Opnieuw liet ik alles voor mij bij flitsen, opnieuw liet ik de tijd voor mij voorbij gaan, ik was zo boos dat alles waar ik van hield begon te verdwijnen dat ik maar besloten had om van niets meer te houden.
Het had voor mij toch geen zin, ik zag iedereen voor mij sterven, iedereen die stierf door mij heeft een niet veel langer leven dan wie dan ook, elk wezen zou uiteindelijk toch wel sterven, en dat was precies mijn gedachte voor een hele lange tijd.
Tot… Tot dat er een nieuw dominante ras op begon te duiken, de mens.
Mensen waren hele interessante wezens om naar te kijken, ondanks hun minpunten kregen ze het toch voor elkaar om in een mum van tijd te evolueren tot iets vindingrijks.
Wat de dinosauriërs in miljoenen jaren was gelukt, lukte het de mens in tienduizenden.
Hoe kan een wezen zo simpel, zo minimalistisch, het ver schoppen in de wereld wat is genaamd evolutie.
Ik begon de wezens te spioneren, ik begon weer de interesse te krijgen die ik al jaren lang niet had gehad, maar moest ik wel met de mens gaan bemoeien? De laatste keer dat ik mij in een volk vestigden werd het hun dood, niet alleen de plek waar ik leefde, maar de gehele wereld leek compleet dood te zijn, toch waren er dingen die het overleefd hadden.
Waarom hetgeen wat evolueerde tot de mens.
Ik voelde mij trots, aangezien ik een van de redenen ben waarom de mens nu kon bestaan.
Op gegeven moment begon de mensenwereld te veranderen in iets heel speciaals, de mens begon huizen te bouwen, auto’s elektronica, ze werden ook wel genoemd, erg modern.
Mijn beelden, of visioenen waren gestopt, of ze waren gestopt omdat er weinig te zien was in de toekomst, zolang ik niet in de weg stond kon ik ook niets veranderen, misschien was dat wel het hele punt van die visioenen.
Alles wat kon veranderd worden door mij, zou ik een visioen krijgen.

De mensen begonnen agressiever te worden, waarom wist ik niet, maar ze schenen krachten te beschikken wat ik nog nooit bij andere wezens had gezien, maar voor ik het wist waren ze niet de enige met krachten, ze schreven boeken dat was een manier om zich mee te communiceren, een manier waarop ze hun gedachtes en kennis konden opschrijven.
Het was geweldig om ervan te lezen, en zonder dat ik het wist ging ik alle bibliotheken af om ze te lezen.
Van de Egyptenaren tot aan de Europeaanse gebieden, over de hele wereld waren er gebouwen voor mij om boeken te lezen, en het was geweldig.
Ik had nog nooit zoveel kunnen leren, van niemand niet, en juist daarom dacht ik dat ik niemand anders nodig had dan mijzelf, en de wezens die de boeken schreven.
Nog steeds leek het mij namelijk beter niet met ze te spreken.
Ik verbood mijzelf daarom ook mijn krachten te gebruiken.

Op een dag toen ik een boek begon te lezen kreeg ik een sterk gevoel bij een bepaald soort groep wezens, die volgens het boek wordt beschreven als mythes.
Het boek ging over goden, ik begon te zoeken naar zulke wezens aangezien ze werden beschreven als iets wat nooit dood kon gaan, niet aan ziektes, niet door leeftijd, precies het soort wezens waar ik in contact mee wilde komen.
De eerste god die ik vond was Archimevimus, ik noemde hem graag Archi, ondanks ik hem nog nooit had ontmoet.
Archi werd op deze wereld ook wel de god van de zon genoemd.
In het boek werd verteld dat het mogelijk was een god te vinden door een deur naar hun speciale wereld te openen, wonderbaarlijk zonder moeite lukte mij dat ook, en voor heel lang leek ik niet te begrijpen waarom het voor mij zo makkelijk was.
Het eerste wat ik deed toen ik zijn wereld binnenkwam, was genieten van de heerlijke warmte die op de gehele plek werd uitgestraald.
Het voelde zo geweldig dat het enige wat ik kon doen was er relaxed bij te gaan liggen.
“Wat in Maans naam kom jij hier doen, en waar kom je vandaan, spreek nu.” In eerste instantie was hij niet in een vriendelijke bui, blijkbaar vonden goden het niet leuk als je zomaar hun wereld binnen trad.
“Eh, mijn naam is Bijter, ik wilde je graag vragen stellen! Oh en hoe ik hier kom? Ik heb gewoon een opening gemaakt naar deze realm door heel diep na te denken, oh en de boek zei dat ik mij moest concentreren op het geen wat ik wilde, en dat is ook gebeurd.” De god keek mij verward aan, en wist compleet niet wat hij met mij aan moest, maar nu ik hier toch was.
“Dus vertel mij…” En juist op dat moment wist ik niets meer te zeggen, blijkbaar spreken over de onderwerpen dat mij interesseerde was lastiger dan ik dacht, dus ik begon bij hetgeen wat ik kon vertellen over mijzelf.
“Ik ben op de aarde gekomen jaren geleden, zonder echt te weten wat mijn doel was, ik zag de wereld verbeteren, ik voelde connecties met de wezens die om mij gaven, de dinosauriërs, en toen ik even moest denken over de beelden dat ik zag, sprong ik zeven generaties verder, en… Nou ja, ik kon niet nog meer wezens zien verdwijnen uit mijn leven en heb ik mogelijk misschien per ongeluk alles laten uitsterven.” Ik keek de god aan en begreep nu eigenlijk hoe vreemd mij zin wel niet klonk.
“Dus jij was degene die de wereld vernietigde tot er niets anders overbleef dan ongedierte.” Het maakte niet echt precies uit hoe iemand zijn zin zou formulieren, het kwam ongeveer wel daarop neer, dus ik knikte maar.
“Hoe heb je dat dan in Maans naam overleefd, heb je daar zelf misschien een antwoord op?” Ik schudde dit keer mijn kop.
“Ga dan hier weg, en kom niet terug, ik heb betere dingen te doen dan met jou te praten, als je het mij vraagt hoor jij thuis bij die Zazuar, alhoewel hij vast niet blij zou zijn geweest met wat jij had gedaan.” Ik keek hem aan met een scheve kop.
“Wie is Zazuar?” Hij sloot zijn ogen even en zuchtte vrij diep.
“Onder wereldse god, meer hoef je niet te weten.” Ik knikte dan en verdween voor zijn ogen, als sneeuw voor de zon, juist na zo’n tijd kon ik beter met mijn krachten omgaan, en dat was gunstig. Zeker om die uitbarsting tegen te gaan waar de gehele wereld van verwoest kon worden.

Reacties (1)

  • NicoleStyles

    oke ik ben echt in love op de manier hoe je dingen kunt beschrijven, zoals de mens just wow

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen