Foto bij Blind 20

De eerste keer. Iedereen maakt het mee. Herhaaldelijk en altijd op een andere manier. Euforisch genot of een ijselijke stilte. Een rumoerige vergadering over wat wel of niet fijn is of gewoon instemmen in datgene wat er op dat moment plaatsvindt. Wie niet waagt, wie niet wint.
Ik weet het nog goed. Mijn eerste keren. De eerste keer naar de middelbare school. Wat een ramp was dat. Ik was net twaalf jaar oud. Hooguit een week. Veel te verlegen om mezelf een weg te banen tussen alle vierde en vijfde jaarscholieren. Een softie om nieuwe vrienden te maken. Het was lastig en ik had weken nodig om ook maar één maatje in de klas te vinden.
De eerste keer naar je bijbaan gaan. Alleen al een sollicitatiebrief vragen bij de klantenservice was voor mij een obstakel. Het inleveren ervan net zo. Eigenlijk belachelijk voor iemand van vijftien. Het was uiteindelijk een opluchting dat mijn moeder ook in de winkel werkte. Ik kende de meeste collega’s al van eerder of doordat ik ze met haar had zien werken. Ik hoefde me amper voor te stellen. Alleen de ploeg waarmee ik echt samen moest werken, kende ik nog niet. Ik was dat ene meisje dat ‘uitverkorene’ was om een afdeling met alleen maar jongens te versterken. Een prooi tussen een stel wilde leeuwen. Een zwakke schakel om makkelijk voor de gek te houden. Ook toen nog heel verlegen tegen zowel klant als collega. Het voordeel aan deze eerste keer is dat het bij een eerste keer gebleven is. Mijn enige bijbaan waar ik sterk uit ben gekomen. De verlegenheid verdween. Het onzekere ook. En die jongens zijn nu mijn beste vrienden.
De eerste keer op jezelf wonen. Of in ieder geval niet meer afhankelijk zijn van je ouders. Het viel mee. Verhuizen met je acht beste vrienden is niet per se lastig. Je woont niet alleen en hebt altijd iemand om je heen. Als zeventienjarige kon ik me alleen niet altijd vermaken in het weekend. Waar iedereen in het weekend aan de zuip ging en uitging bij kroegen waar je achttien jaar of ouder voor moest zijn, zat ik thuis. Met Merel. De twee baby’s van het huis. Wat ben ik daar nog vaak mee geplaagd.
De eerste keer uitgaan in een kroeg voor achttien jaar of ouder. Wat een feest. Jarig zijn en met trots je ID tonen, omdat de bewaking je nu wel toe moet laten. Ondanks mijn toen nog jonge gezicht. Het was legaal en tijd om los te gaan. De drank vloeide rijkelijk. Ik genoot van alles wat mij toegeschoven werd. Iedereen betaalde, behalve de jarige. Ik mocht alleen wel mijn eigen kots opruimen als ik het op voelde komen. Maar ik hield me in. Gevolgd door een driedaagse kater.
De eerste keer seks. Het is maar hoe je het bekijkt. Mijn allereerste keer is er één die ik graag vergeet. Het was een soort one night stand. Alleen dan op klaarlichte dag. Typisch iets voor een meisje van zeventien. Het was met een jongen waarmee ik mijn eerste date, mijn eerste zoen en dus ook mijn eerste seksuele ervaringen mee had. Het ging stroef en we stuntelden wat aan. Volgens mij schoot hij zelfs bijna het verkeerde gaatje in... Maar het lag natuurlijk geheel aan mij, volgens hem. Hij had het immers al eens gedaan. Na die keer heb ik hem niet meer gesproken of gezien.
Ik ben van mening dat je de eerste keer seks kan herbeleven. Mits het met een ander is. Mijn eerste keer met mijn echte eerste vriendje, was ook stuntelig. Het verschil was dat dit met een romantisch tintje ging. Er was geduld, aandacht en genoeg liefde om het zo fijn mogelijk te maken. Het kan dus ook goed gaan, ondanks de weinige ervaring. Totdat zijn ouders de kamer binnen liepen.
Je eerste keer kan natuurlijk ook op een andere plek zijn. Je laat het bed voor wat het is en gaat voor een plek waar je het liever niet wil doen. Een lokaal op school. Ik zou het je niet aanraden, maar het is gebeurd. De spanning was zodanig opgelopen tussen Jelle en mij, dat het fout ging bij een middag nablijven. Daar zaten we dan. Ik als eenentwintigjarige en hij net twintig lengtes jong. We hadden de deadline voor het project gemist en dat betekende doorwerken op school. Er was natuurlijk al heel wat gaande, maar de remmen braken toen hij me midden in de gang zoende. Het is een wonder dat we niet betrapt zijn.

‘Wil je wat drinken?’ Noah staat voor me. Hij heeft zijn shirt in zijn hand en kijkt me vragend aan.
‘Doe maar water,’ zeg ik. Noah knikt en loopt de woonkamer uit. Zodra hij uit het zicht is verdwenen, laat ik mezelf achterover op de bank vallen. Ik ben een ramp. Mijn wispelturige gedrag doet deze relatie geen goed. Het is Noah die er het meest professioneel mee omgaat. Ik ben hier niet geschikt voor. Ik had voet bij stuk moeten houden toen Marvel mij onder druk zette om het te doen. Gewoon weglopen en niet meer terugkomen. Sven had ik de laan uit moeten sturen. Hij kon mij verraden, dan zou ik dat moeten kunnen. Maar ik ben te soft. Zacht genoeg om niet het ergste te doen en toch mee te gaan in het faken van een relatie. Het heeft me tot nu toe meer ellende opgebracht dan ik zou willen.
Noah komt de woonkamer in met een dienblad. Er staan twee glazen drinken op en wat bakjes met snacks erin. Hij is voorbereid op vanavond. Als hij het dienblad op tafel heeft gezet, gaat hij naast me zitten. Er blijft een lege ruimte hangen. Nog plaats voor twee personen tussen ons in.
Ik staar voor me uit. Zoekend naar een geschikte houding, probeer ik het mezelf zo gemakkelijk mogelijk te maken. Ik ga in kleermakerszit op zijn bank zitten en pak het glas water van het dienblad. Stilletjes neem ik er een slok van.
‘Ik wilde vanavond gaan koken,’ begint Noah. Ik kijk hem afwachtend aan. Hij kan nu alles zeggen. Dat hij er geen zin meer in heeft of erger. Misschien zet hij me wel de deur uit. ‘Maar ik kan het begrijpen als je hoofd daar niet naar staat. Dus zal ik mijn romantische diner uitstellen tot een volgende keer en voor nu iets bestellen voor ons?’ Ik glimlach. Het stelt me gerust dat hij het over een volgende keer heeft. Hij zal er voor nu dus geen punt achter zetten.
‘Is goed,’ zeg ik. Noah staat op en loopt naar de eettafel. Daar pakt hij zijn laptop van tafel. Als hij weer naast mij komt zitten, neemt hij niet zo veel afstand als daarvoor. Hij gaat precies naast me zitten. Been tegen been. Voet tegen voet. Hij zet zijn laptop op schoot en gaat via het internet opzoek naar restaurants.
‘Waar heb je zin in?’ vraagt Noah. ‘Friet, burgers, pizza, sushi...’
‘Sushi!’ roep ik uit. Noah begint te lachen.
‘Sushi dus.’ Als hij een restaurant gevonden heeft, die sushi bezorgd, laat hij mij eerst door het menu gaan. Ik scrol er rustig doorheen en selecteer verschillende sushirollen.
‘Zo, ik ben klaar.’ Noah kijkt naar alles wat ik heb toegevoegd.
‘Je hebt niks met vis,’ merkt hij op.
‘Daar houd ik niet van.’ Ik vind sushi heerlijk, zo lang het maar met komkommer, avocado of iets anders is dat niet vis-gerelateerd is. Geef mij een pakketje met één soort en ik eet het zonder problemen op.
‘Dus je neemt alleen avocado en komkommer?’
‘En loempia’s.’ Ik kijk Noah onschuldig aan en hij begint te lachen.
‘Af en toe ben jij echt een rare,’ zegt hij. Hij pakt de laptop van mijn schoot en zoekt uit waar hij zin in heeft. Een rare. In welke context zou hij dat bedoelen? Als het alleen om mijn sushi keuze gaat, dan kan ik dit wel hebben. Als hij het heeft over wat zich daarnet heeft afgespeeld, dan moet ik me zorgen maken. Het is begrijpelijk dat hij me gek vindt. Hij zal ook wel teruggekomen zijn op dit alles. Dat hij überhaupt een echte relatie met mij begonnen is. En dan zijn we nog geen vierentwintig uur samen. Het gaat allemaal zo chaotisch.
Na het bestellen van de sushi, zet Noah Netflix aan. Hij zet de serie Suits op. We hebben het er weleens over gehad dat we die serie beiden nog nooit gezien hebben. Iedereen hoor je erover. Dat komt waarschijnlijk ook omdat Meghan Markle tegenwoordig lid is van het Britse Koningshuis. Er gaat geen dag voorbij waarop zij in het nieuws is te zien. En er is nogal wat ophef over het feit dat zij sinds kort uit de serie is. Dat heeft zowel Noah als mij nieuwsgierig gemaakt. En hij heeft het onthouden.
Als de eerste aflevering op zijn eind is, wordt er aangebeld. De sushi is er. Later dan de bedoeling is. Na de overhandiging van het eten, steekt de bezorger zijn hand vooruit. Noah lacht en schudt zijn hoofd.
‘Sorry man. Als je fooi wil, moet je op tijd zijn.’ Al lachend doet hij de deur dicht en laat hij de bezorger verbouwereerd achter. Ik trek mijn wenkbrauwen op. ‘Wat?’ vraagt Noah. ‘Nu is het koud.’
‘Het is sushi,’ zeg ik. ‘Dat hoort koud.’
‘Die gekke loempia’s van jou niet.’ Noah loopt terug naar de bank. Tijdens het wachten, heeft hij het bestek al klaargelegd. Hij haalt de sushi uit de zak en verspreid de bakjes over tafel. Ik ga zitten en kijk ernaar. Als laatste haalt Noah de eetstokjes uit de zak. Hij overhandigt mij een paar en begint zelf al te eten. Terwijl hij Suits verder afspeelt, blijf ik zitten.
‘Wat? Is het niet goed?’ vraagt hij. ‘Zit er een stukje krab tussen je komkommer?’ Ik schud mijn hoofd en kijk Noah schuldig aan.
‘Ik kan niet overweg met stokjes.’ Ik verberg mezelf achter de stokjes. Niet dat het helpt, maar het kan de zoveelste teleurstelling zijn voor Noah. Of het zoveelste rare. Straks besluit hij me toch wel de deur uit te zetten.
Noah zucht hoorbaar. Zijn blik spreekt boekdelen als hij zijn stokjes op het bord legt. Als hij opstaat, begint hij te mompelen.
‘Houdt niet van vis, maar wel van sushi zonder vis. Kan niet eten met stokjes, maar houdt wel van sushi zonder stokjes. Rowan..., Rowan..., Rowan...’ Aan het eind van de kamer draait Noah zich naar mij toe. Ik glimlach flauw en zwaai met de eetstokjes heen en weer. Dan begint hij te lachen. Noah kijkt naar de grond en zucht.
‘Wat?’ vraag ik.
‘Niks.’
‘Ja wel. Vertel op.’
Noah kijkt me aan en haalt zijn schouders op.
‘Gewoon.’
‘Wa-hat?’
‘Ik wist niet dat ik echt voor jou kon vallen,’ zegt Noah en vervolgens loopt hij de kamer uit.

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen