A/N: Het huis van Sirius kan nu verwarrend overkomen, maar ter zijnentijd wordt dat helder gemaakt.

De zon scheen fel op het water dat met de dag lager kwam te staan. Ik wandelde er kalmpjes langs, het was rustig in het park, de meeste mensen zochten de koelte van hun huizen op, of waren aan het werk. Het was de derde dag dat ik weg was gelopen en hoewel ik voldoende plekken kon bedenken waar ik heen kon gaan voor onderdak, had ik ondervonden dat ik deze vrijheid nodig had. De ruimte, geen gezeur, geen gemoet, geen andere mensen. Mijn hoofd was voor het eerst in jaren rustig. Ik kon makkelijk drie uur lang naar een schaap zitten kijken of naar de lucht liggen staren. Ik dacht na over deze oorlog die op de drempel stond. Over hoe ik het zou doen, wat voor mij goed was en niet gemakkelijk. Ik dacht na waar mijn prioriteiten lagen.
Maar wat ik niet wist was dat mama, Norren, Sirius en de anderen naar mij op zoek waren. Hoe kon ik het weten? Mijn tweewegspiegel lag ergens in mijn hutkoffer die niet groter was dan een pingpongbal en in mijn broekzak zat. Ik kreeg geen kranten, en ik las geen brieven die ik verrassend genoeg best veel kreeg. Het was pas tegen zestien juli toen ik besefte dat de anderen misschien zich zorgen konden maken over waar ik was. Dus opende ik de een willekeurige brief, deze was van Luna.

Beste Nayla,
Neville schreef mij dat je zijn brieven niet beantwoord, gaat alles goed daar? Of heeft je moeder een Wrackspurt in haar hoofd? Ik heb een Spectrespecs toegevoegd, voor het geval dat.
Papa en ik gaan morgen richting Zweden, we hebben betrouwbare bronnen dat daar een paar wezens zitten die nog onbekend zijn. Ik hou je op de hoogte.
Norren schreef me dat je zonder gedag te zeggen vertrokken was, je moeder schijnt in alle staten te zijn. Hij vermoedt dat je tijd op jezelf nodig hebt. Maar hij vond het minder leuk dat je er niet was tijdens zijn volle maan.
Aangezien ik de rest van de zomer in Zweden zit, wilde ik je vragen of jij weet wat het laatste is wat Youknowwho van plan is, en wat we er eventueel aan zouden kunnen doen…
Ik wens je een fijne zomer.

Liefs,
Luna


Ik kon het niet helpen en grijnsde. Oh Luna, ze was geweldig. Ik miste haar en als ik niet zeker wist dat ik op jongens viel had ik zeker weten geprobeerd om haar te versieren. Nu echter plaatste ik mij onder een dorre eikenboom en opende de volgende brief.

Black,
Bijgesloten zit de lijst met namen van mensen waar mijn ouders mee omgaan. Geef deze alsjeblieft door aan wie er ook tegen de [strike]Heer van het Duister[/strike] Youknowwho strijd. Mijn excuses dat ik niets concreets heb. Deze mensen zijn mogelijke Death Eaters, mijn ouders zijn er zeker weten een.
Ik zie je op school.


Het was niet ondertekend. Ik keek nieuwsgierig in de envelop, en inderdaad een lijst van veertien mensen, waarvan ik wist dat zeker zes Death Eaters waren. Ik slikte, zuchtte even, stopte de brief en de lijst terug in de envelop en stond op. Ik wist wat ik moest doen. Ik wou niet, totaal niet, maar ik verliet het park en begaf mij naar een bepaalde wijk in Londen. Een wijk die ik kende als de randen van mijn broekzak. Ik slenterde via een ondergrondse Woodsgreen in.
Ravenstone road lag er nog zoals altijd bij. Ik liep langs de huizen die mij de eerste keer zo aangenaam leken, maar nu in de volle zon gloeiende kolen leken. Ik snapte plots waarom de Tonks familie de hunne een zachte tint paars hadden geverfd. Even aarzelde ik maar duwde toen het houten tuinhek open en liep naar de voordeur. Waarom ik specifiek voor hen had gekozen wist ik niet, misschien omdat ze het dichtst bij familie kwamen. Ik belde aan.

“Nayla? Waar ben je?” Het was twee dagen later en ik had de zolder ontdekt.
“Op zolder!” Ik stak mijn hoofd door het gat van de valtrap.
“Oh! Waarom zit je daar?”
“Er liggen hier allemaal lp’s, cassettebandjes en andere gave dingen.”
“Oh je hebt onze oude muziek collectie gevonden.” Andromeda nam naast me plaats bij een grote doos met lp’s.
“Wie was in godsnaam Don McLean?”
“Ik weet wat, we nemen het mee naar beneden, dan kunnen we je wat laten horen.”
“Oke, he, mag ik dit behouden?” Ik hield een zwart leren jack omhoog volgepint met buttons. Andromeda wierp er een blik op en schoot in de lach.
“Oh hemels die was ik vergeten, die was van Dora. Maar als zij het goed vind mag je het hebben.” Ik wist dat ik nog vaker rond zou neuzen op de zolder, maar ik klom achter Andromeda aan naar beneden, ze sommeerde de doos lp’s en cassettes en we namen plaats in de woonkamer.
“Don McLean, ikzelf hou erg van het nummer Vincent.” Ze plukte de lp uit de doos en plaatste het op de pick-up speler. De uren erna leerde ik Led Zeppelin, Madness, The Beatles, Louis Armstrong, The Kinks en vele vele meer. Het was rond vijf uur toen Ted zich bij ons voegde en zelfs toen we het avondeten gingen bereiden spraken we nog over Jimi Hendrix en The Doors.
We spraken niet over de reden dat ik weg was gelopen en voor meer dan een week vermist was. Ze hadden de anderen slechts één zin gestuurd; ze is terecht, ze verblijft bij ons, ze is goed en wel.
Ik was er blij om. Zeker na de toestand, zo schreef Ginny mij in een van de brieven dat Percy, de snobistische ambitieuze eikel die hij was, de familie in de steek had gelaten voor de corrupte opdraaide idiote ministerie. In een van de brieven schreef ze dat zij en de familie, inclusief Hermione, hun intrek hadden genomen in Grimmauld Place 12, Sirius zijn ouderlijke huis. De details wist ik niet, maar gerust was ik niet, er werd geen woord gezegd over mijn neefje.
Het was tegen het einde van de maand toen ik Tonks sprak tijdens het ontbijt, Andromeda en Ted sliepen nog.
“Serieus, Tonks. Weet jij hoe het met Harry gaat?”
“Ik weet alleen dat Dumbledore hem zo lang mogelijk bij zijn oom en tante wil laten blijven…” Bij het zien van mijn gezicht stak ze verdedigend haar handen op, “ik heb het al bijna een keer verbruid, dus ik kan niet tegen hem ingaan, maar ik weet het.”
“Misschien,” mompelde ik nadenkend, “is het tijd dat ik eens een bezoekje breng aan dit adres…” Tonks wist beter dan me tegen te houden en besloot dat mij helpen een prima alternatief was. Dus zodoende dat ik twee dagen later met haar de keuken van het meest duistere huis ooit binnen liep; Grimmauld Place 12.

“N-Nayla?!” Hermione was de eerste die me begroette met het gevolg dat ik het gevoel had ineens een reuzensnor uit mijn neusgaten te hebben laten komen.
“Mione, adem…” Ze liet me los en grijnsde van oor tot oor wat een hele geruststelling was.
“Eindelijk iemand met lef.” Ik knipperde met mijn ogen.
“Wat?”
“Mrs. Weasley houdt ons in de gaten… Teveel.” Ik moest verward hebben gekeken want Fred, die mij nu ook omhelsde, legde uit.
“Dit huis, is Sirius zijn ouderlijk huis, hij heeft het aangeboden aan Dumbledore als hoofdkwartier voor de Order of the Phoenix, een geheim genootschap dat tegen Youknowwho strijd. Vanuit hier voeren ze missies uit, en hebben vergaderingen. Wij,” hij gebaarde naar Hermione, George, Ginny, Ron en hemzelf, “helpen door dit huis weer bewoonbaar te maken.”
“Bewoonbaar?”
“Ja, de oude huis-elf, Kreacher, heeft geen poot uitgestoken in de jaren dat het leeg stond, dus alles is… wel… dit.” Fred gebaarde losjes om zich heen. Ik begreep wat hij bedoelde, de spinrag aan het lamp in de keuken was zeker meer dan vijf jaar niet meer bewoond.
“En… wat doen jullie verder?”
“Proberen om vergaderingen af te luisteren, maar daar worden we niet echt wijzer van.”
“Af te luisteren?”
“Ja, ma vind ons ‘te jong’.” Ginny rolde haar ogen.
“Na alles wat jullie- wij- hebben meegemaakt en gedaan?!”
“Jep.”
“Hoe zit het dan met Harry?” De anderen wisselden blikken die niet veel goeds voorspelden.
“Wat?”
“We hebben geprobeerd de anderen duidelijk te maken dat dit averechts gaat werken… Maar Dumbledore-”
“Als je nu gaat zeggen dat hij hem zolang mogelijk bij die…-”
“Eikels?”
“Dat is een woord ervoor.”
“Ik denk dat ik maar eens hartig woordje met Dumbledore moet spreken…”
“Dat hebben we geprobeerd…”
“Maar?”
“Hij blijft nooit eten…”
“Dus?”
“Hoe wil je hem te pakken krijgen?”
“Is hij nu een vergadering?”
“Nee, vanavond rond negen uur…”
“Juist ja… Dan zullen we eens zien hoe dat gaat.”
“Nayla?” Ik draaide me vliegensvlug om en keek in mijn vaders gezicht, doffe ogen, maar verder leek hij gezonder dan ooit.
“Sirius!” Ik omhelsde hem stevig.
“Wat doe jij hier?”
“Ik dacht laat ik ook maar schoonmaakster worden.” De anderen lachte en Sirius rolde met zijn ogen.
“Maar-?”
“Ik had even tijd nodig, maar ik denk dat ik hier maar even blijf plakken.”
“Met een doel?”
“Voldemort het zo moeilijk mogelijk maken.”
“Dat klinkt als een plan.”

“Professor,” De vergadering van die avond liep tegen een eind en ik was zoiets, zonder te kloppen, de keuken binnen gelopen. Een stilte daalde neer en Dumbledore stond op, voor het eerst merkte ik een zekere woede en snapte ik waarom Voldemort bang voor hem was.
“Juffrouw Black, heeft-”
“Ik zou u graag even willen spreken.”
“Nayla er is een vergadering gaande.” Tonks klonk vermoeid alsof ze had zitten doezelen.
“Weet ik, de reden dat ik u wil spreken professor past prima in een vergadering.” Baldadig trok ik een stoel onder de tafel uit en ging zitten. De gehele middag had ik de nieuwe bewoners uit gehoord over de regels en wensen vanuit Dumbledore of de Order.
“Juffrouw Black, kan dit op een ander moment?”
“Nee. Want dan bent u al vertrokken en heb ik geen getuigen.”
“Ben je een moord aan het beramen?” Sirius klonk sarcastisch.
“Nog niet.”
“Welnu, juffrouw Black, waarom niet. Vertel wat je bezighoudt.”
“Ten eerste, Sirius.” Ik was mijn vaders dochter, ik wist hoe een groep wakker te houden, hoe ik een bom kon laten ontploffen en ik had dat absolute gevoel voor drama.
“Mij?”
“Ja.”
“Ga verder.”
“Geef hem iets te doen, buiten de deur.”
“Dat-”
“Kan.”
“Leg uit.” Het voordeel van Dumbledore was, hoopte ik, dat hij altijd bereid leek te zijn om te luisteren.
“Ik lijk op hem. Hetgeen inhoudt dat als je de deur naar buiten dicht doet en de sleutel weggooit dingen vroeg of laat faliekant fout gaan. Dus in orde om hem a gelukkig te houden b de Order te helpen c noodlottige toestanden te vermijden d hem te vriend te houden, is het raadzaam om hem iets te doen te geven dat meer inhoudt dat een schoonmaak. Voor mijn part de boodschappen, Harry ophalen, noem het maar. Om je een voorbeeld te geven, ik ben weggelopen van huis, omdat mijn moeder besloot dat het een goed idee was om me op te sluiten. Nu is Sirius in zo’n positie dat dat niet kan. Maar, wel, je begrijpt het.”
“Juffrouw Black, door Sirius niet naar buiten te laten gaan hoop ik hem in leven te houden.”
“Wat uiteindelijk zijn dood zal zijn, professor. Dat weten we allebei!”
“Hij is impulsief en roekeloos." Ik lachte.
"Zijn we dat niet allemaal?"
"Hij kent het huis beter dan iedereen"
"Ze kunnen best een uurtje wachten, vervloekt is vervloekt.”
“Hij is een gezocht man door het ministerie en Voldemort.”
“Jij en ik weten allebei dat hij enorm knap op die posters staat.” Sirius maakte een geluid tussen een juichkreet en een onderdrukte lach.
“Als hij het huis uit gaat gaat hij achter Peter aan, dat weet jij ook.”
“Natuurlijk wil hij, ik ook, achter Peter aan, hij heeft James en Lily verraden, alleen een hypocriet konijn zou dat niet willen.” Mijn stem klonk cynisch, iets waar ikzelf al aan gewend was maar gezien de reacties aan tafel de anderen nog niet allemaal.
“Harry heeft hem hier nodig, veilig en wel.” Klonk Dumbledore nu ongeduldig?
“Veiligheid is een fucking illusie! Harry zou zijn peetvader duizendmaal liever gelukkig zien dan een vogel die zijn vleugels niet mag uitslaan!” Was het raar dat ik het naar mijn zin had? Ik wist het niet, maar ik wist wel dat ik niet zou opgeven. Sirius keek naar ons alsof we een interessante tenniswedstrijd waren. Behalve het feit dat hij stikchagrijnig was dat hij hier zelf niet mee gekomen was.
“Harry zou er kapot van zijn als hem iets overkwam. En ik ben er vrij zeker van, juffrouw Black, dat u uw vader liever levend ziet dan dood.” Ik keek hem even aan. Hij geloofde oprecht dat hij het juiste deed.
“Ja, zowel Harry als ik zouden verwoest zijn als Sirius dood zou gaan. Maar ik weet ook dat ik hem liever gelukkig, in actie dus, zie gaan dan bitter en woedend. Wat nu het geval is. Het is oorlog, professor. Risico’s horen daarbij.”
“Het is oorlog juffrouw Black, geen waterballet waar je de waterdruppels gewoon mag raken.” Verbouwereerd keek ik hem aan.
“Ik zei net dat het oorlog was, dat daar risico’s bijhoren. Daarbij worden Sirius en ik beiden nergens gelukkiger van dan van actie. Een gevecht op leven en dood als het even kan.”
“Juffrouw Black beweert u nou dat u liever dood gaat dan blijft leven?”
“Dat is een belachelijke vraag Albus en dat weet je.” Sirius was gaan staan en keek Dumbledore boos aan. Ik snoof.
“Natuurlijk blijf ik liever leven! Maar ik geloof dat we hier een… woordenwisseling hadden over Sirius, niet over mij.” Ik koos een mild woord om te beschrijven hoe ik mij over de besproken kwestie voelde, liever had ik ruzie, gevecht, een rechtse hoek of op zijn minst bekvechten gebruikt.
“Gaat u mij nu op elk punt tegenspreken juffrouw Black?”
“Wel als u met zulke slechte argumenten komt.” Geschokte kreten kwamen van de groep. Maar ik durfde te wedden dat ik een paar mensen hoorde gniffelen, eindelijk iemand die terug praatte tegen Dumbledore.
“Trouwens, professor, ik denk, oprecht, dat Sirius veiliger is in actie dan hier in het huis van zijn nachtmerries.” Met die woorden draaide ik mij om en verliet de keuken. Ik sloot mij aan bij de tweeling op de eerste verdieping.
“Dat was een prachtige scène, ik wou dat ik erbij was.” Grijnsde George en trok iets aan een touw omhoog.
“Je hoorde dat?” Ik trok een wenkbrauw op.
“Dankzij deze schatjes.” Fred hield een vleeskleurig oor omhoog.
“Is dat-?”
“Extendable Ears, een van onze nieuwste producten.” Inmiddels was het bijna geen geheim meer dat de tweeling een fopwinkel wilden beginnen. Gelukkig waren de supporters niet zo dom dat te bespreken met mrs. Weasley in de nabijheid.
“Geniaal… Oh kijk de vergadering is voorbij, ik zie jullie later.” De tweeling lachte terwijl ik mijzelf uit de voeten maakte en mijn verstopplek werd de kamer van Buckbeak die op de zolder verbleef. Sirius had het getransformeerd zodat er gras was, vogels die vlogen, er een paar bomen waren en een waterplas. Ik liet mij, na gebogen te hebben voor de trotse hippogrief op het gras naast hem zakken.
“He Becky… Hoestie?” Buckbeak maakte een kalm geluidje. Voetstappen klonken op de trap, ik vloekte binnensmonds en klom in de boom naast me. Verstopt tussen het groen wachtte ik af. Molly kwam de kamer binnen.
“Nayla?!” Oei, die klonk woest, maar één argument vond ik wel even genoeg, dus wachtte ik af. Na even rondgekeken te hebben vertrok ze weer en liet ik mij uit de boom vallen.
“Dat was op het nippertje,” Sirius kwam de kamer in met een grijns.
“Zeg dat wel.” Ik sloeg het avondeten die dag over en schreef Norren een briefje om hem te laten weten waar ik zat.

Het was een dag of drie later dat ik aan mijn koffie en een bagel toen de deurbel rinkelde. Ik zuchtte.
“Leren ze dan nooit om niet aan te bellen?” Fred kwam binnen met zijn handen over zijn oren.
“Ik haat die stem!” Vloekte hij en zakte tegenover me op een stoel. “Is dat een bagel?” Ik grijnsde en gooide hem er eentje toe.
Na het incidentloze ontbijt begaf ik mij naar boven, ik deed geen moeite meer om mij aan te kleden, dat deed ik na een schoonmaak actie. In dit geval verder met de gang op de bovenste verdieping. Onderweg kwam ik Ginny tegen, die bezig was met het uitmesten van een kleine kast op de gang van de eerste verdieping.
“He, Gin. Wat doe je?”
“Ik maak deze kast schoon en leger.” Ze zuchtte en keek onwillekeurig naar het portret boven het kastje. Een jonge vrouw met lang, krullend zwart haar, zware oogleden, bruine ogen en een glimlach die zelfs mij een beetje ongemakkelijk maakte. Helemaal toen ik het bordje eronder zag; 1979, Bellatrix Lestrange née Black. Ik pakte de randen en probeerde het ding van de muur te halen, maar geen succes.
“We hebben het geprobeerd,” mompelde Ginny, “maar al die dingen lijken met een permanente plakbezwering vast te zitten.” Ik gromde.
“Juist ja… Zo terug.” Ik marcheerde naar mijn vaders slaapkamer op de vierde verdieping, klopte en wachtte even tot hij ja zei. De eerste keer dat ik zonder kloppen binnen kwam, trof ik een tafereel aan dat ik niet graag nog een keer zag.
“Nayla,” Sirius grijnsde, bezig met een doos vol oude foto’s.
“He paps,” ik nam plaats op het bureau.
“Vertels eens, waarmee kom je me verblijden?”
“Het lenen van je toverstok.”
“En waarom is dat?”
“Ik ben nog geen zeventien en ik wil onze familie van de muur halen.” Sirius schoot in de lach, viste zijn staf uit de leren buis aan zijn riem en gaf hem aan.
“Dankje,” ik wou weglopen maar Sirius hield me tegen.
“Gebruik niet de tegen vloek voor de permanente plakbezwering, die werkt niet.”
“Zover was ik ook, maar dankje. Schrik niet als je wat knallen hoort.”
“Doe mijn moeder eerst, alsjeblieft.” Ik lachte hardop en vertrok naar beneden. Ik had het systeem van de magische trappen nog niet helemaal door. Maar ik waagde het erop door bovenaan de trap te staan en primus te zeggen, de trap afg te lopen en inderdaad kwam ik terecht op de eerste verdieping.
“Jo, Gin, wil je toekijken hoe ik mijn oma opblaas?”
“Tuurlijk, eh hoe?” Ik hielde de staf omhoog als uitleg en Ginny lachte, sprong op en liep mij achterna naar de trap, ditmaal hoefde ik niks te zeggen. Bij het portret
stond ik stil, haalde diep adem, schoof het gordijn opzij en grijnsde.
“Sorry, omaatje, maar ik zie je in hel!”
“WAT? IK BEN WALBURGA BLACK-”
Incendio!” Ik keek toe hoe de vlammen aan de gordijnen van het portret likten hoe het frame van het doek zwart blakerde en toen waren de vlammen weg. Triomfatelijk begon Walburga weer te schreeuwen.
“VERRADER, JE BENT NET ZO ERG ALS HIJ!”
Bombarda Maxima!” Ik keek toe hoe er een prachtig maanlandschap gevormd was in de muur, het portret van Walburga Black was vernietigd.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen