Foto bij Hoofdstuk 13  ||2008||

Ik hoop dat jullie het iets vinden!


2008
Cara Victoria Lagos Cullen

Ik haal de sleutel uit het contact en stap uit de auto. Ik haal Billy zijn rolstoel uit de bak en klap hem uit. Billy tilt zichzelf in de stoel en ik duw het ding naar de voordeur van zijn huisje. Zodra we voor de deur staan geef ik Billy zijn autosleutels weer terug en opent de man zijn voordeur met een andere sleutel.
‘Bedankt voor het rijden.’ Zegt hij waarop ik vriendelijk naar hem glimlach.
‘Geen probleem, ik deed het graag. Voor mij werd het toch al tijd om daar weg te gaan. Edward en ik kunnen het toch niet meer zo goed met elkaar vinden.’ Het laatste zinnetje mompel ik er heel zachtjes achteraan, maar de blik in Billy zijn ogen zegt me dat hij het toch heeft gehoord.
‘Je was verliefd?’ Vraagt hij me waarop ik knik.
‘Ik was. Ik ben. Ik weet het zelf niet eens meer. Het enigste wat ik wel weet is dat ik er maar niet over heen kom.’ Zeg ik zachtjes waarop de man medelevend naar me lacht.
‘Ik weet niet waarom ik dit zeg, maar als je ooit iemand nodig hebt om mee te praten. Ik wil graag naar je luisteren.’ Zegt hij waarop ik glimlach en hem zachtjes bedank.
‘Kan ik nog iets voor je doen?’ vraag ik de man om het onderwerp te veranderen. De man schut zijn hoofd en steekt dan zijn auto sleutels in de lucht.
‘Je mag de auto meenemen als je dat wilt. Dan breng je hem morgen maar terug.’ Zegt de man waarop ik mijn hoofdschut. Hij knikt en steekt zijn sleutels dan in zijn broekzak. Ik wens hem een fijne avond en stap dan langzaam de veranda af. Ik hoor hoe er een deur dicht klapt en weet dan dat de man veilig thuis zit. Zo snel als ik op menselijk tempo kan ren ik richting de bossen. Ik wil helemaal niet naar huis. Vlug verander ik mijn koers en ren ik in de richting van het strand. Terwijl ik door het lichtbruine zand heen ren trap ik mijn schoenen uit en ren ik veder in de richting van de klippen. Boven eindelijk aangekomen laat ik mezelf op de rand nee zaken en bewonder ik het uitzicht. Zou het water voor mij koud zijn? Ik kijk naar het golvende water en glimlach naar de glinsteringen van de man. Het lijken net kleine diamantjes in het water. Zou ik kunnen verdrinken in deze vorm? Ik sta op en zet wat stappen naar achteren. Ik maak een hupje en ren op de rand af met een salto spring ik van de rand af en duik ik op het water af. Ik voel me vrij en voor een seconden ook weer eens echt gelukkig. Zodra ik het water raak laat ik de lucht uit mijn longen stromen en open ik mijn ogen. Ik kijk naar beneden en zie alleen het donkere van het diepe. Alles is zo prachtig, zo rustgevend, zo mooi. Ik voel hoe ik ademnood kom. Zou ik zo aan mijn einde kunnen komen? Wil ik zo aan mijn einde komen? Ik laat mezelf terug veranderen en kijk om mee heen. Ik kan hier wel eeuwen blijven liggen. Uit het niets voel ik een onbekende trilling in het water. Iemand anders is ook in het water gesprongen. Ik wil eigenlijk beleven maar blijf in plaats daarvan doodstil in het water liggen. Ik laat mijn mond volstromen met water en sluit langzaam mijn ogen. Een gloeiendhete hand grijpt mijn pols beet en ik word door iemand door het water heen getrokken. Mijn hele lichaam word vastgepakt en ik voel dat het een gespierde jongen is. Ik voel hoe mijn lichaam op het koude zand word neer gelegd en hoe er twee handen op mijn bost duwen. Ik kreun, spuug het water uit en open geschrokken mijn ogen. Wat kan die gast hard duwen zeg. Mijn ogen vinden de ogen van de jongen en ik staar dan in twee prachtige, pure chocoladebruine ogen. De jongen kijkt me verbaast maar geschrokken aan en langzaam verzacht zijn hele gezichts uit drukking naar liefde. Pure liefde.
‘Vampier?’ Vraagt hij me met een prachtige hese stem. Ik schut vlug mijn hoofd en laat mezelf weer mens worden. ‘Wat ben jij?! Waarom spring je in dat ijskoude water? Je bent nu fucking onderkoelt!’ Gromt de jongen. Ik weet niet waarom maar door zijn worden voel ik een pijn en voel ik hoe mijn lip licht begint te trillen. De jongen ziet het en meteen veranderd zijn uitdrukking naar pijnlijk. Hij pakt me vast en houd me stevig in zijn warme sterke armen. Hij drukt me tegen zijn warme sterke lichaam aan maar alsnog voel ik me gebroken. Waarom ben ik dit vreselijke monster? Waarom kan ik niet gewoon mens zijn? Waarom voel ik me zo hopeloos? Een snik verlaat mijn mond en vlug trekt ik me los uit de jongen zijn armen en val ik neer op de grond.
‘Ik ben een vreselijk wezen. Ik moet er een einde aan maken!’ Snik ik zachtjes en sta met trillend benen op. Ik voel hoe de tranen een weg naar beneden banen. Ik draai me om en kijk in de gekwetste en bezorgde ogen van de jongen. Mijn hard stopt even met bonken en gaat dan weer door met zijn oude ritme. Ik zet een stap naar achter en de jongen een stap een twijfelende stap naar me toe. Dood, ik moet dood. Ooit zal heel dit dorp te weten komen wat ik ben en word ik toch vermoord.
‘H-het spijt me.’ Zeg ik met trillende stem en ren zo hard als ik op mensen tempo kan bij de jongen weg. Ik sprint tussen de bomen door en spring over de grens heen. Ik struikel een keer en kom dan met een klap neer op de grond. Ik laat een zacht kreetje los en ga dan veder met huilen. Zo snel als ik kan sta ik weer op en ren ik richting het huis wat ik in de verte al zie. Ik ben ook zo stom!

Reacties (1)

  • LarryNiam

    Dat was denk ik Paul?
    Meid wat ben je aan het doen?

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen