Foto bij Hoofdstuk 12  ||2008||


2008
Cara Victoria Lagos Cullen

Nieuwsgierig kijk ik om me heen en laat mijn blik dan naar een man in een rolstoel glijden. De man vangt mijn blik en automatisch begin ik te glimlachen. Ik stap op de man af en verbaast kijkt hij me aan. Ik zie hoe de man vies zijn neus op haalt en verbaast trek ik mijn wenkbrauw op. ik snuif de lucht op en een vreselijke stank stroomt mijn neusgaten binnen. Het stinkt hier naar een natte hond! Ik kijk naar de jonge jongen langs de man en merk dat hij het ergste er naar ruikt. De jongen kijkt me aan en glimlacht breed naar me. Hij staat op en stapt op me af.
‘Hey, ik ben Seth Clearwater en de man in de rolstoel is Billy.’ Stelt de jongen zichzelf en de man voor.
‘Cara Cullen.’ Stel ik mezelf voor waarop de jongen me verbaast aan kijkt. ‘Ik ben een tijdje weg geweest ik denk dat je me daarom niet kent.’ Zeg ik waarop de jongen knikt en weer gaat zitten. Ik volg zijn voorbeeld en ga tegenover de twee mannen zitten. ‘Ehm… Seth?’ Vraag ik de jongen aarzelend waarop de jongen knikt. ‘Waarom ruik je zo apart?’ Vraag ik de jongen waarop hij in de lach schiet.
‘En jij weet zeker dat je een Cullen bent?’ vraagt hij me waarop ik knik en naar de man kijk.
‘Jij bent dat meisje waar Sam een paar jaar geleden over heeft verteld. Jij smeekte hem om je niet te vermoorden.’ Ik kijk de man in de rolstoel verbaast aan en knik dan langzaam. Meteen flitst het beeld voorbij en hap ik geschrokken naar adem.
‘W-wolven.’ Stamel ik waarop Seth langzaam knikt. ‘Omg het spijt me. Vinden jullie mijn geur heel hinderlijk. Het was niet mijn bedoeling om jullie je oncomfortabel te laten voelen.’ Zeg ik waarop de twee meteen in de lach schieten.
‘Het is dragelijk.’ Antwoord de oude man. Ik laat mezelf veranderen in mijn menselijke vorm en kijk de twee mannen aan. De ogen van de twee staan groot en de jongen Seth begint zelf te glunderen. ‘Hoe deed je dat?’ vraagt Billy me zachtjes waarop ik begin te glimlachen.
‘Dat is mijn gave. Ik kan mezelf veranderen in elk wezen dat ik wil. Ik kan mezelf ook elke gave geven die ik wil en kan bedenken.’ Vertel ik de jongens waarop ze knikken. Ik wil net iets vragen over hun geschiedenis als er een windvlaag voorbij gaat. Een koude rilling loopt er over mijn rug en Seth begint zacht te lachen. ‘Ik heb het ijskoud.’ Mompel ik zachtjes.
‘Dat hoor je ook te hebben. Je bent namelijk een soort van dood.’ zegt de man waarop ik grinnik en knik.
‘Ja, maar nu voel ik het. In mijn menselijke vorm voel ik alles wat andere normale mensen ook voelen.’ Zeg ik waarop de twee knikken.
‘Waarom zou je dat voor ons over hebben? Je lijd nu kou omdat je wilt dat wij het comfortabel hebben.’ Zegt de man waarop ik zwak grinnik en knik.
‘Omdat ik mijn soort niet mag. We zijn simpel gezegd gewoon monsters en ik wil geen monster zijn. Ik heb eigenlijk ook nooit gevraagd om dit leven. Ik wilde een simpel leven en gelukkig worden. Nooit heeft iemand zich aangepast voor mij en ik heb de gave omdat voor andere wel te kunnen. Waarom zou ik er dan gaan gebruik van maken?’ vraag ik de man waarop hij glimlacht en knikt. ‘Mensen moeten gelukkig zijn en daar wil ik graag mee helpen op wat voor manier dan ook. Heel toevallig vallen jullie daar ook onder.’ Ik laat mijn blik glijden over de mensen en zie Edward met taart aankomen lopen. Ik zet mijn gedachtes voor de jongen open en kijk dan naar de stukken taart in zijn handen. Ik ook! Ik rammel! Schreeuw ik in mijn gedachten naar de jongen. Grinnikend stapt hij op ons af en zet bij ieder van ons een stuk taart neer.
‘Ik zie dat je nog steeds niet bent begonnen.’ Zegt de jongen zachtjes waarop ik glimlach en knik.
‘En dat houd ik ook graag zo.’ Zeg ik terwijl ik een hap van mijn taart neem. ‘In de driehonderdachtenzeventig jaar dat ik leef heb ik nog nooit een druppel bloed aan geraakt en dat weet je.’ zeg ik waarop de jongen knikt. Ik kijk naar Billy en Seth die me verbaast aan kijken. ‘Ik leef op menselijk eten en op menselijke gewoontes. Ik ben de meeste dagen van mijn leven mens geweest. Waarschijnlijk wel negentig procent er van.’ Leg ik ze uit waarop ze hun schouders op halen en begrijpend knikken. Edward geeft me een schouderklopje en verdwijnt dan weer uit het zicht. Ik zucht en sluit mijn gedachtes dan weer af van de jongen. Hij hoeft niet te weten wat er door me heen gaat. Ik kijk naar het bord van Seth en zie al dat hij leeg is. De jongen zelf is al bezig aan het stukje taart van Billy. Ik grinnik zachtjes en schut mijn hoofd.
‘Seth zou je me zo naar huis kunnen brengen?’ Vraagt Billy zachtjes aan de jongen. De jongen knikt maar kijkt dan heel verbaast. Ik spits mijn oren en hoor geluiden uit vanuit het bos komen.
‘Jacob?!’ Mompelt de Seth zachtjes en rent dan bij ons weg. Verbaast kijk ik Billy aan. Dan man glimlacht zwak en schut zijn hoofd.
‘Ik denk dat er problemen met de roedel zijn.’ Legt hij uit waarop ik glimlach en knik.
‘Misschien klinkt het raar, maar ik wil je ook wel thuis brengen. Ik denk niet dat die problemen snel zijn opgelost’ Zeg ik waarop de man glimlacht en knikt.
‘Normaal mogen jullie soort niet op ons land komen, maar je straalt iets menselijks en natuurlijks uit. Ik vertrouw je, maar je moet wel mens blijven.’ Zegt de man waarop ik glimlach en knik. Ik sta langzaam op en ga achter Billy zijn rolstoel staan. Ik pak de handvaten beet en rol de man naar zijn auto toe. Hij zet zichzelf op zijn stoel en vlug klap ik zijn rolstoel in en gooi hem in de bak van de pick-up truck. Ik loop naar de andere kant van de auto en ga op aan de bestuurderskant zitten. Ik krijg de sleutel van Billy en steek het ding in het contact. De auto komt met een gegrom tot leven en meteen druk ik op het gaspedaal en racen we weg.

Reacties (1)

  • LarryNiam

    Ahh snel verder...
    Love it<3

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen