Het idee was dat ik via het dal naar Zazuar kon komen, als die Archi echt denkt dat ik daar thuis hoor kan ik net zo goed daar even een kijkje nemen, ik kon op deze manier ook kijken of ik mijn excuses aan kon bieden. Als hij echt voor de zielen zorgde betekend dat dan niet dat Sorax en Jay’la daar ook dan ergens waren?
Ik zocht weer in de bibliotheek naar de juiste boeken, er scheen dat je een portaal kon openen in het zogeheten dal. Ook al wist ik niet precies waar dat dal lag, maakte het mij wel blij dat het mogelijk was.
Ik las verder in boeken of er misschien wat meer bekend was over dat dal, maar ik kwam uiteindelijk op niets uit. Ik wilde de wezens die hier leefde niet aanspreken, ik had nog steeds geen zin in een gesprek met die mensen, wat mij verbaasde was dat ik ze kon verstaan, gebruikte de zelfde taal als de dinosauriërs deden?
Of was ik degene die ze gewoon zo snel kon verstaan?
Een echt antwoord erop zou ik niet echt krijgen.
Was er een manier voor mij om op een andere manier achter te komen waar dat dal zat? Een van de spreuken die ik mogelijk kon uitspreken.
Ik sloot mijn ogen, alleen maar voor eventjes om een goeie concentratie te krijgen met het gevoel diep in mij. Ik dacht aan het dal, de tekening die ervoor gebruikt was, toen ik eenmaal mijn ogen opende zag ik voor mij hoe een gele straal mij de weg liet leiden.
Was het zo gemakkelijk om dingen te vinden die ik wilde? Ik had alleen een beeld nodig en de rest ging vanzelf?
Op dat moment vroeg ik dat mij niet zo af, ik wilde alleen maar naar dat dal komen, ik zweefde ernaartoe, en plots voelde ik hoe ik opnieuw verdween in een ruimte waar ik even niets kon zien. Het voelde als vallen, maar ik viel helemaal niet.
In een flits leek ik dichterbij het dal te zijn dan ik dacht, opnieuw was ik verbaast met wat er gaande was, het verwarde mij dat ik zomaar op andere plekken kon verschijnen.
Het dal zag er vriendelijker uit dan wat je zou verwachten.
Het dal was omringt door wat rotsen en heuvels, en een waterval dat zich uitliep op het meer.
De plek waar ik mijn spreuk moest doen om naar binnen te komen lag naast het meer, toen ik eenmaal mijn spreuk had uitgesproken kwam ik binnen, maar de onderwereld werkte iets anders dan de wereld van Archi, waarschijnlijk door de taak die Zazuar moest uitvoeren.
Ik was dit keer ook niet meteen bij de god, ik moest eerst een flinke route gaan wandelen, maar misschien was dat expres om indruk te leggen op de wezens die Zazuar wilde bezoeken.
Het begon met een lange gang met fakkels die brandde met paars licht.
Niet veel later was er een brug dat leek van houtgemaakt te zijn, over een grote vlakte, de ruimte was zo breed dat je aan alle kanten ver kon kijken. Als je ver genoeg naar beneden keek kon je zien dat de wezens daar in een rij stonden voor een andere poort. Is dat de rij vol met zielen dat beoordeeld moeten worden?
Aan de andere kant van de brug was er weer een open ruimte, wat uitliep op een lange stenen trap, waarschijnlijk ging deze trap naar beneden, de rij met zielen, en naar boven, de plek waar Zazuar ‘kantoor’ zich bevond.
Natuurlijk wandelde ik naar boven toe om Zazuar te ontmoeten, ik had hem best veel te zeggen, of eigenlijk sorry om voor te zeggen.
Ik deed de grote stenen deuren open om naar Zazuars kantoor te gaan en ging daar dan in het midden van de zaal zitten.
Hoe zou het eigenlijk hebben uit gezien, een groot mensachtig figuur op een troon met een klein draakje midden in een gigantische ruimte.
“Dus het machtige draakje heeft eindelijk voetstappen gezet in zijn eind?” Zazuar keek mij doordringend aan, maar ik liet niet echt een emotie zien anders dan hoe ik normaal zou kijken.
“Eind? Zover heb ik nog nooit een eind gezien, wat valt onder ‘het eind’,” Ik ging wat dichter bij hem zitten.
Was hij van plan mij aan te vallen ofzo? Ik heb niet echt het idee dat, dat mij wat kan aandoen.
“Je bent een heel vreemd wezen, je aura is niet te lezen, alsof je niet hoort te bestaan.” Hij ging er even beter voor zitten.
“Wat betekend dat zelfs? Dat ik een vreemd wezen ben, dat wist ik al… Er zijn al genoeg vreemde dingen gebeurd. Ze zeiden dat ik een draak was, maar zelfs daar ben ik niet zeker van. Ik heb daarna ook geen draken meer gezien…”
“… en niet veel later vond je het leuk om de gehele wereld op te blazen met een meteoor? Dat klinkt heel verantwoordelijk, enig idee hoeveel schade dat mij heeft gebracht? Het duurde jaren voor ik dingen op orde was, ik verbied het je dat nog eens te doen.”
“Hoe kan je mij zomaar iets verbieden? Ik wist niet eens wat ik precies aan het doen was… Ik heb er zelf ook wel spijt van, alhoewel het interessant is om te zien hoe deze mensen de overhand hebben gekregen, ze zijn zelfs zwakker dan de dinosauriërs ooit waren…” Zazuar lijkt daar mee eens te zijn en knikte dan snel.
“De mens verdient het niet eens om op de eerste plaats te komen,” grijnsde hij erbij.
Ik had maar een korte bedenktijd dat hij stiekem wil dat ik het nog eens ga doen, maar dan bij de mens.
“Je wilt de mensheid uitroeien, geeft dat jou juist niet veel werk?” Ik bleef op dezelfde plek zitten, en keek hem aan met een neutrale blik.
Als hij echt de mensheid wilt laten uitroeien, dat zou de wereld voor een derde keer ernstig veranderen, ikzelf had er geen zin in dat nogmaals te zien, de wereld vol met lava en de dood.
“Dat is precies wat ik wil, en jij gaat dat voor mij doen, als goedmaker voor het verwoesten van zoveel wezens, misschien is het dan zelfs een beloning om het nog een keer te doen.” Ik gromde er lichtjes bij, wat voor gedachte is dat zelfs. Waarom dacht Archi dat ik goed bij Zazuar zou passen.
“Ik ga niet de wereld nog eens verwoesten, ik wil niet nog eens de wereld in vuur en vlam zien, ik ga de mensen niet voor je uitroeien.” En met die woorden was ik van plan deze plek te verlaten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen