Als we terug komen bij de groep, is iedereen al in de rij gaan staan om te gaan boarden. We sluiten bij ze aan in de rij, en om tien voor half negen zitten we allemaal op onze stoelen. Ik zit tussen Em en Harry in, en de op de rij die in het verlengde van de onze loopt, zitten Dom, Daisy en Isaiah.
‘Heeft iedereen er zin in?’ Vraagt Dom als hij ons aankijkt.
‘Op het feit na dat ik niet zo heel erg fan ben van vliegen, ja!’ Antwoordt Emeraude.
‘Vliegangst?’ Vraag ik.
‘En hoogtevrees, geen fijne combinatie.’
‘Ik kijk er ook wel naar uit. Ik ben eigenlijk vooral heel erg benieuwd naar Toronto zelf!’ Zegt Daisy.
‘Ik ben er wel eens geweest, maar dat is zo lang geleden. Toen droegen jullie allemaal nog luiers.’ Lacht Isaiah.
‘Cabin Crew, doors are closing.’
‘Goooood morning ladies and gentlemen. My name is Elyes and I’m your copilot. In a few minutes we will be taxiing to our designated runway, and then we’ll be headed to Toronto. Our flight will take approximately one hour and fifteen minutes. The weather in Toronto could be better! Unfortunately it’s raining and it’s kinda windy, so our landing might be a bit shaky. Nothing to be concerned about. Now our lovely cabin crew will show you our safety regulations, please pay attention. Have nice flight.’
‘Waarom konden we niet in Californië filmen? Daar is het tenminste altijd mooi weer.’ Mompelt Em als we aan het taxiën zijn, haar handen stevig om de armleuning gevouwen.
Ik leg mijn hand open naast die van haar en zonder te twijfelen pakt ze hem aan.
‘Het komt helemaal goed, Em. I promise.’ Probeer ik haar gerust te stellen.
Als we vaart maken om op te gaan stijgen, gaan haar nagels bijna door mijn hand heen, maar ik probeer niet aan haar te laten merken dat ze me pijn doet. Dan voelt ze zich dalijk naast bang, ook nog schuldig.
Naast me leunt Harry ineens een stukje mijn kant op.
‘Ik had ook moeten zeggen dat ik bang ben om te vliegen.’ Fluistert hij.
Zijn warme adem in mijn nek geeft me kippenvel.
Als we na een minuut of vijftien eindelijk zo goed als recht vliegen, voel ik de hand van Emeraude ontspannen.
‘Gaat het een beetje?’ Vraag ik.
‘Ja, nu gaat het wel weer. Bedankt Matt.’
‘Alles voor mijn zusje toch.’ Lach ik en geef haar een knipoog. ‘Probeer anders even te slapen, dan is het sneller voorbij. Je mag mij wel als kussentje gebruiken. Wil je wat te eten of te drinken als ze langs komen?’
‘Nee hoor, die anderhalf uur hou ik wel vol. Anders moet ik dalijk ook nog naar ‘t toilet.’ Glimlacht ze, waarna ze haar hoofd op mijn schouder legt.
Naast me rekt Harry zich uit als hij moet gapen, en legt vervolgens zijn hoofd op mijn andere schouder.
‘Ik geloof dat ik ook maar even mijn ogen dicht doe.’
‘Profiteur.’ Fluister ik.
Ik doe mijn oordopjes in, zet wat muziek aan en doe zelf ook even mijn ogen dicht. Het was immers vroeg zat vanochtend.
Als we na een uur beginnen aan de daling, word ik al snel wakker van de turbulentie, en ik ben niet de enige. Naast me staat Emeraude doodsangsten uit, ook Harry is meteen weer wakker. Ik pak Em haar hand vast en probeer er voor te zorgen dat ze me aankijkt.
‘Hey, kijk eens naar me. Focus je maar op mijn ademhaling. Vijf seconde inademen, drie seconde vasthouden en zeven seconde uitademen.’ Met mijn vrije hand gebaar ik mee op het tempo van het ademhalen. Ik zie dat ze echt haar best doet om op mij te focussen, maar als het vliegtuig nog een keer flink heen en weer schudt, is ze er meteen weer helemaal uit.
‘Em, rustig maar. Er is niks aan de hand. Hier zijn ze op getraind. Denk aan je ademhaling. Vijf in...’ Met mijn duim streel ik zachtjes de rug van haar hand.
‘Ik geloof dat ik het nu ook echt niet meer zo leuk vind.’ Hoor ik Harry zeggen.
Als ik naast me kijk, zit ook hij volledig in zijn stoel gedrukt, zijn kaken op elkaar geklemd.
Ik pak ook zijn hand en kijk hem aan. ‘Probeer eens rustig op ons tempo mee te ademen.’
Ik kijk een beetje om me heen, en het halve vliegtuig ziet lijkbleek. Daisy en ik hebben zo veel vliegvakanties gedaan, dat ik me echt niet meer druk kan maken om een beetje turbulentie. Maar daar is duidelijk niet iedereen het mee eens. Aan beide kanten worden mijn handen fijngeknepen. Als de wielen de eerste keer de grond raken, zie je een hoop mensen opgelucht ademhalen. De flinke wind zorgt er voor dat we nog een paar keer een beetje schudden en stuiteren, maar daarna rijdt de piloot hem rustig en gecontroleerd van de landingsbaan naar de goede gate. Pas als we rustig aan het taxiën zijn, laten Emeraude en Harry beide mijn handen los.
‘Leven jullie nog?’ Vraag ik als ik heen en weer kijk van Em naar Har.
Ze knikken beide ja, maar vooral Em ziet behoorlijk bleek.
‘Ik wil zo graag dit vliegtuig uit.’ Mompelt ze.
‘We zijn er bijna, maar ‘t is over nu. Er kan je echt niks meer gebeuren nu.’
‘Thanks Matt, je bent echt een engel. Heb ik je pijn gedaan?’ Vraagt ze bezorgd als ze me mijn handen in elkaar ziet wrijven.
‘Je nagels zijn een beetje lang.’ Lach ik als ik haar mijn hand laat zien.
‘Oh sorry! ik had er echt geen erg in dat ik je zo stevig vast had, het spijt me Matt.’
‘Geeft niet, ben al lang blij dat je rustig bent blijven ademen. Are you okay?’ Vraag ik als ik Harry aan kijk.
Met een glimlach knikt hij ja, en inmiddels zijn we bij de goede gate aangekomen.
Als het vliegtuig stilstaat en de deuren open zijn, staan we één voor één op en lopen het trappetje af naar buiten. Na een kort ritje met de shuttlebus, kunnen we onze koffers op gaan wachten.

Buiten worden we opgewacht door meerdere taxibusjes, die ons naar de set brengen. Daar krijgen we allemaal onze eigen trailer toegewezen. Ze staan opgesteld in rijen van drie, tegenover elkaar. Dus eigenlijk een soort kleine wijkjes van zes trailers. Naast mij staan Emeraude en Alberto, en in de rij tegenover mijn trailer staan Harry, Dominic en Katherine. We krijgen inderdaad de rest van de dag nog om onze koffers uit te pakken en een beetje te settelen, en morgenochtend worden we om acht uur verwacht in de sportschool.
Niet alleen worden we getraind in het vechten met zwaarden, en in mijn geval kruisboog, maar ook gaan we leren een del van onze eigen stunts te doen. Vooral daar heb ik ontzettend veel zin in.
Ik sleep mijn veel te zware koffer achter me aan de trailer in, en neem even alles in me op nadat ik de deur achter me gesloten heb. Het is niet groot, maar voor één persoon in principe groot genoeg. Er is een tweepersoonsbed met een kast voor kleding er naast, gelukkig ook een eigen douche en toilet en een kleine bank met een tafel en een televisie. Ook zit er een klein keukenblokje in. Drie kastjes beneden, waarvan één een kleine koelkast is, en twee boven en een tweepits gastel, hoewel ik niet verwacht die erg vaak te gaan gebruiken. Ik gooi mijn koffer open op bed, en leg al mijn kleding in de kast. Normaal pak ik mijn koffer nooit uit als ik ergens anders ben dan thuis, maar aangezien deze trailer de komende elf maanden mijn thuis is, probeer ik het ook maar zo veel mogelijk zo te laten voelen.
Ik gooi het raampje boven mijn bed open zodat er een beetje frisse lucht naar binnen kan. Als ik ergens een hekel aan heb, is het slapen in een warme slaapkamer. Als ik al mijn spullen een plekje heb gegeven, loop ik de trailer uit om te kijken of er toevallig al meer mensen klaar zijn met uitruimen. Misschien kunnen we dan even richting een supermarkt, want iets te drinken is op zich geen overbodige luxe. Ik loop het trapje op van de trailer tegenover die van mij en klop op het deurtje. Harry doet open, en als hij mij ziet kijkt hij snel links en rechts voor hij me aan mijn shirt naar binnen trekt. Ik schrik een beetje van zijn spontane actie, waardoor ik mijn evenwicht verlies en, in plaats van dat ik naar binnen stap, naar binnen val.
‘Gotcha.’ Grijnst Harry, als hij me opvangt.
‘Je wordt mijn dood nog eens, Shum.’ Antwoord ik lachend. ‘Ik kwam alleen even vragen of je al klaar was met uitpakken.’
‘Ik dacht van wel, maar toen stond jij voor de deur.’ De grijns op zijn gezicht wordt alleen maar groter als hij mijn jas van mijn schouders af schuift.
Ik schud lachend mijn hoofd en geef hem een zoen.
‘Daar hebben we nu geen tijd voor. Ik wilde eigenlijk iedereen verzamelen zodat we even een supermarkt op kunnen zoeken.’
‘Ik heb ook helemaal niet zo veel tijd nodig om je uit te pakken hoor.’ Hij is vastberaden om me nog niet te laten gaan, dat is duidelijk.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen