A/n: Het liedje in dit hoofdstuk is van Blind Guardian - The Bard's Song een hitje uit de jaren 90.
Mochten er aspecten incorrect zijn, verwarrend zijn, of vragen oproepen, wees alsjeblieft niet terughoudend om ze te stellen.
Met dit hoofdstuk wordt jaar 4 afgesloten. Het verhaal zal verder gaan met de zomer van 1995. Ik heb dingen anders gedaan dan de boeken, puur omdat ik die aspecten maar niks vond/anders wou doen. Anyway.
Veel leesplezier!

Ik keek hoe het ruige, desolate landschap van Schotland langzaam verdween. Hoe er meer en meer huizen verschenen en steden voorbij flitste. Mijn gedachten lagen echter niet bij onze bestemming maar bij de afgelopen avond. Dumbledore had gesproken over het kiezen van het juiste pad. Maar de woorden leken bijna hol. Ik bedacht me dat het misschien kwam omdat, als Cassius Warrington niet vermoord was, de Slytherin’s niet naar ons waren toegekomen om Harry te bedanken. Het was Hermione die meer van betekenis was. Ze was opgestaan na het eten en had de zaal stil gekregen.
“Er zijn vele manieren om de lege plek aan jullie tafel te vullen.” Had ze tegen hen gezegd, “maar geen van die lijkt toereikend. Ik kende Cassius niet zo goed als jullie. Ik wou dat ik dat wel had. Maar ik beloof jullie, ieder van jullie, dat Je- V-Voldemort hier niet mee weg komt. Er zijn geen reserves. Ieder mens telt. Cassius wist dat, ik weet dat. Het wordt tijd dat anderen dat ook te weten komen.” De zaal was doodstil, tot Julie, het vriendinnetje van Cassius, op Hermione was afgestormd en huilend in haar armen was gevallen.
Na haar bedaring had Harry haar omhelst en gezegd, zo dat iedereen het kon horen, “hij wilde winnen voor jou, Je moet het weten- je moet weten dat hij gewonnen had. Hij deed het voor jou.” Kort erna was iedereen naar bed gegaan. Maar ik had niet kunnen slapen en transformeerde mij in een hond en liep door het kasteel totdat ik iemand had horen huilen. Ik was op het geluid afgegaan en had Hestia Carrow, een jaargenoot van Cassius, aangetroffen terwijl ze stoelen en tafels door de kamer smeet. Ze had me tien minuten uitgescholden en toen haar gezicht in mijn vacht begraven. Ze vertelde me alles.
“Ik heb ontdekt dat mijn vader een dooddoener is, dat hij niet gelooft dat het hem niks uitmaakt waar je vandaan komt… Maar ik weet beter. Ik wéét dat hij iedereen die in zijn weg staat uit de weg ruimt… Dat is zo vaak gebeurd… God, hoor mij nu praten tegen een hond. Maar ik ben zo bang, zo ontzettend bang. Ik geloofde hem… weet je… ik geloofde mijn vader… Dat mijn status als pureblood me zou redden, dat het zijn van een Slytherin toereikend was. Maar dat is het niet. Dat is het nooit geweest.” Ik likte haar wang, ze lachte zachtjes en aaide mijn vacht. Die nacht bracht ik bij haar door.
Aan mijn linkerkant kwam de zee langzaam in zicht, ik had de neiging om uit te stappen en erin te springen en gewoon maar weg te zwemmen. Alles achter te laten, want ik wist niet of ik de kracht had om mij over te geven aan een oorlog. Om zo sterk te zijn dat ik zonder twijfels door kon gaan, zonder de moed te verliezen. Ik keek hoe het blauwe water voorbij golfde en in stilte liet ik mijn spaarzame tranen over mijn wangen lopen.
“Black!” Ik veegde mijn wangen droog en keek om, het was Hestia Carrow.
“Ja?”
“Kan ik met je praten?” Ik trok een wenkbrauw op, wat kregen we nu dan?
“Tuurlijk.” Ze nam tegenover me plaats. Plots verlegen keek ze naar haar schoot.
“Cassius is… was niet de enige die contact had met mensen die niet pureblood waren…” flapte ze eruit. Ik glimlachte.
“Weet ik, er zijn gewoon niet genoeg pureblood families over om dat te kunnen doen.”
“Mijn punt is dat… dat het mij niet uitmaakt.”
“Dat… is goed om te weten…” Ik was verward, waarom kwam ze bij mij?
“Ik vind dat je het moet weten.”
“Dat ik wat moet weten?”
“In mijn afdeling zit een meisje…Een jaar hoger dan jij.” Ik onderdrukte een sarcastische opmerking en knikte.
“Vivienna… Lupin.” Nu trok ik mijn wenkbrauwen op.
“Wat?”
“Ja. Ik weet niet wie haar moeder of vader is, maar ze is… oke, denk ik.”
“Maar, Carrow-”
“Hestia, alsjeblieft.”
“-Hestia, waarom vertel je mij dit?”
“Omdat ze onder een andere naam staat ingeschreven. Haar naam is nu Georgina Devereaux.” Iets in mijn hoofd klikte.
“Devereaux, zeg je?” Hestia knikte.
“Dat is interessant.” Nu was het haar beurt om verbaasd te kijken.
“In mijn afdeling, ook een jaar hoger, zit een jongen Ben, en die heet ook Devereaux…”
“Heb je een foto?” We vroegen het elkaar tegelijk, ik schudde mijn hoofd, “nee, gelukkig niet.”
“Hoezo?”
“Hij vind dat hij mijn vriendje is, en hij is nogal… overheersend.”
“Vivienna laat haar stem ook wel horen.”
“Ik zal proberen dit uit te zoeken,” zei ik aarzelend, al had ik geen idee hoe.
“Nee,” Ik keek verbaasd op.
“Ik zal het doen, ik heb nog één jaar op Hogwarts… Laat me dit doen. Als je wilt hou ik je op de hoogte.”
“Dat zou ik fijn vinden…” Ik zweeg even, een ongemakkelijke stilte hing tussen ons.
“Hoe… eh… hoe gaat het? Ik bedoel na… alles?” Hestia zuchtte.
“Prut, denk ik… We missen Cassius erg… Hij… hij was een soort brug tussen ons allen…” Ik knikte.
“Ik weet alleen dat hij een uitstekend Quidditsch speler was.” Ze lachte, een klein, schattige giechel.
“Ja, eigenlijk best ironisch dat hij hoogtevrees had.”
“Je maakt een grapje?!”
“Nope.”
“Dapper dat hij dan toch op een bezem stapt.”
“Ja, hij zei ooit dat in de lucht zijn anders was dan met grond onder je voeten.”
“Klopt.”
“Maar, jij speelt zelf ook niet zo verkeerd hoor.”
“Dankje.” Ik glimlachte. Op dat moment plofte Norren naast me op de bank, er hing een rooklucht om hem heen, waar ik inmiddels aan gewend was en stiekem ook wel van genoot.
“Dus zusje lief, wie is de dame der schoonheden?” Ik lachte en stompte hem op de arm.
“Hestia, dit is mijn broer, Norren, Norren, dit is Hestia, een hus en jaargenote van Cassius.”
“Aangenaam kennis te maken,” zeiden ze tegelijk, en opnieuw lachte ik.
“Maar, Black-”
“Nayla, noem me maar Nayla.”
“Nayla, ik hou je op de hoogte.”
“Insgelijks. En Hestia?”
“Ja?”
“Succes met je familie.” Even keek ze me schattend aan maar knikte toen en vertrok. Terug naar de meest miserable groep studenten op deze trein. Norren vroeg niet waarom ik alleen was gaan zitten, vroeg niet over Hestia. Hij legde zijn hoofd op mijn schoot en speelde met mijn rits. Met gesloten ogen begon hij uit het niets te zingen.

“Now you all know
The bards and their songs
When hours have gone by
I'll close my eyes
In a world far away
We may meet again
But now hear my song
About the dawn of the night
Let's sing the bards' song

Tomorrow will take us away
Far from home
No one will ever know our names
But the bards' songs will remain
Tomorrow will take it away
The fear of today
It will be gone
Due to our magic songs
There's only one song
Left in my mind
Tales of a brave man
Who lived far from here
Now the bard songs are over
And it's time to leave
No one should ask you for the name
Of the one
Who tells the story
Tomorrow will take us away
Far from home
No one will ever know our names
But the bards' songs will remain
Tomorrow all will be known
And you're not alone
So don't be afraid
In the dark and cold
'Cause the bards' songs will remain
They all will remain
In my thoughts and in my dreams
They're always in my mind
These songs of hobbits, dwarves and men
And elves
Come close your eyes
You can see them too”


Als iemand me toen had gevraagd hoe ik me voelde had ik het niet kunnen zeggen. Ik voelde weer hoop, liefde, vreugde. En plots drong me door, dat die drie dingen precies mijn fundatie waren om te blijven vechten. Norren opende zijn ogen en ging overeind zitten, klom op mijn schoot en bedolf me in een knuffel. Ik verborg mezelf in zijn t-shirt van Nirvana en liet de zeldzame tranen, voor de tweede maal die dag, komen.
Platform negen driekwart was afgeladen met mensen. Ik nam niet de moeite om mensen te vinden maar ging dwars door de massa heen lopen. Ik had op school mijn koffer zo klein gemaakt dat hij in mijn broekzak paste. Ik omhelsde Rolf en bedankte hem voor zijn hulp, hij vertrok. Ik sloeg een high-five met Hestia die, alleen, vertrok. Ik omhelsde Lee en we beloofden elkaar te schrijven.
Ik omhelsde Luna van achteren en schudde haar vader de hand.
“Hallo! Ik ben Nayla, u moet Luna’s vader zijn!”
“Xenophilius, Luna heeft het vaak over je gehad.” Mijn hoofd had even moeite met zijn naam en ik wist dat ik daar geheid gekke dingen van zou maken, zoals xenolius. Maar ik wist een strak gezicht te houden en zei gedag tegen Luna, en beloofde ook haar een brief te schrijven.
Ik zei gedag tegen Neville, dit was een moeilijke. Nadat we hem alles vertelt hadden, had Fudge, vreemd genoeg, besloten dat een pistool een prima manier was om Barty Crouch jr. de pijp uit te helpen. Neville die de beste man haatte had hier moeite mee gehad. Maar nu was hij aan de betere hand en wenste ik hem een fijne, en hopelijk, veilige zomer en beloofden we te schrijven. Ik was blij dat ik sowieso drie brieven in het verschiet had. Net op het moment dat ik mij toch maar een poging wilde wagen om Norren terug te vinden en naar huis te gaan klonk Ron zijn stem, hij stond vlakbij het dranghek.
“Ik wil graag wat zeggen.” Mensen stopten en keken toe.
“Ik kende Cassius Warrinton niet goed. Maar ik wist hoe Harry en Cassius speelden. Dat ze elkaar aanmoedigde. Beiden wilden winnen. Maar geen van beiden wilde de ander ten koste daarvan laten gaan. Ik denk... ik denk dat het belangrijk is dat iedereen weet dat hij als een echte kampioen om het leven is gekomen. Hij kon Harry in de steek laten. Maar dat deed hij niet, en speelde het spel eerlijk, daar stierf hij voor. En Slytherin zou trots moeten zijn, wij allemaal zouden trots moeten zijn. Omdat Warrington een gave knul was. Ik denk dat het belangrijk is voor iedereen hier om te weten dat, wat er ook gebeurd, dat Cassius stierf als een winnaar, hij had een geweldige vriendin aan zijn zijde, en te gekke vrienden. En…” Even aarzelde hij maar ging toen door, “ik wil hierbij mij aansluiten bij de beloofde van Harry en Hermione. Ze komen er niet mee weg om een vriend, een geliefde en een goed persoon uit ons midden weg te halen. Ze komen er niet mee weg hem, om ons als poppen te behandelen. Ik beloof jullie dat ik deze strijd zal vechten in zijn naam. Dit is voor Cassius Warrington!” Ron stak zijn staf omhoog en een helder, krachtig licht verscheen aan de punt. Ik volgde zijn voorbeeld, en binnen twee minuten hadden alle leerlingen hun staf omhoog, alleen Colin Creevey niet, die had zich op een muurtje gesetteld en maakte foto’s. Ik had kippenvel tot op mijn botten, wat er niet beter op werd toen we als een man het schoollied zongen.

“Hogwarts, Hogwarts, Hoggy Warty Hogwarts,
Teach us something please,
Whether we be old and bald,
Or young with scabby knees,
Our heads could do with filling,
With some interesting stuff,
For now they're bare and full of air,
Dead flies and bits of fluff,
So teach us things worth knowing,
Bring back what we've forgot,
Just do your best, we'll do the rest,
And learn until our brains all rot”


Ik was getuige hoe, na het lied, mensen elkaar omhelsden, tranen werden weggeveegd en binnen tien minuten was het perron voor driekwart leeg.
Ik voegde me bij Ron, die een hand schudde met de make-up dame van Slytherin; Pansy Parkinson.
“Daar zijn jullie!” Mrs. Weasley begroette ons allemaal met een ferme knuffel toen we eindelijk het perron verlieten.
Harry liep een beetje achteraan, maar dat was begrijpelijk. Hij moest weer terug naar die stomme muggles. Familie weigerde ik het te noemen. Het was mij niet ontgaan dat hij er niet thuis was. Maar ik wist ook dat het geen zin had om Dumbledore op andere gedachten te brengen.
Na de knuffels aan ons allemaal te hebben gegeven liep hij met zijn hoofd omlaag achter zijn oom en tante aan en verliet hij het station. Even keek ik hem na, ik hoopte dat alles oké ging. Kort erna namen Norren en ik afscheid van de Weasley's en Hermione en gingen we op weg naar het "hell house" zoals ik het noemde. Ondanks de schijnbare goede band die ik met mama had ontwikkeld afgelopen jaar. Ik had haar gisteravond nog een brief geschreven, maar nooit verstuurd, ik wist ook niet zeker of ik dat wel wou doen.

Lieve mama,
Het is voor het eerst in mijn leven dat ik begrijp waarom mensen bang zijn om de naam van Voldemort uit te spreken. Zoals je misschien al gehoord hebt, Voldemort is teruggekeerd. Harry heeft het zien gebeuren. Maar het ministerie gelooft hem niet… Helaas. Fudge is bang, dat is wat de meeste mensen denken. Dus het ministerie houdt het stil en zegt dat Harry en Dumbledore liegen.
Tijdens de terugkeer van Voldemort is de andere kampioen, Cassius Warrington vermoord. Ik vermoed dat Dumbledore je wel zal inlichten over het hoe en wat er nu gaat gebeuren.
Wij, Ron, Hermione, Harry, Morren, Neville, Luna, Rolf (Scamander), Ginny, Fred, George, Lee en ik zijn behoorlijk geschrokken, maar nog nooit zo bereid geweest om te vechten. Vreemd genoeg lijken de meeste Slytherins mee te willen knokken. Ik hoop dat dat ook nog zo is na de zomervakantie.
Tot gauw!
Nayla


Ik had mama maar niet geschreven dat ik professor Dumbledore behekst had, na zijn speech over goed en kwaad, zodat hij nu praatte alsof hij die acteur uit Pulp Fiction, Samuel L. Jackson, was, ik had de film nog niet gezien, maar Neville wel en die had een prima beschrijving en imitatie ervan gedaan. Hoelang die spreuk nog bleef wist ik niet.
Maar zodra we de drempel van ons ‘thuis’ overstapten boeide me dat ook niet meer. De stank was overweldigend.
He mam, fijn dat je ons hebt verwelkomt, fijn dat alles netjes is. Eten we pannenkoeken vanavond? Welkom thuis… jeej.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen