‘Juan… kom even zitten.’
      Juan haalde diep adem toen hij de zwakke, maar toch dwingende stem hoorde. Zijn plotse klamme handen veegde hij aan zijn broek af. Onzeker keek hij naar de vrouw die op het bed zat, half rechtop tegen een paar kussens. Ze klopte op de matras.
      Hij slikte een brok zenuwen weg en deed wat ze vroeg. Had hij iets verkeerd gedaan? Vond ze het tijd dat hij weer terugging naar zijn eigen huis? Er waren drie dagen verstreken sinds het incident met zijn moeder en broer. Al die tijd was hij hier gebleven – en op dit moment was hij zelfs de enige die thuis was. De tweeling had een feestje van een schoolvriendin en June was naar Shawna gegaan, die haar in paniek had opgebeld.
      Juan was achtergebleven. Net als de voorgaande dagen had hij wat klusjes uitgevoerd omdat hij iets terug wilde doen voor Junes familie. Hij was net naar de bouwmarkt geweest om twee stukken plexiglas te halen voor de schuur. De raampjes waren al een tijd geleden tijdens een storm gesneuveld, maar June was niet zo handig met klussen en haar jongere zusjes al helemaal niet. Zo had hij wel meer kleine dingen uitgevoerd; hij vond het fijn, het zorgde ervoor dat hij zich nuttig voelde en hij zat ook niet de hele tijd op Junes lip.
      ‘Waarom ga je zo niet even tv kijken? Je bent al de hele tijd in de weer…’ Ze legde een broze hand op die van hem. Hij keek er een beetje ongemakkelijk naar.
      ‘Ik vind het niet erg,’ mompelde hij. ‘Ik eh, ik help graag.’
      June’s moeder – Hannah – keek hem meewarig aan. ‘Dat is fijn. Maar je mag ook ontspannen, Juan. Je mag je hier een beetje thuis gaan voelen.’ Ze kneep even in zijn vingers en trok toen haar hand terug. Terwijl ze zich van hem afdraaide verloor ze zichzelf in een hoestbui. Een beetje gespannen keek hij toe. Wat als ze zou stikken? Als haar longen ermee ophielden – kon dat zomaar? Als haar tong verlamd raakte? Hij begreep nog niet zoveel van de ziekte en hij vond het ook moeilijk om er met June over te praten.
      ‘Kun je een glas water aangeven?’ vroeg ze met een schorre stem.
      Juan schrok op uit de paniek die hem even bevangen had en rende nog net niet naar de keuken, onderwijl een verontschuldiging prevelend. Bezorgd overhandigde hij haar een glas water, waar ze voorzichtige slokjes van nam.
      ‘Hoe is het afgelopen jaar gegaan op school?’ vroeg ze toen ze weer een beetje op adem was gekomen. ‘Weet je al welke vakken je volgend jaar gaat kiezen?’
      ‘In ieder geval ICT. Ik denk dat ik later iets met programmeren wil gaan doen.’ Hij bloosde een beetje omdat June animaties wilde ontwikkelen voor games en stiekem had hij zich al voorgesteld dat ze in de toekomst misschien samen aan een game konden werken, waarbij zij de graphics verzorgde en hij de technische onderdelen.
      Terwijl Hannah op een ongedwongen manier het gesprek verdiepte, merkte Juan dat hij langzaam een beetje ontspande en dat hij het eigenlijk wel fijn vond dat ze zoveel interesse in hem toonde. Het was onwennig dat hij zoveel sprak en dat er iemand aandachtig naar hem luisterde. Zelfs als haar ogen af en toe dichtzakten, merkte hij dat ze nog steeds naar hem luisterde.
      Hij dacht aan zijn eigen moeder. Gisteren had June hem overgehaald om naar het ziekenhuis te gaan. Eigenlijk had hij dat niet gewild, hij was erg emotioneel geweest omdat ze vlak daarvoor te horen hadden gekregen dat Mateo waarschijnlijk zes weken detentie kreeg voor het mishandelen van zijn moeder. Ze was er niet erg gelukkig van afgekomen; ze had een schedelbasisfactuur en was in het ziekenhuis al een paar keer flauwgevallen. Er zat een bloeduitstorting in haar oogkas en was een kans dat ze ze er blijvend hersenletsel aan zou overhouden.
      Hoelang ze daar zou moeten blijven wisten ze niet. Zodra ze naar huis moest, zou hij haar moeten verzorgen. Er was simpelweg niemand anders. Een deel van hem wilde dat helemaal niet – het waren haar eigen walgelijke leugens geweest die hiertoe geleid hadden, die ervoor gezorgd hadden dat zijn broer de gevangenis in moest – maar het bleef toch zijn moeder en hij gaf zichzelf nog steeds de schuld van de ruzie.
      De komende weken zou hij in ieder geval alleen met zijn moeder zijn. Misschien kon hij Mateo er daarna van overtuigen dat hij op eigen benen kon staan en dat zijn broer een eigen woonruimte kon gaan zoeken. Misschien zou de stress dan weg zijn thuis. Als hij zich alleen voelde, kon hij altijd hierheen gaan.

Op aandringen van Hannah keek hij een poosje televisie nadat ze te moe was geworden om nog verder te praten. Het nietsdoen maakte hem echter onrustig en hij vond het moeilijk om zijn aandacht bij het programma te houden.
      Na een minuut of twintig ging zijn telefoon. Hij zette het volume van de tv laag en liep naar buiten toe terwijl hij de deur op een kier liet.
      ‘Yo,’ begon Emilio zodra Juan het gesprek had aangenomen. ‘Kom je vanavond naar El Toro?’
      Juan aarzelde. Hij klemde zijn telefoon tussen zijn oor en schouder terwijl hij een sigaret uit het pakje peuterde en die aanstak. ‘Kweenie,’ antwoordde hij. ‘June heeft vanavond vioolles, ik weet niet of ze daarna nog zin heeft om ergens naartoe te gaan.’
      ‘Dus? Jullie zitten toch niet aan mekaar vastgenaaid? Kan je nou ineens niks meer zonder haar doen?’
      ‘Natuurlijk wel,’ reageerde hij een beetje geërgerd. ‘Maar ik kan toch niet ergens midden in de nacht aan komen waaien als iedereen al slaapt?’
      ‘Hoezo niet? Je kan ook gewoon bij mij pitten, dat weet je.’
      ‘Ik slaap liever bij haar,’ zei hij zacht. ‘Ze – ze heeft een paar keer een nachtmerrie gehad waarna ze helemaal overstuur was. Over mijn ma.’
      ‘Ik krijg al jaren nachtmerries van je ma.’ Hij kon Emilio bijna zien grijnzen. ‘Daar trek je je ook nooit wat van aan.’
      Hij merkte aan Emilio’s toon dat hij het luchtig probeerde te houden en ergens was hij daar dankbaar voor. ‘Ze is nu bij Shawna. Ik vraag vanavond of ze meewil of dat ik de sleutel kan meenemen, oké?’ Hij was even stil. ‘Ik wil alleen niet dat de anderen het weten. Van Mateo en me ma.’
      Hij had gisteren al ruim een halfuur met Emilio aan de lijn gehangen om hem van alles op de hoogte te brengen en hij vond het niet nodig dat anderen er ook van wisten.
      ‘Weet ik toch. Maar jij zit daar dus gewoon thuis terwijl zij er helemaal niet is? Waarom belde je mij niet man. Ik had best willen chillen.’
      ‘Er was iets met Shawna. Ik heb wat klusjes in huis gedaan en ga zo koken.’
      Emilio liet een ongelovig lachje horen. ‘Wat? Ben je nu hun huishoudster?’
      ‘Nee,’ gromde hij. ‘Ik help gewoon wat. De rest is niet thuis en haar moeder is te ziek om zelf wat in huis te doen – en er is geen vader.’
      Emilio was even stil. ‘Is haar moeder erg ziek?’
      Juan ademde diep in en blies de rook daarna weer uit. Misschien zou hij iets meer begrip voor haar tonen als hij wist hoe zwaar ze het had. ‘Ja. Ze is ongeneselijk ziek, ze heeft nog hooguit twee jaar.’
      Weer een stilte. ‘Fuck hé,’ zei Emilio uiteindelijk.
      ‘Ja…’
      ‘Wat heeft ze?’
      ‘Een of andere spierziekte waarbij haar spieren er een voor een mee ophouden. Dat is – daarom is June vaak zo stil.’
      ‘Jee. Nu voel ik me echt een lul man.’
      En terecht – vond Juan. Er waren echt wel wat grenzen die hij had overschreden. Hij tikte de as van zijn sigaret en zei: ‘Ik zie je vanavond oké? Ik kijk wel of ik alleen kom of dat June meegaat.’
      ‘Oké man. We missen je.’
      Juan wist dat het al een tijdje geleden was dat hij met zijn hele vriendengroep had afgesproken. Steeds was er iets tussengekomen – meestal June, moest hij toegeven. ‘Ja. Ik jullie ook.’ Het was waar, eigenlijk was hij wel even toe aan een avond gewoon gezellig in de kroeg doorbrengen. Hij had June nog niet aan zijn vrienden voorgesteld en eigenlijk wilde hij dat wel graag.
      Hij verbrak de verbinding en borg zijn telefoon op.

Juan was al bezig met de voorbereidingen van het avondeten toen de deur openging en de tweeling naar binnenkwam. April kwam hem opgetogen vertellen wat ze vandaag had gedaan en welke score ze bij het bowlen had gehaald, terwijl May met een glimlach die hem aan die van haar zus deed denken de groente begon te snijden.
      ‘Wat goed,’ zei hij tegen April, waarna hij zich tot haar zus wendde. ‘En jij? Vond jij het ook leuk?’
      Ze knikte vluchtig. ‘Ja, maar ik was alleen niet zo goed.’
      ‘Je bent vast niet zo slecht als ik. Misschien moeten we eens gaan bowlen, met z’n viertjes,’ knipoogde hij.
      ‘Ooh ja! Dat hebben we nog nooit gedaan!’ April klapte enthousiast in haar handen. ‘Jij bent echt zo een toffe broer.’ Plotseling omhelsde ze zijn middel. ‘Ik heb altijd al een grote broer gewild.’
      Een beetje opgelaten legde Juan zijn hand op haar schouder. Zijn blik kruiste even die van Hannah, en toen ze warm naar hem glimlachte was er weer die onderhuidse rilling. Als het mogelijk was geweest, zou hij hier blijven wonen.
      ‘Juan…’ vroeg May op serieuze toon terwijl ze de courgette in kleine stukjes sneed. ‘Ga je met June trouwen?’
      ‘Um…’ Een beetje overdonderd staarde hij haar aan. Zijn wangen kregen een warme gloed. ‘Nou uh, daar zijn we nog een beetje jong voor. Maar misschien, over een paar jaar. Als ze dat zou willen.’
      ‘Natuurlijk wil ze dat!’ zei April op een zangerige toon. ‘En dan mogen wij bruidsmeisjes zijn, hè? Dan kunnen we van die mooie witte jurken aan, May! En bloemen vasthouden – of de ringen!’
      Juan grinnikte zachtjes toen haar hele gezicht oplichtte. Hij vroeg zich af waar ze over een jaar of vijf zouden staan. Dan was hij eenentwintig. Zou hij zich deze conversatie dan nog herinneren? Was hij dan nog steeds samen met June, waren ze dan echt een bruiloft aan het plannen? Hij probeerde zich haar voor te stellen in een witte bruidsjurk, ze zag er ongetwijfeld beeldschoon uit. Al gauw kwam de somberheid ook opzetten – haar moeder zou er niet bij zijn. Die zou geen van haar dochters zien trouwen, ze zou nooit een kleinkind in haar armen houden. Plotseling voelde zijn borst zwaar en ging hij in een beklemmende stilte verder met het snijden van de groenten, terwijl het opgewonden gekwebbel van de twee meiden – die zich daar duidelijk nog niet van bewust waren – zich steeds verder van hem verwijderde.
      Juan was zo diep in gedachten verzonken dat hij pas merkte dat June was thuisgekomen toen haar armen om hem heen gleden. Hij legde de spatel weg en draaide zich om zodat hij haar stevig kon omhelzen.
      ‘Hoe ging het met Shawna?’ vroeg hij zacht toen hij zich weer ietsje terugtrok.
      June zuchtte zachtjes. ‘Haar autistische broertje was weggelopen na de zoveelste uitbarsting tussen hun ouders. Na een uur hebben we hem gevonden, maar Shawna was goed overstuur doordat haar vader haar de schuld gaf. Zij had volgens hem op hem moeten letten.’
      ‘Jeetje, wat erg…’
      ‘Ja,’ zuchtte ze. ‘Al is het niet de eerste keer. Hoe was het hier?’
      ‘Goed hoor. Ik heb nieuw plexiglas in de schuur gemonteerd en die lamp in de bijkeuken vervangen.’
      Een plagerig glimlachje spande om haar lippen. ‘Straks willen we dat je hier niet meer weggaat.’
      ‘Oh, alleen daarom?’ vroeg hij op een plagende toon.
      Ze lachte zachtjes terwijl ze hem een kus gaf. ‘Nee, om een heleboel redenen.’
      Juan keerde zich even terug naar de pan om te roeren en voelde zich ondanks alles wat er aan de hand was merkwaardig tevreden toen haar armen weer om hem heen gleden en ze hem vasthield.
      ‘Heb je zin om vanavond mijn vrienden te ontmoeten? Emilio belde of ik naar El Toro kwam. Ik kan ook alleen gaan, maar ik zou het leuk vinden als je meeging.’
      Hij keek over zijn schouder. Aarzeling brandde in haar ogen.
      ‘Zijn ze uhm, zijn ze allemaal zoals Emilio?’
      Juan haalde zijn schouders op. ‘Hij is zonder twijfel de vervelendste.’ Toen dat haar niet leek op te luchten stelde hij voor: ‘Je kunt ook vragen of Jordy zin heeft om mee te gaan? Als je dat prettiger vindt? Mij maakt het niet uit.’
      Ze keek hem even peinzend aan. ‘Vind je dat niet erg?’
      ‘Nee joh. Ik vind het juist wel leuk als onze vrienden wat mengen. Met Beth zal dat waarschijnlijk niet lukken en ik denk dat Shawna te verlegen is, maar Jordy kan haar mannetje wel staan. Ze kan het in elk geval goed met Riley vinden.’
      ‘Oké. Ik zal het haar vragen. Maar ik heb wel eerst vioolles hè?’
      Hij knikte. ‘I know. Maar meestal is er toch niemand voor negen uur en anders komen we gewoon wat later.’
      Haar armen gleden wat strakker om hem heen. ‘Ik vind het wel spannend,’ gaf ze toe. ‘Al wil ik ze ook graag leren kennen.’
      ‘Ze vinden je vast geweldig.’ Hij gaf haar een knipoog en streek even met zijn duim langs haar vingers.
      Diep vanbinnen moest Juan echter ook bekennen dat hij best een beetje zenuwachtig was. June was anders dan zijn vrienden – één oogopslag maakte dat al duidelijk. Hij wist niet of ze ertussen zou passen, of ze zich op haar gemak zou voelen… maar het was een stap die ze niet konden overslaan. Zijn vrienden waren belangrijk voor hem en June was dat ook. Zeker omdat zijn beste vriend al geen hoge pet van haar op had, hoopte hij op de anderen wel indruk te maken. Hoe ze zou reageren als ook die haar op de stang probeerden te jagen, wist hij niet. Misschien was het inderdaad beter als Jordy erbij was. Die wist in ieder geval altijd goed de aandacht naar zich toe te trekken.

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    ‘Jee. Nu voel ik me echt een lul man.’

    Maak je geen zorgen, joh. Dat ben je ook.

    Ik heb het hem allemaal nog steeds niet vergeven, overduidelijk.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen