De gebeurtenissen van eerder op de dag tolden door zijn hoofd. Steeds opnieuw zag hij flitsen; van het bloedende gezicht van zijn moeder, hun door haat vertrokken gezichten, de boeien om Mateo’s polsen, June’s geschokte ogen. Onvermoeibaar bleven de beelden zich herhalen, totdat hij er misselijk van werd. Zelfs het vasthouden van June kon de kou niet uit zijn lijf verdrijven. Hier zo met haar liggen zorgde zelfs voor een vervelend gevoel in zijn maag. Nam ze het hem nog kwalijk dat hij haar een beetje gepusht had om verder te gaan dan zoenen? Zonder er zijn best voor te hoeven doen, kon hij zich nog precies herinneren hoe haar vingers om zijn stijfheid hadden gevoeld. En ja – het frustreerde hem dat ze hem niet écht had willen voelen. Er zat niets anders op dan te accepteren dat hij moest wachten tot ze wél klaar was voor meer, maar hij vond het moeilijk. Moeilijker dan hij had gedacht, toen hij eenmaal haar vingers over zijn huid had voelen glijden. Zelf had hij meer dan een jaar gefantaseerd hoe het zou zijn om haar overal aan te raken. Zijn handen tintelen bij de gedachte dat hij ze over haar borsten zou mogen laten glijden, dat hij haar shirt kon uittrekken, haar vanaf haar nek tot voorbij haar navel kon kussen. En daarna heel langzaam zijn vingers in haar slipje laten glijden; te ontdekken of haar huid daar glad was of dat er zachte donshaartjes waren die zijn toppen kriebelden. Hij wilde in haar ogen kijken op het moment dat hij heel voorzichtig haar intieme delen verkende, hun ademhaling hoog in de keel vanwege de spanning, een beverige glimlach om haar lippen omdat ze het fijn vond dat hij haar daar streelde.
      Even raakte hij zijn keiharde erectie aan. Hij sloot zijn ogen, dacht weer aan haar vingers – hoeveel druk hadden die gezet? Een kreun drukte tegen zijn lippen, het idee om zich te bevredigen terwijl hij zo dicht tegen haar aan lag kwam op in zijn hoofd. Direct verwierp hij die gedachte – beschaamd.
      Maar was zij dan helemaal niet nieuwsgierig? Had ze nooit zo over hem gefantaseerd? Of deden meisjes zoals zij dat niet? Waar dachten ze dan wél aan? Hij dacht terug aan haar tekeningen. Een kus. Een knuffel. Hand in hand lopen. Veel onschuldigere dingen – behalve die tekening waarbij hij haar borst vasthield dan. Maar –
      Plotseling schoot June met een ijselijke schreeuw overeind. Een schok trok door zijn lichaam en hij ging ook rechtop zitten. Zijn hart ramde in zijn borstkas.
      ‘Hé…’ Hij kreeg een brok in zijn keel toen ze begon te huilen. Gauw sloeg hij zijn armen om haar heen en trok haar tegen zijn borst. ‘Hé het was maar een nachtmerrie lieverd.’ Voorzichtig streek hij door haar haren. Ze drukte haar gezicht tegen zijn schouder, haar tranen kleefden tegen zijn huid. Haar schouders schokten zachtjes en haar vingertoppen drukten tegen zijn blote rug.
      Een tijdje liet hij haar huilen, niet wetend of hij iets moest zeggen of dat hij haar gewoon moest laten uithuilen. Uiteindelijk trok ze zich van hem terug en veeg sniffend langs haar gezicht.
      ‘Sorry,’ fluisterde ze met gebogen hoofd. Ze ging weer liggen, met haar rug naar hem toe.
      Juan aarzelde. Wat moest hij nu doen? Hij kon niet doen alsof er niets aan de hand was. Het liefst was hij het bed uitgeklommen en voor haar neergeknield, maar het bed stond tegen de muur aan.
      Uiteindelijk deed hij het nachtlampje aan en ging weer naast haar liggen, met ietsje meer afstand. ‘Draai je eens om, June,’ zei hij op een zachte, dwingende toon.
      Eerst dacht hij dat ze zijn woorden zou negeren, toen draaide ze zich om. Haar ogen glansden, ze leek nog steeds bang.
      ‘Wil je me vertellen over je nachtmerrie?’
      Ze sloeg haar ogen neer en prevelde: ‘Nee.’
      Op iedere andere dag had hij daar misschien genoegen mee kunnen nemen, maar nu niet. ‘Droomde je over… wat er bij mij thuis gebeurde?’
      Ze kneep haar lippen op elkaar en weigerde hem nog steeds aan te kijken. Met een ingehouden zucht legde hij zijn hand tegen haar wang. ‘Lieverd… alsjeblieft. Zeg iets.’ Zachtjes bewoog hij zijn duim op en neer. Hij rilde toen er een traan op zijn vingertop drupte.
      ‘Ik droomde… dat jij het was. Dat je moeder – dat je moeder jou met je hoofd tegen het aanrecht sloeg. En je – en je neerstak. En ik stond daar maar en ik – ik kon niks doen.’
      Zijn hart leek te verstenen. Zijn armen beefden toen hij haar tegen zich aan trok. ‘Sorry,’ fluisterde hij terwijl hij zijn neus in haar haren begroef. Hij dacht het zout van haar tranen zelfs te kunnen ruiken. ‘Het spijt me zo.’
      Ze zei niets.
      Hij haalde diep adem. ‘Misschien… misschien is het beter als we… als we het uitmaken.’
      ‘Wat?’ Met een ruk schoot haar hoofd omhoog. Met grote ogen keek ze hem aan.
      Hij wilde het niet – God wist hoe hard hij haar nodig had. Maar hij wilde ook niet dat ze iedere keer nachtmerries kreeg door zijn gestoorde familie. Ze had al zoveel zorgen, hij wilde haar niet tot last zijn. ‘Je hebt mijn moeder slechts één keer gezien en kijk wat er is gebeurd,’ mompelde hij. ‘Je krijgt er nachtmerries van, je huilt… ik – ik wilde je gelukkig maken. Niet – niet verdrietig.’ Hij kneep zijn lippen op elkaar toen hij hoorde hoe zijn stem trilde.
      Hoewel hij haar blik probeerde te vermijden, wist ze die toch te vangen. ‘Komt het door mij? Wat er vandaag gebeurd is?’
      ‘Nee!’ zei hij vlug. ‘Nee lieve June, zo’n uitbarsting zat er al een lange tijd aan te komen. Ik denk – ik denk dat mijn moeder gewoon op een gelegenheid gewacht heeft om Mateo uit de tent te lokken.’
      ‘Dan weet je dat het ook niets zou oplossen als we uit elkaar zouden gaan. Je thuissituatie blijft precies hetzelfde.’
      ‘Maar jij… jij hoeft niet meer zulke dingen te zien.’
      ‘Ik ben blij dat ik erbij was, Juan.’
      ‘W-wat?’
      ‘Natuurlijk was het vreselijk om het te zien. Maar de gedachte dat je helemaal alleen zou zijn geweest, dat beangstigt me pas echt.’ Ze legde een hand tegen zijn wang en hield zijn blik vast. ‘Ik ben je vriendin, Juan. We zijn dan wel niet getrouwd, maar voor mij betekent dat evengoed in voor- en tegenspoed. Binnen elke relatie zijn uitdagingen – en ja, jouw familie is een grote uitdaging. Maar het hele doel van een relatie is dat we die samen aangaan. Dat we samen lijden, dat we samen lachen.’
      Een verlammend gevoel trok door zijn armen. Zijn ogen trokken, en hij kon de traan niet op tijd weg knipperen. ‘Ik hou van je, June,’ flapte hij eruit, zijn stem onvast. ‘God ik hou zo veel van je. Dat deed ik al voor ik van jou mocht zijn maar… maar…’ Hij haalde diep adem en probeerde de tranen weg te knipperen. Hij wilde niet de hele tijd janken, maar haar woorden troffen hem gewoon zo diep dat het was alsof er gewoon een dijk doorbrak. Het kon hem niet schelen wat Mateo gezegd had; dat geen enkel meisje dat wilde horen. Als zijn gestoorde familie haar niet afschrikte zouden zijn woorden dat ook niet doen. ‘Ik weet niet hoe ik die zin moet afmaken,’ murmelde hij. ‘Ik ben gewoon heel dankbaar dat ik je… dat ik je heb.’
      Er gleed weer een traan langs haar wang, maar nu glimlachte ze ook. Ze boog zich over hem heen en haar lippen raakten lichtjes die van hem. Daarna keek ze hem weer aan, haar ogen zo dichtbij dat ze het enige waren wat hij kon zien. Ze waren hypnotiserend, zo mooi dat ze zijn adem afsneden.
      ‘Ik hou ook van jou.’
      ‘E-echt?’ stamelde hij. ‘Je – je hoeft dat niet te zeggen omdat het misschien zo hoort. We zijn nog maar zo kort samen en…’
      Haar hand streek langs zijn borst. De emoties lagen zo hoog onder zijn huidoppervlak dat hij sidderde door haar aanraking. ‘Juan, ik hou van je. Als die vreselijke droom van net me iets duidelijk maakte, was dat het wel.’ De blos die op haar wangen kwam, liet zijn borst zwellen met hitte. ‘Al wist ik het al een tijdje.’
      Haar lippen beroerden die van hem weer, haar tong nam iedere gedachte weg die er niet een van geluk was. Ze boog steeds verder over hem heen, ging steeds meer in de zoen op. Juan niet – hij was zich bewust van iedere minieme beweging, van hoe ze bijna onmerkbaar boven op hem kroop. Toen hun lichamen tegen elkaar drukten, voelde hij zich licht in zijn hoofd. Hij probeerde zijn opwinding te negeren, wilde haar niet wegjagen, maar zijn ademhaling werd zwaarder en hij genoot zo van het gewicht van haar lichaam op dat van hem dat hij nauwelijks meer kon nadenken.
Junes lippen verlieten die van hem, trokken een spoor langs zijn kaak, fluisterden tegen zijn nek. Hoewel hij haar al vaker op die manier had gezoend, had zij dat nog bij hem nooit gedaan. Het maakte hem gek van verlangen, hij verloor de controle over zijn handen en liet ze van haar heupen naar haar achterwerk glijden, voelde de zachte stof om haar strakke billen. Zonder erbij na te denken trok hij haar dichter tegen zijn middel en schuurde erlangs, net op het moment dat ze aan zijn nek zoog. Een diepe kreun ontglipte hem – een waar hij zelf van schrok. De wrijving langs zijn erectie was zo heerlijk, maar hij wist ook dat hij moest stoppen voordat ze weer in paniek raakte. Hij trok zijn handen weg van haar billen en sloeg zijn armen om haar heen terwijl hij op zijn zij rolde.
      ‘Ik hou van je,’ fluisterde hij tegen de holte van haar nek en hij kuste de warme huid. ‘Sorry dat ik me weer zo liet gaan. Ik – ik kan soms gewoon bijna niet meer nadenken als je me aanraakt. Ik probeer het. Echt.’
      Ze streek door zijn haar en zelfs die aanraking liet hem genietend zijn ogen sluiten.
      ‘Het geeft niet. Ik begrijp dat je emoties nu een grote chaos zijn en dat je… deze liever toelaat dan de andere.’ Ze kuste zijn voorhoofd. ‘En je stopte deze keer uit jezelf.’
      ‘Ja…’ mompelde hij, opgelucht dat ze in elk geval niet boos was. Een grijnsje speelde om zijn lippen. ‘Uiteindelijk leer ik het wel.’
      Met een glimlach drukte ze haar lippen kort tegen zijn kin, vlak onder zijn lip.
      Hij verstrengelde zijn vingers langs die van haar en wachtte tot ze hem aankeek. ‘Zullen we afspreken dat jij aangeeft wanneer je een stapje verder wilt? Er eh, er is niet echt iets wat ik niet met je zou willen doen.’ Hij voelde dat hij begon te blozen. ‘Maar ik weet niet of ik… durf uit te proberen of jij al ergens klaar voor bent. Ik uh, ik vind het fijner als je het zegt.’
      ‘Ik ook, denk ik,’ gaf ze toe. Ze liet haar hoofd op zijn schouder zakken en legde een arm over zijn buik, haar vingers sloten zich om zijn zij.
      Hij sloeg een arm om haar rug en kuste haar slaap. ‘Ik hoop dat je volgende droom mooier wordt,’ zei hij. Met een plagerig glimlachte voegde hij toe: ‘Zoals die van de tekening.’
      Ze sloeg haar ogen naar hem op, een blos op haar wangen. ‘Ik hoop het ook,’ zei ze zacht.

Toen Juan de volgende ochtend wakker werd, was hij verrast dat hij niet door nachtmerries was geplaagd. Even wervelde iets warms door hem heen: June hield van hem. Ze wilde bij hem blijven, ondanks alles wat ze gisteren doorstaan hadden. Daarna dacht hij aan zijn broer die de nacht in zijn eentje in een cel door had gebracht, en zijn moeder die in het ziekenhuis lag zonder dat hij wist hoe het met haar ging. De schuld begon aan hem te knagen – hoe kon hij ook maar glimlachen terwijl dat op de achtergrond speelde? Heel voorzichtig maakte hij zich van June los, die nog steeds sliep, en ging op de rand van het bed zitten, zijn hoofd in zijn handen. Het duurde niet lang voordat het gekrijs van zijn moeder zich weer in zijn hoofd worstelde, voor ze hem weer aankeek met een dierlijke blik in zijn ogen en hem het gevoel gaf dat dit allemaal zíjn schuld was.
      Misschien was dat het ook wel. Hij wist dat Mateo voldoende geld had om op zichzelf te gaan wonen. Juan was de enige reden dat hij dat niet deed en hij voelde zich schuldig omdat deze confrontaties nooit hadden plaatsgevonden als hij er niet was geweest. Hij verbond twee mensen met elkaar die elkaar haatten, die elkaar nooit meer hadden gezien als het niet vanwege hem was. En waarom? Alleen omdat hij het haatte om alleen te zijn. Omdat hij niet voor zichzelf kon zorgen, omdat hij het gezelschap van anderen nodig had. Zijn behoeftigheid was de reden dat Mateo nu in een cel zat, dat zijn moeder in het ziekenhuis lag. Het kwam allemaal door hem.
      Zonder dat hij het merkte, was hij gaan huilen. Die vervloekte tranen ook! Wat was hij voor een wrak? Hij was toch geen baby meer? Driftig veeg hij zijn wangen droog, maar zijn ademhaling ging snel en hij kreeg bijna geen lucht. Hij was zo’n zwakkeling. Hij was verdorie zestien, hij kon best zonder zijn oudere broer in een huis met zijn moeder wonen.
      Een huivering trok door hem heen toen twee armen van achteren om heen gleden en hem stevig vasthielden. Binnen in hem woedde een tweestrijd; hij wilde naar achteren leunen, zich geborgen voelen in haar liefdevolle omhelzing en tegelijkertijd wilde hij deze zwakke uitvoering van zichzelf de grond in stampen en zich vermannen – naar de situatie kijken zoals Mateo dat zou doen. Met woede, zonder al die tranen. Hij moest de situatie thuis accepteren en stoppen met hopen dat het op een dag beter zou worden. Dan voelde hij zich maar alleen, dan haatte zijn moeder hem maar. Daar kon hij toch niets aan veranderen, maar zodra Mateo zag dat hij het heus wel aankon dan zou hij in elk geval ergens anders gaan wonen en veroorzaakte Juan geen problemen meer.
      ‘Het gaat wel weer,’ mompelde hij en hij stond op. ‘Zullen we gaan ontbijten?’ Zonder June aan te kijken begon hij kleren aan te trekken, hopend dat hij zijn emoties voldoende onder controle had als hij daarmee klaar was.
      Om June de ruimte te geven zich om te kleden, liep hij naar de badkamer toe en waste daar zijn gezicht onder de koude kraan. Op de gang wachtte hij tot June aangekleed was.
      ‘Kunnen we erover praten voor we naar beneden gaan?’ vroeg ze zacht.
      Hij snoof. ‘Ik wil er niet over praten.’
      ‘Maar ik wel, Juan. Ik heb dat wel nodig. Ik heb nog nooit iemand zien vechten.’
      Aarzelend keek hij haar aan, een beetje beschaamd omdat hij alles op zichzelf betrok. ‘Oké,’ gaf hij toe.
      Ze gingen op de rand van het bed zitten. June pakte zijn hand en keek naar hem op. ‘Gebeurt het vaker? Dat een van de twee gewelddadig wordt?’
      Hij haalde zijn schouders op. ‘Nooit zo erg dat de politie of de ambulance erbij moet worden gehaald.’
      Haar duim streek langs die van hem, op een manier die hem kalm hield. ‘Slaat ze jou weleens?’
      Juan boog zijn hoofd. ‘Nee,’ mompelde hij. ‘Ik denk dat Mat haar zou vermoorden zodra ze dat deed. Dat weet zij ook.’
      ‘Je hebt maar geluk met zo’n broer.’
      ‘Heb ik dat?’ Hij kon het niet helpen dat hij een beetje verbitterd klonk. ‘Het is ronduit klote dat hij het altijd voor me moet opnemen. Dat hij denkt dat ik zo zwak ben dat ik zijn bescherming constant nodig heb.’
      ‘Je bent niet zwak, Juan.’
      Hij snoof, zijn kaken waren gespannen. ‘Ik deed helemaal niks.’
      ‘Je kon niets doen. Wat had je gewild? Dat jij nu ook in het ziekenhuis lag? In de cel zat?’
      Hij haalde zijn schouders op. Dat voelde beter dan een lafaard zijn.
      Het was een lange tijd stil. Juan staarde naar de grond, terwijl talloze gedachten door zijn hoofd denderden, zo veel dat hij slechts een ruis hoorde.
      ‘Wat zei ze tegen je?’ vroeg hij na een lange tijd. ‘Mateo zou haar nooit zomaar aanvallen, zeker niet wanneer jij erbij bent.’
      Ze zuchtte zachtjes. ‘Ik weet niet…’
      ‘Je wilde toch praten?’ vroeg hij scherp. ‘Ze heeft je heus geen dingen gezegd die ze nog niet eerder naar mijn hoofd heeft geslingerd.’
      ‘Ze zei… dat ze me aardig vond, dat ze niet wilde dat ik je speeltje zou worden. Mateo hoorde dat en zei dat je… dat je van me hield. Zij moest erom lachen, zei dat jullie niet bij machte waren om van iemand te houden. En toen zei ze… dat hij… dat jullie…’ Hij voelde haar hand verkrampen. Ze maakte haar zin niet af.
      Juan voelde een steek in zijn maag. Hij wist wat ze gezegd had. De vorige keer had dat Mateo ook door het lint laten gaan, en hij was evenmin in staat geweest om de woorden te herhalen.
      ‘Ze zei dat Mateo me misbruikt.’
      Hij hoorde haar slikken, haar ademhaling haperde. ‘J-ja.’
      Juan sloot zijn ogen even, woede bruiste door zijn aderen. Waarom blééf ze dat aanhalen? Tegen wie verkondigde ze dat nog meer?
      ‘Is het – is het waar? Doet hij… doet hij soms dingen die…’
      ‘Nee June!’ Fel draaide hij zijn hoofd opzij en keek haar aan. ‘Ik weet oprecht niet waar ze dat vandaan haalt, maar Mateo zou zoiets nooit doen. Hij geeft me hooguit een knuffel of een kus – en niet eens op mijn mond. Hij is niet gay. En ik ook niet!’ Hij legde een hand tegen haar wang en dwong haar hem aan te kijken. ‘Je – je gelooft me wel toch?’
      Haar blik gleed opzij. ‘Ik wil je geloven,’ zei ze zacht. ‘Maar zelfs als het waar was, denk ik dat de schaamte te groot was om het toe te geven. Het is gewoon… ik begrijp niet waarom ze het anders zou zeggen. En de manier waarop Mateo me na die woorden aankeek…’ Ze schudde haar hoofd.
      ‘Nou hoe zou jij je zusjes vriendje aankijken als je moeder hem vertelde dat jij je zusje misbruikt – waar je nota bene bij staat!’ Hij merkte nauwelijks dat zijn stem in volume toenam, dat hij bijna tegen haar stond te schreeuwen. ‘Hij was vast als de dood dat je haar zou geloven! Ik heb mijn broer maar één keer zien huilen en dat was toen mijn moeder dít voor de eerste keer naar hem snauwde. Hij durfde de eerste dagen niet eens meer een arm om me heen te slaan omdat hij bang was dat ik dacht dat hij meer wilde.’
      Ze boog haar hoofd. ‘Sorry,’ fluisterde ze. ‘Sorry Juan. Ik probeer het gewoon te begrijpen – die haat van je moeder.’
      Hij snoof. ‘Bespaar jezelf de moeite. Ze is gewoon een gevoelloze trut. Er valt niets aan te begrijpen. Waarschijnlijk snapt ze haar eigen gedrag niet eens en verzint ze daarom van die walgelijke leugens om haar gedrag te rechtvaardigen. Maar het is niet waar, June, en man – wat denk je van me, dat ik zoiets zomaar zou laten gebeuren? Denk je dat ik dat lekker zou vinden? Omdat ik gisteren wilde dat je aan me zat, denk je dat ik ook wil dat anderen dat doen? Dat mijn eigen bróér dat doet?!’ De verontwaardiging golfde zo sterk door hem heen dat hij opstond en zijn tas pakte. ‘Ik ga wel naar Emilio. Die denkt tenminste niet zulke ranzige dingen van me.’
      ‘Juan kom op nou,’ reageerde ze, geprikkelder dan hij verwacht had. ‘Ik denk die dingen helemaal niet van je. Maar ik moest het toch vragen? Als ik een broer had die me volgens mij moeder betastte, zou jij dan maar doen alsof je dat nooit gehoord had? Dat geloof ik niet. Jij zou ook zekerheid willen hebben dat het een leugen was.’
      Met een diepe zucht zette hij de tas weer op de grond neer. Daar had ze een punt. Waarschijnlijk had hij niet veel anders gereageerd. Hij wist zelfs wel zeker dat hij die broer met grof geweld aan de tand had gevoeld.
      Ze liep op hem toe, liet haar armen om haar middel glijden en keek naar hem op. ‘Ik geloof je, oké? Ik zal straks niets tegen de politie zeggen als ik mijn verklaring afleg. Maar ik kon niet doen alsof ik dit nooit gehoord had. Ik hou van je, Juan. Ik wil dat je veilig bent, en als Mateo wel een bedreiging voor je was geweest dan had ik je daartegen willen beschermen. Hij heeft nu eenmaal een reputatie en ik ken hem niet zo goed, kun je me echt kwalijk nemen dat ik me zorgen maakte?’
      ‘Je hoeft me niet te beschermen,’ bromde hij. ‘Ik hoor jou te beschermen.’ Hij vond het maar niets dat ze zijn kwetsbaarheid weer aanhaalde.
      ‘Nee, Juan. Ik bescherm jou, jij beschermt mij. We kijken naar elkaar om, proberen er alles aan te doen om de ander gelukkig te maken. Dat is hoe een relatie werkt. Dat is wat liefde is. Je wilt niet alleen de ander gelukkig maken, je laat ook toe dat diegene jou gelukkig wil maken.’
      Hij was een beetje stil door haar krachtige woorden. Hoe moeilijk ze het een paar weken geleden ook had gevonden om met hem te praten, inmiddels leek ze heel goed te weten wat ze tegen hem moest zeggen.
      Een beetje opgelaten trok hij haar in zijn armen en hield haar stevig vast. ‘Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen, June.’
      ‘Je hoeft niet altijd iets te zeggen, Juan.’ Ze keek naar hem op en gaf hem een kus. ‘Soms is het voldoende om alleen te luisteren.’
      In een opwelling tilde hij haar op en legde haar achterover op het bed. ‘Hell no,’ zei hij terwijl hij over haar heen boog. ‘Ik kan niet doen alsof die lieve woorden van jou me niets doen. Maar misschien ben ik meer een man van daden dan woorden.’
      Ze lachte zachtjes toen zijn vingers in haar verstrikte en zijn lippen langs die van haar liet glijden. Zachtjes beet hij in haar onderlip. ‘Een beter ontbijt dan dit kan ik me niet wensen.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen