opperhoofd Jay’la.” Ik was even stil om de informatie door mij heen te laten komen.
“Dus als ik het goed begrijp heb ik daar jaren lang gestaan als een standbeeld zonder dat iemand kon zien dat ik eigenlijk een levend wezen ben?” De dino knikte.
“Al voor minstens 7 generaties.” Ik schudde mijn kop aangezien ik niet kon geloven wat hij zojuist vertelde.
“Niet weer… Ik heb niet weer een beste vriend verloren…” Opnieuw kwamen de beelden terug, de beelden terug die aan het begin van de flitsen doorkwamen.
Eenmaal daar te hebben gestaan als standbeeld zag ik hoe Jay’la contact met mij probeerde te maken, ze raakte me aan, probeerde mij op te tillen, maar er was geen beweging in mij te krijgen. Elke dag heeft ze het geprobeerd, elke dag tot zelfs in haar oude dagen, juist dat ontroerde mij. Dat Jay’la elke dag weer probeerde contact met mij te maken tot ze uiteindelijk naast mij stierf.
Opnieuw schudde ik mijn kop met tranen in mijn ogen.
“Dit had niet moeten gebeuren!”
De beelden gingen verder hoe de groep haar brachten naar het plateau van rituelen, hoe ze daar lag zoals ik Sorax bij zag liggen, iedereen legde voedsel bij haar, maar ook bloemen.
Er waren zelfs beelden dat Jay’la het zo liever gewild had, dat er bloemen bij haar uitvaart zou zijn.
Bloemen, omdat ik dat deed voor Sorax, omdat ik het voedsel toch opgegeten zou hebben.
“Nee… Jay’la…” Opnieuw voor een derde keer schudde ik mijn kop en rende naar buiten, opnieuw keek ik naar het plateau om elk detail in mij op te nemen, de wezens die om haar heen stonden, de teksten die ze tegen haar vertelde, hoe ze wanhopig mij probeerde wakker te maken, zelfs tot haar dood.
Zoveel dedicatie voor het geen wat ze deed, in begin gaven ze mij de schuld, dat ik de reden ben dat ze nu dood is. Later was ik niet minder dan een standbeeld voor ze, een standbeeld die altijd kijkt naar degene waar afscheid van genomen wordt.
Elk beeld, elk detail kwam in mij op, en het stopte niet. Het stopte niet.
Ondertussen rende ik maar verder, ik wilde niet meer hier zijn, ik kon het niet handelen hoeveel pijn en verdriet er op het moment in mij verborgen zat.
Al de pijn van de beelden die mij constant achterna begon te zitten.
Het beeld stopte niet, het stopte niet, het stopte niet…
Opnieuw was het beeld dat Jay’la elke dag naast mij stond, ze praatte met mij, over de dingen die ze goed had gedaan, over de dingen die ze slecht had gedaan. Dat ze had gelogen over het feit dat ze niet wist wat draken waren, maar dat Sorax haar vertelde dit niet te vertellen. De spijt dat het haar deed niets verteld te hebben. De schuld die ze had waarom dit was gebeurd.
Alleen maar schuld, zoveel pijn, allemaal door mij.
Alles hier komt door mij, alle pijn, al het verdriet…
Het werd alsmaar groter… En ik kan dat niet herschrijven.
Ik kan de geschiedenis niet herschrijven, niet zoals ik wil, alleen de toekomst kan geschreven worden.
Ik voelde hoe de pijn in mij steeds harder begon te branden, steeds groter, het enige wat ik dan nog kon doen was schreeuwen, om op die manier van de pijn los te kunnen laten.
Er gebeurde veel meer dan alleen schreeuwen, cirkels begonnen te ontstaan, rode gigantische cirkels.
Ze gloeide met letters erin dat ik niet kon lezen, meer cirkels begonnen te ontstaan, steeds groter, steeds hoger, ze stopte niet, het werden er alleen maar meer. De pijn werd niet minder, maar juist meer. Het gevoel dat mijn hele lichaam begon te branden, zelfs dat werd steeds meer.
Er was maar een manier om van al deze pijn verlost te raken, en dat was loslaten.
En dat was precies wat ik deed, ik ontwaakte alles wat mij pijn deed, de beelden die constant voor mij flitste, beelden waar ik zoveel spijt van heb gehad, Sorax niet te kunnen redden, zelfs Jay’la had ik niet kunnen redden.
Een straal van kleuren die ik niet kon beschrijven, kleuren waar geen woorden voor was schoot de lucht in. Zo groot, en zo hoog dat ik het einde niet kon zien.
Het trok iets aan, iets heel groots, en in een korte flits voor mijn ogen kwam het neer op de grond, zo hard, zo luid dat, dat geluid mijn hele leven zou achtervolgen.
In een fractie van een seconden had ik mijn omgeving veranderd in niets meer dan as.
Het vulkanische landschap waar mijn herinneringen begon, was precies waar dit ook op was geëindigd, en opnieuw was ik omringt door het rood, de kleur van de dood.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen