Vlak voordat het mes haar shirt aan flarden kon snijden, greep Erebus in. Hij trok haar naar achteren terwijl een gitzwarte rook hen omringde en een moment later had de substantie het wapen de duisternis in getrokken.
      Verdwaasd staarde Phobos vooruit. Nog steeds begreep ze niet wat er net gebeurd was. Zoals altijd wanneer ze haar gave uitoefende had ze zich door het woud van herinneringen geworsteld, op zoek naar diepe angsten, naar onverwerkte trauma.
      En toen had ze opeens zichzelf gezien, in een ivoorkleurige trouwjurk. Zonder zich nog om de man te bekommeren trok ze de zoom van haar shirt op en streek over het litteken waarvan ze nooit had geweten hoe ze eraan kwam.
      Het was het allereerste wat ze over zichzelf ontdekte.
      Ze kneep haar ogen even dicht en liet haar shirt weer zakken. Het sloeg allemaal nergens op. Was die Shades daarbij geweest? Ze voelde zijn verdriet weer, zijn pijn. Toch kon ze niet geloven dat ze een verleden deelde met zo’n koelbloedige moordenaar. Was hij zelf ook begiftigd? Kon hij zich weren tegen haar doorzoekingen door zichzelf herinneringen in te prenten?
      Maar hij had haar Norah genoemd, net als Morpheus.
      Niet alleen betekende dat dat Morpheus dingen over haar wist die hij altijd voor zich had gehouden, ook betekende het dat deze man haar kende.
      ‘Wat wil je dat we doen? Jij droeg ons op te stoppen.’ Erebus duwde tegen haar schouder om haar uit haar overpeinzingen vandaan te trekken. Ze schudde haar gedachten van zich af. Shades’ polsen waren op zijn rug gekruist met glazen boeien – Psamathe’s makelij, wist ze. Hij zou ze tegen de muur kapot kunnen slaan, maar als hij een beetje gezond verstand had, besefte hij dat de kans groot was dat een scherf zijn pols doorsneed en hij dood zou bloeden.
      ‘Hij weet wie ik ben,’ zei ze met een schorre stem. ‘Ik zag het in zijn herinneringen.’
      Shades bewoog zijn hoofd bij haar vandaan toen ze haar hand uitstrekte, maar evengoed krulden haar vingers rond zijn zonnebril en ze trok het ding weg. Verwarde ogen staarden haar aan. Ze zag iemand die niet wist wat hij moest geloven, die wellicht dacht dat ze een spelletje met hem speelde zoals zij dat voor één ogenblik ook gedacht had.
      Maar ze zag dat zijn verwarring oprecht was.
      Zodra hij leek te beseffen hoeveel zijn blik weggaf, werd zijn oogopslag koud, de trekken in zijn gezicht hard. Hij zei echter geen woord, bleef haar gewoon onverbiddelijk aanstaren alsof hij haar wilde dwingen de ogen neer te slaan.
      Hoewel ze aanvoelde hoe verdorven deze man was, hoeveel doden hij op zijn geweten had, ervoer ze geen angst.
      ‘Dan nemen we hem mee, trekken alle informatie uit hem die we nodig hebben en maken hem dan af,’ zei Erebus met een grom. Hij bracht zijn gezicht iets dichter bij haar oor voegde zacht toe: ‘Hij heeft Athena gedood.’
      Met een ruk draaide ze zich om. De man had haar zo in beslag genomen dat ze zich geen moment om haar vriendin bekommerd had. Daar lag ze, bij de deur, een kogelgat in haar voorhoofd, de tattoos op haar lichaam voor eeuwig verstild. Haar schouders spanden zich aan.
      Toen ze zich weer terugkeerde, lag er geen greintje spijt in zijn donkere ogen. Een beetje spottend trok hij een mondhoek op. ‘Je kunt me niet kwalijk nemen dat ik me probeerde te verdedigen tegen vier van die beesten als jullie.’
      Haar kiezen verstrakten. Als zijn spot één ding duidelijk maakte, dan was het wel dat hij niet hun gezamenlijke geschiedenis-kaart aanwendde om hier levend vandaan te komen.
      ‘Neem hem mee,’ zei ze donker tegen Erebus. ‘Voordat het hier wemelt van de politie.’
      ‘Waarheen?’
      Ze haalde haar schouders op. Geen van hen had een eigen woning, niemand kende hier de weg. ‘Hij woont vast ergens in een villa.’
      ‘Een penthouse, om precies te zijn.’ Weer kropen zijn mondhoeken omhoog. ‘Met een uitzicht dat je vroeger in ieder geval mooi zou hebben gevonden.’
      Ze beet haar kiezen op elkaar. Er was iets… iets in zijn houding wat haar verschrikkelijk op de zenuwen werkte. Ondanks dat hij gekneveld was en omringd door drie mensen met bovennatuurlijke krachten, wekte hij alsnog de indruk dat hij de touwtjes in handen had. Het kon natuurlijk een façade zijn, maar hij kon ook een of ander sinister plan achter de rug hebben.
      ‘Waar?’ vroeg ze kortaf.
      Braaf somde hij het adres op, zonder zijn intense blik van haar af te wenden.
      ‘Best.’ Met een grom draaide Erebus de man om, zodat hij niet langer naar Norah kon kijken. Daarna verdwenen ze beiden in de schaduwen.
      Phobos draaide zich om en masseerde haar slapen, waar zich een lichte druk had opgebouwd. Ze keek weer even naar het lichaam van hun vriendin.
      ‘We moeten haar hier wegkrijgen,’ mompelde ze. ‘Wie ons ook al die jaren heeft opgesloten, de kans is groot dat ze zullen ontdekken dat haar lichaam hier is gevonden.’
      Psamathe knikte, bewoog haar handen en liet een zandtornado om Athena’s lichaam tollen, zodat het van de grond kwam.
      Nu moesten ze hier nog weg zien te komen – met een zandtornado, terwijl de politie ieder moment naar binnen kon zwermen en de enige die hen onzichtbaar kon maken net verdwenen was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen