a/n: Nayla's bijnaam Ludus betekent grap in het Latijn
Alsjeblieft als je vragen hebt, dingen er niet kloppen, laat me weten! Dan pas ik het a.s.a.p. aan.

Ik keek voorzichtig om de hoek van de gang, leeg. Mooi. Stil, snel rende ik naar het einde, keek over mijn schouder, toen om de volgende hoek en rende toen weer verder.
Het was veertien maart, veel was er gebeurd sinds drie maart. Ik had inderdaad alles op Snape’s plafond weten te krijgen. Fred, George en Lee hadden bijgehouden hoevaak ik de benen van Snape aan elkaar had weten te krijgen, uiteindelijk bleef die steken op drieënnegentig. Die zaterdag vierden we Ron’s verjaardag (ik had hem Quidditch handschoenen gegeven) en liet ik Snape’s staf zweven net buiten zijn bereik, elke keer dat ik hem zag. Dit voorkwam dat hij de eieren die hij om de vijf minuten op zijn hoofd kreeg, en elke vijftig meter voor zijn voeten, kon elimineren. Ik werd alleen even afgeleid door een brief van mama, waarin ze vertelde dat ik op James Potter leek, want die was ook zo begripvol geweest. Ik had gesnoven.
Die zaterdagavond had ik een brief geschreven aan Remus, voornamelijk over de legende van Merlin. Omdat ik zeker wilde weten dat die vragen werden beantwoord had ik een kopie gemaakt van de brief.

Beste Moony,
Snuffles en jij hebben nogal wat teweeg gebracht bij Norren, Harry en mij. Want?
Nou a) Dumbledore heeft opnieuw belangrijke informatie achter gehouden. B) Mama heeft informatie achtergehouden en c) er blijkt in de bieb hier een berg aan boeken te zijn over ons als potentiële erfgenamen…
Na nader beraad zijn we opgekomen met een paar vragen… eh…
1: Is het mogelijk om het landgoed dat je mij liet zien in de spiegel te herstellen, met huis, bescherming enzo erop en eraan?
2: Weet je toevallig al of er nog andere Potters in leven zijn, zo ja, waar?
3: Hoe uitte James en Rebella hun… extra krachten, of hoe je het ook wilt noemen?
4: Is het mogelijk dat Rebella haar goede oude ‘ik’ terug kan krijgen als haar ‘krachten’ weer compleet zijn? Want, corrigeer ons als dit niet klopt, wat wij begrepen is door de coma en James’s dood iets in Rebella kwijt geraakt, Norren bedacht dat dit zou kunnen dat er iets van haar krachten in de ‘andere wereld’ is achter gebleven…
5: Hoe duidelijk was het dat James en Rebella tweeling waren?
6: Hoe gingen jullie om met de kennis over deze legende?
7: Weet jij toevallig wanneer de legende voor het eerst op schrift kwam?
8: Kan het zijn, dit beschreef een van de boeken (Medieval Witches and Wizards in perspective of Muggles, then and now. Myths, Truth and Legends. By Gwendolin Harvest) dat de legende niet zozeer gericht is op de familie, maar meer op de persoon in die familie? Net zoals Arthur (de koning) het ‘waard’ was op het zwaard uit de steen te halen… Want James had mijn ‘weet’-ring, maar als ik in de archieven van examenresultaten kijk lijkt het erop dat de ring bij hem niet zoveel deed? Ook omdat hij pas in jaar zeven erachter kwam dat Lily meer van andere tactieken hield… Maar goed… dat dus.
9: In vraag acht had ik nog een andere vraag, namelijk, is het mogelijk dat buitenstaanders van de familie, maar wel hecht, zoals jij en Snuffels, ook waard kunnen zijn van familie ‘erfenis’ van Merlin?
10: Een gekke vraag; waarom zeggen wij Merlins sokken, naam, baard etc? Komt dat door ons?
11: Wie had er buiten Harry toegang tot zijn kluis in Gringotts?
12: Is Harry’s kluis dezelfde die al eeuwen in de familie is?
13: Want als dat niet zo is, dan heeft Dumbledore nóg meer achtergehouden en willen wij weten hoe wij dan wel toegang krijgen tot die kluis? Waarom leggen we later uit.
14: En kan je je herinneren wat voor documenten over deze erfenis er waren? Of over Merlin?

Dat was het wel… Verder, wees voorzichtig Remus, het zijn donkere tijden, en ik denk persoonlijk dat ze nog veel donkerder gaan worden… Waarom kan ik je niet schrijven, ik zie je op de gebruikelijke dag, en gebruikelijke tijd, dan leg ik het uit.

Cheery-o
Ludus


De dag erna had ik Snape in een tiener veranderd en verliefd laten worden op Dumbledore, dit gaf behoorlijk hilarische situaties, waar Snape later furieus over was. Gelukkig was ik gedekt door de storm aan verkoop van de badges “Snape Stinks”. Zelfs nu negen dagen later verkocht ik er nog ruim twintig per dag. Naast al deze hilariteit had ik ook mama een brief geschreven. Zowaar. Ik had mijn best gedaan op een gigantische brief, maar kwam uiteindelijk met maar één zin;

Een van de moeilijkste beslissingen die je zal tegenkomen in je leven, is kiezen of je wegloopt, of dat je het niet opgeeft.

Daarop had ik geen reactie meer gekregen. Boodschap duidelijk. De week erop, van zes tot twaalf maart was een opeenvolging van chaos. Ik bedoel, als je je week begint met onzichtbaar zijn en een leraar volgen (en dus klassen missen) en daarmee elke belediging die hij zegt om te zetten in een liefdesverklaring, of het kasteel bedekt met graffiti in slogans van zijn aartsrivalen, tja dan kon je erop rekenen dat hij de rest van de week, tot gisteren, ezeloren zou krijgen als hij mij of Harry, of Norren weer eens zei “je lijkt zo op je vader,” het werkte voor geen kant, maar het werd wel dragelijker. Peeves kwam zijn belofte na door op woensdag Snape zijn praten in scheten te verhullen. Ik kreeg bijna straf toen ik op donderdag levensgrote poppen maakte en die in Snape veranderde en ze met stoelen van de trap liet vallen, of naar de bodem van het meer, of ontploffen boven op een rotje (die van de muggles), ze eindigen alle twintig in de poppenhemel. Afgelopen vrijdag, echter, had ik de grootste lol om alle lessen over te slaan en mezelf bloot te stellen aan de marteling van polijuice potion in te nemen en mezelf tot schoolhoofd promootte. Niet dat ik dát serieus nam, nee. Ik viel Snape zo vaak mogelijk lastig met hele verhalen over ballerina’s, pigmy puffs, snottebellen, pannenkoeken, oogballen en boterbierkurken (hier had ik uitvoerig hulp gehad van Luna). Zaterdag gedroeg ik me zoals altijd, alsof ik iets had uitgehaald, maar ik deed die dag helemaal… niets. Uiteraard leverde die me straf op, en die werd, hoe stereotiep kon je het hebben, met Snape. Snape echter had geen zin om met mij bezig te zijn en nadat hij me aan het werk had gezet had ik alles ondersteboven gezet, vazen, potten, stoelen, bureau’s, tafels, boeken, alles. Snape kwam pas veel later terug en ik was natuurlijk allang verdwenen. McGonagall wilde me berispen maar kwam niet door mijn statement “in mijn verdediging, ik was zonder toezicht gelaten,” heen. En gisteren spendeerde alle docenten, gasten en studenten een dag als dier, maar alleen Snape kon zijn dag besteden als mens.
Maar voor mijn plan van vandaag moest ik me regelmatig uit de voeten maken. Snape, hij stond aan het einde van de gang op me te wachten.
“Black!”
“Professor!” Ik grijnsde baldadig, “is er iets mis?”
“U-”
“Vast niet, u neemt uzelf ook veel te Sirius.” En na een schouderklopje huppelde ik verder. Naar zijn klaslokaal, dat werd wat.
“Omdat juffrouw Black zo vriendelijk was om mij te beheksen en jullie belachelijke potions te laten maken hebben we veel te doen. De instructies staan op het bord. Aan de slag. Black, zeg het eens.” Ik had braaf mijn hand opgestoken.
“Professor? Heeft iemand u ooit vertelt dat u zichzelf veels te Sirius neemt?” De klas grinnikte, vooral om het zure gezicht van Snape, ik nam aan dat hij het ook niks vond dat zelfs de Slytherins badges met ‘Snape Stinks’, droegen.
“Tien punten aftrek, juffrouw Black, aan het werk. Nu!” Die les vertelde ik hem nog zeker twaalf keer dat hij zichzelf te ‘Sirius’ nam.

“Juffrouw Black, weet u de ernst van uw gedrag?”
“Nee, ik ben niet Sirius.” McGonagall staarde me toegeknepen ogen aan. Het was woensdag avond en ik had die dag een trap met een illusie tot een ijsglijbaan vervormd. Blijkbaar was dat niet in goede aarde gevallen en was ik bij McGonagall geroepen.
“U heeft zich afgelopen maand uitzonderlijk misdragen.”
“Volgens wie?”
“De regels…”
“Oh hebben die u vertelt dat ik stout was?”
“Nee, ik doe dat.”
“Maar-”
“U komt vanaf aankomende zaterdag om negen uur ‘s ochtends bij mij.”
“En dan?”
“Straf.”
“Oh… waarom?”
“Juffrouw Black-”
“Professor.”
“-u weet best waarom u hier bent,-”
“Voor school?”
“Geen spelletjes meer!”
“Zelfs geen schaken?” Overdonderd keek het hoofd van Gryffindor mij aan.
“Ik zie u zaterdag juffrouw Black.”
“Waarom?”
“En nu uit mijn kantoor.”
“Als u erop staat, professor.”
“Precies.”
“U ziet er trouwens goed uit vandaag, professor.” Een flits van herkenning flitste over haar gelaat.
“Een prettige dag verder juffrouw Black.”
“U ook professor.” Ik vertrok, wetende wat ik had gedaan. Niet veel later verdwenen McGonagall’s tweehonderdvijftig katten, één voor één.

“Sproetje, kijk toch uit waar je loopt.” Ginny was, op mijn verzoek, tegen aan gerend. Ze stak een populaire vinger en rende via een andere weg terug naar mij. Succes! Vanaf nu als ze iemand een ‘koosnaam’ gaven hadden ze een probleem.
“Stoutje- AAAHHH!!!” Ik gierde het uit toen hun ‘perfecte’ haren in net opkomende bloemetjes veranderde en er duidelijk potgrond tussen de korte groene sprietjes te zien was.
“Wat gebeurt hier?” Ik keek ze aan met de tranen van het lachen in mijn ogen.
“Ik zou het niet weten, schatje, maar het staat je bééldig!” Ik blies een luchtkusje en begaf me op deze mooie zaterdag verder het kasteel uit, met Ginny aan mijn zij.
“Kampioentje! AAAHHH!” Harry, die naast mij zat tijdens de lunch, barste in lachen uit, de groene sprietjes stonden ook haar ‘bééldig’. Ze rende weg.
“Ludus? Wat heb je gedaan?” Mijn neefje gaf me de jam door.
“Ik? Niets…”
“Juist… en dat moet ik geloven?”
“Nee…?”
“Kom op?”
“Waarom klonk dat vragend?”
“Alsjeblieft?”
“Okeee, omdat jij het bent, Prongslet.” Harry gaf me een stomp op de arm en ik lachte.
“Ik heb een spreuk gevonden waarmee je een taboe legt op een woord. Ik heb dat geëxpandeerd voor irritante koosnaampjes. En het taboe, dat bepaald de tovenaar of heks die het oplegt. In dit geval dus ontkiemende bloemen,” ik grijnsde en nam een hap van mijn brood.
“Gaan ze bloeien?” Ik schudde mijn hoofd.
“Nee, de sprietjes groeien, en dan bloeien de bloemen een uurtje en dan worden ze dor, en nadat ze uitvallen begint het opnieuw.” Harry keek me aan met een blik die ik niet kende.
“Wat?”
“Dat is gestoord…”
“Zij ook.”
“Ja…”
“Potter, ben je mij nou aan het berispen?”
“Nee!”
“Dan wat?”
“Ik probeer mijn lachen in te houden…”
“Waarom?” Als antwoord wees hij naar de tafel van Ravenclaw. De ‘groene’ grietjes hadden sjaals om hun hoofd gebonden, maar de steeltjes kwamen er al doorheen. De groep werd groter en groter. Diverse mensen hadden de slappe lach, anderen floten hen uit. Uiteraard kwam het uiteindelijk, aan het einde van de week, naar buiten dat ik de schuldige was en had ik straf. Ditmaal met Moody.
“Juffrouw Black, kom binnen.” Zijn barse stem klonk door de deur en ik liet schaapachtig mijn opgeheven hand zakken, dat oog had mij al zien aankomen. Ik betrad het kantoor, met Remus had er altijd wel een fascinerend gestaan, Harry had me verteld dat Lockhart allemaal portretten van zichzelf had hangen, maar Moody had talloze magische objecten staan om zijn duistere tovenaars op te sporen.
“Geïnteresseerd?” gromde de leraar met een enge, maar toch vriendelijke glimlach. Ik knikte.
“Ja, ik bedoel… wie niet? Het zijn veelal dingen waarvan ik wel gehoord heb, foto’s gezien heb maar nog nooit zelf gezien heb… is dat een foeglass?”
“Jazeker… maar we zijn hier niet om mijn methodes om duistere tovenaars te bespreken, ga zitten.” Ik deed wat hij zei.
“Wat heb je gedaan?”
“Eh…” Ik had even de neiging om hem net als iedereen voor de gek te houden en te ontkennen dat ik het was, maar iets weerhield me. Ik besefte later dat het respect was.
“Ik heb de dames van Beauxbatons behekst zodat, wanneer zij een irritant koosnaampje op een van de andere studenten gebruikte, hun ‘perfecte’ haren in net ontsproten bloemen veranderde, dat ging groeien, even hadden ze dan bloemen maar die verdorde snel, en dan begon het weer opnieuw.”
“Juist… Dat is een knap staaltje toverkunst, juffrouw Black.” Huh? Gaf hij nou een compliment voor het uithalen van een grap?
“Dank u, professor.” Misschien was hij dan toch niet zo verkeerd.
“Echter, tegen de regels.”
“Helaas…”
“Ja. Maar daarvoor wordt u gestraft.”
“Daarom ben ik hier…” Dat dit een van de… tien keer was dat ik überhaupt op kwam dagen voor straf liet ik maar achterwege.
“Ik geloof er niet in dat strafregels schrijven helpt.”
“Correct, professor.”
“In de plaats daarvan gaat u doen wat ik u opdraag.” Ik fronste, sprak dat niet voor zich? Mad-Eye trok zijn staf, ik vermoedde van eenhoornhaar en blackthorn.
“Oke… en dat is?”
“Imperio!” Ik keek de leraar aan, in het begin van het jaar had ik gedaan alsof ik moeite had met de spreuk te weerstaan. Puur omdat ik de beste man toen, en nu niet vertrouwde. Hoe geweldig hij ook was, hoe ik ondanks dat respect voor hem had. Nu keek ik hem kalm aan, op mijn hoede.
“Goed. Kun je mij verstaan?”
“Ja.”
“Twee dingen, ten eerste, weet je wie ik ben?”
“Nee.” Dit was de waarheid, ik wist niet wie hij was, niet echt. De Mad-eye die mijn vader kende, was niet deze man, niet meer.
“Ten tweede, dadelijk, ga een jurk of een rok dragen.” Ik keek hem zo uitdrukkingloos mogelijk aan.
“Oke.”
“Ga maar.” Ik stond op, pakte mijn tas en verliet zijn kantoor. De eerste zestig meter dwong ik mezelf niet te gillen, te vloeken of te rennen. Maar daarna maakte ik mij uit de voeten.
Mad-Eye Moody had zijn verstand verloren. Zoveel was duidelijk. Eenmaal in de slaapzaal van de meiden sprong ik onder de douche. Er was geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om terug te gaan naar zijn kantoor. Ik was blij dat het overmorgen alweer april was, want dat betekende dat we nog drie maanden met deze man opgescheept zaten. Waarvan één voor examens en de resultaten.

“Stoutje-” Hadden ze hun les dan nou nog niet geleerd?!
“Mijn naam is Nayla Black, een van de twee is goed, mijn vrienden en familie noemen me Ludus. Dus als je het flikt om mij nog één keer die misselijkmakende afschuwelijke en slechtgekozen bijnaam noemt dan zweer ik bij Merlins linkerbal dat ik je zo erg vervloek dat je niet meer weet hoe je echte, tuttige, overdreven, uiterlijk eruit ziet, ben ik duidelijk?!” Ik keek het blonde domme ding furieus aan.
“W-”
“Ben ik duidelijk, ja of nee?”
“Ja.”
“Top, zie je in de hel.” Ik marcheerde woest weg. Relatief gezien was dit jaar top geweest, minder woede, minder drama. Maar goden, die tutjes maakten me net zo misselijk als Moody die ochtend had gedaan.
“S- Nayla!”
“Wat?!”
“Jie broer zoekt jie.”
“Oh, waar?”
“Bibliothèque,” ik knikte en liep de trap op, ik was sowieso onderweg daarheen dus dat was mooi meegenomen.
“Juffrouw Black!” Oh god. Dat was meneer Toloog. Ik zuchtte en draaide me poeslief glimlachend om, ik walgde van mezelf.
“Professor!”
“Waar was u, vannochtend?”
“Bij u?”
“Daarna?”
“Oh eh in de douche.”
“En droeg u daarna een jurk?”
“Nee, die heb ik niet.” Buiten mijn galagewaad na dan.
“Morgenochtend komt u bij mij terug.”
“Kan niet professor, ik heb lessen, huiswerk en vrienden om te helpen.”
“En dat acht u hoger dan luisteren naar een docent?”
“Duizendmaal hoger, professor. Ik moet gaan, prettige dag verder.” Ik draaide me soepel om en begaf me in vlugge tred naar de bieb. Vier Françaises stonden giechelend om mijn broer zijn tafeltje heen, hun decoleté was vanaf hier zichtbaar. Ik schudde mijn hoofd, dit werd te erg voor woorden.
“Yo, Dandy, wazzup?” Ik plofte naast hem op een stoel, mijn buik tegen de leuning.
“Een nachtmerrie.” Antwoordde hij op een toon die een grafgraver nog verdrietig zou maken.
“Ah, begrijpen ze je weer verkeerd?”
“Vlieg op, Ludus.”
“Sorry, kan niet, moet een Dandy van de grond plukken.” Deze taal deed de meisjes elkaar aankijken in verwarring. Maar voor Norren en voor mij was het klare taal, zij begrepen niet dat hij niets met hen kon, hij werd enkel hard van jongens. Voor mij een reden hem Dandy te noemen.
“Wie ben jij?” De onbeleefde toon negeerde ik terwijl ik opstond en het meisje, deze had zwart haar, aankeek.
“Nayla Black, stichter van The Jokers, draagt trots de titel marauder. Ook wel Ludus genoemd. Wreker voor de zwakken, Chaser voor Gryffindor, trotse dochter van mijn vader, een gedrocht voor de moeder, trouwe vriend en zus van mijnheer Dandy hier. aangenaam kennis te maken!” Ik maakte een overdreven sierlijke buiging.
“Aha… Pascalle LeRauge.”
“Aangenaam.” De stilte die bleef hangen deed mij geen goed.
“Zeg, weten jullie al iets af van de tradities in dit land?” Allen schudde hun hoofd.
“Ah dat is zonde, willen jullie er eentje weten?”
“Tuurliek,” ik grijnsde even naar Norren die zijn lachen met moeite binnen wist te houden.
“Er is een Schotse specialiteit, ik ben alleen bang dat Hogwarts het niet geeft, maar ik kan er een poging toe doen voor jullie om aan te komen. Het is vetarm, vitaminerijk en koolhydraatarm, dus perfect voor de liefhebber van een slank figuur en toch lekker eten.”
“Wiel jie dat doen?”
“Tuurlijk, kom vanavond bij het avondeten naar me toe, dan kan ik jullie het geven, ik waarschuw je, het is vrij machtig.”
“Keen probliem.”
“Top. Dan moeten we gaan, Norren, als we dat gerecht op tijd af willen hebben, het is tenslotte al vier uur.”
“Je hebt gelijk mijn beste Ludus.” Gezamenlijk verlieten we de bieb. Buiten proesten we het uit.
“Wat ga je ze in Merlins sokken geven, Nay?”
“Dat zul je wel zien, echt, die zijn zo dom!”
“Vertel mij wat!”

Twee uur later gaf ik Pascalle en haar vrienden het ‘tradietionele gerecht van Schotland’. Ik vroeg me in stilte af of ze er ooit achter zouden komen dat er eigenlijk maar weinig recepten waren hier dat weinig calorieën hadden. Ik keek terluiks toe hoe ze het zakje met het simpele eten uitdeelden onder hen en hoe ze het netjes met vork en mes in partjes sneden. Hun verafschuwde gezichten waren niet te betalen. Ik richtte me op mijn kipfilét, frietjes met mayo, en chocolademouse toe. Mooi niet dat ik ze ging vertellen dat ze zojuist bloembollen met gember hadden gegeten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen