Geel is mijn kleur niet.
Nooit geweest ook. Het is me te flets, teveel in het oog springend. Mijn normale kleding bevat nooit ook maar een spoortje geel. Sterker nog: ik wil nog niet dood gevonden worden in die kleur. Dus het is een wrede grap van het lot dat de hele leerlingenkamer van Huffelpuf compleet in het geel gehuld gaat. Van de comfortabele zetels tot aan het dikke tapijt: waar ik ook kijk straalt het me irritant vrolijk tegemoet.
Ik knijp mijn ogen samen en probeer een bemoedigende glimlach op mijn gezicht te persen, om mijn irritatie te maskeren. De preek die Dennis Dauwwater naast me staat te geven, werkt ook al niet mee. Het is dat de eerstejaars nog zo onder de indruk zijn van Zweinstein - en dat ze nog niet kunnen toveren - maar anders had iemand hem allang het zwijgen opgelegd met een vervloeking.
'Voordat we jullie de slaapzalen wijzen, wil ik nog één keer het ritme van Helga Huffelpuf met jullie oefenen,' zegt Dennis ernstig. 'Ik heb het net al even verteld, maar onze leerlingenkamer werkt niet met een wachtwoord. Als jullie niet het juiste ritme tikken op het vat, dan wordt je bedolven onder een lading azijn en geloof me: dat ruikt niet al te best.'
De eerstejaars giechelen nerveus. Een paar seconden later staan we allemaal het ritme van Helga Huffelpuf op de grond te stampen, onder leiding van Dennis.
Dit is dus nu mijn leven, schiet het door me heen. Mijn eerste dag als klassenoudste en ik sta een stel kleuters een kinderliedje te leren. Alsof ik niets beters te doen heb.
'Dat was fantastisch!' roept Dennis uitgelaten en ik zie zijn blik naar mij gaan. Waarschijnlijk verwacht hij dat ik nu mijn mond open trek om de nieuwelingen te vertellen dat ze het inderdaad uit-mun-tend hebben gedaan. Ik schraap mijn keel.
'Eh... Ja, dat was super. Heel goed gedaan allemaal.' Dennis knikt tevreden en waarschuwt iedereen, voor nog maar de tiende keer vanavond, om niet zomaar aan de planten te komen die in de leerlingenkamer staan. Hij drukt de eerstejaars op het hart om vooral niet te twijfelen als ze vragen hebben, omdat wij, de klassenoudsten, altijd voor ze klaar staan.
'Dan mogen de jongens met mij mee en de meisjes met Cecilia. Ga niet te laat naar bed, want morgen is de eerste lesdag en die zal ongetwijfeld heel spannend zijn!' Dennis kijkt er zo overdreven enthousiast bij dat ik het niet kan helpen om niet met mijn ogen te rollen.

'Nou, dit zijn dus de slaapzalen voor de meiden,' wijs ik. De eerstejaars kijken me verwachtingsvol aan, alsof ik nog meer informatie heb. Wat valt er in Merlijns naam nog te vertellen?
'Hier slapen jullie.'
Stilte.
'Jullie koffers staan er al. Wat mij betreft mag je zelf indelen welk bed jullie willen.'
Geen reactie.
Ik schuifel ongemakkelijk met mijn voeten.
'Juist. Vanaf zeven uur is er morgen ontbijt in de Grote Zaal. Als jullie nog vragen hebben, dan hoor ik het graag.' De meisjes kijken me alleen maar overdonderd aan. Ze lijken zo klein. Was ik ook zo klein toen ik hier vijf jaar geleden voor het eerst kwam?
'Nou, welterusten dan maar,' mompel ik. Even overweeg ik om terug naar beneden te gaan, om te kijken of mijn favoriete stoel bij de haard al bezet is (vast wel), maar uiteindelijk sjok ik toch de trap op naar mijn eigen slaapzaal. Hannah Albedil en Suzanne Bonkel zijn al druk bezig om hun spullen uit te pakken.
'Cecilia!' Hannah rent bijna op me af en omhelst me zo stevig dat ik mijn ribben bijna voel breken. 'Sorry, ik had je helemaal niet gezien tijdens het eten! Gefeliciteerd nog met het worden van klassenoudste!'
'Dank je wel,' mompel ik. 'Het kwam voor mij ook als een verrassing.' Ik loop naar mijn enorme hutkoffer die bij één van de bedden is neergezet, klik het slot open en vis mijn pyjama eruit.
'En je mag zoveel tijd doorbrengen met Dennis,' zwijmelt Suzanne. 'Hij heeft zijn haar laten groeien in de vakantie. Het is echt een stuk nu. Bijna net zo knap als-'
Er valt een pijnlijke stilte. We weten allemaal wie ze bedoelde. Carlo Kannewasser was inderdaad zo'n beetje de knapste jongen van onze afdeling. Zelfs ik kan dat niet ontkennen.
'Geloven jullie het? Wat Perkamentus vorig jaar zei?' vraag ik.
'Dat hij is vermoord door je-weet-wel?' Hannah schudt haar hoofd. 'Ik mag Perkamentus graag, maar dan zou het toch wel in de Ochtendprofeet hebben gestaan?'
'Misschien stoppen ze het in de doofpot,' zeg ik, terwijl ik mijn afstotelijk lelijke das losknoop. 'Bovendien, Potter is getuige.'
'Mijn moeder zegt dat het Potter een beetje naar zijn hoofd begint te stijgen,' zegt Suzanne. 'Bovendien werkt mijn tante voor het ministerie. Zij zegt dat er geen enkel bewijs is gevonden dat je-weet-wel is teruggekeerd.'
'Precies. Potter is gewoon gek, niet dat je hem dat kwalijk kunt nemen met wat die jongen allemaal heeft meegemaakt, en Perkamentus begint een beetje seniel te worden.' Hannah gooit haar blonde haar uit haar gezicht en kijkt me uitdagend aan. Alsof ik het in mijn hoofd zou halen om er tegenin te gaan. Deze meiden zijn geen vriendinnen van me. We zijn klasgenoten, werken samen aan projecten en soms kunnen we gezellig praten, maar verder zijn het...
leeghoofden.
'Je zult wel gelijk hebben,' glimlach ik, terwijl ik in het zijdezachte hemelbed kruip. Hannah lacht triomfantelijk en werpt een veelbetekenende blik op Suzanne.
'Maar, Hannah?' vraag ik.
Ze draait zich nieuwsgierig naar me toe, nog steeds die triomfantelijke lach op haar gezicht.
'Wie heeft Kannewasser dan vermoord?'
En zonder op antwoord te wachten, zwaai ik met mijn toverstok en laat de gordijnen van het hemelbed dicht zwaaien.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen