“No, I just wanna hold you.”


Justine Heidi Harbours

Met tranen in mijn ogen zit ik op de badrand. Mijn zicht is troebel, maar ik heb mijn zicht niet nodig om mijn gezicht te zien. Al twee uur zit ik roerloos op dezelfde plek, starend naar die verdomde spiegel. Mijn zusje is drie uur geleden naar school vertrokken, mijn vader was nog eerder de deur uit. Ik daarentegen kan mezelf amper verplaatsen zonder het uit te gillen van de pijn. Ik herken mijn gezicht amper. Het is duidelijk dat mijn vader zelfs een van zijn eigen grenzen heeft overschreden, want normaal laat hij mijn gezicht intact, al is het maar omdat ik op mijn moeder lijk.
      Gister vertrokken de laatste mensen rond half één ’s nachts. Iets daarvoor had ik Embry gevraagd of hij Ariel op haar bed kon liggen, waar hij woordeloos mee instemde, waarna hij vechtend met zichzelf, of zo leek het toch, uiteindelijk met zijn vrienden mijn huis verliet. Nog geen half uur later lag ik met een gespleten lip en een stel gekneusde ribben tegen de hoek van een kastje. Terwijl mijn vader me de meest ongelofelijke beledigingen toeschreeuwde en zijn vuisten in een mateloos ritme op elke plek van mijn lichaam liet neerkomen, dwaalden mijn gedachten af naar de wolf en zijn enorme grijze snuit. Dit keer kwam hij me echter niet redden.
      Ariel heeft door alles heen geslapen, want toen ik mezelf een paar uur later naar mijn bed sleepte, lag ze in het licht van de maan te slapen als een roos. Mijn gedachten dwalen af naar de pijn tussen mijn benen en een nieuwe waterval aan tranen dreigt te ontsnappen. Ik bal mijn handen tot vuisten en duw ze tegen mijn dijen, om een nieuw soort pijn te creëren die me af moet leiden.
      Na trappen en stoten in ontvangst te hebben genomen, dacht ik dat het over was. Mijn vader verdween naar de keuken en ik hoorde de koelkast open en dichtgaan, want blijkbaar is het best vermoeiend om je oudste dochter in elkaar te slaan. Ik rolde me echter op tot een klein balletje. Zo klein dat ik hoopte dat mijn vader me over het hoofd zou zien.
      Dat gebeurde echter niet. Nog steeds voel ik mijn vaders handen op mijn lichaam, hoe ze me met een harde draai met mijn buik op de vloer draaiden en mijn broek tot over mijn knieën trokken. Gelukkig moet ik daar ergens mijn bewusteloos zijn verloren en heb ik me de daaropvolgende uren ergens tussen het wakker en slapen zijn bevonden, nooit helemaal helder, maar ook niet in een diepe slaap. Het was een enigszins prettige staat, want in tegenstelling tot nu voelde ik de scherpe pijn niet.
      Ik kijk met een frons naar het nummer dat ik ingetikt heb. Het is het nummer van Sheriff Swan en het afgelopen uur heb ik zo vaak met mijn vinger boven het groene hoorntje gehangen, maar ik kan het niet. Mijn vader zal erachter komen en god alleen weet waar hij tot in staat is als het om Ariel gaat. En ik moet hoe dan ook aan Ariel denken. Het zijn nog maar drie maanden tot ik achttien word en dan huur ik een appartement zo ver weg van de duivel die mijn vader mijn voorstellen, dat hij ons nooit meer terug kan vinden.
      Met een zucht verwijder ik het nummer van mijn telefoon en gooi ik het toestel richting een stapeltje handdoeken, waar hij een gedempte landing maakt. Ik kan het me niet veroorloven om er nog meer autoriteiten bij te betrekken.
      Ik sta op van de badrand en een gesmoorde kreun echoot door het binnenste van mijn opgezwollen mond. Ik zet een paar wankele stappen richting de wasbak onder de medicijnenkast en zodra ik er ben, omklemmen mijn handen het koude steen. Het werkt enigszins verkoelend, maar zodra ik in de spiegel kijkt, word ik helemaal warm.
      Ik zie er verschrikkelijk uit. Mijn linkeroog lijkt wel opgemaakt te zijn door een spastische kleuter met blauwe verf en mijn lippen zijn zo opgezwollen dat ik van geluk mag spreken dat ik geen tand verloren ben. Mijn kaak is een kunstwerk van precieze halen met zowel paars als geel en rood. Mijn lichaam kan ik niet zien, maar dat hoeft ook niet, want het ongemakkelijke gevoel alleen al zegt genoeg over de staat waar ik in verkeer. Ik vraag me af wat Sue Clearwater zou denken als ze nu mijn schade moet beoordelen. Ik gniffel humorloos over de gedachten, terwijl mijn vingers met wel uitgedachte bewegingen het medicijnenkastje opentrekken en een oranje flesje vinden. Ik schud twee kleine, blauwe pilletjes in de palm van mijn hand en slik ze in zonder water. Dat zou de pijn enigszins moeten verdoffen.
      Ik weet dat ik school niet zou moeten missen, maar ik weet ook dat als ik zo naar schol ga, ik binnen de kortste keren op de bank bij jeugdzorg zit. Hoewel dat voor sommigen positief mag klinken, is het voor mij niet zo best. De kans dat ik en mijn zusje gescheiden worden is groot en als er iemand is die me door deze hel kan slepen, dan is het wel Ariel. Nee, haar kan ik niet verliezen.
      Ik kan amper lopen, dus huishoudelijke taken zitten er ook niet in, wat voor alleen maar meer problemen zal zorgen. Stiekem hoop ik dat Ariel vroeg uit is, zodat ze ook mijn deel van de taken kan doen. Zelfs al klaagt een stemmetje in mijn hoofd dat ik het niet moeilijker moet maken voor mijn zusje dan ze het al heeft. Anderzijds, als ik nog een ronde van mijn vader krijg, denk ik niet meer dat ik in staat ben om Ariel op welke manier dan ook te beschermen. Een zucht rolt over mijn lippen en ik vouw mijn vingers geconcentreerd in elkaar. Voor nu vrees ik dat het dan maar zo moet.

Reacties (5)

  • AroonCat

    UUghhh nooooooo ;c Poor girl....

    1 jaar geleden
  • LarryNiam

    Holy knikkers arme meid...

    1 jaar geleden
  • VampireMouse

    Wooooow hefitg!! Snel vedder!!

    1 jaar geleden
  • Slughorn

    Heftig....
    Nee!!! Iemand moet haar helpen)':

    1 jaar geleden
  • iceprinces14

    Wauw.... snel verder !!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen