A/N: Vanaf nu zal het [Ander POV] zoals in dit hoofdstuk onder de naam van het desbetreffende karakter komen, dus [Marlene POV]. Wie ze precies is wordt ter zijner tijd helder.

[Remus Pov]
De donker grijze muur tegenover hem was niet langer zonder schade. Net zoals zijn leven niet zonder schade was. Soms veroorzaakt door anderen, maar vaker, dacht hij, door hemzelf. Na al deze tijd het was hij wie het monster was. Met een diepe zucht ging hij overeind zitten. Tijd. Hij keek naar zijn goedkope wekker; half negen. In ongeveer een uur zou het schoolhoofd van Hogwarts arriveren in dit… huis…
Na een korte douche, scheerde hij hemzelf, hij was blij om een tovenaar te zijn, nu bijvoorbeeld, kon hij gewoon magie gebruiken en hoefde hij geen scheerapparaat te kopen. Met slechts een handdoek om zijn middel begaf hij zijn weg naar de keuken.
Een uil met de krant was al op hem aan het wachten. Hij betaalde de uil en begaf zich naar de koffiemachine, deze had hij uit een tweedehands winkel gehaald, een simpele reparo deed het ding werken alsof het nieuw was.
Hij haalde een hand door zijn vochtige haren, terwijl hij een mok uit de kast haalde. Een scherpe klop op deur maakte dat hij zijn koffie even achterliet, zorgend dat de handdoek niet zou afvallen, liep hij naar de deur, de kou van een vroege lente ochtend, ook al was het zomer, gaf hem een rilling over zijn rug toen hij de deur opende. Voor een moment registreerde zijn ogen niet wat hij zag. Maar de lange, onverzorgde, zwarte haren, de holle grijze ogen, de vieste kleren hij had ooit gezien, en de o-zo bekende grijns keek naar hem.
“Sirius?”
“Hallo Moony,” De man zijn stem was een beetje schor, alsof hij het in een tijdje niet gebruikt had. Maar dat was niet wat hem van stuk bracht, het was het gebruik van zijn oude bijnaam. Hij knipperde met zijn ogen, ademde langzaam in en uit. En stapte toen opzij.
“Kom binnen, het is nog wat fris...” Het simpele gebaar van welkom en de benoeming van het weer maakte een verraste beweging bij Sirius. Maar hij stapte toch over de drempel. Remus sloot de deur achter hem en keerde terug naar zijn koffie.
“Koffie?”
“Graag…”
“Hier, zwart, één schepje suiker.”
“Je weet het nog…”
“Hoe kon ik het vergeten?”
“Goed punt…”
“Ik… ik zal me even aankleden…”
“Doe geen moeite, ik weet hoe je eruit ziet.”
“Ik ben veranderd.” Slurp.
“Dat heb ik ook, vriend.” Slurp.
“Dat heb ik gemerkt...”
“Goeie koffie…”
“Nee, maar het doet zijn werk, en daar gaat het om...” Slurp.
“Dat is waar...” Slurp.
“Pad- Sirius… waarom ben je hier?”
“Waarom zou ik dat niet zijn?”
“Wel, ik heb je tientallen keren geofferd om hier te komen en je sloeg ze allemaal af… En nu ben je hier…” Slurp.
“Nu ben ik hier…. Ik zal je het vertellen, Moony… Eerlijk… Het is... Niet goed… totaal niet goed…” Slurp.
“Zover was ik ook al.”
“Ik dacht dat je dat zou weten, wat gaf het weg?” Slurp.
“Dumbledore, om eerlijk te zijn…” Slurp.
“Oh?”
“Hij kan… elk moment arriveren...”
“Ah… wel… dan zou je het nu moeten weten…” Slurp.
“Wat moet ik weten, Padfoot?” Slurp.
“Hij is… terug…”
“Hij… als in… Hem?”
“Ja…” Slurp.
“Hoe?” Slurp.
“Kleed je aan, dan zal ik het uitleggen…”
“Kom, ik zal je betere kleren geven dan wat je nu draagt…”
“Dankje.” Beiden stonden op en begaven zich naar boven.
“Geen probleem, vriend.”

Een korte tijd later keerde Remus terug naar zijn keuken, dit keer voor iets te eten. Hij maakte toast met kaneel, hij maakte roerei en hij maakte een beetje bacon. Dit zou genoeg moeten zijn voor hen beiden. Boven was zijn jeugdvriend aan het douchen en gebruikte een schaar om zijn veels-te-lange haren te knippen.
Tegen de tijd dat Remus het eten op tafel had gezet, kwam Sirius naar beneden als een andere man. Oké, hij was nog steeds vel over been, maar zijn haar was korter dan daarvoor, precies goed, dat hield in dat het langer was dan de meeste mannen, en- meest belangrijke- schoon.
Terwijl ze hun ontbijt aten, praatte ze. Ze praatte over de jaren lang geleden, nu verdwenen in het verleden. Over hun jaren op Hogwarts, maar het meeste over de laatste paar dagen en weken. Uiteindelijk, toen ze er beiden klaar voor waren, ze bereikten het onderwerp over Hem.
“Hij was tot vierde kampioen benoemd…”
“Het lijkt mij wel alsof hij altijd de pineut is…”
“Ja… maar… terwijl hij de jongste van hen was, heeft hij het voor elkaar gekregen om twee opdrachten uitstekend te vervullen…”
“Niet drie?” Een verraste toon.
“Wel, ja, maar… luister… Hij had succes, totdat hij en Cassius Warrington de cup bereikten… Beiden grepen het ding… Het was een Portkey!”
“Wat?!”
“Inderdaad! Hoe dan ook, zodra ze de bestemming van de Portkey bereikt hadden, werd Cassius vermoord…”
“Shit…”
“Door de staf van Hem, maar de handeling door onze oude vriend…”
“Fuck…”
“Hij bond Harry aan de grafsteen van V’s pa… hij was een ooggetuige en een sleutel in diens wederkeer… Ik zal je de details besparen…Ze zijn niet echt plezierig…”
“Dankje…”
“Na zijn… wederkeer, riep hij de vrijlopende Death Eaters… Hij probeerde Harry te doden, maar in hun duel wist hij te ontsnappen, samen met Cassius zijn lichaam…”
“Dus, we zijn opnieuw in oorlog tegen hem?”
“Dubbel…”
“Laat me raden, Fudge gelooft het niet?”
“Correct.”
“Idioot…”
“Zeer…” Een klop op de deur onderbrak de conversatie en Remus stond op om het te beantwoorden. Het schoolhoofd betrad de kleine keuken, groette Sirius met een warme glimlach. Drinken werd aangeboden, en ze begonnen te praten.
Het was donker buiten toen ze klaar waren.

[Ander POV]
Het weer buiten trok haar aan. Meer dan ze ooit ze wou toegeven. In het St. Mungo’s was het altijd een beetje kil, dus nu buiten de zon volop scheen en het asfalt smolt verlangde de dertienjarige tiener naar buiten. Maar het kon niet, niet nu in ieder geval. Ze keerde terug naar haar boek over de geschiedenis van de grote tovenaars van deze eeuw.
Het was een schok geweest om de brief van haar ouders te krijgen. Maar na lang nagedacht te hebben had ze besloten het voor zichzelf te houden en extra haar best gedaan om geen nachtmerries te krijgen. Goeie cijfers te halen en vooral normaler over te komen. Want meer dan ooit wou ze naar de magische school. Nu het juli was trachtte ze zichzelf zo moe mogelijk te maken overdag, ze ontdekte dat ze op die manier geen nachtmerries kreeg, of althans niet die ze zich later nog herinnerde.
“Marlene!” Healer Miriam kwam haar kamer binnen, een warme glimlach op haar gezicht.
“Ja, Miriam?” Marlene had geleerd dat op deze afdeling je hen het beste bij hun voornaam kon noemen, als je kon, terwijl op de andere afdelingen men gewoon Healer was.
“Er is een bezoeker voor je.” Ze was verbaasd, in haar hele tijd hier, vanaf haar negende, had ze nog nooit persoonlijk bezoek gehad. Ze legde haar boek opzij. Een bekende kwam binnen.
“Neville!” Marlene sprong op en liep op haar enige vriend af, een dikke knuffel tussen hen was normaal.
“Hoe gaat het met je?” Vroeg ze hem terwijl ze hem de extra stoel in haar kamer aanbood.
“Wel oke…”
“Dat klinkt niet echt verzekerd?”
“Er is veel gebeurd…”
“Oke, wacht even, dan pak ik wat te drinken en dan vertel je me wat je kwijt wilt, okiedokie?” Neville knikte en Marlene liep naar de keuken op haar afdeling van permanente spreukschade.
Eenmaal met hun glazen citroenwater en cashewnootjes, gesetteld bij het raam begon Neville te vertellen.

[Norren POV]
“Beorthilde komt vandaag eten,” kondigde hij aan toen hij die ochtend de keuken inkwam. Zijn zusje, Nayla zat in een oud Tweety t-shirt en een rode, korte, pyajama broek de krant te lezen met een kop koffie voor haar. Een voet lag half op de tafel, de andere lag op een stoel.
“Oh, gezellig. Heb d’r al een tijd niet gesproken.”
“Ik ook niet, daarom.”
“Gelooft ze het?”
“Ja.”
“Mooi.” Norren pakte een bakje en goot er melk in, voegde suiker en cornflakes erbij, pakte een mok en goot de resterende koffie erin, nam tegenover zijn zusje plaats.
“Heb je nog iets gehoord van de anderen?” Vroeg hij terwijl hij een hand door zijn muis-bruine haren haalde.
“Nee, tenzij dat je brief miljoen van Ben Devereaux mee moet tellen…”
“Die gast weet ook niet van ophouden he?”
“Denk niet dat dat woord in zijn vocabulair staat.” Beiden schoten in de lach. Ze waren nog aan het nagrinniken toen hun moeder binnenkwam, in versleten sloffen, een gebloemd nachthemd, waar de bloemen bijna niet meer zichtbaar van waren. Eroverheen droeg ze een verbleekte ochtendjas in een Gryffindor thema.
“Morgen,” groette Norren haar.
“Morgen,” groette ze terug. Ze negeerde Nayla die een vies gezicht had getrokken.
“Wat zijn jullie plannen vandaag?” Vroeg Rebella terwijl ze een kop thee inschonk.
“Ik ga straks met Beorthilde naar de Diagon Alley om alvast de standaard spullen te halen en daarna komt ze hier eten.” Antwoordde Norren. Nayla sloeg demonstratief een bladzijde van de krant om.
“En jij, Nayla?” Ze negeerde de vraag. Norren onderdrukte een glimlach en zette zijn nu lege koffiemok in de gootsteen.
“Wel, ik ga er vandoor.” Hij vertrok naar zijn slaapkamer en kwam tien minuten later weer naar buiten, nu aangekleed; een lichte, korte, spijkerbroek, een wit t-shirt (met de graffiti tekst; Blub), hij droeg een flanel blouse om zijn middel, een blauwe bandana om zijn hoofd en de schoenen waren sneakers. Hij zwaaide even, en sloot de voordeur achter zich. In het portaal stonk het naar pis, sigaretten, uitwerpselen en andere elementen die Norren niet wou weten. De volle maan was nog een week weg, dus had hij nog geen last van zijn lijf. Daarmee sprong hij soepeltjes over de leuningen. Al gauw liep hij over straat, een paar hoeken om en het huis van zijn beste vriendin lag voor hem. Hij belde aan, Beorthilde's moeder deed open.
“Ah Norren! Kom verder, Beo komt er zo aan.” Net als Beo had haar moeder roestbruin haar, maar de bleekblauwe ogen had ze weer van haar vader, een piloot die dus weinig thuis was.
“Bedankt mrs. Olsen.”
“Hoe gaat het met je, Norren?”
“Gezien de huidige situatie, ben ik verbaasd hoe goed ik me voel…Maar da’s niet logisch, toch?” Ze lachte vriendelijk en leidde hem naar de woonkamer, het was goedkoop, maar gezellig ingericht. Mrs. Olsen deed duidelijk haar best om er iets van te maken. Norren nam plaats op de rood stoffen bank voor het raam en nam het glas water dat mrs. Olsen hem aanbood dankbaar aan.

[Nayla POV]
De eerste brief was voor mij de druppel. Ik had mij teruggetrokken op mijn slaapkamer en probeerde twee mensen tegelijk te negeren, ten eerste mama die maar bleef doen alsof alles koek en ei was, terwijl dat absoluut niet was. De ander was Ben en zijn brieven.

Lieve Nayla, ik had hier ongelovig gesnoven.
Hoe is je zomer tot dusver? Is je moeder een beetje te houden?
Ik zit hier in het warme zuiden van Griekenland, maar het is saai zo zonder jou.
Ik mis je armen om mijn middel en je adem in mijn nek. Ik had moeite moeten doen om niet over te geven.
Ik besef dat na onze afgelopen ruzie(s) je waarschijnlijk niks meer met mij te maken wil hebben. Ik wil mij graag excuseren voor mijn gedrag en woorden, ze waren zeer ongepast.
Dat kun je wel zeggen ja.
Ik wil je graag terug. Ik wil je weer in mijn armen kunnen nemen, je eenzame nachten te verlichten met mijn aangename aanwezigheid en je helpen om je te beschermen tegen de kwade invloeden van buitenaf. kotsmomentje
Sprekend over kwade invloeden, je moet misschien komend jaar wat minder met Potter omgaan, hij zal je een slecht beeld schetsen van deze prachtige samenleving. mijn moeder en ik hebben het er lang over gehad en het leek ons handig om gewoon duidelijk tegen Potter te zijn en hem aan te geven dat hij iedereen naar beneden sleurt door zijn leugens. ik snap dat hij soms aandacht nodig heeft maar dit gaat te ver.
Ook heb ik met mijn moeder erover gehad over jouw situatie thuis, ze snapt dat je daardoor de basis dingen niet hebt geleerd dus mijn moeder wil je wel helpen met het aanleren van huishoudelijke bezigheden en daardoor kan ik je dag ook weer blij maken met een romantische picknick bij het water. Ik hoop dat je je mijn aanbod om je leven te beteren wilt accepteren. Want ik heb mijn hart verloren aan jou. Zonder jouw aanwezigheid zou dit een zwarte vlek op mijn hart slaan en weet ik niet hoe ik nog verder moet zonder jou.
Mijn lief, ik hoop dat Londen net zo prachtig is in de zomer als Griekenland hier. Het water hier is zo prachtig dat ik, als ik erin kijk, alleen jouw prachtige schitterende blauwe ogen zie. Het water weerkaatst zo prachtig als de zon op je huid. ‘S nachts ruist de zee zo kalm als jouw ademhaling, dat sust me in slaap. Het wiegen van de gordijnen doet me denken aan de golven in je haar in een zomerbriesje. En dan droom ik van jou, van je prachtige ogen weerkaatsend op het blauwe water. Hoe een prachtige witte jurk om je mooie lijf zou dansen als je wandelt over het strand.
De kotsbak kwam steeds dichterbij en ik snoof, mijn ogen waren toch echt grijs.
Ik hou zo ontzettend veel van je! Ik hoop dat als wij beiden van school komen je mijn vrouw zou willen worden. Ik heb al een prachtig huis gevonden, hier aan de Griekse kust, weg van de kwade wereld om ons heen. Een veilige haven voor onze twee zoons en dochters om te leren en te spelen. Waar je je was kan laten drogen door de Griekse zachte winden. En als ik dan thuis kom, dat we elkaar lief kunnen hebben onder het genot van je heerlijke maaltijden, terwijl we uitkijken op die eindeloze blauwe zeeën van Griekenland. Met achter ons de glooiende heuvels met Athene in de horizon.
Als ik thuiskom van mijn mooie reis hoop ik dat je me komt opzoeken zodat wij onze resterende zomer samen kunnen doorbrengen, dat vind je moeder toch niet erg?


Tot gauw mijn liefste!
Je innig en enige liefhebbende

Ben(edict)


Ik had de brief na het lezen in elkaar gepropt, vies gemaakt, in stukjes gescheurd, er tegen gescholden en tenslotte met een aansteker in vlammen op laten gaan. Natuurlijk had mama het vuur geroken en hadden we (weer) een knallende ruzie gehad.
Haar belofte om te praten, om onze verstandhouding te verbeteren lag nog verder onder het ijs dan de zee onder de Noordpool.
Nu zat ik op mijn bed, te tekenen, in niet meer dan een korte broek een tie dye t-shirt in felle neonkleuren en mijn haren in een gele bandana. Ik had net mijn laatste huiswerk voor de zomer klaar en tijdens het tekenen zat ik te bedenken wat ik hierna zou gaan doen.
Een klop op de deur deed me opkijken.
“Ja?”
“Wat waren je plannen voor vandaag, Nayla?” Mama’s o zo originele vraag.
“Geen idee, ik weet nog niet wat ik wil doen… Misschien ook maar vast naar de Diagon Alley… Misschien naar Tonks of… wel geen idee…”
“Je kunt beter niet naar buiten gaan.”
“Want?”
“Het is gevaarlijk.”
“Dat is het op school ook…”
“Maar hier zijn geen leraren die je kunnen helpen.”
“Wel mensen…”
“Toch heb ik liever niet dat je gaat.”
“Oke.”
“Wat?”
“Ik zei, oke, boodschap duidelijk.”
“Je gaat toch he?”
“Geen idee.”
“Alsjeblieft Nayla, het is al erg genoeg dat Norren nog geen enkele dag thuis is gebleven.”
“Goh, ik vraag me af hoe dát nou zou kunnen komen.”
“Die sarcastische toon staat me niet aan.”
“Dus?”
“Nayla! Alsjeblieft!”
“Wat nou?”
“Ik probeer hier een gewoon gesprek met je te hebben.” Ik snoof.
“Wel, je zou, héél misschien, toch wel eens kunnen beginnen je beloftes na te komen!”
“Wat?”
“Ja, je schreef ons dat je geen dingen meer achter wilde houden, dat je je wou beteren in moeder zijn, dat-”
“Genoeg! Je blijft op je kamer!” En met die woorden sloeg ze deur achter zich dicht. Ik hoorde haar de deur op slot toveren en zuchtte. Geen haar op mijn hoofd die hier dan toch nog een minuut langer wou blijven. Ik stond op van mijn bed en keek even in mijn spiegelbeeld. Toen draaide ik mij weg van het meisje met de diepe wallen onder haar ogen, van het bleke gezicht. Het werd tijd dat ik wat zonlicht binnen kreeg. Ik opende mijn hutkoffer, het gat staarde me aan. Bijna alsof het zeggen wou of ik het zeker wist dat ik binnen één week al weg wou hier. Ik zette mijn ketel erin, propte mijn sokken en ondergoed erin. Erop legde ik mijn schoolboeken, die we elk jaar gebruikten, zoals Fantastic Beasts and Where to Fund Them. Maar ook mijn eigen boeken, zoals die van de schoolregels. Daarop legde ik de rest van mijn kleren en mijn bezemsteel, een nimbus 2000 die heel wat keren getransformeerd was tot Firebolts. Tot slot voegde ik mijn laatste losse dingen toe; een tandenborstel, haarborstel, tekenspullen, fotoboeken, dagboeken en een camera. Ik legde mijn jas bovenop, sloot de klep en toverde het klein- ik had de lak aan de regel dat ik geen magie mocht gebruiken en stak mijn staf in de broeksband. Tot slot stak ik de mini hutkoffer in mijn (afsluitbare) broekzak en met twee haarpinnen, een truc die ik van Fred en George had geleerd, opende ik het slot van mijn kamerdeur. Ik gluurde om de hoek, mama zat op het balkon, aan haar vierde glas firewhiskey die dag en ik glipte de gang op. Bij de kapstok koos ik niet mijn doorgaanse gympen, maar mijn stevige schoenen, zwart, net geen laars hoogte, met bontgekleurde veters, vier gespen en een dikke zool, trok ze aan, legde mijn huissleutel op het tafeltje naast het schoenenrek en sloot toen de voordeur voorgoed achter me. Ik was het zat.
Eenmaal op straat bleef ik even verloren staan, de adrenaline voor deze vrijheid zakte langzaam weg en ik besefte in wat voor probleem ik was terecht gekomen. Zoals gewoonlijk had ik niet nagedacht over de consequenties.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen